Bijbelcitaten - 2005
1-1 / Moeder Gods / Joh.2,5
Maria sprak: Doe wat Jezus u zeggen zal.
2-1 / Openbaring van de Heer / Mt.2,9b-12
En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging voor
hen uit totdat ze boven de plaats waar het Kind zich bevond, stil
bleef staan. Op het zien van de ster werden zij vervuld van
overgrote vreugde.
Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder
Maria, en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde.
Zij haalden hun schatten te voorschijn en boden het geschenken
aan: goud, wierook en mirre.
En in een droom van Godswege gewaarschuwd niet meer naar Herodes
terug te keren, vertrokken zij langs een andere weg naar hun
land.
3-1 / Rom.1,5-6
Door Christus heb ik de genade van het apostelschap ontvangen, om
ter ere van zijn naam onder alle volken mensen te brengen tot de
gehoorzaamheid van het geloof. Ook gij hoort bij hen, geroepen
als gij zijt door God tot de gemeenschap van Jezus Christus.
4-1 / Kron.16,4
Richt u op de Heer en zijn macht; zoek voortdurend zijn
aanschijn.
5-1 / Mt.6,24-25
Jezus zegt: Niemand kan twee
heren dienen; hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel
de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen
en de mammon. Daarom zegt Ik u: Wees niet bezorgd voor uw leven,
wat ge zult eten of wat ge zult drinken, en ook niet voor uw
lichaam, wat ge zult aantrekken. Is het leven niet meer dan het
voedsel en het lichaam niet meer dan de kleding ?
6-1 / Mt.6,31-33
Jezus zegt: Maak u dus geen
zorgen over de vraag: wat zullen we eten of wat zullen we
drinken, of wat zullen we aantrekken. Dat alles jagen de heidenen
na. Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt.
Maar zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid; dan zal
alles u erbij gegeven worden.
7-1 / Deut.6,18a
Richt u naar de wil en de wens van de Heer.
8-1 / Ps.9,2-3
U wil ik loven Heer, met heel mijn hart, vertellen van uw
wonderdaden. Ik wil vreugde dragen, mij in U verblijden, uw naam
bezingen, Allerhoogste.
9-1 / Doop van de Heer / Mt.3,16-12
Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij terstond uit het water. En
zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen
in de gedaante van een duif en over zich komen.
En een stem uit de hemel sprak: Dit is mijn Zoon, mijn
veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.
10-1 / 1 Joh.4,12
Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben,
woont God in ons en is zijn liefde in ons volmaakt geworden.
11-1 / 1 Joh.1,5b-6
God is licht; er is in Hem geen spoor van duisternis. Als wij
zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben, terwijl onze wegen
duister zijn, liegen wij met woord en daad.
12-1 / 1 Joh.1,9
Als wij onze zonden belijden, is Hij zo getrouw en genadig dat
Hij onze zonden vergeeft en ons reinigt van alle kwaad.
13-1 / Spr.16,6a
Door liefde en trouw wordt de zonde verzoend.
14-1 / Spr.16,6b
Door ontzag voor de Heer vermijd je het kwaad.
15 en 16-1
Geen bijbecitaat verzonden
17-1 / Joh.15,9
Jezus zegt: Met de liefde die
de Vader Mij heeft toegedragen, heb Ik jullie liefgehad. Blijf in
die liefde met Mij verbonden.
18-1 / Joh.15,5
Jezus zegt: Ik ben de
wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft zoals Ik in hem, die
draagt veel vrucht. Los van Mij kunt gij niets.
19-1 / 1 Joh.3,24
Wie Christus geboden onderhoudt blijft in God, en God
blijft in hem.
20-1 / Ps.119,166
Heer, ik smacht naar uw heil, ik zal uw geboden volbrengen.
21-1 / Kron.16,29a
Geef de Heer de eer die Hem toekomt.
22-1 / Dan.3,89
Dank de Heer want Hij is goed; zijn barmhartigheid duurt eeuwig.
23-1 / Mt.4,18-20
Toen Jezus zich bij het meer van Galilea ophield zag Hij twee
broers: Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas.
Zij waren bezig het net uit te werpen; het waren namelijk
vissers.
Hij sprak tot hen: Kom, volg Mij, Ik zal u vissers van
mensen maken.
Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.
24-1 / 1 Sam.3,10
Toen kwam de Heer bij Samuël staan en riep, evenals de vorige
malen: Samuël, Samuël ! En Samuël antwoordde:
Spreek, uw dienaar luistert.
25-1 / Wijsh.3,9
Zij die op God vertrouwen zullen de waarheid verstaan en zij die
trouw zijn zullen in liefde bij Hem verblijven, want genade en
barmhartigheid vallen zijn uitverkorenen ten deel.
26-1 / Kor.13,1
Al spreek ik de talen van alle mensen en die van engelen
als ik de liefde niet heb ben ik niet meer dan een dreunende gong
of een schelle cimbaal.
27-1 / Kor.13,2
Al heb ik de gave van profetie en doorgrond ik alle geheimen, al
bezit ik alle kennis en heb ik het geloof dat bergen kan
verplaatsen als ik de liefde niet heb ben ik niets.
28-1 / Kor.13,3
Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan
de vuurdood als ik de liefde niet heb baat het mij niets.
29-1 / Spr.11,24
De een deelt rijkelijk en krijgt steeds meer, de ander houdt ten
onrechte achter en wordt alsmaar armer.
30-1 / Mt.5,7
Jezus zegt: Zalig de
barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
31-1 / Jak.1,19-20
Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet
zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken,
traag ook in het kwaad worden. Want de woede van een mens brengt
niets voort dat in Gods ogen rechtvaardig is.
1-2 /
Spr.17,13
Wie goed met kwaad vergeldt, zal nooit het kwaad van zijn huis
zien wijken.
2-2 /
Opdracht van de Heer in de tempel / Lc.2,34-35
Simeon sprak tot Maria: "Zie, dit Kind
is bestemd tot val of ondergang van velen in Israël, tot een
teken dat weersproken wordt, opdat de gezindheid van vele harten
openbaar moge worden; en uw eigen ziel zal door een zwaard worden
doorboord."
3-2 / 1
Kor.13,4
De liefde is geduldig en vol goedheid. Zij kent geen afgunst,
geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.
4-2 / 1
Kor.13,5a
De liefde is niet grof en niet zelfzuchtig.
5-2 /
Jes.58,7-9
Deel uw brood met de hongerigen, neem de dakloze zwervers op in
uw huis, kleed de naakten die gij ziet en keer u niet af van uw
medemensen. Dan zal uw licht stralen als de dageraad, uw genezing
zal voorspoedig zijn, uw gerechtigheid zal voor u uitgaan, de
glorie van de Heer u op de voet volgen. Wanneer gij dan tot de
Heer bidt, zal Hij u verhoren. Wanneer gij dan tot Hem
roept, zal Hij antwoorden: 'Hier ben Ik'.
6-2 /
Mt.5,13a
Jezus zegt: "Gij zijt het zout der
aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men
dan zouten ?"
7-2 / 1
Kor.13,5b
De liefde laat zich niet boos maken en rekent het kwade niet aan.
8-2 / 1
Kor.13,6
De liefde verheugt zich niet over onrecht, maar vindt vreugde in
de waarheid.
9-2 /
Aswoensdag / Joël 2,12-13
Zo spreekt God de Heer : "Keer terug tot Mij met heel je
hart en begin te vasten, te treuren en te rouwen. Niet je kleren
moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de Heer, jullie
God, want Hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot
vergeving bereid."
10-2 /
Lc.9,24-25
Jezus zegt :
"Wie zijn leven wil redden zal het
verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal
het redden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld
te winnen, als hij zichzelf hierdoor zijn ondergang en dood
berokkent ?"
11-2 /
Jes.58,9b-10
Zo spreekt God de Heer : "Wanneer gij uit uw midden de
onderdrukking, de dreigende vingers en de kwaadsprekerij
verwijdert, wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de
verdrukte gul onthaalt, dan straalt uw licht in de duisternis,
dan wordt de nacht als de middag."
12-2 /
Ps.51,3-4
Wees
mij genadig, God, in uw trouw, Gij zijt vol erbarming. Doe mijn
daden teniet, was mij schoon van alle schuld, reinig mij van mijn
zonden.
13-2
/ 1e zondag van de vastentijd / Mt.4,10
Jezus sprak :
"Weg,
satan, er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en
Hem alleen dienen."
14-2 /
Petr.5,9-9b
Wees nuchter, word wakker ! Uw vijand, de duivel, zwerft rond als
een brullende leeuw op zoek naar een prooi om te verslinden.
Weersta hem, sterk door het geloof.
15-2 /
Ex.23,7a
Houd u ver van kwade zaken.
16-2 /
Tob.12,7b
Doe het goede, dan zal geen kwaad jullie treffen.
17-2 /
Job 11,13-17
Jij, bezin je, strek je armen uit naar God. Heb je kwaad
bedreven, doe het weg, geef het geen onderdak. Dan kun je weer
fier uit je ogen kijken, onbesmet, vaststaan als een beeld,
onbedreigd. Dan is al je ellende werkelijk vergeten, voorbij als
stromend water - wie denkt er nog aan ? Je wereld straalt dan
glanzender dan de middagzon; duisternis wordt dageraad.
18-2 / 1
Petr.3,17-18a
Het is beter te lijden voor het goede dat men doet, zo God dat
wil, dan voor het kwaad dat men bedrijft. Ook Christus immers
heeft, terwijl Hij zelf rechtvaardig was, voor eens en
altijd geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, om u tot God
te brengen.
19-2 /
Mt.17,5
Een lichtende wolk overschaduwde hen en uit de wolk klonk een
stem :
"Dit
is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn welbehagen heb
gesteld. Luister naar Hem."
20-2
/ 2e zondag van de vastentijd / Tim.1,8b-9
Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht
van God, die ons gered heeft en geroepen met een heilige roeping,
niet op grond van onze verdiensten, maar volgens het vrije
besluit van zijn genade, van alle eeuwigheid ons verleend in
Christus Jezus.
21-2 /
Joh.10,27-28b
Jezus zegt :
"Mijn schapen luisteren naar mijn
stem; Ik ken ze en ze volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven."
22-2 /
Lc.6,27b-28
Jezus zegt :
"Bemin uw vijanden, doe goed aan die
u haten, zegen hen die u vervloeken en bid voor hen die u
mishandelen."
23-2 /
Spr.25,21
Als je vijand honger heeft, geef hem te eten; als hij dorst
heeft, geef hem te drinken.
24-2 /
Spr.16,7
Als de Heer iemands gedrag goedkeurt, zal Hij zelfs zijn vijanden
met hem verzoenen.
25-2 /
Ezech.11,19
God de Heer sprak : "Ik zal hun een
nieuw hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste uitstorten;
Ik zal het stenen hart uit hun lichaam verwijderen en hun een
hart van vlees geven."
26-2 /
Ps.146,2
De Heer wil ik loven, heel mijn leven, muziek maken voor mijn
God, zolang ik besta.
27-2
/ 3e zondag van de vastentijd / Joh.4,14
Jezus zegt :
"Wie van het water drinkt dat Ik hem
zal geven krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het
water dat Ik hem zal geven zal in hem in waterbron worden,
opborrelend tot eeuwig leven."
28-2 /
Tit.3,5a
God heeft ons gered; niet omdat wij iets gedaan zouden hebben dat
ons kan rechtvaardigen, maar alleen omdat Hij barmhartig is.
1-3
/ Sam.24,14
David sprak : "Wij kunnen beter in de
handen van de Heer vallen, dan in die van mensen, want zijn
barmhartigheid is groot."
2-3
/ Jer.17,5-8
Dit zegt God de Heer : Vervloekt is hij die
op mensen vertrouwt, die steunt op een schepsel en zich afkeert
van de Heer. Hij is als een kale struik in de steppe, nooit
krijgt hij regen. Hij staat op dorre woestijngrond in een
onvruchtbaar en verlaten gebied. Gezegend is Hij die op de
Heer vertrouwt, en zich veilig weet bij Hem. Hij is een boom
aan een rivier met wortels tot in het water. Hij heeft geen last
van de hitte, zijn bladeren blijven groen. Een tijd van droogte
deert hem niet, hij blijft vrucht dragen.
3-3
/ 1.Joh.2,15
Verlies uw hart niet aan de wereld of aan de dingen in de wereld.
Als iemand de wereld liefheeft, woont de liefde van de Vader niet
in hem.
4-3
/ Joh.15,10-11
Jezus zegt : "Als ge mijn geboden
onderhoudt, zult ge in mijn liefde blijven, zoals Ik, die de
geboden van mijn Vader heb onderhouden, in zijn liefde blijf. Dit
zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde
volkomen moge worden."
5-3
/ Jes.42,10a
Zing een nieuw lied, ter ere van de Heer, zijn lof moet
weerklinken vanuit de verste hoeken van de aarde.
6-3
/ 4e zondag vastentijd / Joh.9,39
Jezus sprak : "Tot een oordeel ben Ik
in deze wereld gekomen, opdat de niet-zienden zouden zien en de
zienden blind worden."
7-3
/ Apoc.3,17
Gij zegt: ik ben rijk, want ik heb mij verrijkt en heb aan niets
gebrek - en beseft niet dat gij meer dan allen ellendig zijt en
erbarmelijk, een blinde en naakte bedelaar.
8-3
/ Klaagl.2,18
Roep met uw hart de Heer aan, de schutsmuur van Sion. Houd niet
op met wenen, geef uw ogen geen rust en geef uw tranen de vrije
loop, dag en nacht.
9-3
/ Ps.63,2
Gij zijt mijn God, ik zoek naar U, mijn ziel heeft dorst naar U,
mijn lichaam smacht naar U, dor als een land dat smacht naar
water.
10-3
/ Jes.33,2
Heer, erbarm U over ons, wij hopen op U ! Wees iedere ochtend
onze hulp, onze redding in tijden van nood.
11-3
/ 2.Kor.1,9
Wij moeten leren niet op onszelf te vertrouwen, maar alleen op
God, die de doden ten leven wekt.
12-3
/ 1.Joh.2,28a
Kinderen, blijf in de Heer.
13-3
/ 5e zondag vastentijd / Joh.11,25-26
Jezus zegt : "Ik
ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven,
ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij,
zal in eeuwigheid niet sterven."
14-3
/ Gal.2,20
Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij.
Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van
God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.
15-3
/ Gal.2,6-7a
Daar gij Christus Jezus hebt aanvaard als uw Heer, moet gij ook
leven in gemeenschap met Hem, in Hem geworteld, op Hem gebouwd.
16-3
/ Gal.2,9-10a
In Christus is de godheid in heel haar volheid lijfelijk
aanwezig, en in Hem hebt gij deel aan die volheid.
17-3
/ Spr.21,3
Dat men gerechtigheid en recht doet is de Heer aangenamer dan een
offer.
18-3
/ Spr.21,13
Wie zijn oren sluit voor het geroep van de arme zal ooit zelf om
hulp schreeuwen en geen antwoord krijgen.
19-3
/ heilige Jozef / Jez.Sir.3,9a
De zegen van een vader stut de huizen van zijn kinderen.
20-3
/ Palmzondag / Lc.19,41-42a
Toen Jezus Jeruzalem naderde, liet Hij zijn blik over de stad
gaan en weende over haar, terwijl Hij zei : "Mocht
ook gij op deze dag inzien wat u tot vrede strekt."
21-3
/ Mt.16,24-25
Jezus zegt : "Wie mijn volgeling wil
zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis
op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen.
Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden."
22-3
/ Gal.3,18
Velen leiden een leven - ik heb u al vaak over hen gesproken maar
nu herhaal ik het onder tranen - als vijanden van het kruis van
Christus.
23-3
/ Apoc.2,10b
Wees trouw tot de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven.
24-3
/ Witte Donderdag / Joh.13,14
Jezus zei tot zijn leerlingen : "Als
Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, behoort ook gij
elkaar de voeten te wassen."
25-3
/ Goede Vrijdag / Lc.23,34a
Jezus sprak : "Vader, vergeef het hun,
want ze weten niet wat ze doen."
26-3
/ Stille Zaterdag / Ps.31,25
Jullie, die wachten op de Heer, wacht met een dapper, standvastig
hart.
27-3
/ Pasen / Mt.28,5-7
De engel richtte zich tot de vrouwen en zei :
"Wees niet bang, ik weet dat jullie
Jezus, de gekruisigde, zoeken. Hij is niet hier, Hij is immers
opgestaan, zoals Hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats
waar Hij gelegen heeft. En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg
hun: 'Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten:
Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je Hem zien'."
28-3
/ Mt.28,8-9
Ontzet en opgetogen verlieten de vrouwen haastig het
graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen. Op dat moment
kwam Jezus hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op Hem toe,
grepen zijn voeten vast en bewezen Hem eer.
29-3
/ Hand.2,24
God heeft Jezus laten opstaan door een eind te maken aan de
weeën van de dood, want het was onmogelijk dat Hij door de dood
werd vastgehouden.
Van 30 maart tot en met 4 april geen Bijbelcitaten.
5-4 /
Joh.6,57
Jezus zegt :
"Zoals Ik leef uit de Vader, de
Levende, die Mij gezonden heeft, zo zal ook hij die zich aan Mij
voedt, leven uit Mij."
6-4 /
Jez.Sir.51,29a
Verheug u in de barmhartigheid van de Heer.
7-4 /
Ps.9,2
Heer, met heel mijn hart zing ik een danklied voor U. Ik ga
vertellen over al uw wonderdaden.
8-4 /
Apoc.14,13
Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf op: "Gelukkig
zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven."
En de Geest beaamt: "Zij mogen uitrusten van hun
inspanningen, want hun daden vergezellen hen."
9-4 /
Tob.8,5
Tobias sprak :
"Gij zijt gezegend, God van onze
vaderen, en gezegend is uw heilige en heerlijke naam door de
eeuwen heen. Mogen de hemelen en alle schepselen U prijzen."
10-4
/ Lc.24,35
Zij vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen
erkend werd bij het breken van het brood.
11-4 /
Deut.13,5
Blijf de Heer, uw God, volgen en heb alleen voor Hem ontzag. Leef
zijn geboden na en luister naar Hem. Hem moet gij dienen en
aanhangen.
12-4 /
Mc.2,14
In het voorbijgaan zag Jezus Levi, de zoon van Alfeüs, aan het
tolhuis zitten en sprak tot hem: 'Volg Mij.'
De man stond op en volgde Hem.
13-4 /
Mc.2,16-17
De farizeese schriftgeleerden die zagen dat Jezus at met zondaars
en tollenaars, zeiden tot zijn leerlingen: 'Hoe kan Hij eten en
drinken met tollenaars en zondaars ?' Jezus hoorde dit en
antwoordde hun: 'Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar
de zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar
zondaars.'
14-4 / Ps.66,9
Het is de Heer die ons nieuw leven schenkt, die onze voeten voor struikelen behoedt.
15-4 /
Kol.1,12
Zeg met vreugde dank aan de Vader, die u in staat heeft gesteld
te delen in de erfenis van de heiligen in het licht.
16-4 / 1
Petr.2,24
In zijn eigen lichaam heeft Christus onze zonden op het kruishout
gedragen, opdat wij aan onze zonden zouden afsterven en gaan
leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen zijt gij genezen.
17-4
/ Joh.10,9a
Jezus zegt :
"Ik ben de deur. Als iemand door Mij
binnengaat zal hij worden gered."
18-4 /
Spr.11,18
De zondaar krijgt een bedriegelijke winst, maar wie gerechtigheid
zaait oogst een betrouwbaar loon.
19-4 /
Jes.32,17
Gerechtigheid brengt vrede voort; rust en veiligheid zijn haar
vruchten.
20-4 /
Tob.12,8a
Bidden is iets goeds, als het gepaard gaat met vasten,
liefdadigheid en rechtvaardigheid.
21-4 /
Mt.23,23
Jezus zei :
"Wee u, schriftgeleerden en
Farizeeën, schijnheiligen ! Gij betaalt wel tienden van munt,
anijs en komijn, maar het gewichtigste van de Wet:
rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw, verwaarloost ge. Het
ene moet men doen en het andere niet nalaten."
22-4 / 1
Joh.2,3-5
Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden
houden. Wie zegt 'ik ken Hem', maar zich niet aan zijn geboden
houdt, is een leugenaar; in zo iemand woont de waarheid niet. In
wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle
werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in Hem zijn.
23-4 / 1
Petr.2,4-5a
Treed toe tot de Heer, de levende steen, door de mensen
verworpen, maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God. Laat
ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke
tempel.
24-4
/ Joh.14,12
Jezus zei :
"Wie in Mij gelooft, zal ook zelf de
werken doen die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat
Ik naar de Vader ga."
25-4 /
Ps.18,31
Het woord van de Heer is puur goud; Hij is een schild voor wie
zijn heil bij Hem zoekt.
27-4 /
Mt.10,39
Jezus zegt :
"Wie zijn leven vindt, zal het
verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het
vinden."
28-4 / Mt.13,33
Jezus zegt : "Het Rijk der hemelen gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte, totdat deze in hun geheel gegist waren."
29-4 /
Jak.2,14a
Wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft als hij
geen daden kan laten zien ?
30-4 / 1
Petr.3,15-16
Heilig in uw hart Christus als de Heer. Wees altijd bereid tot
verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop die in
u leeft. Maar verdedig u met zachtmoedigheid en gepaste eerbied,
en zorg dat uw geweten zuiver is. Dan zullen zij die uw goede
christelijke levenswandel beschimpen, met hun laster beschaamd
staan.
1-5 /
Joh.14,15-17a
Jezus zegt :
"Als
gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de
Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij
u te blijven: de Geest van de waarheid, voor wie de wereld niet
ontvankelijk is omdat zij Hem niet ziet en niet kent."
2-5 / 1
Joh.3,13
Broeders en zusters, wees niet verwonderd als de wereld u haat.
3-5 / 1
Joh.2,17
De wereld gaat voorbij met heel haar begeerlijkheid, maar wie de
wil doet van God blijft in eeuwigheid.
4-5 /
Jak.4,4
Weet ge niet dat vriendschap met de wereld vijandschap met God
betekent ? Wie met de wereld bevriend wil zijn, maakt zich tot
vijand van God.
5-5 /
Hemelvaart van de Heer / Mt.28,20b
Jezus sprak :
"Zie, ik ben met u alle dagen tot aan
de voleinding der wereld."
6-5 /
Hand.1,12-13a,14
Na de hemelvaart keerden zij van de berg, die de Olijfberg heet,
naar Jeruzalem terug. Deze ligt dichtbij Jeruzalem op
sabbatafstand. Daar aangekomen gingen ze naar de bovenzaal
waar ze verblijf hielden. Ze bleven allen eensgezind volharden in
het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus,
en met zijn broeders.
7-5 /
Sir.37,15b
Bid de Allerhoogste dat Hij uw weg naar waarheid richt.
8-5 /
Joh.17,4
Jezus bad tot zijn Vader : "Ik heb U op
aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt
opgedragen te doen."
9-5 /
Joh.14,26
Jezus sprak :
"De Helper, de heilige Geest, die de
Vader in mijn naam zal zenden, zal u alles leren en u alles in
herinnering brengen wat Ik u gezegd heb."
10-5 /
Hand.1,5
Jezus sprak :
"Johannes
doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden
met de heilige Geest."
11-5 /
Hand.1,8
Jezus sprak :
"Gij zult kracht ontvangen van de
heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in
Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der
aarde."
12-5 /
Jer.29,12
Dit zegt God de Heer : "Als ge Mij
aanroept en tot Mij bidt, zal Ik u verhoren."
13-5 /
Ps.86,3
Ontferm U, Heer, over mij, ik roep U alle dagen aan.
14-5 /
Joh.16,13a
Jezus sprak :
"Wanneer Hij komt, de Geest der
waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen."
15-5
/ Pinksteren / Hand.2,1-4
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op
dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof
er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij zaten was er
vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat
zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden
allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen
te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf.
16-5 / 1
Tes.5,19
Blus de Geest niet uit.
17-5 /
Ef.4,30a
Bedroef Gods heilige Geest niet.
18-5 /
Gal.5,22
De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld,
vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, ingetogenheid.
19-5 /
Ps.100,4
Ga de poorten binnen om God te danken, ga zijn voorhof binnen om
Hem te loven; dank Hem, prijs zijn heilige naam.
20-5 /
Deut.8,7-10
Voorwaar, de Heer uw God brengt u in een heerlijk land; een land
met beken vol water, met bronnen en stromen, die op de bergen en
in de dalen ontspringen, een land met tarwe, gerst, wijnstokken,
vijgen en granaatappels, een land met vette olijven en honing,
een land waar gij niet zuinig hoeft te zijn met brood en waar het
u aan niets ontbreekt, een land waar ijzer zit in het gesteente
en waar men koper delft uit de bergen. Maar als gij daar volop te
eten hebt, prijs dan God de Heer, om het heerlijke land dat Hij u
schonk.
21-5 /
Sir.42,25b
Wie krijgt er ooit genoeg van Gods heerlijkheid te zien ?
22-5 /
Heilige Drie-Eenheid / Kor.13,13
De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God, en de
gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen.
23-5 /
Sir.6,37
Blijf met uw gedachten bij de voorschriften van de Heer en
overweeg voortdurend zijn geboden. Dan zal Hij uw hart sterken en
wordt u de wijsheid gegeven waarnaar gij verlangt.
24-5 /
Mt.6,5-6
Jezus zegt :
"Wanneer gij bidt, gedraag u dan niet
als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken
van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen.
Voorwaar, Ik zeg u: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als
gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid
tot uw Vader die in het verborgene is, en uw Vader die in het
verborgene ziet zal het u vergelden."
25-5 /
Mt.6,3-4
Jezus zegt :
"Als gij een aalmoes geeft, laat uw
linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet, opdat uw aalmoezen
in het verborgene blijve, en uw Vader die in het verborgene ziet,
zal het u vergelden."
26-5 /
Sacramentsdag / Mt.26,26-28
Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het
en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden: 'Neem,
eet, dit is mijn Lichaam.' Daarna nam Hij
de beker, en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die
toe met de woorden: 'Drink allen hieruit.
Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten
wordt tot vergeving van de zonden.'
27-5 /
Mt.5,23-24
Jezus zegt :
"Als
gij uw gave komt brengen naar het altaar, en daar schiet u te
binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw gave voor
het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan
terug om uw gave aan te bieden."
28-5 /
Ps.93,5
Heer, Uw geboden vormen een vast fundament, heerlijk is de
heiligheid van uw huis, tot in lengte van dagen.
29-5
/ Mt.7,21
Jezus zegt :
"Niet ieder die tot Mij zegt: 'Heer
Heer !' zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij
die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is."
30-5 /
Jak.5,13b
Is iemand opgewekt ? Laat hem een loflied zingen.
31-5 /
Ps.147,1
Alleluia ! Hoe goed is het om te spelen voor onze God; hoe
feestelijk is het om een lofzang te zingen.
1-6 /
Lev.18,5
Onderhoud mijn voorschriften en wetten; de mens die ze volbrengt
vindt daardoor het leven. Ik ben de Heer.
2-6 /
Hos.6,3a
Wij willen de Heer liefhebben, ons inspannen om Hem te kennen.
3-6 /
Mt.11,28
Jezus zegt :
"Kom
allen tot Mij die uitgeput zijn en onder lasten gebukt gaan; Ik
zal u rust en verlichting schenken."
4-6 /
Hos.6,6
Vroomheid wens Ik, geen offergaven; en liefde tot God, meer dan
brandoffers.
5-6 /
9.10-12
Terwijl Jezus in de woning van Matteüs aan tafel aanlag, kwamen
ook vele tollenaars en zondaars met Jezus en zijn leerlingen
aanliggen. Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tot zijn
leerlingen: "Waarom eet uw Meester met
tollenaars en zondaars ?" Jezus hoorde
dit en zei: "Niet de gezonden hebben
een dokter nodig, maar de zieken."
6-6 /
Hos.6,3b
Zo zeker als de dageraad vertoont de Heer zich. Hij komt over ons
als de regen, als de lenteregen die de aarde drenkt.
7-6 /
Jez.Sir.7,3
Zaai niet in de voren van de ongerechtigheid; dan hoef je van dat
zaad geen zevenvoudige oogst te vrezen.
8-6 /
Mt.13,37
Jezus zegt :
"De zaaier van het goede zaad is de
Mensenzoon."
9-6 /
Jes.55,10-11
Zoals de regen en de sneew uit de hemel neerdalen en daarheen pas
terugkeren wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben
bevrucht en met planten bedekt, wanneer zij zaad hebben gegeven
aan de zaaier, en brood aan de eter; zo zal het ook gaan met mijn
woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos
naar Mij terug, maar pas wanneer het heeft gedaan wat Mij
behaagt, en alles heeft volvoerd waartoe Ik het heb gezonden.
10-6 /
Jes.40,8
Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het woord van onze God
houdt in eeuwigheid stand.
11-6 /
Jer.15,16a
Zodra uw woord mij bereikte verslond ik het; het was mijn
vreugde, het maakte mij zielsgelukkig.
12-6
/ Mt.9,36-38
Bij het zien van de menigte mensen werd Jezus door medelijden
bewogen, omdat ze afgetobt neerlagen als schapen zonder herder.
Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: "De
oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraag daarom
de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten."
13-6 /
Jez.Sir.7,30a
Heb uw Maker lief met heel uw kracht.
14-6 / 1
Kor.10,31b
Wat gij ook doet, doe alles ter ere Gods.
15-6 /
Tob.12,7b
Doe het goede, dan zal geen kwaad u treffen.
16-6 /
Spr.16,25
Soms denkt een mens dat zijn weg recht is, maar tenslotte leidt
die toch naar de dood.
17-6 /
Mt.7,3
Jezus zegt :
"Waarom kijk je naar de splinter
in het oog van uw broeder en merk je de balk niet op in uw
eigen oog ?"
18-6 /
Pred.12,13b-14
Vrees God en onderhoud zijn geboden; daar komt voor een mens
alles op aan. Want van alles wat je doet, zelfs in het
verborgene, zal Gods oordeel uitwijzen of het goed is of kwaad.
19-6
/ Mt.10,30
Jezus zegt :
"Ieder haar op uw hoofd is
geteld."
20-6 /
Rom.6,10-11
Door de dood die Christus gestorven is, heeft Hij eens voor al
afgerekend met de zonde; het leven dat Hij leeft heeft alleen met
God van doen. Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de
zonde en levend voor God in Christus Jezus.
21-6 /
Heb.12,15a
Pas op dat niemand de genade van God verspeelt.
22-6 /
Ps.33,3
Zing een nieuw lied voor de Heer, speel met overgave, laat het
klinken.
23-6 /
Mc.6,56
Waar Jezus ook heen ging, naar dorpen of steden of hoeven, ze
legden de zieken op de markt neer, en ze vroegen Hem om tenminste
de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En wie Hem aanraakte
werd gezond.
24-6 /
Jer.33,6
Ik verzorg hen, Ik heel hun wonden, Ik genees hen weer en schenk
hun een onverwacht duurzaam geluk.
25-6 /
Ex.15,26b
Ik ben de Heer, uw geneesheer.
26-6
/ Mt.10,37-39
Jezus zegt :
"Wie
vader of moeder meer bemint dan Mij, is mij niet waardig. Wie
zoon of dochter meer bemint dat Mij, is mij niet waardig. En wie
zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie
zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest
om Mijnentwil, zal het vinden."
27-6 /
Deut.5,7
Naast Mij zult gij geen andere goden hebben.
28-6 /
Deut.11,16
Zorg ervoor dat ge uw hart niet laat verleiden, zodat ge
afdwaalt, andere goden dient en u voor hen neerbuigt.
29-6 /
Jez.Sir.3,21-22b
Zoek niet wat te moeilijk voor u is en vors niet na wat uw
krachten te boven gaat. Geef uw aandacht aan de dingen die u zijn
opgedragen.
30-6 /
Lc.14,28-30
Jezus zegt :
"Als iemand van u een toren wilt
bouwen, zal hij er dan niet eerst voor gaan zitten om een
begroting te maken of hij wel genoeg bezit om hem te voltooien ?
Anders zou het hem kunnen overkomen, als hij de fundering heeft
gelegd en niet in staat is het werk tot een einde te brengen, dat
allen die het zien hem gaan bespotten en zeggen: die man begon te
bouwen, maar hij was niet in staat het einde te halen."
1-7 /
Ef.5,10
Tracht de ontdekken wat de Heer behaagt.
2-7 /
Spr.3,13-14
Gelukkig de mens die wijsheid vindt, de mens die
inzicht verkrijgt;
want
men kan beter inzicht verkrijgen dan zilver, beter wijsheid
winnen dan goud.
3-7 /
Mt.11,25
Op zeker ogenblik nam Jezus weer het woord en sprak :
"Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze
dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar
ze hebt geopenbaard aan kleinen."
4-7 /
Ps.73,26
Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam; de rots van mijn
bestaan, al wat ik heb, is God, nu en altijd.
5-7 /
Ps.73,27a
Wie U, God, ontwijkt, vindt geen pad meer.
6-7 /
Mt.13,31-32
Jezus hield hun volgende gelijkenis voor : "Het Rijk
der hemelen gelijkt op een mosterdzaadje, dat iemand op zijn
akker zaaide. Weliswaar is dit het allerkleinste zaadje, maar
wanneer het is opgeschoten, is het groter dan de andere
tuingewassen; het wordt een boom, zodat de vogels uit de lucht in
zijn takken komen nestelen."
7-7 / 2
Joh.1,5b-6
Laten wij elkaar liefhebben. Hierin bestaat de liefde: dat wij
een leven leiden naar zijn geboden. En dit is het gebod, dat gij
van het begin af hebt vernomen: dat gij leeft in de liefde.
8-7 /
Jes.62,1
Uit liefde voor Sion kan ik niet zwijgen, uit liefde voor
Jeruzalem ken ik geen rust, totdat zijn heil straalt als een
gloed en zijn redding als een brandende toorts.
9-7 /
Mt.5,14a
Jezus zegt : "Gij zijt het licht der
wereld."
10-7
/ Mt.13,3b-9
Jezus vertelde volgende gelijkenis :
"Eens ging een zaaier uit om te
zaaien. Bij het zaaien viel een gedeelte op de weg en de vogels
kwamen het opeten. Een ander gedeelte viel op de rotsachtige
plekken, waar het niet veel aarde had; het schoot snel op omdat
het in ondiepe grond lag. Toen de zon was opgekomen, kreeg het te
lijden van de hitte, zodat het verdorde bij gebrek aan wortel.
Weer een ander gedeelte viel onder de distels en deze schoten op
zodat het verstikte. Een ander gedeelte tenslotte viel op de
goede grond en leverde vrucht op: deels honderd-, deels zestig-,
en deels dertigvoudig. Wie oren heeft, hij luistere."
11-7 /
Kor.3,9a
Wij zijn Gods medewerkers. Gij zijt Gods akker.
12-7 /
Kor.3,9b
Gij zijt Gods bouwwerk.
13-7 /
Kor.6,19
Gij weet het, uw lichaam is een tempel van de heilige Geest, die
in u woont, die gij van God hebt ontvangen. Gij zijt niet van
uzelf.
14-7 /
Sam.23,5a
Mijn huis staat onder Gods hoede, want Hij heeft mij een
altijddurend verbond geschonken, een goed opgesteld verbond,
trouw nagekomen.
15-7 /
Deut.32,4
God de Heer is de rots. Wat Hij doet is volmaakt, al zijn wegen
zijn recht; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en
waarachtig.
16-7 /
Joz.22,5
Gij moet trouw blijven aan de geboden en aan de wet die Mozes, de
dienaar van Jahwe, u gegeven heeft. Gij moet dat doen door de
Heer, uw God, lief te hebben, altijd zijn wegen te volgen, zijn
geboden te onderhouden, Hem aan te hangen en Hem met heel uw hart
en heel uw ziel te dienen.
17-7
/ Mt.13,24-30
Nog een andere gelijkenis hield Jezus hun voor :
"Het Rijk de hemelen gelijkt op een
man die op zijn akker goed zaad had gezaaid; maar terwijl de
mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe
en ging heen. Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden
gezet, was ook het onkruid te zien. Nu gingen de knechten naar
hun meester en zeiden hem: Heer, ge hebt toch goed zaad op uw
akker gezaaid ? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat ? Hij
antwoordde hun: Dat is het werk van een vijand. De knechten
zeiden tot hem: Wilt ge dan dat we het bijeen garen ? Maar hij
zei: Neen, ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeen
gaart, de tarwe mee uittrekt. Laat beide samen opgroeien tot de
oogst en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen: haal eerst
het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden, maar
slaat de tarwe op in mijn schuur."
18-7 / 1
Joh.3,9a
Een kind van God zondigt niet, want de goddelijke levenskiem
blijft werkzaam in hem.
19-7 / 1
Joh.3,14b
De mens zonder liefde is nog in het gebied van de dood.
20-7 /
Spr.11,19b
Wie het kwade najaagt vindt de dood.
21-7 /
Joh.3,16
Jezus sprak tot Nicodemus : "Zozeer
immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren
Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal
gaan, maar eeuwig leven zal hebben."
22-7 /
Joh.10,10
Jezus zegt :
"De dief komt alleen maar om te
stelen, te slachten en te vernietigen. Ik ben gekomen opdat zij
leven zouden bezitten, en wel in overvloed."
23-7 /
Ps.34,23
De Heer houdt zijn dienaren in leven; wie bij Hem schuilt kent
geen spijt.
24-7
/ Mt.13,47-50
Jezus zegt :
"Het Rijk der hemelen gelijkt op een
sleepnet dat in zee geworpen, vissen van allerlei soort
bijeenbracht. Toen het vol was trok men het op het strand, men
zette zich neer om de goede vissen uit te zoeken en in manden te
doen, de slechte echter werden weggeworpen. Zo zal het ook gaan
op het einde van de wereld: de engelen zullen uittrekken om de
slechten tussen de rechtvaardigen uit te zoeken en in de vuuroven
te werpen. Daar zal geween zijn en tandengeknars."
25-7 /
Spr.14,31
Wie een arme onderdrukt, beledigt diens Maker; wie zich over
een noodlijdende ontfermt, brengt Hem eer.
26-7 /
Jez.Sir.13,18
Kan er vrede zijn tussen een hyena en een hond ? En kan er dan
vrede zijn tussen een rijke en een arme ?
27-7 /
Lc.18,25
Jezus zegt :
"Voor een kameel is het gemakkelijker
door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke in het
Koninkrijk Gods te komen."
28-7 / 2
Petr.3,15a
Bedenk dat het geduld dat de Heer met ons heeft onze redding is.
29-7 /
Klaagl.3,22
Zonder einde is Jahwe's genade, onuitputtelijk is zijn erbarmen.
30-7 /
Klaagl.3,24
'Ik behoor aan God de Heer', zegt mijn hart, 'Hij blijft mijn
hoop'.
31-7
/ Mt.14,19b-20
Jezus nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten
hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken, brak Hij de broden
die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer
aan het volk. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan
overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op.
In de maand augustus '05 zijn er geen Bijbelcitaten verzonden.
1-9
/ 1 Kor.1,3
Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus
Christus.
2-9
/ Ps.90,12
Heer, leer ons onze dagen naar waarde te schatten en zo te komen
tot wijsheid van hart.
3-9
/ 1 Tes.5,24
Die u roept is getrouw; Hij zal zijn woord gestand doen.
4-9
/ Mt.18,19-20
Jezus zegt :
"Wanneer twee van u eensgezind op
aarde iets vragen - het moge zijn wat het wil - zullen zij het
verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is. Want waar er
twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun
midden."
5-9
/ Rom.13,8
Zorg dat gij niemand iets schuldig zijt. Uw enige schuld blijde
de onderlinge liefde. Wie zijn naast bemint heeft de wet vervuld.
6-9
/ Jes.45,22a
Zo spreekt God de Heer : 'Wend u tot Mij, en laat u redden, gij
uithoeken der aarde.'
7-9
/ Jes.46,4b
Zo spreekt God de Heer : 'Ik blijf u dragen.'
8-9
/ Lc.9,62
Jezus zegt :
"Wie
de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt,
is ongeschikt voor het Rijk Gods."
9-9
/ 2 Kor.12,9b
Haat het kwaad, houd vast wat goed is.
10-9
/ Sir.27,30
Wrok en gramschap zijn iets afschuwelijks. Alleen een zondaar
blijft ermee lopen.
11-9
/ Mt.18,21-22
Petrus kwam naar Jezus toe en vroeg: "Heer,
als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan
vergeven ? Tot zevenmaal toe ?"
Jezus antwoordde hem : "Neen, zeg Ik
u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal."
12-9
/ Sir.28,2
Vergeef uw naaste zijn onrecht; dan worden, wanneer gij erom
bidt, uw eigen zonden kwijtgescholden.
13-9
/ 1 Kor.16,14
Laat alles bij u gebeuren met liefde.
14-9
/ Fil.3,10-11 / Kruisverheffing
Ik wil Christus kennen, ik wil de kracht van zijn opstanding
gewaar worden en de gemeenschap met zijn lijden, ik wil steeds
meer op Hem gelijken in zijn sterven, om eens te mogen komen tot
de wederopstanding uit de doden.
15-9
/ Ps.27,11
Heer, wijs mij uw weg, leid mij op het pad dat niet afwijkt, wie
er ook op de loer ligt.
16-9
/ Mc.10,13-16
De mensen brachten kinderen bij Jezus met de bedoeling dat
Hij ze zou aanraken. Maar bars wezen de leerlingen ze af.
Toen Jezus dat zag zei Hij verontwaardigd: 'Laat
die kinderen toch bij Mij komen, en houd ze niet tegen. Want aan
hen die zijn zoals zij behoort het Koninkrijk Gods. Voorwaar, Ik
zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er
zeker niet binnengaan.
Daarop omarmde Hij ze en zegende hen,
terwijl Hij hun de handen oplegde.
17-9
/ Bar.4,20b
Ik blijf roepen tot de eeuwige God, zolang ik leef.
18-9
/ Jes.55,6-9
Zoek de Heer nu Hij zich laat vinden, roep Hem aan nu Hij nabij
is. De ongerechtige moet zijn weg verlaten, de zondaar zijn
gedachten; hij moet naar de Heer terugkeren - de Heer zal zich
erbarmen - terug naar onze God, die altijd wil vergeven. Uw gedachten zijn
nu eenmaal niet mijn gedachten, mijn wegen niet uw wegen - is de
godsspraak van de Heer - maar zoals de hemel hoog boven de aarde
is, zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven en mijn gedachten
uw gedachten.
19-9
/ Joh.15,16a
Jezus zegt :
"Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar
Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten
voort te brengen, die blijvend mogen zijn."
20-9
/ Rom.14,7-9
Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen, niemand sterft voor
zichzelf alleen. Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en
sterven wij, dan sterven wij voor de Heer. Of wij leven of
sterven, Hem behoren wij toe. Daarvoor is Christus gestorven en
weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en levenden.
21-9
/ Rom.15,2
Laat ieder van ons bedacht zijn op het welzijn en de stichting
van zijn naaste.
22-9
/ Spr.6,6
Ga naar de mier, gij luiaard, bekijk haar gedrag en word wijs.
23-9
/ Ps.127,1a
Als de Heer het huis niet bouwt, is het zinloos dat de bouwlieden
werken.
24-9
/ Tob.3,2a
Rechtvaardig zijt Gij, Heer, en al uw werken en heel uw beleid
getuigen van uw barmhartigheid en uw trouw.
25-9
/ Mt.21-28-32
Jezus zei tot de hogepriesters en de oudsten van het volk: "Wat
denkt ge van het volgende ? Een man had twee zonen. Hij ging naar
de eerste toe en zei: Mijn zoon, ga vandaag werken in mijn
wijngaard. Goed Vader - antwoordde deze - maar hij deed het niet.
Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde:
Neen, ik wil niet; maar later kreeg hij spijt en ging toch. Wie
van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan ?"
Zij
antwoordden : "De laatste".
Toen
zei Jezus hun :
"Voorwaar,
Ik zeg u: de tollenaars en de ontuchtige vrouwen gaan eerder dan
gij het Rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende de
gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl
de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof schonken.
Maar zelfs nadat ge dit zag, zijt ge toch niet tot inkeer gekomen
en hebt ge hem geen geloof geschonken."
26-9
/ 2 Kor.4,18
Wij houden het oog gericht op het onzichtbare, niet op het
zichtbare; wat wij zien gaat voorbij, de onzichtbare
dingen duren eeuwig.
27-9
/ Zach.7,9
Spreek eerlijk recht en bewijs elkaar liefde en barmhartigheid.
28-9
/ Jes.63,7
De gunstbewijzen van de Heer wil ik bezingen, de roemvolle daden
van de Heer, alles wat de Heer voor ons heeft gedaan, zijn grote
goedheid voor het huis van Israël, de barmhartigheid die ons
bewees, en de vele gunstbwijzen.
29-9
/ Joh.15,4
Jezus zegt :
"Blijf in Mij, zoals Ik in u. Zoals
de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, maar alleen als zij
blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin, als gij niet blijft in
Mij.
30-9
/ Joh.15,8
Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt, dat gij rijke vruchten
draagt; zo zult gij mijn leerlingen zijn.
1-10 /
Fil.4,6-7
Wees
onbezorgd. Laat uw wensen bij God bekend worden in gebed en
smeken, en nooit zonder dankzegging. En de vrede van God, die
alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden
in Christus Jezus.
2-10
/ Fil.4,8
Broeders en zusters, houd uw aandacht gevestigd op al wat waar
is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en
aantrekkelijk, op al wat deugd heet en lof verdient.
3-10 /
Ps.36,8
God, hoe kostbaar is uw goedheid; ieder mag zich geborgen weten
in de schaduw van uw vleugels.
4-10 /
Ps.52,10
Ik ben als een groene olijfboom, die in het huis van God staat;
ik vertrouw op zijn liefde voor altijd en eeuwig.
5-10 / 1
Joh.4,16b
God is liefde; wie in de liefde woont, woont in God, en God is
met hem.
6-10 / 1
Joh.4,18
De volmaakte liefde drijft de vrees uit, want vrees duidt op
straf en wie vreest is niet volgroeid in de liefde.
7-10 /
Joh.6,35
Jezus zegt : "Ik
ben het brood des levens; wie tot Mij komt zal geen honger meer
hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen."
8-10 /
Joh.6,37-39
Jezus zegt : "Al
wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt,
zal Ik niet buitenwerpen. Ik ben immers uit de hemel neergedaald,
niet om mijn eigen wil te doen, maar de wil van Hem die Mij
gezonden heeft. En dit is de wil van Hem die Mij gezonden heeft,
dat ik niets van wat Hij Mij gegeven heeft verloren laat gaan,
maar het doet opstaan op de laatste dag."
9-10
/ Mt.22,14
Jezus zegt :
"Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren."
10-10 /
Deut.30,11-14
De geboden die ik u heden geef, zijn niet te zwaar voor u en zij
liggen niet buiten uw bereik. Ze zijn niet in de hemel en ge
hoeft niet te zeggen: 'Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor
ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen
volbrengen ?' Ze zijn niet overzee en ge hoeft niet te zeggen:
'Wie zal de zee over varen om ze voor ons te halen en ze ons te
laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen ?'
Neen, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Ge kunt
het dus volbrengen.
11-10 /
Jak.1,21b
Neem met zachtmoedigheid het woord van God aan, dat in u werd
geplant en de kracht bezit uw zielen te redden.
12-10 /
Hebr.4,12
Het woord van God is levend en krachtig. Het is scherper dan een
tweesnijdend zwaard en dringt door tot het raakpunt van ziel en
geest, van gewrichten en merg. Het ontleedt de bedoelingen en
gedachten van de mens.
13-10 /
1 Tes.2,13
Wij danken God zonder ophouden, dat gij het woord van God dat gij
van ons te horen kreeg, hebt ontvangen en het hebt aanvaard; niet
als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het
woord van God zelf, dat ook werkzaam blijft in u die gelooft.
14-10 /
Lc.11,28
Jezus
zegt : "Gelukkig zij die naar het
woord van God luisteren en het onderhouden."
15-10 /
Ps.105,7
Het
woord van God is beslissend voor heel de aarde.
16-10
/ Mt.22,21b
Jezus zegt :
"Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God
toekomt."
17-10 /
Hebr.12,14a
Streef naar vrede met alle mensen.
18-10 /
Hebr.12,14b
Streef naar een heilig leven, want zonder dat zal niemand de Heer
zien.
19-10 /
Hebr.12,15a
Pas op dat niemand van u de genade van God verspeelt.
20-10 /
Mc.8,29a
"Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben ?"
21-10 /
Ps.100,3
Erken toch: de Heer is God; Hij heeft ons gemaakt, wij behoren
Hem toe; wij, zijn volk en kudde, door Hem geweid.
22-10 /
Jes.40,11
Als een herder zal God de Heer zijn kudde weiden; in zijn arm
brengt Hij de lammeren samen en draagt ze aan zijn borst terwijl
Hij de ooien voortleidt.
23-10
/ Mt.22,35-40
Een wetgeleerde vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen: 'Meester,
wat is het voornaamste gebod in de Wet ?"
Jezus antwoordde Hem: "Gij zult de Heer
uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw
verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede,
daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan
deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten."
24-10 /
Jak.2,14-17
Wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft, als hij
geen daden kan laten zien ? Kan zo'n geloof hem soms redden ?
Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te
eten, en iemand van u zou zeggen: 'Geluk ermee, houd u warm en
eet maar goed !', en hij zou niets doen om in hun stoffelijke
nood te voorzien - wat heeft dat voor zin ?
Zo is het ook met het geloof, op zichzelf genomen, zonder zich in
daden te uiten, dood.
25-10 /
Jak.1,27
Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader
is dit : wezen en weduwen opzoeken in hun nood, en zichzelf
vrijwaren voor de besmetting van de wereld.
26-10 /
1 Joh.5,10a
Wie in de Zoon van God gelooft, draagt Gods getuigenis in zijn
hart.
27-10 /
Ps.36,6
Heer, hemelhoog is uw liefde; tot in de wolken reikt uw trouw.
28-10 /
Spr.15,16-17
Beter een schamel bezit en ontzag voor de Heer dan grote rijkdom
en veel onrust. Beter een karige schotel groenten en liefde dan
een vetgemeste os en haat.
29-10 /
1 Joh.4,7-9
Vrienden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde komt van
God. Iedereen die liefheeft is een kind van God, en kent God. De
mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde. En de
liefde die God is, heeft zich onder ons geopenbaard doordat Hij
zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft, om ons het leven te
brengen.
30-10
/ Mt.23,11
Jezus zegt : "Wie
de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn."
31-10 /
Wijsh.2,23
God heeft de mens geschapen voor een onvergankelijk leven en Hij
heeft hem gemaakt tot een beeld van zijn eigen eeuwigheid.
1-11 /
Allerheiligen / Mt.5,8
Jezus zegt :
"Zalig de zuiveren van hart, want zij
zullen God zien."
2-11 /
Allerzielen / 1 Joh.5,20
Wij weten dat de Zoon van God gekomen is, en ons inzicht gegeven
heeft om de waarachtige God te kennen. En wij zijn in de
waarachtige God, want wij zijn in Jezus Christus, zijn Zoon. Dit
is de ware God, dit is eeuwig leven.
3-11 /
Gal.6,8b
Wie zaait op de akker van de Geest, zal van de Geest eeuwig leven
oogsten.
4-11 /
Deut.18,13
Gij moet de Heer uw God onvoorwaardelijk trouw zijn.
5-11 / 1
Sam.12,24
Heb ontzag voor de Heer en dien Hem trouw met heel uw hart. Ge
ziet toch de grote dingen die Hij voor u heeft gedaan !
6-11
/ Wijsh.612
Stralend en nooit verwelkend is de wijsheid, gemakkelijk wordt
zij aanschouwd door wie haar liefhebben, gevonden door wie haar
zoeken.
7-11 /
Wijsh.6,14
Wie om de wijsheid vroeg opstaat, hoeft zich niet uit te sloven,
want hij zal haar vinden, zittend aan zijn deur.
8-11 /
Jes.12,2
God is mijn redding, ik vrees niet, ik ben vol vertrouwen. Hij is
mijn sterkte en kracht, Hij is mijn redding geworden.
9-11 /
Joh.15,18
Jezus zegt : "Als de wereld u haat,
bedenk dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u."
10-11 /
Rom.13,13-14
Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons
onthouden van braspartijen en drinkgelagen, van ontucht en
losbandigheid, van twist en nijd. Bekleed u met de Heer Jezus
Christus, en koester geen zondige gedachten meer.
11-11 /
Joh.20,19-22
Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen
bij elkaar. Hoewel de deur op slot was uit vrees voor de Joden,
kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: 'Vrede
zij u.' Na dit gezegd te hebben toonde Hij
hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van
vreugde toen zij de Heer zagen.
Nogmaals zei Jezus tot hen: 'Vrede zij u.
Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.'
Na deze woorden blies Hij over hen en zei: 'Ontvang
de heilige Geest.'
12-11 /
Spr.20,21
Een bezit dat met gierigheid begonnen is zal zonder zegen
eindigen.
13-11
/ Mt.25,29
Jezus zegt : "Aan ieder die heeft, zal
gegeven worden, zelfs in overvloed gegeven worden, maar wie niet
heeft, hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft."
14-11 /
1 Tes.5,9-10
God heeft ons niet bestemd om zijn toorn te ondergaan, maar om
het heil te verwerven door onze Heer Jezus Christus, die voor ons
gestorven is, opdat wij, wakend of reeds ontslapen, met Hem
verenigd zouden leven.
15-11 /
Ps.86,11
Wijs mij uw weg, Heer, laat mij wandelen op het pad van uw
waarheid, vervul mijn hart met ontzag voor uw Naam.
16-11 /
Ps.84,12-13
Gij, Heer, mijn God, zal ik loven met heel mijn hart,
uw Naam voor eeuwig prijzen. Want Gij toont mij
uw grote trouw, Gij verlost mij uit de diepte van het
dodenrijk.
17-11 /
Hand.9,32-35
Eens kwam Petrus op een grote rondreis ook bij de leerlingen die
in Lydda woonden en trof daar een zekere Enéas aan, die reeds
acht jaar wegens verlamming het bed moest houden. Petrus sprak
tot hem: 'Enéas, Jezus Christus geneest u,
sta op en maak zelf uw bed in orde.'
Onmiddelijk stond hij op. Alle inwoners van Lydda en van de
Saronvlakte zagen hem en bekeerden zich tot de Heer.
18-11 /
Jer.17,14a
Heer, genees mij, en ik zal gezond zijn, red mij en ik zal veilig
zijn.
19-11 /
Jer.18,6
Zo spreekt de Heer: Als leem in de hand van de pottenbakker zijt
gij in mijn hand.
20-11
/ Christus Koning / Mt.25,34-36
Dan zal de Koning tot die aan zijn rechterhand zeggen: 'Kom,
gezegenden van mijn Vader, en ontvang het Rijk dat voor u gereed
is vanaf de grondvesting der wereld. Want Ik had honger en gij
hebt mij te eten gegeven, Ik had dorst en Gij hebt mij te drinken
gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt mij opgenomen, Ik was
naakt en gij hebt mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt mij
bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt mij bezocht.'
21-11 /
Lc.6,31
Jezus zegt : "Zoals gij wilt dat de
mensen u behandelen, moet gij het hun doen."
22-11 /
Lc.6,32-35
Jezus zegt : "Als gij bemint wie u
beminnen, wat voor recht op dank hebt ge dan ? Ook de zondaars
beminnen wie hen liefhebben. Als gij weldoet aan wie u weldaden
bewijzen, wat voor recht op dank hebt ge dan ? Dat doen de
zondaars ook. Als gij leent aan hen van wie ge hoopt terug te
krijgen, wat voor recht op dank hebt ge dan ? Ook de zondaars
lenen aan zondaars met de bedoeling evenveel terug te krijgen.
Neen, bemin uw vijanden, doe goed en leen uit zonder er op te
rekenen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn, dan
zult ge kinderen zijn van de Allerhoogste, die immers ook goed is
voor de ondankbaren en de slechten."
23-11 /
Lev.19,17b
Wijs elkaar terecht; dan maakt ge u niet schuldig aan de zonde
van een ander.
24-11 /
Lev.19,16a
Strooi geen lasterpraat rond over elkaar.
25-11 /
Joh.15,12
Jezus zegt : "Dit is mijn gebod, dat
gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad."
26-11 /
Jez.Sir.36,1
Waak over ons, Heer, God van het heelal.
27-11
/ eerste zondag advent / Mc.13,35-36
Jezus zegt : "Wees waakzaam, want ge
weet niet wanneer de heer des huizes komt, 's avonds laat of
midden in de nacht, bij het hanegekraai of 's morgens vroeg. Als
hij onverwacht komt, laat hij u dan niet slapend vinden."
28-11 /
Jes.2,3a
Kom, laat ons optrekken naar de berg van de Heer.
29-11 /
Jes.11,1-3
In die dagen zal een twijg ontspruiten aan de stronk van Isaï,
een scheut aan zijn wortels zal vruchten dragen. De geest van de
Jahwe zal op hem rusten; de geest van wijsheid en verstand, de
geest van raad en heldenmoed, de geest van liefde en ontzag voor
God.
30-11 /
Jes.25,9
Op die dag zal men zeggen: dat is onze God op wie wij hoopten,
Hij heeft ons gered, dit is de Heer op wie wij ons vertrouwen
hadden gesteld; laat ons jubelen en ons verheugen in de redding
die Hij ons bracht.
1-12 /
Jes.26,3
Die standvastig zijn van hart omringt Gij met uw vrede, want op U
hebben zij hun vertrouwen gesteld.
2-12 /
Jes.29,17-19
Zo spreekt de Heer: 'Zie, nog een korte tijd, en de Libanon zal
een boomgaard worden, en de boomgaard zal veranderen in een woud.
Op die dag zullen de doven verstaan wat er voorgelezen wordt, na
duisternis en nacht de ogen der blinden weer zien. De verdrukten
zullen zich in de Heer verheugen, de armsten der mensen zich
verblijden in Israëls Heilige.'
3-12 /
Jes.30,2
Uw
oren zullen een stem achter u horen die zegt: 'Dit is de weg,
volg hem, waarheen hij u ook leidt.'
4-12
/ 2e zondag adevent / Mc.1,4-5
Johannes trad op in de woestijd en doopte; hij preekte een
doopsel van bekering tot vergiffenis van de zonden. Heel de
landstreek Judea en alle inwoners van Jeruzalem trokken naar hem
uit, en lieten zich dopen in de rivier de Jordaan, terwijl zij
hun zonden beleden.
5-12 /
Jes.35,1-2
Woestijn en steppe zullen zich verheugen, jubelen en bloeien de
dorre vlakte. Pronken zal zij met lelies, van blijdschap jubelen
en juichen. De glorie van de Libanon valt haar ten deel, de
luister van Karmel en Sjaron. Zij zullen de glorie van de Heer
aanschouwen, de luister van onze God.
6-12 /
Jes.40,9
Beklim de hoogste berg, Gij Sion, vreugdebode, verhef krachtig uw
stem, Jeruzalem, vreugdegezant ! Verkondig het luid, ken geen
vrees, roep tot de steden van Juda: Uw God is op komst.
7-12 /
Jes.40,29-31
Aan wie moe is, verleent de Heer kracht, aan wie geen weerstand
heeft, schenkt Hij overvloedige energie. Jonge mannen kunnen moe
worden en uitgeput, kerels kunnen bezwijken, maar allen die op de
Heer vertrouwen ontvangen nieuwe kracht, en slaan hun vleugels
uit als adelaars; zij lopen maar worden niet moe, zij rennen maar
raken niet uitgeput.
8-12 /
Onbevlekte ontvangenis van Maria / Lc.1,38
Maria sprak tot de engel: 'Zie de
dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord.'
9-12 /
Jes.48,17
Zo spreekt de Heer, uw verlosser, Israëls Heilige: 'Ik ben de
Heer, uw God, die u voor uw bestwil onderricht, en
u leidt op de weg die gij moet gaan.'
10-11-12 december : geen bijbelcitaat verzonden
13-12 /
Ps.31,25
Wees sterk, onverslagen van hart, gij allen die hoopvol op de
Heer wacht.
14-12 /
Jes.45,22
Keer u tot Mij om gered te worden, gij volken van alle landen der
aarde, want Ik ben God, en niemand anders.
15-12 /
Jes.54,10
De bergen mogen wankelen, de heuvels schudden, maar mijn trouw
jegens u zal niet wankelen, en mijn Verbond van liefde niet
breken - zegt de Heer die u barmhartig is.
16-12 /
Jes.56,1-2a
Onderhoud het recht en doe wat rechtvaardig is, want mijn heil is
in aantocht, mijn rechtvaardigheid dient zich aan. Gelukkig de
mens die zo handelt.
17-12 /
Wijsh.1,1b
Richt uw gedachten op de Heer in goede gezindheid en zoek Hem in
eenvoud van hart.
18-12
/ 4e zondag advent / Lc.1,30-33
De engel sprak tot Maria : "Vrees niet
Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult
zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de
naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste
genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David
schenken en Hij zal in eeuwigheid Koning zijn over het huis van
Jacob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen."
19-12 /
Ps.25,1
Tot U, Heer, stijgt mijn verlangen.
20-12 /
Jak.5,7-8
Heb geduld tot de komst van de Heer. De boer, die uitziet naar de
heerlijke vrucht van zijn land, kan alleen maar geduldig wachten
totdat de winter- en voorjaarsregen gevallen zijn. Ook gij moet
geduldig zijn en moedig, want de komst van de Heer is nabij.
21-12 /
Jer.30,22
Dit zegt de Heer uw God: Ik herstel de tenten van Jacob, Ik
ontferm Mij over zijn huizen. De stad wordt herbouwd op zijn
puinhoop.
22-12 /
Rom.13,12
De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom
ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met
de wapens van het licht.
23-12 /
Jes.7,14
De Heer geeft u ongevraagd een teken: Zie de maagd zal ontvangen
en een zoon baren, en zij zal hem noemen Immanuël :
God-met-ons.
24-12 /
Bar.4,36
Kijk naar het oosten, Jeruzalem, naar de vreugde die God u
brengt.
25-12
/ Kerstmis / Tit.3,4
De goedheid en mensenliefde van God onze Heiland is op aarde
verschenen.
26-12 /
Mt.10,22b
Jezus zegt: "Wie ten einde toe
volhardt zal gered worden."
27-12 /
1 Joh.1,1-3
Het bestond vanaf het begin - we hebben het gehoord en met eigen
ogen gezien; we hebben het aanschouwd en onze handen hebben het
aangeraakt - dààrover spreken wij: over het Woord dat leven is.
Want het leven is verschenen; het eeuwige leven dat bij de Vader
was heeft zich aan ons getoond: wij hebben het gezien, wij
getuigen er van, wij maken het u bekend.
28-12 /
1 Joh.1,5
Vrienden, dit is de boodschap die wij van Jezus gehoord hebben en
aan u doorgeven: God is licht, er is in Hem geen spoor van
duisternis.
29-12 /
Lc.2,34a
Simeon sprak tot Maria:
"Zie, dit Kind is bestemd tot val of opstanding van velen in
Israël, tot een teken dat weersproken wordt, opdat de gezindheid
van vele harten openbaar moge worden."
30-12 /
Ps.105,1-2
Verheerlijk de Heer en aanbid zijn Naam, verkondig de volken zijn
daden. Bezing Hem en tokkel de snaren voor Hem, verhaal al zijn
wondere werken.
31-12 /
1 Joh.2,21b
De leugen is onverenigbaar met de waarheid.