Lezingen van de dag

30 juli 2010

vrijdag in week 17 door het jaar


H. Petrus Chrysologus ( 450)

(gedachtenis)

         


Uit de profeet Jeremia
26, 1-9

Tempeldienst, zelfs tot in de puntjes verzorgd, heeft geen zin, als wij niet eerst naar de Heer luisteren en niet leven volgens de wet, die Hij ons heeft gegeven, als wij niet luisteren naar zijn dienaars. Zo richt Jeremia zich tot de formalistische mensen van alle tijden, die zich ertegen verzetten.

In het begin van de regering van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, richtte de Heer de volgende woorden tot Jeremia:
‘Dit zegt de Heer: Ga in de voorhof van mijn tempel staan en spreek tot allen die uit de steden van Juda zijn gekomen om Mij in de tempel te vereren. Zeg hun alles wat Ik je opdraag en laat niets achterwege. Misschien zullen ze luisteren en met hun kwalijke praktijken breken. Dan zal Ik afzien van het onheil waarmee Ik hen wil treffen vanwege hun kwalijke praktijken. Zeg tegen hen: Dit zegt de Heer: Als jullie niet naar Mij luisteren, als jullie de wet niet naleven die Ik je gegeven heb en niet luisteren naar mijn dienaren, de profeten, die Ik telkens weer naar jullie zend, maar voor wie jullie tot nu toe doof waren, dan zal Ik met deze tempel hetzelfde doen als met Silo, zodat alle volken op aarde de naam van deze stad als een vloek zullen gebruiken.’
De priesters, de profeten en alle andere aanwezigen in de tempel hoorden Jeremia deze woorden spreken.
Nadat hij tegen hen gezegd had wat de Heer hem had opgedragen, grepen ze hem vast. ‘Sterven moet jij!’ riepen ze. ‘Hoe durf je in de naam van de Heer te profeteren dat het deze tempel zal vergaan als Silo en dat deze stad een ruïne wordt waar niemand nog zal wonen?’
Al het volk in de tempel liep tegen Jeremia te hoop.

 

Psalm 69, 5 + 8 + 9 + 10 + 14

Refr.: Heer, toon uw trouw en red mij.

Talrijker dan de haren op mijn hoofd
zijn zij die mij haten zonder reden,
met velen zijn mijn belagers,
mijn vijanden die mij bedriegen:
teruggeven moet ik
wat ik niet heb geroofd.

Om U moet ik smaad verduren
en bedekt het schaamrood mijn gezicht.
Ik ben voor mijn broers een vreemde geworden,
een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
De hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd,
de smaad van wie U smaadt, is op mij neergekomen.

En nu, Heer, richt ik mijn gebed tot U,
laat dit een uur zijn van mededogen.
Groot is uw ontferming, God, antwoord mij,
toon uw trouw en red mij.

           

 

Uit het evangelie volgens Matteüs
13, 54-58

De dorpsgenoten van Jezus namen aanstoot aan Hem en aan zijn optreden. Jezus maakt er zich niet druk om. Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad. Blijkbaar verwachten deze mensen een andere messias dan Jezus hen biedt. Iemand die een rijk komt stichten met zulke arme middelen en wil dienen, trekt maar moeilijk aan.

Jezus kwam aan in zijn vaderstad en gaf de bewoners onderricht in hun synagoge, zodat ze stomverbaasd waren en zeiden: ‘Hoe komt Hij aan die wijsheid en hoe kan Hij die wonderen doen? Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? Waar heeft hij dat alles dan vandaan?’
En ze namen aanstoot aan Hem.
Maar Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad en in zijn eigen familie.’
En Hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof.

 

Van Woord naar leven ...

Laat ons bidden ...

         

 

 

De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©
Nederlands Bijbelgenootschap 2004.

De korte inleidingen op de lezingen zijn onleend aan het week- en zondagmissaal,
door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en
de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo,
o.l.v. Jos Van Der Veken,
uitgegeven bij Brepols-Licap, ©
Brepols 2007.

Naar homepage Dagelijks Bijbelcitaat