Adrienne von Speyr
Een selectie uit de
overwegingen bij het Johannes-evangelie
Joh. 6,1-15 - De broodvermenigvuldiging
Tekst
Overwegingen
1-2. Daarna begaf Jezus zich naar de overkant van het meer van Galilea, bij Tiberias. Een grote menigte volgde Hem, omdat zij de tekenen zagen die Hij aan de zieken deed.
De grote
menigte volgt de Heer. Zij doet dit (nog) niet in het geloof,
(nog) niet in de liefde, maar in de nieuwsgierigheid en in de
zelfzuchtige verwachting van verdere tekenen.
De Heer maakt van de zwakheid van de nieuwsgierigheid gebruik om
er een weg naar het geloof uit te banen.
In haar nieuwsgierigheid begint de menigte een vaag vermoeden van
de genade van de Heer te krijgen. Zij is niet meer totaal met
zichzelf bezig. Zij is begonnen zich open te stellen in de
richting dat niet van haarzelf is.
3-4. Jezus ging de berg op en zette zich daar
met zijn leerlingen neer. Het was kort voor Pasen, het feest van de
Joden.
Tegenover
de menigte bevindt zich de Heer, die de berg bestijgt en zich
neerzet.
5. Toen Jezus zijn
ogen opsloeg en zag dat er een grote menigte naar Hem toekwam,
vroeg Hij aan Filippus: 'Hoe moeten wij brood kopen om deze
mensen te laten eten ?'
De
leerling moet deelhebben aan datgene wat nu gaat gebeuren, hij
moet van meet af aan de gehele weg van het wonder mee afleggen.
Voortaan zal de Heer hen, die dicht bij Hem staan, die Hij
uitverkiest, steeds een klein aandeel geven aan zijn daden,
evenals aan zijn lijden.
Hij trekt mensen in zijn mysteriën en in zijn intimiteit binnen,
opdat zij deze aan het volk zouden overdragen.
Ook wanneer Hij occasioneel aan één van de zijnen de macht
geeft om wonderen te verrichten, of hem aan zijn lijden laat
deelnemen, hem misschien zijn smarten schenkt of hem een druppel
laat proeven van zijn angst of van zijn Godverlatenheid aan het
kruis, dan gebeurt dit alleen om deze mens als een medium en een
middelaar tussen zichzelf en het volk te gebruiken.
Vervolg in voorbereiding...