Maandelijks archief: november 2016

Leestip van de dag – maandag 28 november 2016


Breng ons niet in beproeving20160708_onze_vader-xl

Van de vijf veranderingen in het Onzevader is er één inhoudelijke wijziging. ‘Bekoring’ wordt ‘beproeving’. Dat betekent dat men geoordeeld heeft dat het woord destijds niet goed gekozen is.

Van de hand van Rob Allaert.

De zin ‘Leid ons niet in bekoring’, brengen wij te gemakkelijk in verband met verleiding, zelfs met seksuele verleiding. Maar daar heeft het niets mee te maken. Bovendien kan en wil God niet verleiden.

Een betere vertaling vanuit het Grieks is dan inderdaad: ‘Breng ons niet in beproeving’.

“Ja maar! God kan ons niet verleiden,
maar ons wel in beproeving brengen?”

Onze eerste gedachte daarbij is: Neen. Lezen we het niet beter als volgt: ‘God, sta niet toe dat wij beproefd worden’?

En toch is dit niet de juiste lezing.

Het helpt ons wanneer we gaan kijken bij Jezus. Bij zijn beproeving in de woestijn. Daar lezen wij: na gedoopt te zijn, werd Jezus door de Geest in de woestijn geleid. Zie je dat? God brengt Jezus naar de woestijn, God brengt Jezus naar de plaats die bekend stond als de plaats van de beproeving.

Jawel, God die wij terecht mogen zien als een liefdevolle vader zal ons toch bij gelegenheid de woestijn insturen.

Maar lezen we even verder:
De Geest voert Jezus naar de woestijn, de plaats van de beproeving, maar, wanneer daar aangekomen, is het de duivel die Jezus beproeft. God beproeft niet maar Hij kan wel leiden naar de plaats van beproeving.

‘Breng ons niet in beproeving’: dat is een bede van Jezus die zich goed herinnert: dat wij soms naar de woestijn zullen gebracht worden. Zo is het leven. God is vader, een vader die verlangt dat wij opgroeien, een vader die beseft dat de woestijnervaring onvermijdelijk is en ons daar een kans biedt om te groeien. Maar de beproeving zelf: die is duivels. Die is niet van God.

Wat is die beproeving ?  

Ook dit vertelt ons het verhaal van Jezus in de woestijn.
De duivel wil maar één ding: en dat is: dat Jezus afziet van zijn zending.

Voor ons geldt hetzelfde.
Waarmee zal de duivel ons beproeven? Waarmee zal de duivel ons in deze parochiegemeenschap beproeven? Dat wij, gelovigen, onze zending niet zouden vervullen. Oh, we mogen met van alles bezig zijn, druk in de weer, zolang we maar niet met onze echte zending bezig zijn. Dat was de beproeving van Jezus, en dat is onze beproeving.

En dan denk ik dat de duivel best tevreden is. We mogen ons wel eens afvragen of wij werkelijk met de essentie van onze zending bezig zijn. Zijn wij niet veeleer vastgeroest in gewoontes, bezig met de buitenkant, bezig met cijfers, en het behouden van ons kerkelijk comfort?

‘Breng ons niet in beproeving’, betekent dan:

Laat de duivel ons niet van de wijs brengen.
Laat ons onze ware opdracht opnieuw ontdekken.

Onze huidige paus is zich bewust van deze beproeving. En dat de kerk haar roeping uit het oog verloren was.
We mogen van hem leren. Via zijn impulsen mogen wij terugkeren naar onze ware zending.

Wees dus niet bang van vernieuwing, van het nieuwe elan. En wees zeker niet bang om al onze daden te toetsen aan de woorden van Jezus. Wanneer we dan in de woestijn geleid worden – en dat zal gebeuren – laten we dan sterk staan in onze roeping, in onze evangelische roeping.

Laten we dan al biddend vertrouwen; dat we niet boven ons vermogen zullen beproefd worden; dat God ons zal beschermen.

Oh, goede Vader, breng ons niet in beproeving.

Bron: Kerknet.be – Rob Allaert

 

 

Leestip van de dag – zondag 27 november 2016


Mogen we wel altijd zo ‘verstandig’ zijn ?

Je hoort vaak: ‘We kunnen de vluchtelingenstroom niet aan, we moeten verstandig zijn.’ Maar is dat zo? Een overweging bij een aangrijpende nieuwsfoto.

Hij greep me meteen bij de keel, deze foto. En hij heeft mij sindsdien niet meer losgelaten! Maandenlang reeds ligt hij voor mij op mijn werktafel. En regelmatig, als mijn oog erop valt, raakt hij mij tot in mijn ingewanden, tot in het diepste van mijn ziel.

delamarche_foto_640

 

 

 

 

 

 

Ik ontving de foto, vergezeld van een tekst van de profeet Jesaja (9:5-6), als een Kerst- en Nieuwjaarswens voor 2016. Voor wie hem opstuurden, riep deze foto, zoals ze schreven, de kinderlijke puurheid op: Een kind, klein, op de vlucht, spontaan troostend, ook in ons aanwezig. En hun wens was dat die kinderlijke puurheid in ons tot volle bloei mocht komen. Mooi! Dankjewel. En van harte.

Beloofde land

Maar wat een pijn en gebrokenheid zie ik bij die man, wat een verslagenheid. Plots is het allemaal te veel geworden, hij kan het niet meer aan. Hij breekt. Juist voor de grens van Macedonië (of is het van Servië of Oostenrijk of Hongarije?), na al die weken van hoop en angst en moed en miserie en ontbering en volhouden en vertrouwen, wordt hij onverwacht hardhandig en brutaal tegengehouden. Hij kan en mag niet meer verder op zijn weg naar ‘het beloofde land’.

Ik hoor de populisten, politici, vakbondsleiders roepen: ‘We mogen ons niet laten overspoelen.’

Hij stort in elkaar, huilt voor de ogen van zijn verbaasd geschrokken kind, weerloos, machteloos. Wat leeft er in het jongetje als hij zijn vader, met wie hij dapper meegetrokken is, zijn grote sterke vader, plots ziet huilen, gebroken en verloren? Dat verbaasde, aarzelende, troostend uitgestoken armpje en handje! Tot welk een ongekende diepte wordt het hart en de ziel van een kind hier geraakt?

Muren

Ik weet niet hoe het verder gegaan is met de vader en zijn zoontje. Zijn ze verder geraakt? Werden ze opgevangen? Zijn ook zij met zovele andere radeloze en ontmoedigde vluchtelingen gaan beseffen: we mogen Europa of het Westen niet binnen, ze willen ons niet, ze willen ons buiten, ze werpen stenen naar ons, ze zijn bang van ons, sommigen noemen ons kakkerlakken, ze bouwen muren, ze zijn bang hun eigen zoete welvaart te verliezen, onze miserie en ellende kan hen eigenlijk niet schelen, ‘eigen volk eerst’, zeggen ze, eigen welvaart en veiligheid eerst.

Ik zie de muren (letterlijk en figuurlijk) die gebouwd zijn en nog steeds worden gebouwd; ik hoor en zie vele Hongaren, en met hen vele anderen in Midden-Europa, hun ‘zuiverheid’ met alle macht en middelen verdedigen. Ik hoor het discours van de populisten, van de rechtse en ultrarechtse nationalisten, ook bij ons. Ik hoor de politici, de vakbondsleiders en vele anderen: We moeten verstandig zijn, zeggen ze. We kunnen al die vluchtelingen niet aan, we mogen ons niet laten overspoelen, we moeten onze ‘waarden’ (welke?) en onze welvaart vrijwaren en verdedigen. Zelfs de sterke Angela Merkel moest uiteindelijk inbinden…

Samaritaan

We moeten verstandig zijn! Maar ik lees Matteüs 25: Ik had honger… ik had dorst… ik had het koud… ik had geen bed meer om te slapen… geen huis meer om in te wonen… ik werd opgejaagd… En ik hoor Jezus’ woorden: Wat ge aan hen niet hebt gedaan, hebt ge ook niet aan mij gedaan. En ik kan met de beste wil van de wereld niet doen alsof ik deze woorden niet hoor of ze niet versta.

Ondertussen steken de gammele bootjes met duizenden asielzoekers weer de Middellandse Zee over.

We moeten verstandig zijn! Natuurlijk moeten we verstandig zijn. Altijd en overal. Maar ik kijk naar de foto. Ik kijk naar dat verbaasd geschrokken gezichtje van dat kind en naar dat aarzelend, troostend uitgestoken armpje en handje. En ik stel me de vraag: moeten we wel altijd zo verstandig zijn? Mógen we wel altijd zo verstandig zijn? Of moest de Samaritaan misschien ook even verstandig zijn als de priester en de leviet die de andere kant opkeken? Wel ‘moesten’ opkijken.

Geschiedenisboeken

En ondertussen steken de gammele bootjes met duizenden asielzoekers weer de Middellandse Zee over, op zoek naar een beter leven, met alle gevaren van dien. En ik moet onwillekeurig denken aan wat in de geschiedenisboeken ‘de inval van de Germanen’ en ‘de val van het Romeinse Rijk’ wordt genoemd, of ook nog en mooier: ‘ontstaan en groei van Europa’.

Een bijdrage van Marc De la Marche SJ. Hij is werkzaam geweest in het onderwijs, de priesteropleiding en in Marriage Encounter. Hij was gedurende zes jaar provinciaal van de Vlaamse jezuïeten.

Foto: (c) ANP 

Bron: Ignis Webmagazine / Kerknet.be

Leestip van de dag – zaterdag 26 november 2016


‘Mensen moeten in hun hart m-1351234278-nussbaum
beroerd worden om verder te
kijken dan het eigenbelang’

Martha Nussbaum is niet alleen een van de beroemdste filosofen van onze tijd, ze is ook een van de noodzakelijkste. In een tijdgeest die beheerst wordt door meten en berekenen en een cultuur van selfies en data, bekommert Nussbaum zich om de menselijke waardigheid en de menselijke kwetsbaarheid.

Het uitgangspunt van haar denken ligt bij de klassieke Griekse filosofen en de Griekse tragedies. De Romeinse stoïcijnen fascineerden haar vooral om hun ideeën over emoties. Al zijn haar boeken best taaie materie, wat haar drijft is de zoektocht naar principes voor een politiek die ieder mens een zinvol leven kan garanderen.

“Ieder mens is een doel op zich” is het uitgangspunt van Nussbaums politieke filosofie, en beleidsmakers hebben de verantwoordelijkheid om menselijke ontplooiing mogelijk te maken. Ze woonde een aantal jaren in India, waar de realiteit van de armen voor haar heel concreet werd.

Lees verder …

 

 

Leestip van de dag – vrijdag 25 november 2016


Wat zeggen de woorden main-qimg-60f7f4979f656d16b6c945e93af257ea-c
van het Onzevader ?

Komende zondag gaat het vernieuwde Onzevader officieel van start. Een welgekomen kans om de inhoud van het gebed beter te leren kennen.

We zeggen gebeden vaak zomaar op. Zonder te beseffen wat we zeggen. Erg is dat niet. Op een bepaald moment doen de woorden er ook niet meer toe. Het gaat om wat achter de woorden zit. Als de woorden echt zouden tellen, dan hebben we een raar godsbeeld: dat God iemand is die kan worden gemanipuleerd door mooie woorden. Om het actueel te zeggen, God zou een kiezer zijn die valt voor populisme.

Dan stellen we God ook voor als een polyglot die alle talen van de wereld heeft geleerd. God verstaat ons omdat Hij door alle talen heen hoort en luistert naar de taal van het hart, de taal van de trouw, de taal van onze oprechtheid. God is geen Übermensch, God is God. Je marchandeert niet met Hem voor je eigen profijt. Hij prikt alle woorden door.

Het Onzevader is een gebed dat tegen de haren in strijkt,
dat ons op onze plaats zet.

Waarom zijn de woorden van het Onzevader dan belangrijk? Precies omdat ze alle woorden van eigenbelang doorprikken. En omdat ze aan ons zeggen waar bidden echt over gaat: je tot God wenden en niet God proberen te keren naar jou.

Het Onzevader begint met een lofprijzing: Onze Vader die in de hemel zijt. Gevolgd door de drievoudige smeekbede: Uw naam worde geheiligd. Uw rijk kome. Uw wil geschiede… Met driemaal nadruk op Uw. Dus niet dat ik aanzien mag hebben, ik rijk mag worden, ik macht mag hebben… al die dingen waar we geneigd zijn voor te bidden: prestige, rijkdom, macht.

Het Onzevader zegt ons: daar bid je niet voor. Het gaat over Gods naam, Gods koninkrijk en Gods wil. Het Onzevader is een gebed dat tegen de haren in strijkt, dat ons op onze plaats zet. Het gaat in het gebed om God met al zijn hemelse dromen voor de mens, niet om ons met al onze aardse wensen en wereldse verleidingen.

Kortom, het gaat om ons als medewerkers van God. Dat we zouden meewerken aan de realisatie van Gods droom: een vredevolle wereld, een wereld zonder wraak, een wereld van liefde, een mensengemeenschap van verbondenheid.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’
Heden dus, want het gaat over nu, niet over morgen.

Om daaraan te kunnen meewerken zijn er voorwaarden. Die voorwaarden zijn de beden van het tweede deel van het Onzevader. Om te kunnen werken aan een wereld die Gods droom en wil benadert, moeten we beschikken over wat ons fit en op dreef houdt: ons dagelijks brood.

Het woordje brood heeft een dubbele betekenis: voedsel voor ons lichaam en voedsel voor onze geest, eetbaar brood en geestelijk brood. Geef ons heden ons dagelijks brood. Het woordje heden is even belangrijk. Het gaat over nu, niet over morgen.

Nutteloze zorgen over later verhinderen ons immers om nu te leven. Iemand die heel zijn leven overdreven spaarzaam is en krenterig een fortuintje vergaart voor later, vergeet vaak te leven. Eenmaal oud geworden – als hij dat wordt – kan hij er vaak niet meer van genieten. Uitgesteld is meestal verloren, het omgekeerde van volop leven dankzij heden ons dagelijks brood.

We staan altijd in het krijt.
We hebben schulden bij Gods Bank van Genade.

Hoezeer we ons best doen, toch zijn we mensen die fouten maken, tekortschieten en ook wel eens minder goede bedoelingen hebben. We staan altijd in het krijt. We hebben schulden bij Gods Bank van Genade. We hopen te mogen rekenen op begrip Zijnentwege.

’t Is goed, zegt God, maar wel in de mate dat andere mensen op jouw begrip en mededogen mogen rekenen. Geen mildheid voor wie zelf niet mild is. Geen vergiffenis voor wie rancune koestert en op weerwraak belust.

Werken aan goede relaties, vriendelijke omgeving, solidaire wereld, het is allemaal niet gemakkelijk. Tegenslagen zijn er, tegenkantingen ook, mislukkingen zeker. Daarom vragen we God om door die beproevingen niet al te zeer belaagd te worden. Breng ons niet in beproeving.

In het oude Onzevader stond bekoring. Meer zelfs: Leid ons niet in bekoring. Alsof God een duivel zou zijn die ons wil misleiden. Het gaat om het omgekeerde: dat God ons weg zou leiden uit de beproevingen van het leven, zodat we weer in zijn spoor kunnen stappen.

Verlos ons van het kwaad van het cynisme.
Immers, daarin sterft alle geloof.

Daarin blijven geloven, met al wat we om ons heen zien aan geweld en misère, is niet vanzelfsprekend. Daarom luidt de laatste bede van het Onzevader: Verlos ons van het kwade. Het kwaad van de ontgoocheling, het kwaad van het scepticisme, het kwaad van het cynisme. Daarin sterft alle geloof.

Het Onzevader is dus geen simpel gebed. Daarom bidden we het ook samen. We staan er niet alleen voor. Daarom zeggen we niet: Mijn Vader in de hemel. Maar: Onze Vader in de hemel. Het gaat niet om mij, het gaat om ons en God. Om God in ons, want van Hem is het koninkrijk en de kracht en heerlijkheid. Amen.

Mark Van de Voorde

Bron: Kerknet.be