Maandelijks archief: juni 2017

Leestip van de dag – vrijdag 30 juni 2017


Zwaar gemarginaliseerd, maar niet ontmoedigd

In deze aflevering ontdek je waarom de gasten van ’t Vlot zich in Averbode bezinnen over het thema verzoening en hoe ze uiteindelijk weer op weg gaan. We zien de 4e en laatste aflevering vanuit de Heilig-Hartparochie te Antwerpen.

Bron: Kerknet.be

Leestip van de dag – donderdag 29 juni 2017


Zelfmoordterroristen zijn alles behalve martelaren !

In zijn catechese tijdens de algemene audiëntie van woensdag 28 juni onderstreepte paus Franciscus dat martelaarschap ‘getuigenis’ betekent.

Geliefde broers en zussen, goedendag !

Vandaag denken we na over de christelijke hoop als kracht van de martelaren. Wanneer Jezus in het Evangelie zijn leerlingen uitzendt, spiegelt Hij hen geen wonderen van gemakkelijk succes voor. Hij waarschuwt hen integendeel heel duidelijk dat de verkondiging van het Rijk van God altijd tegenstand oproept. Hij gebruikt de extreme uitdrukking: Gij zult een voorwerp van haat zijn – van haat – voor allen omwille van mijn Naam (Mt 10,22). Christenen beminnen, maar worden niet steeds bemind. Van meet af aan plaatst Jezus ons voor deze werkelijkheid: in min of meerdere mate gebeurt de belijdenis van het geloof in een vijandig klimaat.

Christenen zijn tegendraads

Christenen zijn dus mannen en vrouwen tegendraads. Dat is normaal, want de wereld is getekend door de zonde die zich toont in velerlei vormen van egoïsme en van onrecht. Wie Christus volgt, gaat in de tegengestelde richting. Niet in een geest van polemiek, maar uit trouw aan de logica van het Rijk van God. Dat is een logica van de hoop die zich vertaalt in een levensstijl gesteund op de aanwijzingen van Jezus.

Als schapen tussen de wolven

En de eerste aanwijzing is de armoede. Wanneer Jezus de zijnen uitzendt, lijkt Hij meer zorg te besteden aan het uitkleden dan aan het aankleden!

Een christen die niet nederig en arm is,
onthecht van rijkdom en macht,
en vooral onthecht van zichzelf,
gelijkt niet op Jezus.

De christen legt zijn weg in deze wereld af voorzien van het nodige voor de tocht en met een hart vol liefde. De ware nederlaag voor hem of haar is toegeven aan de bekoring van wraak en geweld, en dus kwaad met kwaad te beantwoorden. Jezus zegt ons: “Ik zend u als schapen tussen wolven” (Mt 10,16). Dus zonder muilen, zonder klauwen, zonder wapens. De christen moet eerder voorzichtig zijn, en soms ook slim: dat zijn deugden in de evangelische logica. Geweld nooit.

Om het kwaad te overwinnen kan men geen beroep doen
op de werkwijzen van het kwaad.

Vervolging is een deel van het Evangelie

De enige macht van de christen is het Evangelie. In moeilijke tijden, moet men geloven dat Jezus ons voorgaat, en niet ophoudt zijn leerlingen te begeleiden. Vervolging is niet in tegenspraak met het Evangelie, ze is er een deel van.

Als men onze Meester vervolgd heeft, hoe zouden wij dan
kunnen hopen dat de strijd ons bespaard zou blijven ?

Maar midden in de storm, mag de christen de hoop niet verliezen door te denken dat hij aan zijn lot is overgelaten. Jezus verzekert de zijnen: Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld (Mt 10,30). Wat er op neerkomt dat geen enkel lijden, zelfs niet het kleinste en meest verborgene, onzichtbaar is voor de ogen van God. God ziet en beschermt ongetwijfeld. Hij zal zijn beloning geven. Inderdaad, midden onder ons is er Iemand die sterker is dan het kwaad, sterker dan de maffia, dan de slinkse complotten, sterker dan zij die winst maken op de rug van de wanhopigen, sterker dan zij die anderen met brutaliteit verpletteren… Iemand die al van altijd de roep hoort van het bloed van Abel die uit de aarde opstijgt.

Aan de andere kant van de wereld

Christenen moeten dus altijd aan de andere kant van de wereld staan, die welke door God gekozen werd: geen vervolgers, maar vervolgden; geen harden, maar zachtmoedigen; geen verkopers van gebakken lucht, maar dienaren van de waarheid; geen bedriegers, maar eerlijke mensen.

‘Martyrium’ betekent getuigenis

Die trouw aan de stijl van Jezus – die een stijl van de hoop is – zal door de eerste christenen met een prachtige naam worden aangeduid: martyrium wat betekent getuigenis. In de woordenschat bestonden veel andere mogelijkheden. Men had het heldendom kunnen noemen, of zelfverloochening, of zelfopoffering. De eerste christenen hebben het genoemd met een naam die de geur heeft van leerlingschap. Martelaren leven niet voor zichzelf, ze strijden niet voor hun eigen inzichten. Zij aanvaarden te moeten sterven alleen uit trouw aan het Evangelie.

Het martelaarschap is ook niet het hoogste ideaal
van het christelijk leven, want hoger staat de naastenliefde,
dat wil zeggen de liefde tot God en de naaste.

De apostel Paulus zegt het schitterend in het Hooglied van de liefde: Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb, baat het mij niets (1 Kor 13,3).

Het wekt bij christenen afkeer op wanneer zelfmoordterroristen
‘martelaren’ worden genoemd: niets in hun gedrag komt nog maar
in de buurt van het gedrag van de kinderen van God.

Hoop

Soms, wanneer we het verhaal lezen van de vele martelaren van gisteren en vandaag – ze zijn talrijker dan die uit de eerste tijden – verbaast het ons met welke kracht zij de beproeving hebben aanvaard. Die kracht is het teken van de grote hoop die hen bezielde: de zekere hoop dat niets of niemand hen kon vervreemden van de liefde van God die ons geschonken werd in Jezus Christus (cf. Rom 8,38-39).

Verborgen martelaarschap

Moge God ons altijd de kracht geven zijn getuigen te zijn. Hij geve het ons de christelijke hoop te beleven vooral in het verborgen martelaarschap van het goede doen en elke dag onze plichten met liefde vervullen.

Dankjewel.

Vertaling uit het Italiaans: Marcel De Pauw msc

Bron: Kerknet.be

 

 

Leestip van de dag – woensdag 28 juni 2017


Hoe mijn beroepsleerlingen afzwaaien
met slaagkans als heilige

Het schooljaar is uit en we nemen afscheid onder het goedkeurend oog van een rij heiligen. Een toekomstmogelijkheid die voor hen niet uitgesloten is.

Juni, het einde van het schooljaar nadert. De lessen zitten erop en dat is maar goed ook. Onze beroepsleerlingen hebben immers geen examen meer en hadden dus tot vorige week nog les. Makkelijk was dat zeker niet tijdens een hittegolf en de ramadan.

De laatste lesdag werd afgesloten met een gebedsviering en muziek op de speelplaats. Nu is de laatste schoolweek begonnen en het is er eentje van deliberaties, oudercontacten en … afscheid nemen, in het bijzonder van onze zevendejaars. Maandag was het proclamatie. Ze zijn afgestudeerd en klaar voor de arbeidsmarkt.

Iedereen heilig ?

De afscheidsplechtigheid vond zoals elk jaar weer plaats in de oude kapel van één van onze campussen. De leerlingen werden niet enkel omringd door de leerkrachten en hun fiere familie en vrienden, maar ook door een hele schare heiligen, afgebeeld op glasramen die schitterden in het zonlicht.

In naam van de leerkrachten mocht ik in deze mooie setting een afscheidswoord richten tot de leerlingen.

Ik kon niet anders dan hen toewensen dat de rest van hun leven
er net zoals deze setting zou mogen uitzien.

Dat ze voor de rest van hun leven met liefde omringd zouden mogen zijn, maar ook dat ze ooit met de hele zaal deel zouden mogen uitmaken van die groep heiligen die nu naar hen keek. Dat lijkt wat hoog gegrepen en dat is het misschien ook wel, maar het ligt in ieders mogelijkheid.

Het is niet iedereen gegeven advocaat, premier, hartspecialist
of paus te worden, maar heilig worden,
daarvoor zijn we allemaal geboren.

Zo herhaalde trouwens ook nog onze paus tijdens zijn algemene audiëntie op 21 mei. Niemand is afgescheiden van Gods liefde ongeacht zijn achtergrond, talenten of levenskeuzes. Er is altijd weer een weg die leidt naar de Vader.

Dat is de mooie boodschap waarin we ons als katholieken misschien van de andere netten kunnen onderscheiden.

Onze maatstaf voor succes verschilt in die zin van de wereld
dat ze gericht is op de liefde voor God en de naaste
en niet op geld, macht of zelfs diploma’s.

Natuurlijk is het katholiek onderwijs er om er alles aan te doen om onze leerlingen te doen slagen, maar het mag zich daartoe niet beperken. Het heeft een hoger doel, de heiligheid en dus het eeuwige geluk van elk van haar leerlingen.

Daarmee beperkte mijn oproep tot heiligheid zich niet enkel tot de aanwezige leerlingen in de zaal, maar had ze met uitbreiding ook betrekking tot de leerlingen die niet op de proclamatie aanwezig waren om welke reden dan ook.

In het bijzonder denk ik aan één van onze leerlingen
die enkele maanden geleden moeder is geworden.

Ik heb haar zelden zo gelukkig en trots gezien als vorige vrijdag toen ze ons haar zoontje liet zien. Ik bid dat het geschenk dat zij gekregen heeft, net zoals het diploma van haar klasgenoten, haar verder brengt op haar pad naar heiligheid.

Prettige vakantie !

Bart Giedts

Bron: Kerknet.be

 

Leestip van de dag – dinsdag 27 juni 2017


‘Het geloof helpt me om te veranderen’
(webserie deel 3)

Barmhartigheid in de Heilig-Hartparochie (Antwerpen)

Elias en Mauro (14!) vertellen wat ze leerden van de heilige Franciscus van Assisi en de gasten van het straatpastoraat gaan op bezinning in Averbode.

Leestip van de dag – maandag 26 juni 2017


Oordeel niet

Het evangelie van vandaag vraagt om niet te oordelen. In onderstaande mooie en diepgaande tekst legt J. Bots s.j. uit waarom het oordelen niet aan ons is.

Niet oordelen staat de christen op het lijf geschreven, want de christen is christen doordat hij niet zelf in het middelpunt staat, doordat hij leeft vanuit een middelpunt buiten zichzelf. God is voor de christen het middelpunt, God is het die hem oordeelt. De christen heeft ook niet de criteria, de wetten, de normen waar…door hij zou kunnen oordelen. Hij leeft excentrisch, gericht op een middelpunt buiten zichzelf.

Oordelen is iets van God. De mens ís van God, de mens is een geheim van God. De leiding over het menselijk leven ligt bij God. “God is het die harten en nieren doorgrondt” (Jr 17,10). Trouwens, hoe dikwijls heb je al niet meegemaakt dat een spontaan gevormd oordeel of een situatie achteraf onjuist bleek te zijn. We zouden, daardoor wijs gemaakt, wijzer moeten zijn, dat al onze spontaan gevormde oordelen gewantrouwd moeten worden, dat je alle spontane oordelen als betrekkelijk, als voorlopig, als relatief moet gaan zien. Dat is menselijke wijsheid, maar dat is nog geen geloof. Je weet niet hoe het bij een ander zit, hoe je de situatie moet beoordelen. Je weet ook niet hoe God de geschiedenis beheert, hoe Hij handelt in de schepping, in de geschiedenis. Dat kun je niet weten, dat kun je niet doorzien, daar heb je geen greep op.

Wanneer wij een eucharistieviering bijwonen, richten wij ons op een middelpunt buiten onszelf, vanwaar wij het woord van de Schrift horen, vanwaar wij de liefde van de Heer ontvangen: zijn Lichaam en zijn Bloed tot vergiffenis van de zonde. Eigenlijk zouden wij elkaar na de eucharistie moeten blijven zien in datzelfde perspectief: vanuit God en niet vanuit onszelf.
De ander, met wie wij omgaan en die met ons omgaat, heeft een geheim met God. Dat kun je gemakkelijker invullen als je met iemand te doen hebt die je voor het eerst ziet, die nog helemaal vreemd is, maar je kunt het ook volbrengen wanneer iemand heel anders doet, hij heel anders is, of heel anders blijkt of schijnt te zijn dan je dacht. Laat die ander in Gods hand, treed nooit binnen in het gebied van het geheim dat de ander heeft met God.

J. Bots s.j.