Adrienne Von Speyr
Leven en zending
Kinderjaren, jeugd en studie
Adrienne wordt op 20 september 1902 in de Zwitserse Jura in La Chaux-de-Fonds geboren. Haar geboorte verloopt voor de moeder zeer pijnlijk; voor Adrienne een mogelijke reden voor de afwijzing die zij van haar moeder bijna tot haar dood krijgt. De door haar zeer vereerde vader stamt uit een oeroud Basels geslacht, is oogarts en sterft kort voor de aanvaarding van een hoogleraarschap in Basel.
Sinds haar jongste kinderjaren heeft zij een brandende wens arts te worden. Deze wens, er voor mensen te zijn, laat haar reeds op de lagere school voor armen werken. Met enkele andere meisjes sticht zijn een vereninging voor armen.
| Op
24 december 1908 haalt Adrienne in La Chaux-de-Fonds haar
zus van een kerstavond-schoolfeest op. Onderweg daar
naartoe ontmoet zij een kleine, armoedig geklede,
hinkende man. Op zijn voorstel om met haar mee te gaan
antwoordt ze kort doch beleefd: Nee, dank je, toch
een goede Kerst. Later komt ze niet van het gevoel
af dat ze ja had moeten zeggen. Lange tijd
nadien zal ze te weten komen dat het bij deze man om de
heilige Ignatius van Loyola ging. Met hem zou zich nog
een heel vertrouwde verhouding ontwikkelen. Op school is Adrienne een van de besten. Alleen bij de godsdienstles is er met de calvinistische dominees voortdurende twist. God is anders, spreekt ze hen dikwijls tegen. In november 1917 wordt Adrienne heel vroeg door een gouden licht gewekt, dat de hele wand boven haar bed vult. Als in een beeld ziet ze de Moeder Gods, omgeven door kleine en grote engelen en heiligen, onder wie ook de heilige Ignatius. Hoewel als op een beeld, bewegen de figuren zich toch. Adrienne blijft geknield aan de rand van haar bed, tot het tijd is om naar school te gaan. Haar hele latere zending zal ten diepste mariaal getekend zijn. |
![]() Ignatius van Loyola |
In de buurt van Bern houdt haar oom, prof. Wilhelm von Speyr, er een ziekenhuis op na. Tijdens de vakanties verblijft ze er regelmatig. Onbevreesd bezoekt ze de zieken en werkt zegenrijk onder hen.
|
Twee jaar lang loopt Adrienne school op het gymnasium, tot haar moeder er haar vandaan haalt. Het artsenberoep is toch niets voor vrouwen Ze stuurt haar dochter naar de hogere meisjesschool. Adrienne geeft haar plannen echter niet op. s Nachts leert ze in het geheim Grieks en andere vakken. Wanneer haar vader haar daarop betrapt, en haar kennis test, mag ze, deze keer ook van moeder, toch weer in het gymnasium starten. Ze wordt er door de jongens zij is nu het enige meisje in triomf ontvangen. Met haar meeslepend temperament, haar onoverwinnelijke humor en, wanneer het om ethische en religieuze aangelegenheden gaat, met haar precieze oordeel, wordt zij de leidster van de klas. |
Na de dood van haar vader neemt ze naast de school de hele verantwoordelijkheid van het huishouden op zich. Daarbij komt nog dat zij, naar de wens van haar moeder, naast het gymnasium ook nog lessen moet volgen op de handelsschool.
Rugpijnen beginnen haar in deze tijd voortdurend parten te spelen, waardoor zij veel moest liggen. Pas later ontdekt men dat zij aan Spondylitis Ankylosans (ziekte van Bechterew) lijdt. In 1918 krijgt ze te maken met een dubbele longtuberculose. De dokter geeft haar nog enkele maanden te leven. Maar, tegen alle verwachting in, geneest zij van haar tbc. Haar lichamelijke zwakheid dwingt haar echter haar studies op het gymnasium te stoppen. Tussendoor volgt ze wel een cursus tot verpleegster.
In 1921 kan zij de lessen op het gymnasium weer hervatten, waar ze na 1,5 jaar met succes haar eindexamen aflegt.
De voortdurende speldenprikken van haar moeder brengen haar op de rand van de twijfel zodat ze overweegt zich van de spoorbrug in de Rijn te storten. Maar dit doet ze uiteindelijk niet.
Buitenshuis heeft ze veel vriendschappen. In deze tijd in het bijzonder met Heinrich Barth, de broer van Karl Barth en latere filosofieprofessor.
Ondanks ontbrekende financiële steun en ondanks alle tegenstand van de kant van de moeder, die haar een loopbaan als bankmedewerkster toebedacht heeft, begint zij toch aan haar studie tot arts. Haar dagen zitten overvol: bijwonen colleges, geld verdienen, het huishouden, s nachts studeren
De huwelijken
In 1927 kan zij zich door een gift voor het eerst een vakantie veroorloven. In San Bernardino treft ze de weduwenaar geworden hoogleraar geschiedenis, prof. Emil Dürr, die meteen op haar verliefd wordt. Aan de druk van bekenden geeft ze uiteindelijk toe en trouwt hem uit medelijden. Hij brengt twee kinderen mee. Een jaar na het huwelijk doet ze met succes haar staatsexamen geneeskunde.
In de loop der jaren leert zij haar man liefhebben, zo dat zijn plotseling heengaan (hij valt uit een rijdende tram 1934) haar vreselijk raakt. Weer staat ze dicht bij zelfmoord. Prof. Merke helpt haar door deze zware tijd heen. In 1936 trouwt zij een leerling van Dürr, Werner Kaegi, de latere hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit Basel.
De bekering
In het jaar 1940 komt de jesuïet Hans Urs von Balthasar als studentenpastor naar Basel. Een gemeenschappelijke vriend brengt de ontmoeting van Adrienne met hem tot stand. Op het terras boven de Rijn spreken zij over de katholieke dichters Claudel en Peguy, die von Balthasar juist in het Duits vertaalde. Daarbij uit ze de wens katholiek te willen worden. In een daaropvolgend gesprek is het alsof er sluizen geopend worden. Alles wat haar onderwezen wordt, schijnt zij reeds geweten te hebben, zo dat ze het nu slechts hoeft te beamen. Op 1 november, met Allerheiligen, wordt ze gedoopt. Prof. Albert Beguin, die later haar vormsel-peetvader wordt, helpt haar in de eerste tijd, als de door de bekering geschokte familie zich aanvankelijk van haar afkeert. In de volgende jaren ontwikkelen zich vriendschappen met Romano Guardini, Hugo Rahner, Henri de Lubac, Annette Kolb, Reinhold Schneider, Gabriël Marcel. Geleidelijk wint ze ook weer de genegenheid van haar familie, in het bijzonder ook die van haar moeder, die zij steeds vaker bezoekt.
Dokterspraktijk
Haar dokterspraktijk die zij in 1931 in de buurt van de middelste brug over de Rijn geopend had, was spoedig overbezet. Tot in het midden van de jaren vijftig, toen ziekte haar dwong tot het inkrimpen en spoedig daarna tot het volledig stopzetten van haar praktijk, was deze het grote terrein van haar werk naar buiten toe, zowel medisch als pastoraal. Zestig tot tachtig patiënten ontving zij op één dag, en toch kreeg ieder haar volle aandacht. Steeds werd de hele menselijke situatie onder de loupe genomen: de familierelaties, de morele levenshouding, het religieuze element waar dit aanwezig was. Huwelijksbanden werden hersteld, abortussen voorkomen (rond de duizend, zei Adrienne eens). Voor ongehuwde moeders en hun kinderen werd gezorgd en de armen die de meerderheid vormden werden gratis behandeld. Geen enkel consultatieuur viel weg, ook niet wanneer zware pijnen haar erg tot last waren.
De mystica
Meteen na haar bekering wordt ze overweldigd door een storm van mystieke ervaringen. Zo ziet zij bijvoorbeeld op een terugrit van haar praktijk in de auto een helder licht voor zich, stopt en hoort een stem Tu vivras au ciel et sur la terre. Ze krijgt veel verschijningen van de Moeder Gods, van Ignatius en talloze andere heiligen en engelen. Met hen allen beleeft zij een heel natuurlijke en vertrouwelijke omgang. Met hen gaat ze ook zeer diepe gebedservaringen door, krijgt ze inzichten in het gebeuren van Goede Vrijdag en in het bijzonder ook van Stille Zaterdag.
Ondertussen neemt haar lichamelijk lijden toe: ernstige hartklachten, een zware vorm van Diabetes Mellitus, een levensbedreigende kankeraandoening. Dit alles draagt zij geheimvol in Christus, deelnemend aan zijn lijden, getekend met de wondtekenen.
Uiterlijke charismas, zoals plotselinge genezingen van ziekten, welke snel door Basel rondverteld worden, gebeuren als bijkomstig.
De nachten zijn vol van visioenen, gebed en lijden. Vaak slaapt ze pas in de morgenuren uitgeput in, vervult het huishoudelijk werk tegen de middag, houdt spreekuren in de namiddag tot tegen de avond. Daarbij heeft ze de gave de toestand van de zielen van de mensen te kennen en overeenkomstig te kunnen helpen. Ook schijnt de tijd stil te staan. Hoewel ze objectief slechts weinig minuten tijd voor elke patiënt heeft, heeft ieder het gevoel dat zij uren met haar gesproken hebben en dat alles gezegd is wat er te zeggen was. Doodvermoeid komt ze thuis. Handig verstaat ze het haar toestand voor alle vrienden, zelfs voor haar man, te verbergen. Ook de wondtekenen aan haan handen houdt ze verborgen.
Haar karakter
| Adrienne is van een aanstekelijke vrolijkheid, opgewekt, geestig, altijd in de stemming voor grapjes. Dit alles als uitdrukking van haar vreugde voor Gods bestaan, over het zo wonderbare avontuur leven. Van de andere kant is ze doordrongen van een diepe ernst. Ze is buitengewoon moedig, heeft nooit mensenschuwheid getoond, altijd bereid steeds meer lijden op zich te nemen. Ze beleeft een absolute gehoorzaamheid tegenover God en haar geestelijk leider. Ze blijft haar leven lang kind, in de zin dat ze steeds die kinderlijke openheid jegens God behoudt. Tegelijk is ze een rijpe moederlijke vrouw, die een mannelijke gestrengheid aan de dag kan leggen wanneer het er om gaat haar opdracht in gehoorzaamheid aan God te vervullen. | ![]() |
Haar zending
Haar zending bestaat er volgens Hans Urs von Balthasar niet in, nieuwe zijkapellen in de Kerk op te richten. Haar zending doelt op het hart van de Kerk, op het gebeuren van Christus lijden, van Goede Vrijdag en in het bijzonder van Stille Zaterdag.
Verder is het een dubbele zending: zij en Hans Urs von Balthasar krijgen van God door de heilige Ignatius de opdracht, een lekengemeenschap te stichten, in een tijd dat er in de kerk nog geen juridische basis voor zulke gemeenschappen is. Zij stichten de Johannesgemeenschap, een gemeenschap van aanvankelijk alleen vrouwen, die naar de evangelische raden leven, maar niet achter kloostermuren, maar midden in het leven. Als het duidelijk wordt dat deze gemeenschap zich niet in de Jezuïetenorde kan invoegen, treedt Von Balthasar zelfs uit de orde uit, op bevel van zijn stichter, de heilige Ignatius.
Adriennes grondhouding is volledig te vinden in het mariale ja-woord: volkomen overgave aan God en aan haar opdracht voor de Kerk.
Haar mystiek is, zoals elke echte mystiek, dienst aan de Kerk. Ze moet de openbaring opnieuw verlevendigen, haar nieuwe glans geven, geloofsinhouden uit nieuwe perspectieven belichten. Centrum van haar mystiek is de absolute gehoorzaamheid, zoals Christus die op onovertroffen wijze beoefend heeft, tot de dood, ja tot de dood aan het kruis (Phil.2,8). In steeds zwaardere, door God verlangde boete-oefeningen wordt zij in deze gehoorzaamheid binnengevoerd. Vanuit deze gehoorzaamheidshouding ontvangt zij de diepste inzichten in de gehoorzaamheid van Christus. Sinds 1941 heeft zij jaar na jaar aandeel aan het lijden van Christus. In aansluiting op de beleefde Passie, die steeds op Goede Vrijdag tegen drie uur eindigt, begint voor haar de afdaling ter helle. In steeds nieuwe variaties beleeft zij het geheim van Stille Zaterdag, de laatste daad van gehoorzaamheid van Christus; zijn afdaling naar daar waar God niet is, waar Hij met de zonden geconfronteerd wordt, waarom Hij het verlossingswerk begonnen is. In haar nagelaten werk Kruis en Hel schildert zij deze ervaring neer.
Ook wat betreft het gebed, ontvangt zij heel diepe inzichten; inzichten die zijn opgetekend in twee van haar werken: De wereld van het gebed en Gebedservaringen. De binnen-goddelijke dialoog tussen Vader, Zoon en heilige Geest is voor haar de oer-vorm van het gebed. Aan deze dialoog heeft elk gebed op aarde deel. Haar opdracht dient ook tot vernieuwing van het persoonlijk gebed in de Kerk. Zij ontvangt daarom inzichten in de gebedshouding van talloze heiligen en kan hun persoonlijke gebedsvormen precies beschrijven, wat je vindt in het Allerheiligenboek.
Adriennes mystiek is een unieke verschijning in de kerkelijke traditie van de mystiek. Het gaat hier om een geloofservaring die in harmonie en overeenstemming is met de geloofservaring in het Oude en Nieuwe Testament, zoals haar talrijke bijbelcommentaren tonen, waar haar overwegingen bij het Johannesevangelie een bijzondere plaats verdienen.
Enkele voorbeelden van haar mystieke ervaringen
Tijdens een verblijf aan de Neuenburger See in 1945 beleeft zij de Apocalyps. Ze hoort de tekst zoals die staat opgeschreven in de Schrift. Angst en vrees vervullen haar, want ze heeft nog nooit de Apocalyps gelezen. Aanvankelijk weet ze dan ook niet waarover het gaat, en is verbaasd te horen dat het om de Openbaring van Johannes gaat. Ze ziet en hoort de visioenen zoals Johannes die beleefd heeft, en het wordt haar gegeven de tekst helemaal uit te leggen. Dit is opgetekend in het boek De Apocalyps.
Dagelijks woont Adrienne de Eucharistie bij. In latere jaren, uitgeput door ziekte en doorleden nachten, doet ze dit vanaf haar bed. Daarbij is zij desondanks als lichamelijk in de kerk aanwezig.
Ze ziet hoe engelen de priester gedurende de hele Mis omgeven, hoe de Heer en Maria aanwezig zijn, en hoe gedurende elke consecratie de hemel zich opent en alle heiligen het altaar als een tot in de hemel rijkende wijnstok omgeven.
Maria zegt haar ook dat zij bij elke protestantse kerkdienst aanwezig is. In een visioen over het Protestantisme laat de Moeder Gods weten dat door het niet erkennen van haar aanwezigheid ook Christus levenloos en abstract wordt.
Wanneer de communie wordt uitgedeeld ziet Adrienne Maria naast de priester staan. Dan ziet zij de priester niet meer, enkel nog Christus, en hoe Hij in elke communicerende binnengaat. Adrienne ziet ook hoe Maria in ieder die de communie ontvangt, eveneens de Heer ontvangt.
Wanneer zij een keer alleen is in een kerk, ziet zij bij een toevallige blik naar de koepel een volheid van engelen en heiligen; in het midden Christus. Het is een kolossale aanbidding van de hemel. Het is als keerden allen terug van hun daden tot de oorsprong van hun daden. Adrienne begrijpt in dit visioen dat de goede werken zo noodzakelijk zijn als het gebed. Evenals het gebed zijn de werken pure genade. Christus doet ze door ons heen, maar Hij heeft ons daarvoor nodig. De genaden die Hij ons schenkt, zijn er voor deze werken, om Hem door de werken nader tot de mensen te brengen. Door dit visioen heeft Adrienne het gevoel absoluut tot de hemel te behoren. Het is als was er slechts een kleine verandering van gezichtshoek nodig om in de hemel te zijn. En zij weet: wie op aarde in genade leeft, leeft eigenlijk in de hemel, maar weet het alleen nog niet. Het is als een dunne sluier die ons van de hemel scheidt.
Overgang
Adrienne heeft zich altijd heftig verzet tegen het woord van Rilke: 'Heer, geef ieder zijn eigen dood'. "Als christenen", zo zei ze, "moeten we niet onze dood sterven, maar de dood die ons door de Heer en door zijn Kerk gegeven is..."
Adrienne sterft op 17 september 1967 op 65-jarige leeftijd.
Iets over Hans Urs von Balthasar
![]() |
Hij was de geestelijke leider van Adrienne. Hij is een van de grootste theologen van de 20e eeuw, daarbij een muzikaal genie. Zijn werk bevat 85 zelfstandige banden, meer dan 500 opstellen en bijdragen aan andere werken en tegen de 100 vertalingen. Daarbij komen de 60 banden van Adrienne von Speyr, wier diktaten uit haar visioenen hij mede gestenografeerd en later uitgewerkt heeft. Kort voor zijn dood wordt hij door paus Johannes Paulus II tot kardinaal verheven. Hij sterft op 26.06.1988 bij de voorbereiding van de Mis, twee dagen voor de uitreiking van de kardinaalstekenen. |
Tot slot
Van buitenaf gezien stond Adrienne als praktiserend arts, als echtgenote van een hoogleraar in de geschiedenis aan de Universiteit Basel met alle daarbij horende maatschappelijke verplichtingen, als opvoedster van twee kinderen, midden in het leven. Haar liefdevolle wezen, haar hulpvaardigheid, haar humor, haar charme, haar zin voor werkelijkheid, haar uitgesproken rechtvaardigheidsgevoel, was voor allen zichtbaar. Van binnenuit bekeken leefde zij een leven van volledige overgave aan God, nauwelijks waarneembaar voor de buitenwereld, zelfs niet voor de naaste familieleden. Voor haar vormden het leven in de wereld en het leven in God één harmonieuze eenheid.
Adrienne von Speyr de grote en toch nauwelijks bekende mystica uit Basel. Zelfs in de Rooms-Katholieke Kerk is zij tot op heden weinig bekend. Haar leven dat bestond uit een unieke overgave aan God, een unieke dienst aan de Kerk en aan mensen, moet schijnbaar nog ontdekt worden. Het is alsof de tijd nog niet rijp schijnt te zijn voor deze buitengewone betekenis voor Kerk en mens.
Een kleine selectie uit haar werken:
De Benedictinessen van Bonheiden hebben
prachtig werk gedaan door de werken van Adrienne (zowel deze van
haar eigen hand als deze die zijn samengesteld door Von
Balthasar) in het nederlands te vertalen. Deze vertalingen zijn
verschenen in de reeks Een godswoord voor onze tijd
en zijn rechtstreeks te verkrijgen bij Abdij Bethlehem in
Bonheiden of in de boekhandel via Uitgeverij Tabor te Brugge.
Voor Nederland: Uitgeverij-boekhandel Berne te Heeswijk.
Jammer genoeg liggen de vertalingen momenteel stil. Laat ons
hopen dat deze draad weer wordt opgenomen (hetzij door de
zusters, hetzij door anderen). We zouden Adrienne, en bijzonder
ook de Kerk, er een grote dienst mee bewijzen.
Vertaald zijn reeds: Dienstmaagd van de Heer, Drie vrouwen en de Heer, Fragmenten uit mijn leven, De wereld van het gebed, Overwegingen bij het Johannesevangelie (4 banden), Het gelaat van de Vader, Kruiswoord en sacrament, De biecht,
Meer over Adrienne Von Speyr
° Doctor, Convert, and Mystic: The Life
and Work of Adrienne von Speyr: Klik hier.
Naar startpagina Adrienne Von Speyr