Bijbelcitaten - 2004
1-1 / Deut.5,33
Bewandel van het begin tot het eind de weg die God de Heer u
heeft voorgeschreven. Dan zult gij leven.
2-1 / Rom.12,2
Stem uw gedrag niet af op deze wereld. Word andere mensen, met
een nieuwe visie. Dan zult ge in staat zijn uit te maken wat God
van u wil, wat goed is, wat zéér goed is en volmaakt.
3-1 / Ps.23,3b
God de Heer leidt mij in sporen van waarheid, getrouw aan zijn
naam.
4-1 / Mt.2,11a
De drie wijzen gingen binnen, zagen het Kind met zijn moeder
Maria en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde.
5-1 / Hebr.13,15-16
Door Jezus willen wij God voortdurend een lofoffer brengen, de
hulde namelijk van lippen die zijn naam prijzen. Vergeet ook
nooit elkaar goed te doen en te helpen, want dat zijn de offers
die God behagen.
6-1 / Spreuk.3,13-14
Gelukkig de mens die wijsheid vindt, de mens die inzicht
verkrijgt, want men kan beter inzicht verwerven dan zilver, beter
wijsheid winnen dan goud.
7-1 / Mt.13,44
Jezus zei: Het rijk der hemelen
gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem
vond verborg hij hem weer, en in zijn blijdschap ging hij allen
te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker.
8-1 / Jezus Sirach 10,23
Als leem, dat de pottenbakker in zijn hand heeft om het te
boetseren naar zijn welbehagen; zo zijn de mensen in de hand van
hun Maker, die aan ieder geeft naar zijn beslissing.
9-1 / Ps.23,4
Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik
niet vrezen. Want Gij gaat naast mij.
12-1 / Joh.14,23
Jezus zei: Als iemand mij liefheeft,
zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en
Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.
13-1 / Jak.1,23-25
Wie het woord hoort maar niet volbrengt, lijkt op iemand die het
gelaat waarmee hij geboren is in een spiegel bekijkt; nauwelijks
heeft hij zichzelf bekeken, of hij gaat heen en is vergeten hoe
hij eruit zag. Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, de wet
van de vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtig
toehoorder, maar als een uitvoerder metterdaad, die zal zalig
zijn door zijn doen.
14-1 / Jes.55,10-11
Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel neerdalen en daarheen
pas terugkeren wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben
bevrucht en met planten bedekt, wanneer zij zaad hebben gegeven
aan de zaaier, en brood aan de eter; zo zal het ook gaan met mijn
woord dat voortkomt uit mijn mond; het keert niet vruchteloos
naar Mij terug, maar pas wanneer het heeft gedaan wat mij
behaagt, en alles heeft volvoerd waartoe Ik het gezonden heb.
15-1 / Joh.8,31b-32
Jezus zei: Indien gij trouw blijft
aan mijn woord, zijt gij waarlijk mijn leerlingen. Dan zult ge de
waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.
16-1 / Hebr.11,8
Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven aan de roepstem van
God en ging hij op weg naar een land dat bestemd was voor hem en
zijn erfgenamen. Hij vertrok zonder te weten waarheen.
17-1 / Apoc.3,20
Jezus zegt: "Ik sta voor de deur en Ik
klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem
binnenkomen en maaltijd met hem houden, en hij met Mij.
18-1 / Joh.2,5
Toen op het bruiloftsfeest te Kana de wijn op was, zei Maria tot
de bedienden: Doe maar wat Jezus u zeggen zal.
19-1 / Ps.19,9
Wat God de Heer voorschrijft is goed, een vreugde voor het hart.
Wat Hij verordent is helder, een licht voor de ogen.
20-1 / Joh.8,12
Jezus zei: Ik ben het licht van de wereld. Wie mij volgt
dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van het
leven bezitten.
21-1 / Ef.5,8-9
Eens waart gij in duisternis, nu zijt gij licht door uw
gemeenschap met de Heer. Leef dan ook als kinderen van het licht.
En de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid,
gerechtigheid en waarheid.
22-1 / Jes.61,4
Zoals de aarde groen voortbrengt en een tuin het opgenomen zaad
ontkiemen doet, zo laat God de Heer uw heil ontkiemen, uw luister
voor het oog van alle volken.
23-1 / Lc.13,19
Jezus zei: Het Rijk Gods gelijkt op
een mosterdzaadje dat iemand in zijn tuin zaaide; het groeide en
werd een grote boom en de vogels uit de lucht nestelden in zijn
takken.
24-1 / Ps.119,162
Heer, ik prijs mij gelukkig om uw belofte; ik ben gelukkiger dan
de mens die een rijke buit in de schoot krijgt geworpen.
25-1 / Lc.4,17-19,21
Ze reikten Jezus de boekrol aan van de profeet Jesaja. Hij opende
de rol en vond de plaats waar geschreven stond: De geest
des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij
heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, aan blinden dat
zij zullen zien, om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een
genadejaar af te kondigen van de Heer.
Toen
begon Hij hen toe te spreken: Het schriftwoord dat gij
zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.
26-1 / Rom.13,14a
Bekleed u met de Heer Jezus Christus.
27-1 / Jes.61,10
Ik verheug mij uitbundig om Jahwe, ik jubel en juich om mijn God,
want Hij heeft mij bekleed met gewaden van redding, mij gehuld in
een mantel van heil, zoals de bruidegom een kroon opzet en de
bruid zich met haar opschik tooit.
28-1 / Gen.1,27
God sprak: Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op
Ons gelijkend.
29-1 / Ef.4,24
Bekleed u met de nieuwe mens die naar Gods beeld is geschapen in
ware gerechtigheid en heiligheid.
30-1 / Mat.5,48
Jezus zei: Wees volmaakt zoals uw
Vader in de hemel volmaakt is.
31-1 / Ps.84,6
Gelukkig de mensen die sterk zijn in God, met de pelgrimsweg in
het hart.
1-02 / Lc.4,29-30
Ze sprongen overeind, joegen Jezus de stad uit en dreven hem
voort tot aan de steile rand van de berg waarop hun stad gebouwd
was, om Hem daar in de afgrond te storten. Maar Hij ging midden
tussen hen door en vertrok.
2-02 / Opdracht van de Heer in de tempel /
Lc.2,34b-35a
Simeon sprak tot Maria: Zie, dit Kind is bestemd tot val of
opstanding van velen in Israël, tot een teken dat weersproken
wordt, opdat de gezindheid van vele harten openbaar moge worden.
3-02 / Jer.14,20
Heer, wij erkennen onze misdaden en de schuld van onze
voorvaderen. Wij hebben inderdaad tegen U gezondigd.
4.02 / Mt.9,13b
Jezus zei: Ik ben niet gekomen om
rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.
5.02 / Hand.10,34-35
Petrus nam het woord en sprak: Nu besef ik pas goed dat er
bij God geen aanzien des persoons bestaat, maar dat uit welk volk
ook ieder die godvrezend is en het goede doet, Hem welgevallig is.
6.02 / Tobit 12,6
Loof God en dank Hem, eer Hem en laat alles wat leeft jullie
dankbaarheid horen voor hetgeen Hij voor jullie gedaan heeft. Het
is goed om God te loven en zijn naam te verheerlijken door vol
ontzag melding te maken van zijn werken. Aarzel niet Hem jullie
erkentelijkheid te betuigen.
7.02 / Ps.5,12a
Heer God, iedereen die bij U schuilt vindt vreugde en mag zingen
zonder ophouden.
8.02 / Lc.5,10b
Na de uitdrukkelijke grote visvangst zei Jezus tot Simon: Wees
niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.
9.02 / Hand.1,8
Jezus zei: Gij zult kracht ontvangen
van de heilige Geest die over u komt om mijn getuigen te zijn in
Jeruzalem, in geheel Jedea en Samaria tot aan het uiteinde der
aarde.
10.02 / Ps.73,28
Mijn rijkdom is de nabijheid van God; tot Hem heb ik mijn
toevlucht genomen. Van al zijn werken zal ik getuigen.
11.02 / Joh.15,22
Jezus zei: Was Ik niet gekomen en had
Ik niet tot hen gesproken, zij zouden geen schuld hebben. Nu
echter hebben zij voor hun zonde geen verontschuldiging.
12.02 / Job 36,3
Ik haal mijn wijsheid van ver, namens mijn Maker verkondig ik u
de waarheid.
13.02 / Kol.4,6
Laat uw spreken steeds innemend zijn, met een vleugje zout erbij,
zodat gij iedereen het juiste antwoord weet te geven.
14.02 / Jez.Sir.51,29
Verheug jullie in de barmhartigheid van de Heer en schaam je niet
Hem te loven.
15.02 / Lc.6,22-23a
Jezus zei: Zalig zijt gij wanneer de
mensen u haten, wanneer men u buitensluit en beschimpt, wanneer
men uw naam door het slijk haalt omwille van de Mensenzoon; dans
die dag van blijdschap, want groot zal uw loon zijn in de hemel.
16.02 / Gal.5,19-21a
De uitingen van de zelfzucht zijn bekend: ontucht, onreinheid,
losbandigheid, afgodendienst, tovenarij, vijandschap, twist,
afgunst, uitbarstingen van woede, intriges, ruzies,
partijschappen, jaloersheden, drinkgelagen, orgieën en
dergelijke.
17.02 / Gal.5,22
De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld,
vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid.
18.02 / Gal.5,24
Zij die Christus Jezus toebehoren hebben het vlees gekruisigd met
zijn hartstochten en begeerten.
19.02 / Spr. 4,23
Behoed je hart meer dan alles wat je moet behoeden, want daar
ontspringt de bron van het leven.
20.02 / Joh.12,46
Jezus zei: Als
een licht ben Ik in de wereld gekomen, opdat al wie in Mij
gelooft niet in de duisternis blijft.
21.02 / Ps.147, 10,4
Wat God begeert is geen kracht van paarden en stoere mannen zijn
hem niets waard. Hij hecht er slechts aan dat men Hem eerbiedigt
en op zijn genade vertrouwt.
22.02 / Lc.6,27-28
Jezus zei: Tot u die naar Mij
luistert zeg Ik: Bemin uw vijanden, doe wel aan die u haten,
zegen hen die u vervloeken en bid voor hen die u mishandelen.
23.02 / 1 Sam.2,9b
De mens is niet door zijn eigen kracht sterk.
24.02 / Gal.2,20
Ikzelf leef niet meer; Christus is het die leeft in mij.
25.02 / Aswoensdag / Mt.7,16-18
Jezus zei: Als gij vast, zet dan geen
somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun
gezicht om aan de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn.
Voorwaar Ik zeg u: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij
vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht, om niet aan de mensen
te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader die in het
verborgene is, en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u
vergelden.
26.02 / Joël 2,13
Scheur uw hart en niet uw kleren, keer terug tot Jahwe, uw God,
want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde.
27.02 / 2 kor.6,1
Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorg dat ge Gods genade
niet tevergeefs ontvangt.
28.02 / Ps.51,9
God, sprenkel mij met hysop dat ik rein word, was mij dat ik
witter word dan sneeuw.
29.02 / Lc.4,4
Jezus gaf de duivel ten antwoord:
De mens leeft niet van brood alleen.
1-3 / Ezech.18,23
Zou Ik soms behagen scheppen in de dood van de zondaar, zo luidt
de godsspraak van de Heer, uw God, en niet veel liever zien dat
hij zijn leven betert en in leven blijft ?
2-3 / Rom.12,1
Ik smeek u bij Gods erbarming: wijd uzelf aan Hem toe als een
levende, heilige offergave, die Hij kan aanvaarden. Dat is de
geestelijke eredienst die bij u past.
3-3 / Mt.9,13a
Jezus zei: Ga heen en leer wat het zeggen wil: Ik wil
liever barmhartigheid dan offers.
4-3 / Jes.55,6-7
Zoek de Heer nu Hij te vinden is; roep Hem aan nu Hij nabij is.
Laat de boosdoeners ophouden, laat de zondaars van gedachte
veranderen en terugkeren naar de Heer. Onze God zal zich over hen
ontfermen: zijn vergevingsgezindheid is groot.
5-3 / Ps.84,12
De Heer is een zon, de Heer is een schild, Hij is liefde en
luister; geen enkel goed zal Hij onthouden aan degenen die
eerlijk zijn wegen gaan.
6-3 / 1 Joh.4,16b
God is liefde; wie in de liefde woont, woont in God, en God is
met hem.
7-3 / Lc.9,35
Uit de wolk klonk een stem die sprak: Dit
is mijn Zoon, de Uitverkorene, luister naar Hem.
8-3 / Ps.43,3
God, zend mij uw licht en uw trouw, zij zullen mij leiden,
meevoeren naar uw heilige berg, naar de tent waar Gij woont.
9-3 / Jes.50,4b
De Heer wekt mij met een woord in de morgen. Hij wekt mijn oor om
als een leerling te luisteren.
10-3 / Joh.10,27
Jezus zei: Mijn schapen luisteren
naar mijn stem; Ik ken ze en ze volgen Mij.
11-3 / 1 Joh.2,9
Wie zegt in het licht te wonen maar zijn broeder haat, die woont
nog steeds in duisternis.
12-3 / Ef.5,14b
Ontwaak, slaper, sta op uit de dood en Christus licht zal
over u stralen.
13-3 / Ps.18,31
Het woord van de Heer is puur goud; het is een schild voor wie
zijn heil bij Hem zoekt.
14-3 / Lc.13,8b-9a
Heer, laat die boom dit jaar nog staan; dan zal ik eerst de
grond er omheen omspitten en bemesten; misschien draagt hij
volgend jaar vrucht.'
15-3 / Gal.5,13
Gij zijt geroepen tot vrijheid. Misbruik de vrijheid niet als
voorwendsel voor de zelfzucht. Integendeel, dien elkaar door de
liefde.
16-3 / Wijsh.7,24
De wijsheid is beweeglijker dan alle beweging; zij doordringt en
doortrekt alles door de kracht van haar zuiverheid.
17-3 / Joh.14,6a
Jezus zei: Ik ben de weg, de waarheid
en het leven.
18-3 / Jez.Sir.27,9b
De waarheid keert steeds terug naar wie haar beoefenen.
19-3 / heilige Jozef / Mt.1,20-21,24
In een droom van Jozef verscheen een engel van de Heer die tot
hem sprak: Jozef, zoon van David, wees
niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar
schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld
brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden
uit hun zonden.
Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem
bevolen had en nam zijn vrouw tot zich.
20-3 / 2 Kor.5,19a
God was het die in Christus de wereld met zich verzoende.
21-3 / Lc.15,23-24a
De vader gelastte zijn knechten: Haal het gemeste kalf en
slacht het; laten we eten en feest vieren, want deze zoon van mij
was dood en is weer levend geworden; hij was verloren en is
teruggevonden.
22-3 / 2 Kronieken 30,9b
Jahwe, uw God, is genadig en barmhartig; Hij zal zijn aanschijn
niet van u afwenden als gij u tot Hem bekeert.
23-3 / Hebr.4,16
Laten wij vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om
barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp krijgen op de
juiste tijd.
24-3 / Ps.86,5
Gij , Heer, zijt goed en schenkt vergeving. Gij zijt vol liefde
voor ieder die U aanroept.
25-3 / Lc.6,36
Jezus zei: Wees
barmhartig zoals uw Vader barmhartig is.
26-3 / 2 Sam.24,14b
David zei: Wij kunnen beter in de
handen van de Heer vallen, want zijn barmharigheid is groot, dan
in de handen van mensen.
27-3 / Fil.3,8-9a
Ik beschouw alles als verlies, want mijn Heer Jezus Christus
kennen gaat alles te boven. Om Christus heb ik alles prijsgegeven
en houd ik alles voor afval als het erom gaat Hem te winnen en
één te zijn met Hem.
28-3 / Joh.8,7b,9-11
Jezus richtte zich op en zei tot hen: Laat
degene onder u die zonder zonden is het eerst een steen op haar
werpen. Toen zij dit hoorden dropen
zij een voor een af, de oudsten het eerst, totdat Jezus alleen
achterbleef met de vrouw die daar was blijven staan.
Jezus sprak tot haar: Vrouw, waar zijn
ze gebleven ? Heeft iemand u veroordeeld ?
Zij antwoordde: Niemand Heer. Toen
zei Jezus: Ook Ik veroordeel u niet;
ga heen en zondig van nu af niet meer.
29-3 / Spr.20,22
Zeg toch niet: Ik zal het kwaad vergelden. Vertrouw
op de Heer en Hij zal u bevrijden.
30-3 / Kol.3,19
Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet ruw tegen haar.
31-3 / Tim.3,11
Ook de vrouwen moeten eerzaam zijn, geen kwaadspreeksters, matig
en in ieder opzicht betrouwbaar.
1-04 / Spreuken 15,12b
Een blij hart maakt het aangezicht vrolijk.
2-04 / Jes.5,20
Wee hen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die van het
duister licht maken en van het licht duisternis, van bitter zoet
en van zoet bitter.
3-04 / 3Joh.11
Dierbare vriend, volg niet het kwade, wel het goede. Wie goed
doet is uit God, wie kwaad doet heeft God niet gezien.
4-04 / Palmzondag / Lc.19,42a
Toen Jezus Jeruzalem naderde, liet Hij zijn blik over de stad
gaan en weende over haar, terwijl Hij zei: Mocht ook gij op
deze dag inzien wat u tot vrede strekt !
5-04 / Jez.Sir.4,28
Tot de dood toe moet ge voor de waarheid vechten; dan zal God de
Heer voor u strijden.
6-04 / Lc.9,23-24
Jezus sprak: Wie
mijn volgeling wil zijn moet Mij volgen door zichzelf te
verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen. Want wie
zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven
verliest, om Mijnentwil, die zal het redden.
7-04 / Spr. 24,1-2
Benijd de boosdoeners niet en verlang niet naar hun gezelschap,
want hun hart overweegt geweld en hun lippen spreken onheil.
8-04 / Witte Donderdag / Joh.13,8b
Jezus sprak tot Petrus: Als ge u niet
door Mij laat wassen, kunt ge mijn deelgenoot niet zijn.
9-04 / Goede Vrijdag / Joh.19,30
Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij: Het
is volbracht. Daarop boog Hij het
hoofd en gaf de geest.
10-04 / Stille Zaterdag / Ps.37,7a
Wees stil voor de Heer; kijk naar Hem uit.
11-04 / Pasen / Joh.20,16-18
Jezus zei tot Maria Magdalena: Maria !
Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws Raboeni
!, wat leraar betekent.
Toen sprak Jezus: Houd Mij niet vast,
want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar
mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar mijn Vader en uw
Vader, naar mijn God en uw God.
Maria Magdalena ging aan de leerlingen berichten dat zij de Heer
gezien had en wat Hij haar gezegd had.
12-04 / Joh.20,19b-20
Jezus ging in hun midden staan en zei: Vrede
zij u. Na dit gezegd te hebben toonde
Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld
van vreugde toen zij de Heer zagen.
13-04 / Joh.20,21-22
Nogmaals zei Jezus tot zijn leerlingen: Vrede
zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.
Na deze woorden blies Hij over hen en zei: Ontvang de
heilige Geest.
14-04 / 1 Petr.1,3
Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons
in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven
van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood.
15-04 / 2 Kor.4,14a
Wij weten dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt,
ook ons met Jezus ten leven zal wekken, om ons tot zich te
voeren.
16-04 / Rom.6,13b
Bied uzelf aan God aan als mensen die uit de dood ten leven zijt
opgestaan.
17-04 / 1 Kor.6,14
God heeft niet alleen de Heer opgewekt uit de dood, Hij zal ook
ons laten opstaan door zijn kracht.
18-04 / Joh.20,19
Jezus zei tot Thomas: Omdat ge mij
gezien hebt, gelooft ge ? Zalig die niet gezien en toch geloofd
hebben.
19-04 / Apocalyps 21,23
De stad heeft het licht van zon en maan niet nodig, want de
heerlijkheid van God verlicht haar, en haar lamp is het Lam.
20-04 / Jes.2,5
Kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer.
21-04 / Mc.10,49
Jezus bleef staan en zei: Roep hem.
Ze riepen de blinde toe: Houd moed,
sta op, Hij roept u.
22-04 / Spr. 17,22
Een blij hart bevordert de genezing.
23-04 / Ps27,4
Ik heb één verzoek aan de Heer, ik ken slechts één verlangen:
wonen in zijn huis, al de dagen van mijn leven. Daar wil ik
genieten van zijn pracht, met vreugde zijn heiligheid in mij
opnemen.
24-04 / Rom.12,12
Laat de hoop u blij maken, houd stand in de verdrukking, volhard
in het gebed.
25-04 / Joh.21,18
Jezus sprak tot Petrus:
Waarachtig Ik verzeker u: als jongeman deed je zelf je
gordel om en je ging de weg die je zelf wilde; als je oud bent
zul je je armen uitstrekken en je gordel laten omdoen, en je zult
een weg gaan die je zelf niet wilt.
26-04 / Neh.9,5
Kom, prijs de Heer uw God, tot in eeuwigheid. Laat zijn
glorierijke naam, die alle lof en roem te boven gaat, geprezen
zijn.
27-04 / Joh.5,24
Jezus zei: Wie naar mijn woord
luistert, wie Hem gelooft die Mij gezonden heeft, bezit eeuwig
leven. Voor hem is er geen oordeel meer; hij is al overgegaan van
de dood naar het leven.
28-04 / Kol.3,16a
Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen.
29-04 / Hebr.4,12
Het woord van God is levend en krachtig. Het is scherper dan een
tweesnijdend zwaard en dringt door tot het raakpunt van ziel en
geest, van merg en beenderen. Het ontleedt de bedoelingen en
gedachten van het hart.
30-04 / Jak.1,21
Verwijder elke smet, elk restant van slechtheid, en neem met
zachtmoedigheid het woord van God aan, dat in u werd geplant en
de kracht bezit uw zielen te redden.
1-5 /
Jak.1,22
Wees uitvoerders van het woord en niet alleen toehoorders; dan
zou je jezelf bedriegen.
2-5 /
Joh.10,27
Jezus zei:
"Mijn schapen luisteren naar mijn
stem; Ik ken ze en ze volgen Mij."
3-5 /
Jes.40,11
Als een herder zal God de Heer zijn kudde weiden; in zijn armen
brengt Hij de lammeren samen en draagt ze aan zijn borst terwijl
Hij de ooien voortleidt.
4-5 /
Lc.5,27b-28
Bij het tolhuis richtte Jezus zijn blik op een tollenaar die daar
zat, een zekere Levi. Hij zei tot hem: "Volg
mij." De man stond op, liet alles
achter en volgde hem.
5-5 /
Jak.5,12b
Uw ja zij ja en uw nee zij nee.
6-5 /
Mich.6,8
God de Heer heeft u gezegd wat goed is, mens, en wat Hij van u
verlangt. Hij wil niets anders dan dat gij u houdt aan het recht,
dat gij de trouw eerbiedigt en u tegenover uw God ootmoedig
gedraagt.
7-5 /
Jez.Sir.10,23
Het is niet rechtvaardig een vrome bedelaar zonder respect te
benaderen en het is onbehoorlijk een zondaar te verheerlijken.
8-5 / 1
Joh.4,19
Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad.
9-5 /
Joh.13,35
Jezus zei :
"Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet
elkaar liefhebben. Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij
elkaar liefhebben. Hieraan zullen allen kunnen opmaken dat gij
mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar
bewaart."
10-5 / 1
Joh.3,16
Wat liefde is hebben wij geleerd van Christus. Hij heeft zijn
leven voor ons gegeven. Dus zijn ook wij verplicht ons leven te
geven voor onze broeders.
11-5 /
Ps.23,6
Uw goedheid en liefde, Heer, blijven mij volgen, alle
dagen van mijn leven. Zo mag ik telkens weer wonen in uw huis,
tot in lengte van dagen.
12-5 /
Kor.5,17a
Wie in Christus is, is een nieuwe schepping.
13-5 /
Jez.Sir.42,16b
Het werk van de Heer is vol van zijn heerlijkheid.
14-5 /
Gal.5,8
Wie zaait op de akker van zijn zelfzucht zal verderf oogsten; wie
zaait op de akker van de Geest, zal van de Geest eeuwig leven
oogsten.
15-5 /
Rom.6,18
Gij zijt bevrijd van de zonde en dienaren geworden van de
gerechtigheid.
16-5
/ Joh.14,26
Jezus zei :
"De Helper, de heilige Geest, die de
Vader in mijn Naam zal zenden, zal u alles leren en u alles in
herinnering brengen wat Ik u gezegd heb."
17-5 /
Ps.1,1-2
Gelukkig de mens die niet te rade gaat bij goddeloosheid, geen voet zet op
de wegen van het kwaad, niet neerzit in de kring waar wordt gespot
om God en zijn gebod. Gelukkig de mens die met heel zijn
hart het woord van de Heer zoekt, en daarvan de
diepe wijsheid proeft, dag en nacht.
18-5 /
Petr.3,17
Het is beter te lijden voor het goede dat men doet - zo God dat
wil - dan voor het kwaad dan men bedrijft.
19-5 /
Lc.24,49
Jezus zei tot zijn leerlingen : "Ik zend u
wat door mijn Vader beloofd is; blijf dus in de stad totdat ge
wordt toegerust met kracht van boven."
20-5 /
Hemelvaart van de Heer / Lc.24,50-53
Jezus leidde hen naar buiten tot bij Betanië, hief de handen
omhoog en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, verwijderde
Hij zich van hen en werd ten hemel opgenomen. Zij aanbaden Hem
en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug. Zij hielden zich
voortdurend op in de tempel en verheerlijkten God.
21-5 /
Hand.1,12-13a,14
Na de hemelvaart keerden zij van de berg, die de Olijfberg heet,
naar Jeruzalem terug. Deze ligt dichtbij Jeruzalem op
sabbatafstand. Daar aangekomen gingen ze naar de bovenzaal
waar ze verblijf hielden. Ze bleven allen eensgezind volharden in
het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus,
en met zijn broeders.
22-5 /
Ef.1,13
Ook gij zijt in Christus, nadat gij het woord der waarheid, het
evangelie van uw heil, hebt aanhoord. In Hem zijt gij ook tot het
geloof gekomen, vergezeld met de beloofde heilige Geest.
23-5
/ Joh.17,25-26
Jezus bad : "Rechtvaardige Vader, al
heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier
hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun
geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee
Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen."
24-5 /
Zach.12,10a
Over het huis van David en de bevolking van Jeruzalem zal Ik een
geest van mededogen uitstorten die hen tot bidden brengt.
25-5 /
Joh.16,13a
Jezus zei:
"Wanneer Hij echter komt, de Geest
der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen."
26-5 /
Hand.1,5
Jezus zei:
"Johannes doopte met water, maar gij
zult over enkele dagen gedoopt worden met de heilige Geest."
27-5 /
Ps.51,16
Verlos mij van mijn sprakeloosheid, oh God, die mijn redder zijt,
en mijn tong zal uw goedheid loven.
28-5 /
Hand.1,8
Jezus zei:
"Gij zult kracht ontvangen van de
heilige Geest die over u komt om mijn getuigen te zijn in
Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria, tot het uiteinde der
aarde."
29-5 /
Joh.14,15-16a
Jezus zei :
"Als ge Mij liefhebt, zult ge mijn
geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere
Helper geven om voor altijd bij u te zijn."
30-5 /
Pinksteren / Hand.2,1-4
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op
dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof
er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij zaten was er
vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat
zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden
allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen
te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf.
31-5 /
Hand.2,32-33
Petrus sprak tot het volk : "God heeft
Jezus doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. Verheven
aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de
Vader ontvangen en uitgestort, zoals ge ziet en hoort."
1-6 / 1 Kor.6,19
Uw lichaam is een tempel van de heilige Geest die in u woont, die
gij van God ontvangen hebt. Gij zijt niet van uzelf.
2-6 / Deut.6,4-7
Luister, Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen ! Gij moet
de Heer uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel en met
al uw krachten. De geboden die ik u heden voorschrijf moet ge in
uw hart prenten. Ge moet er met uw kinderen telkens opnieuw over
spreken; wanneer ge thuis zijt en onderweg, wanneer ge slapen
gaat en opstaat.
3-6 / Jes.66,2b
Dit zegt de Heer: Ik ben vol zorg voor degenen die nederig zijn
zonder pretenties en vol ontzag voor mijn woord.
4-6 / Mt.6,19-21
Jezus zegt: Verzamel u geen schatten
op aarde, waar ze door worm en mot vergaan en waar dieven
inbreken om te stelen. Verzamel u schatten in de hemel, waar ze
niet door worm of mot vergaan en waar dieven niet inbreken om te
stelen. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
5-6 / 1 Tes.5,19
Blus de Geest niet uit.
6-6 / Heilige Drie-eenheid / Joh.16,13a
De Geest der waarheid zal u tot de volle waarheid brengen.
7-6 / 1 Tes.5,21
Keur alles, behoud het goede.
8-6 / Gen.4,7
Als gij het goede doet, is er opgewektheid, maar doet gij het
goede niet, dan loert de zonde als belager aan uw deur, begerig u
te grijpen. Zult gij hem meester kunnen blijven ?
9-6 / 1 Tes.5,22
Hou u verre van alle soort kwaad.
10-6 / Mt.6,24
Jezus zei: Niemand kan twee heren
dienen; hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een
aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen én de
mammon.
11-6 / Jez.Sir.27,27
Als iemand kwaad bedrijft valt het op hemzelf terug, en hij weet
niet eens vanwaar het hem treft.
12-6 / Jak.1,26
Als iemand meent vroom te zijn, terwijl hij zijn tong niet
beteugelt en zijn hart misleidt, is zijn vroomheid waardeloos.
13-6 / Lc.7,47a
Jezus sprak: Haar zonden zijn haar
vergeven, al zijn ze nog zo talrijk, want zij heeft veel liefde
betoond.
14-6 / Ex.20,13
Gij zult niet doden.
15-6 / 1 Joh.3,15
Ieder die zijn broeder haat is een moordenaar, en gij weet dat
geen moordenaar eeuwig leven in zich draagt.
16-6 / Ef.1,17
Ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der
heerlijkheid, u de geest te geven van wijsheid en openbaring om
Hem waarachtig te kennen.
17-6 / Apoc.2,7
Christus zegt: Wie ore
heeft, hore wat de Geest tot de gemeenschappen zegt: Wie overwint
zal Ik te eten geven van de boom des levens die staat in de tuin
van God.
18-6 / Hgl.5,1b
Eet vrienden, en drink en word dronken van liefde !
19-6 / Jes.32,17
De gerechtigheid brengt vrede voort; rust en veiligheid zijn haar
vruchten.
20-6 / Lc.9,20
Jezus zei tot hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben ?
21-6 / Spreuk.18,21
Dood en leven zijn in de macht van de tong; wie zijn tong graag
gebruikt, zal haar vruchten eten.
22-6 / Jak.3,5
De tong is maar een klein deel van ons lichaam, toch voert zij
een hoge toon. Bedenk hoe weinig vuur er nodig is om een groot
bos in brand te steken.
23-6 / Jak.3,9-11
Met de tong zegenen wij onze Heer en Vader, en met haar
vervloeken wij de mensen, die naar Gods gelijkenis zijn
geschapen. Uit een en dezelfde mond komt zegen en vloek voort.
Dit mag niet zo zijn, broeders ! Laat een bron soms uit dezelfde
ader zoet en brak water opwellen ?
24-6 / Ef.4,29
Laat geen slecht woord over uw lippen komen, maar spreek een goed
woord, opbouwend, als het nodig is, en tot zegen voor de
hoorders.
25-6 / Num.6,26
Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken.
Pauze Bijbelcitaat tot 15 augustus 04
15-08 / Maria-tenhemelopneming /
Lc.1,41
Zodra Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in
haar schoot.
16-08 / Deut.30,1
Mozes sprak: De geboden die ik u
heden geef, zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten
uw bereik.
17-08 / Deut.30,14
Mozes sprak: Het woord is dicht bij
u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen.
18-08 / Joh.1,14
Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond.
19-08 / Rom.13,8b-9
Wie zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld. Want de geboden:
gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren,
en alle andere, kan men samenvatten in dit ene woord: Bemin uw
naast als uzelf.
20-08 / Rom.12,10
De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad. Liefde vervult de
gehele wet.
21-08 / Ps.105,7
De Heer is onze God; zijn woord is beslissend voor heel de aarde.
22-08 / Lc.13,22-24
Jezus trok rond door steden en dorpen, gaf er onderricht en zette
zijn reis voort naar Jeruzalem. Iemand vroeg Hem: Heer,
zijn het er weinig die gered worden ? Hij sprak tot hen:
Span u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te
komen, want, Ik zeg u, velen zullen het proberen, maar er niet in
slagen binnen te komen.
23-08 / Spr.10,28
Voor de rechtvaardige is vreugde weggelegd, maar de hoop van de
goddelozen gaat ten onder.
24-08 / Kol.1,12
Zeg met blijdschap dank aan de Vader die u in staat stelde te
delen in de erfenis van de heiligen in het licht.
25-08 / Ex.13,21-22
De Heer ging voor hen uit, overdag in een wolkkolom, s
nachts in een vuurzuil om hun licht te zijn. Zo konden zij dag en
nacht doortrekken. Nooit week de wolkkolom overdag en de vuurzuil
s nachts van de spits van het volk.
26-08 / Joh.3,20
Jezus sprak: Ieder die slecht
handelt, heeft een afschuw van het licht en gaat niet naar het
licht toe uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden.
27-08 / Joh.3,21
Jezus sprak: Wie de waarheid doet,
gaat naar het licht opdat van zijn daden mogen blijken dat zij in
God zijn gedaan.
28-08 / Ps.150,1
Loof God in zijn heilig domein, loof Hem in zijn groots
firmament.
29-08 / Lc.14,11
Jezus zei: Al wie zichzelf verheft
zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verheven
worden.
30-08 / Jez.Sir.2,6
Vertrouw op de Heer en Hij zal u helpen. Bewandel rechte paden en
stel uw hoop op Hem.
31-08 / Hebr.12,3
Denk aan Hem die zoveel tegenstand van zondaars te verduren had;
dat zal u helpen om niet uit vallen en de moed niet op te geven.
01-9 / Mat.23,10
Jezus zei: Laat u geen leraar noemen. Gij hebt maar één
leraar: de Christus.
02-9 / Tob.5,20
Wat de Heer ons gegeven heeft om van te leven, dat is ons genoeg.
03-9 / Jez.Sir.27,6a
De vrucht van de boom laat het werk van de kweker zien.
04-9 / Ef.6,10
Zoek uw kracht bij de Heer en zijn almacht. Leg de wapenrusting
Gods aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel.
05-9 / Lc.14,33
Jezus zei: "Niemand van u kan mijn
leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.
06-9 / Gen.1,27
God schiep de mens als zijn beeld: als het beeld van God schiep
Hij hem, man en vrouw schiep Hij hen.
07-9 / Lev.11,44a
Ik ben de Heer uw God; zorg dat ge heilig zijt. Wees heilig omdat
Ik heilig ben.
08-09 / Mc.13,5-6
Jezus zei: Wees op uw hoede dat
niemand u in dwaling brengt. Want velen zullen optreden in mijn
Naam en zeggen ik ben het. Velen zullen zij
misleiden.
09-9 / Ps.5,5
Heer, Gij zijt geen God bij wie laagheid ingang vindt; bij U kan
het boze niet wonen.
10-9 / 1 Kor.23-24
Wij verkondigen een gekruisigde Christus; voor Joden een
aanstoot, voor heidenen een dwaasheid. Maar voor hen die geroepen
zijn, Joden zowel als heidenen, is Hij Gods kracht en Gods
wijsheid.
11-9 / Ps.62,11
Als je rijkdom tot overmaat groeit, verpand daar dan nooit je
hart aan.
12-9 / Lc.15,20b
Zijn vader zag hem (de verloren zoon) al in de verte
aankomen, werd door medelijden bewogen, snelde op hem toe, viel
hem om de hals en kuste hem hartelijk.
13-9 / Spr.6,16-19
Dit zijn zes dingen die God de Heer verfoeit, ja, zeven, die Hem
een gruwel zijn: hoogmoedige ogen, een leugenachtige tong, handen
die onschuldig bloed vergieten, een hart dat misdadige plannen
smeedt, voeten die zich haastig reppen naar het kwade, een valse
getuige die leugen uitslaat en degene die onder broeders ruzie
teweegbrengt.
14-9 / Kruisverheffing / Fil.2,6-11
Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen
vastklampen aan de gelijkheid met God; Hij heeft zich van
zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen
heeft Hij zich vernederd; Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de
dood aan het kruis.
Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die
boven alle namen is, opdat bij het noemen van zijn naam zich
iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde,
en iedere tong zou belijden tot eer van God de Vader: Jezus
Christus is de Heer.
15-9 / Joh.6,29
Jezus zei: "Dit is het werk dat God
van u vraagt: te geloven in Degene die Hij gezonden heeft."
16-9 / 1 Kor.1,9
God is getrouw, die u geroepen heeft tot gemeenschap met zijn
Zoon, onze Heer Jezus Christus.
17-9 / Ps.81,11b
Open uw mond als gij hongerig zijt; wijd open en Ik zal hem
vullen.
18-9 / Hab.3,19
God de Heer is mijn kracht; Hij maakt mijn voeten als die van
hinden, over de bergtoppen leidt Hij mijn pad.
19-9 / Lc.16,13b
Jezus zei: Gij kunt niet God dienen en de mammon.
20-9 / 1 Kor.3,18-19
Laat niemand zich iets wijs maken. Als iemand onder u meent wijs
te zijn wijs namelijk volgens de normen van deze tijd die
voorbij gaat dan moet hij dwaas worden om de ware wijsheid
te leren. De wijsheid van de wereld is dwaasheid voor God.
21-9 / Wijsh.1,4
In een ziel die op het kwade belust is neemt de wijsheid niet
haar intrek, en zij woont niet in een lichaam dat zich aan zonde
heeft overgegeven.
22-9 / Wijsh.1,5
De heilige Geest die wijsheid leert is afkerig van onoprechtheid
en wars van dom geredeneer en Hij trekt zich terug waar de
ongerechtigheid nadert.
23-9 / Joh.12,35b
Jezus zei: Wie zijn weg gaat in de
duisternis, weet niet waar Hij terecht komt.
24-9 / 1 Joh.5,11b
God heeft ons eeuwig leven gegeven, en dat leven is in zijn Zoon.
25-9 / Deut.5,1
Mozes riep heel Israël bijeen en sprak: Israël, luister
naar de voorschriften en bepalingen die ik heden voor u
verkondig. Leer die en volbreng ze nauwgezet.
26-9 / Lc.16,31
Als men naar Mozes en de profeten niet luistert, zal men zich ook
niet laten overreden als er iemand uit de doden opstaat.
27-9 / 1 Kor.5,6-7
Uw zelfvoldaanheid staat u niet fraai. Ge weet toch dat een
beetje zuurdeeg genoeg is om het hele deeg zuur te maken ? Doe
het oude zuurdeeg weg om vers deeg te worden. Ge moet immers zijn
als ongezuurde paasbroden, want ook ons paaslam is geslacht:
Christus zelf.
28-9 / 1 Kor.5,8
Wij moeten ons feest niet vieren met het oude zuurdeeg, met het
bederf van slechtheid en boosheid, maar met het zuivere brood van
reinheid en waarheid.
29-9 / Jes.43,10
Gij zijt mijn getuigen zo luidt de godsspraak van Jahwe
en mijn dienstknechten, die Ik heb uitverkoren. Gij moet
inzien en in Mij geloven. Gij moet begrijpen dat Ik het ben.
Eerder dan Ik werd er geen God gevormd, en ook na Mij zal er geen
zijn.
30-9 / Mt.11,28
Jezus zei: Kom allen tot Mij die
uitgeput zijn en onder lasten gebukt gaan; Ik zal u rust en
verlichting schenken.
1-10 / Joh.1,38-39a
Jezus keerde zich om en toen Hij zag dat ze
Hem volgden, vroeg Hij hun: Wat
verlangt ge ? Ze zeiden tot Hem:
Rabbi vertaald betekent dit Meester waar
verblijft ge ? Hij zei hun:
Ga mee om het te zien.
2-10 / Deut.5,24
De Heer onze God heeft ons zijn grote heerlijkheid laten
aanschouwen en wij hebben Hem vanuit het vuur horen spreken.
Wij hebben vandaag ervaren dat een mens in leven kan blijven als
God tot Hem spreekt.
3-10 / Lc.17,6
Jezus sprak: Als je een geloof zou
hebben als een mosterdzaadje, zou je tot die moerbeiboom zeggen:
Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee; en hij zou
u gehoorzamen.
4-10 / Jes.7,9b
Als gij niet standvastig gelooft, houdt gij geen stand.
5-10 / 1 Kor.2,12
Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest
die van God komt. Hij doet ons inzien al wat God ons in zijn
genade gegeven heeft.
6-10 / Lc.8,16
Jezus zei: Niemand steekt een lamp
aan om die onder een schaal te verbergen of onder een rustbank te
zetten, maar hij plaatst ze op een standaard, opdat al wie
binnenkomt het licht kan zien."
7-10 / ps.34,14
Beteugel uw tong tegen het uiten van het kwaad, uw lippen tegen
leugens.
8-10 / Spr.21,6
Schatten verwerven door leugentaal is vluchtige leegheid van hen
die de dood zoeken.
9-10 / Hebr.12,13a
Laat uw voeten rechte wegen gaan.
10-10 / Lc.17,17-19
Jezus vroeg: Zijn niet alle tien
melaatsen gereinigd ? Waar zijn dan de negen anderen ? Is er
niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze
vreemdeling ?"
En Hij sprak tot hem: Sta op, uw
geloof heeft u gered.
11-10 / Hab.3,18
Ik verheug me in de Heer; ik jubel vanwege God die mij redt.
12-10 / Jez.Sir.4,25
Verzet je niet tegen de waarheid en wees je bewust van je
onwetendheid.
13-10 / Jez.Sir.4,26
Schaam u niet uw zonden te bekennen; probeer een stromende rivier
niet tegen te houden.
14-10 / Lc.18,10-14
Jezus hield hun deze gelijkenis voor :
"Wanneer iemand onder u honderd
schapen heeft en er één van verliest, laat hij dan niet de
negenennegentig in de wildernis achter om op zoek te gaan naar
het ene verlorene, totdat hij het vindt ? En als hij het vindt
legt hij het vol vreugde op zijn schouders, gaat naar huis, roept
zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt hun: 'Deel in mijn
vreugde, want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik
gevonden'.
Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één
zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen
die geen bekering nodig hebben."
15-10 / Ef.2,4-5
God, die rijk is aan erbarming, heeft wegens de grote liefde
waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons met Christus ten leven
gewekt, hoewel wij dood waren door onze zonden. Aan zijn genade
dankt gij uw redding.
16-10 / Ps.118,1
Dank God, want Hij is goed.
17-10 / Lc.18,1
Jezus leerde hun dat zij steeds moesten bidden en daarin niet
versagen.
18-10 / Kol.4,2
Wijd u trouw aan het gebed, wees daarbij waakzaam en dankbaar.
19-10 / Ps.28,7
De Heer is mijn sterkte, mijn schild. In Hem rust mijn diepste
vertrouwen. Hij heeft mij geholpen, mijn hart doen herleven. God
zij geprezen met dit lied.
20-10 / Kor.1,31b
Als iemand wil roemen, laat hem dan roemen op de Heer.
21-10 / Lc.6,45
Jezus zei: Een goed mens brengt uit
de schat van zijn goedheid in zijn hart het goede te voorschijn,
maar een slechte uit zijn schat van slechtheid het slechte. Een
mond spreekt waar het hart van overloopt."
22-10 / Jez.Sir.10,22b
De Heer wordt geëerd door de nederigen.
23-10 / Ps.111,10a
Ontzag voor de Heer is het grondbeginsel van de wijsheid.
24-10 / Lc.18,10-14
Jezus vertelde de volgende gelijkenis :
"Twee mensen gingen op naar de tempel
om te bidden; de een was een farizeeër en de ander een
tollenaar. De farizeeër stond met opgeheven hoofd en bad bij
zichzelf als volgt: 'God, ik dank U dat ik niet ben als de rest
van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers of ook als
die tollenaar daar. Ik vast twee maal per week en geef tienden
van al mijn inkomsten'
Maar de tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs niet zijn
ogen opheffen naar de hemel. Maar hij klopte zich op de borst, en
zei: 'God, wees mij, zondaar, genadig'
Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die ander,
want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert
zal verheven worden."
25-10 / 1 Kor.4,1
Zo moet men ons beschouwen: als helpers van Christus, belast met
het beheer van Gods geheimen.
26-10 / Ps.34,15
Mijd het kwade, handel ten goede, zoek de vrede, tracht die te
veroveren.
27-10 / 1 Petr.3,9
Vergeld geen kwaad met kwaad. Als men u uitscheldt, scheld dan
niet terug. Integendeel: zegen elkaar, opdat gij de zegen
verwerft waartoe gij geroepen zijt.
28-10 / Mt.5,44-45
Jezus zei: Bemin uw vijanden en bid
voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw
Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en
goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en
onrechtvaardigen.
29-10 / Mt.5,46-48
Jezus vervolgde: Want als gij bemint
die u beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan ? Doen de
tollenaars niet hetzelfde ? En als gij alleen uw broeders groet,
wat voor buitengewoons doet gij dan ? Doen de heidenen dat ook
niet ? Wees dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt
is."
30-10 / Ps.40,9a
God, uw wil te doen is mijn vreugde.
31-10 / Lc.19,10
Jezus zei: De Mensenzoon is gekomen
om te zoeken en te redden wat verloren was."
1-11 / Allerheiligen / Mt.5,3
Jezus zegt : Zalig de armen
van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
2-11 / Allerzielen / Joh.7,68
Simon Petrus sprak tot Jezus : Heer, naar wie zouden wij
gaan ? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
3-11 / Spr.29,18a
Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk.
4-11 / 1 Petr.1,24b-25
Het gras verdort, de bloem valt af, maar het woord van de Heer
blijft in eeuwigheid. En dit woord is de boodschap die u in het
evangelie is verkondigd.
5-11 / Lc.8,21
Jezus zegt : Mijn moeder en
mijn broeders zijn zij die het woord van God horen en ernaar
handelen.
6-11 / Jez.Sir.2,15
Wie ontzag heeft voor de Heer verzet zich niet tegen zijn
woorden. Wie Hem bemint volgt zijn wegen.
7-11 / Lc.20,38a
Jezus zegt : God is geen God
van doden, maar van levenden.
8-11 / Jer.31,3c
Dit zegt God de Heer : Ik blijf u altijd trouw.
9-11 / Ps.119,89-90a
Heer, voor eeuwig staat uw woord in de hemel vast. Uw trouw duurt
van geslacht op geslacht.
10-11 / Joh.7,18
Jezus zegt : Wie uit zichzelf
spreekt zoekt zijn eigen eer. Wie daarentegen de eer zoekt van
Degene die hem zond is geloofwaardig en vrij van alle bedrog.
11-11 / Rom.14,17
Het koninkrijk van God is geen kwestie van spijs en drank, maar
is gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest.
12-11 / Rom.14,19
Wij streven naar wat de vrede en de opbouw van onze gemeenschap
bevordert.
13-11 / Spr.3,27-28
Weiger geen weldaad aan wie haar nodig heeft wanneer gij in staat
zijt die weldaad te bewijzen. Zeg niet tegen uw naaste: Ga
heen, kom een andere keer terug, of: Morgen geef ik
het u, als gij het nu al hebt.
14-11 / Lc.21,19
Jezus zegt : Door standvastig
te zijn zult ge uw leven winnen.
15-11 / Ef.3,18-19a
Moogt gij in staat zijn, met alle heiligen te vatten wat de
breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde
van Christus die alle kennis te boven gaat.
16-11 / Ef.3,19b
Moogt gij de volheid bereiken die de volheid van God zelf is.
17-11 / Spr.21,2
Een mens mag zeggen dat al zijn gangen recht zijn, doch het is de
Heer die de harten weegt.
18-11 / Lc.8,17
Jezus zegt : Niets is
verborgen dat niet openbaar, niets geheim dat niet bekend zal
worden en aan het licht zal komen.
19-11 / 2 Mak.12,14
Iedereen prees de Heer, de rechtvaardige rechter, die het
verborgene aan het licht brengt.
20-11 / Ps.55,23a
Geef al uw zorgen aan de Heer; Hij zal je leven dragen.
21-11 / Christus, Koning van het
heelal / Kol.1,13-14
God heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en
overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon. In Hem
is onze bevrijding verzekerd en zijn onze zonden vergeven.
22-11 / Jez.Sir.17,25
Bekeer u tot de Heer en laat de zonden varen ! Bid voor zijn
aangezicht en zorg dat ge zo weinig mogelijk aanstoot geeft.
23-11 / Tob.13,6-7a
Als ge u tot God bekeert van ganser harte en met volle overgave
uw verplichtingen jegens Hem nakomt, dan zal Hij zich keren tot u
en zijn gelaat niet voor u verbergen.
Geef acht op hetgeen Hij met u doet.
24-11 / Joh.14,1
Jezus zegt : Laat uw hart niet
verontrust worden. Gij gelooft in God, geloof ook in Mij.
25-11 / 1 Joh.15-17
Verlies uw hart niet aan de wereld of aan de dingen in de wereld.
Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in
hem. Want al wat in de wereld is - het begeren van de lust en het
begeren van de ogen en de hoveraardij van het geld - het komt
niet van de Vader maar van de wereld. En die wereld gaat voorbij
met heel haar begeerlijkheid. Maar wie de wil doet van God blijft
in eeuwigheid.
26-11 / Apoc.3,19b
Vooruit, aan het werk, bekeer u !
27-11 / 2 Petr.3,18
Groei in de genade en de kennis van onze Heer en redder Jezus
Christus. Hem zij de eer, nu en in eeuwigheid. Amen.
28-11 / eerste zondag van de advent /
Mt.24,42
Jezus zegt : Wees waakzaam, want gij
weet niet op welke dag uw Heer komt.
29-11 / Jes.2,3b
Kom, laat ons gaan naar de berg van de Heer, naar het huis van
Jacobs God; dan zal Hij ons zijn wegen wijzen en zullen wij zijn
paden bewandelen.
30-11 / Jes.2,5
Kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer.
1-12 / Jes.25,8
De Heer zal voor altijd de dood vernietigen; Hij zal de tranen
van alle gezichten afwissen en de schande van zijn volk wegnemen
van heel het aardoppervlak. Want zo heeft de Heer besloten.
2-12 / Jes.26,4
Vertrouw op de Heer voor immer en altijd, want de Heer is een
rots die de eeuwen trotseert.
3-12 / Jes.29,18, 24
Op die dag zullen de doven verstaan wat er voorgelezen wordt, na
duisternis en nacht de ogen der blinden weer zien. Warhoofden
komen tot inzicht, opstandigen tot rede.
4-12 / Jes.30,21
Met eigen oren zult gij achter u een stem horen zeggen: dit is de
weg, volg hem, waarheen hij u ook leidt.
5-12 / tweede zondag van de advent /
Mt.3,11
Johannes sprak: Ik doop u met water
opdat ge u zoudt bekeren. Maar Hij die na mij komt is groter dan
ik, en ik ben niet waardig Hem van zijn sandalen te ontdoen. Hij
zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.
6-12 / Jer.35,15a
Ik, uw Heer, zond telkens weer mijn dienaren, de profeten, naar
jullie met de oproep: Breek met je kwalijke praktijken, beter je
leven, loop niet achter andere goden aan, dien ze niet.
7-12 / Micha 7,7
Ik blijf uitzien naar de Heer, ik blijf hopen op de God die mij
redding zal brengen; mijn God zal mij verhoren.
8-12 / Onbevlekte ontvangenis van Maria /
Lc.1,46-49
Maria sprak: Mijn ziel prijst en
looft de Heer, mijn hart juicht om God mijn redder; Hij heeft oog
gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij
voortaan gelukkig prijzen. Ja, grote dingen heeft de Machtige
voor mij gedaan; heilig is zijn naam.
9-12 / 2 Sam.22,47
De Heer leeft, geprezen zij mijn rots, hoogverheven is God, de
rots die mij redt.
10-12 / Lc.18,8b
Zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden ?
11-12 / Ps.130,5
Ik zie uit naar de Heer; mijn ziel ziet naar Hem uit en verlangt
naar zijn woord.
12-12 / derde zondag van de advent /
Mt.11,5-6
Jezus zegt: Blinden zien en lammen
lopen, melaatsen genezen en doven horen, de doden staan op en aan
armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd. Gelukkig hij die aan
Mij geen aanstoot neemt."
13-12 / Jak.5,7-8
Heb geduld tot de komst van de Heer. De boer, die uitziet naar de
heerlijke vrucht van zijn land, kan alleen maar geduldig wachten
totdat de winter- en voorjaarsregen gevallen zijn. Ook gij moet
geduldig zijn en moedig, want de komst van de Heer is nabij.
14-12 / Jer.30,22
Dit zegt de Heer uw God: Ik herstel de tenten van Jacob, Ik
ontferm Mij over zijn huizen. De stad wordt herbouwd op zijn
puinhoop.
15-12 / Jer.30,22
Gij zult mijn volk zijn en Ik zal uw God zijn.
16-12 / Rom.13,12
De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom
ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met
de wapens van het licht.
17-12 / Gen.49,18
Heer mijn God, op uw redding hoop ik.
18.12 / Jes.7,14
De Heer geeft u ongevraagd een teken: Zie de maagd zal ontvangen
en een zoon baren, en zij zal hem noemen Immanuël :
God-met-ons.
19-12 / vierde zondag van de advent /
Mt.1,19-21,24
Omdat Jozef rechtschapen was en Maria niet in opspraak wilde
brengen, dacht hij erover in stilte van haar te scheiden.
Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel
van de Heer die tot hem sprak: "Jozef,
zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te
nemen. Het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal
een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij
zal zijn volk redden uit hun zonden."
Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de
engel van de Heer hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich.
20-12 / Lc.1,38a
Maria sprak: Zie de dienstmaagd van
de Heer, mij geschiede naar uw woord.
21-12 / Lc.1,45
Elisabeth sprak tot Maria: Zalig zij
die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege
de Heer gezegd is.
22-12 / Lc.1,42
Elisabeth sprak tot Maria: Gij zijt
gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.
23-12 / Lc.1,50
Maria sprak: Barmhartig is God van
geslacht op geslacht voor al wie Hem vereert.
24-12 / Lc.1,54-55
Maria sprak: God trekt zicht het lot
aan van Israël, zijn dienaar, zoals Hij aan onze voorouders
heeft beloofd. Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens
Abraham en zijn geslacht, tot in eeuwigheid.
25-12 / Kerstmis / Lc.2,10-14
De engel sprak tot de herders :"Vrees
niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die
bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren,
Christus de Heer, in de stad van David. Dit zal voor u een teken
zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden, in doeken gewikkeld en
liggend in een kribbe."
En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat
God prees met de woorden: "Eer aan God
in de hoge en vrede op aarde voor alle mensen die Hij
liefheeft."
26-12 / Heilige familie / Kol.3,12-16
Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere
ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld. Verdraag
elkaar en vergeef elkander als de een tegen de ander een grief
heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven.
Voeg bij dit alles de liefde als de band der volmaaktheid. En
laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe zijt gij
immers geroepen, als leden van één lichaam. En wees dankbaar.
Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen.
27-12 / 1 Petr.22
Nu gij uw ziel gereinigd hebt door de waarheid gehoorzaam te
aanvaarden, moet gij elkander beminnen met oprechte
broederliefde, met hart en vurigheid, als mensen die opnieuw
geboren zijn, niet uit een vergankelijk zaad, maar door het
onvergankelijke woord van de levende en eeuwige God.
28-12 / Ef.1,4
In Christus heeft God ons uitverkoren voor de grondlegging der
wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht.
29-12 / Ef.1,5-6a
In liefde heeft God ons voorbestemd, zijn kinderen te worden door
Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de
heerlijkheid van zijn genade.
30-12 / Ef.2,8-9
Aan Christus genade dankt gij uw heil, door het geloof,
niet door uzelf; Gods gave is het, niet uw prestaties.
31-12 / Ef.5,18
Drink niet te veel wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u
bezielen door de Geest.