Lezingen van de dag – vrijdag 23 juni 2017


Heilig Hart van Jezus

Hoogfeest      –      Eigen lezingen


Hoe langer we naar Jezus kijken, hoe meer we geboeid worden door zijn volgehouden en fijngevoelige liefde voor ieder. Hij had en heeft echt een hart voor elke mens.

Hijzelf is zachtmoedig en nederig van hart. Daarom kan Hij rust en verlichting schenken aan uitgeputte en moedeloze mensen. Zijn idealen zijn geen verlammend juk. We kunnen ze dragen en er zelfs een diepe vrede in ervaren, wanneer we ze dragen in Hem, en zoals Hij, willen groeien naar de intimitiet met God, onze liefdevolle Vader.


Uit het boek Deuteronomium 7, 6-11

De liefde van God voor zijn volk, dat zo vaak ontrouw is, blijft steeds uitnodigend en belangeloos, en komt altijd het eerst. De liefde van het volk voor God kan dan alleen maar een antwoord zijn, een ingaan op zijn geboden. In het hart van Christus zijn deze twee vormen van liefde één.

Mozes sprak tot het volk:
‘U bent een volk dat aan de Heer, uw God, is gewijd. U bent door Hem uitgekozen om, anders dan alle andere volken op aarde, zijn kostbaar bezit te zijn.
Het is niet omdat u talrijker was dan de andere volken dat Hij u lief kreeg en uitkoos; u was het kleinste van allemaal!
Maar omdat Hij u liefhad en zich wilde houden aan wat Hij uw voorouders onder ede had beloofd, heeft de Heer u met sterke hand bevrijd uit de slavernij, uit de macht van de farao, de koning van Egypte.
Besef dus goed: alleen de Heer, uw God, is God en Hij houdt woord; Hij komt zijn beloften na en is trouw aan ieder die Hem liefheeft en die doet wat Hij gebiedt, tot in het duizendste geslacht.
Maar ieder die Hem haat zal daarvoor boeten met zijn leven; de Heer zal hem niet laten begaan, Hij laat hem persoonlijk boeten.
Neem daarom de geboden, wetten en regels die ik u vandaag voorhoud zorgvuldig in acht.’

 

Psalm 103, 1 + 2 + 3 + 4 + 6 + 7 + 8 + 10

Refr.: Liefdevol en genadig is de Heer.

Prijs de Heer, mijn ziel,
prijs, mijn hart, zijn heilige Naam.
Prijs de Heer, mijn ziel,
vergeet niet één van zijn weldaden.

Hij vergeeft u alle schuld,
Hij geneest al uw kwalen,
Hij redt uw leven van het graf,
Hij kroont u met trouw en liefde.

De Heer doet wat rechtvaardig is,
Hij verschaft recht aan de verdrukten.
Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,
aan het volk van Israël zijn grootse daden.

Liefdevol en genadig is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
Hij straft ons niet naar onze zonden,
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld.

 

Uit de eerste brief van Johannes 4, 7-16

Wanneer wij elkaar liefhebben openbaren wij Hem die in ons verblijft.

Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.
En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door Hem zouden leven.
Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden. Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.
Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.
Dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten delen in zijn Geest.
En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld.
Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God.
Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.

 

Alleluia.

Neem mijn juk op
en leer van mij,
want Ik ben zachtmoedig
en nederig van hart.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 11, 25-30

Alleen de Zoon kan de geheimen van Gods hart onthullen. Zij die ingenomen zijn met hun eigen wijsheid, blijven gesloten voor deze openbaring. De nederigen die haar wel aanvaarden, zien hun juk verlicht.

In die tijd zei Jezus:
‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild.
Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.
Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal Ik jullie rust geven.
Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Lezingen van de dag – donderdag 22 juni 2017


donderdag in week 11 door het jaar


Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 11, 1-11

De Korintiërs stellen Paulus’ belangeloze inzet in vraag en lopen anderen achterna. Hij zette zich in zonder enige vergoeding te vragen, geheel om niets. Elk echt apostolaat is er alleen om God, anders blijft het niet geloofwaardig.

Broeders en zusters,
u staat me wel toe dat ik een beetje dwaas doe. Daar hebt u vast geen bezwaar tegen. Ik waak over u zoals God over u waakt. Ik heb u aan één man uitgehuwelijkt, aan Christus, en ik wil u als een kuise bruid aan Hem geven. Alleen vrees ik dat, zoals Eva door de slang op sluwe wijze bedrogen werd, uw gedachten worden weggelokt van de oprechte en zuivere toewijding aan Christus. U hebt er immers geen enkel bezwaar tegen dat iemand u een andere Jezus verkondigt dan wij hebben gedaan, of dat u een andere Geest of een ander evangelie ontvangt dan u ontvangen hebt.
Ik denk dat ik in geen enkel opzicht de mindere ben van die geweldige apostelen van u. Ook al ontbreekt het mij aan welsprekendheid, kennis bezit ik genoeg. Dat heb ik u meer dan eens op allerlei manieren bewezen. Of heb ik soms een misdaad begaan door u zonder enige vergoeding Gods evangelie te verkondigen? Wanneer ik me daarmee vernederd heb, was het alleen om u te verheffen.
Andere gemeenten heb ik geplunderd door geld aan te nemen om u van dienst te kunnen zijn. Maar tijdens mijn verblijf bij u heb ik niemand om hulp gevraagd toen ik in geldnood kwam; het zijn de broeders uit Macedonië geweest die me hebben geholpen. Ik heb er altijd voor gewaakt u iets te kosten, en zal dat blijven doen.
Zo zeker als de waarheid van Christus in mij is, die roem zal ik mij nergens in Achaje laten ontnemen. En waarom niet? Omdat ik u niet lief zou hebben? God weet dat ik dat wel doe.

 

Psalm 111, 1 + 2 + 3 + 4 + 7 + 8

Refr.: Wees blij in de Heer !

Ik wil de Heer loven met heel mijn hart,
in de grote kring van oprechten.

Machtig zijn de werken van de Heer,
wie ze liefheeft, onderzoekt ze.

Zijn daden hebben glans en glorie,
zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.

Hij stelde een gedenkdag in voor zijn wonderen,
genadig en liefdevol is de Heer.

Waarheid en recht zijn het werk van zijn handen,
uit al zijn regels blijkt zijn trouw.

Ze zijn onwrikbaar, voor altijd en eeuwig,
gemaakt volgens waarheid en recht.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 7-15

Eén zaak blijkt duidelijk in het gebed dat Jezus ons leerde: Wij kunnen slechts oprecht bidden tot de vader als wij de kinderen van diezelfde Vader, onze medemensen, steeds weer opnemen en vergiffenis schenken.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden. Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen.
Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel. Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.’

Lezingen van de dag – woensdag 21 juni 2017


woensdag in week 11 door het jaar


Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 9, 6-11

God houdt van de blijmoedige gever. Dikwijls ontkrachten wij onze gaven door geen belang te hechten aan de manier waarop wij geven. Een gave kan pas een gave zijn als zij aangenomen wordt. En om een gave te doen aannemen is het van het grootste belang dat wij met blijheid geven.

Broeders en zusters,
bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten.
Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.
God heeft de macht u te overstelpen met al zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk.
Zo staat er geschreven: ‘Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.’
God, die zaad geeft om te zaaien en brood om te eten, zal ook u zaad geven en het laten ontkiemen, zodat uw vrijgevigheid een rijke oogst opbrengt.
U bent in ieder opzicht rijk geworden om in alles vrijgevig te kunnen zijn, en uw vrijgevigheid leidt door onze bemiddeling tot dankzegging aan God.

 

Psalm 112, 1 + 2 + 3 + 4 + 9

Refr.: God de Heer is trouw in eeuwigheid.

Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer,
en met liefde voor zijn geboden.

Zijn nageslacht geniet aanzien in het hele land,
de oprechten worden gezegend.

Rijkdom en weelde bewonen zijn huis,
en zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.

Hij straalt voor de oprechten als licht in het duister,
genadig, liefdevol en rechtvaardig.

Standvastig is zijn hart en zonder vrees.
Aan het eind ziet hij zijn vijanden verslagen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 1-6 + 16-18

De christelijke praktijken onderhouden om op te vallen bij anderen, is niet de juiste mentaliteit. Dan doen wij het voor onszelf en niet voor God of voor de anderen. Het radicalisme van het evangelie wil niet opvallen. Het handelt alleen vanuit een diepe overtuiging van een waarachtig godsgeloof, en dat werkt in stilte.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.
Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als je aalmoezen geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Zo blijft je aalmoes in het verborgene, en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
En wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag in de synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.’

Lezingen van de dag – dinsdag 20 juni 2017


dinsdag in week 11 door het jaar


Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 8, 1-9

Aalmoezen worden dikwijls gegeven in de hoop er nog een groter deel voor terug te krijgen. Paulus vermaant ons hier het anders te doen. Christenen zouden moeten wedijveren om anderen te mogen ondersteunen. Want Jezus Christus is om onzentwille arm geworden.

Broeders en zusters,
wij willen u niet onthouden wat Gods genade tot stand heeft gebracht in de gemeenten van Macedonië: ze zijn door ellende zwaar op de proef gesteld, maar vervuld van een overstelpende vreugde en ondanks hun grote armoede zeer vrijgevig. Ik verzeker u dat ze naar vermogen hebben gegeven, ja, zelfs boven hun vermogen.
Uit eigen beweging hebben ze ons dringend verzocht mee te mogen doen aan de collecte, waarmee de heiligen in Jeruzalem zullen worden ondersteund. En ze gaven aanzienlijk meer dan we hadden verwacht: door Gods wil gaven ze zichzelf in de eerste plaats aan de Heer, en vervolgens ook aan ons.
We hebben er dan ook bij Titus op aangedrongen dat hij dit goede werk, waarmee hij al bij u begonnen is, voltooit.
U blinkt in alles uit: in geloof, in kennis en welsprekendheid, in inzet op elk gebied, in de liefde die wij in u hebben gewekt–blink dus ook uit in dit goede werk.
Ik zeg dit niet als een bevel; door op de inzet van anderen te wijzen wil ik nagaan of uw liefde oprecht is.
Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: Hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden.

 

Psalm 146, 2 + 5 + 6 + 7 + 8 + 9a

Refr.: God de Heer is trouw in eeuwigheid.

De Heer wil ik loven, zolang ik leef,
mijn God bezingen zolang ik besta.

Gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft,
wie zijn hoop vestigt op de Heer, zijn God.

Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt,
de zee en alles wat daar leeft.

Hij is trouw tot in eeuwigheid.
doet recht aan de verdrukten.

Hij geeft brood aan de hongerigen,
bevrijdt de gevangenen.

De Heer opent de ogen van blinden,
richt de gebogenen op.

De Heer heeft de rechtvaardigen lief,
beschermt de vreemdelingen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 43-48

Beminnen die ons beminnen is niet zo moeilijk. Veel lastiger is het te houden van diegenen die ons kwaad hebben gedaan. In de grond zijn we daarin echter kortzichtig. Want als iemand ons echt kwaad heeft gedaan, is hij beklagenswaardig, is hij de ongelukkige die ons medelijden en meeleven nodig heeft. Niet omgekeerd.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.”
En Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo?
En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo?
Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’

Lezingen van de dag – maandag 19 juni 2017


maandag in week 11 door het jaar


Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 6, 1-10

Paulus vraagt aan de Korintiërs Gods genade niet vergeefs te ontvangen. Hen en ons roept hij op als dienaars van God te leven in een geest van heiligheid en ongeveinsde liefde, trouw aan het woord van waarheid in de kracht van God zelf.

Broeders en zusters,
als Gods medewerkers sporen wij u aan: laat de goedheid die Hij u bewijst niet tevergeefs zijn.
God zegt: ‘Wanneer de tijd daarvoor gekomen is, luister Ik naar je, op de dag van de redding help Ik je.’ Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van de redding.
Om onze verkondiging niet te schaden, geven wij niemand ook maar enige aanstoot. We willen juist laten zien dat we dienaren van God zijn, door altijd te volharden: in tegenspoed, nood en ellende, onder lijfstraffen, in gevangenschap en onder volkswoede, onder zware inspanningen, slaapgebrek en honger, door oprechtheid en kennis, door geduld en vriendelijkheid, door de gaven van de heilige Geest en ongeveinsde liefde, door de verkondiging van de waarheid en de kracht van God. We vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid, we worden geëerd en gesmaad, belasterd en geprezen. We worden bedriegers genoemd maar spreken de waarheid, we zijn vreemdelingen maar toch bij iedereen bekend, we sterven maar toch leven we, we worden gestraft maar niet ter dood veroordeeld, we hebben verdriet maar toch zijn we altijd verheugd, we zijn arm maar toch maken we velen rijk, we bezitten niets maar toch hebben we alles.

 

Psalm 98, 1-4

Refr.: Juich de Heer toe, heel de aarde.

Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.
Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

De Heer heeft zijn overwinning bekendgemaakt,
voor de ogen van de volken zijn gerechtigheid onthuld.
Hij heeft gedacht aan zijn liefde en trouw,
voor het volk van Israël.

De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God.
Juich de Heer toe, heel de aarde,
juich en jubel, zing het uit.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 38-42

Wij kennen allen de kernachtige uitdrukking van dit evangelie: als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe. Gewoonlijk doen wij dat niet, maar slaan terug, met alle gevolgen van dien.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.”
En Ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.
Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af.
En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op.
Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen.’

Lezingen van de dag – zondag 18 juni 2017


11e zondag door het jaar – A


Uit het boek Exodus 19, 2-6a

Door bemiddeling van Mozes vertrouwt de God van het Verbond aan zijn volk een zending toe voor alle naties. Zij zullen getuigen van de goddelijke heiligheid, die eens moet stralen over heel de wereld.

De Israëlieten waren vanuit Refidim verder getrokken en in de Sinaiwoestijn gekomen. Daar sloegen de ze hun kamp op, vlak bij de berg.
Mozes ging de berg op, naar God.
De Heer riep hem vanaf de berg toe: ‘Zeg tegen het volk van Jakob, laat de kinderen van Israël weten: “Jullie hebben gezien hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe Ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht. Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken; want de hele aarde behoort mij toe. Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk.”‘

 

Psalm 100, 1 + 2 + 3 + 5

Refr.: Wij zijn Gods kudde, zijn volk.

Juich de Heer toe, heel de aarde,
dien de Heer met vreugde,
kom tot Hem met jubelzang.

Erken het: de Heer is God,
Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe,
zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.

De Heer is goed,
zijn liefde duurt eeuwig,
zijn trouw van geslacht op geslacht.

 

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 5, 6-11

In Christus’ dood vinden wij het bewijs van Gods oneindige liefde en de bron van onze verzoening met Hem. In zijn verrijzenis hebben wij de belofte en het onderpand van het eeuwig leven.

Broeders en zusters,
toen wij nog hulpeloos waren is Christus voor ons, die op dat moment nog schuldig waren, gestorven.
Er is bijna niemand die voor een rechtvaardig mens wil sterven; slechts een enkeling durft voor een goed mens zijn leven te geven.
Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.
Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij Hem zullen worden gered en niet veroordeeld.
Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met Hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met Hem zijn verzoend, worden gered door diens leven.
En meer nog, dat wij God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door wie we nu al met God zijn verzoend.

 

Alleluia.

Uw woord is waarheid, Heer,
wijd ons toe in uw waarheid.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 36 – 10, 8

De zending die aan de leerlingen is toevertrouwd, vloeit voort uit Jezus’ medelijden met de verlaten menigte. Is die zending aanvankelijk nog beperkt tot Israël alleen, zij zal zich, onder stuwing van de Geest van de Verrezene, weldra uitbreiden tot alle volkeren.

Toen Jezus de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.
Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’
Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen.
Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, en ten slotte Simon Kananeüs en Judas Iskariot, die Hem zou uitleveren.
Deze twaalf zond Jezus uit, en Hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël. Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!’

Lezingen van de dag – zaterdag 17 juni 2017


zaterdag in week 10 door het jaar


Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 5, 14-21

Christus is voor Paulus de drijfkracht voor zijn apostolische activiteit. Zij is voor hem een dienst van het woord dat ons met God verzoent en dat ons tot nieuwe mensen in Christus maakt.

Broeders en zusters,
wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat Hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt. Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.
Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: Hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft Hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen.
God heeft Hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.

 

Psalm 103, 1 + 2 + 3 + 4 + 8 + 9 + 11 + 12

Refr.: Liefdevol en genadig is de Heer.

Prijs de Heer, mijn ziel,
prijs, mijn hart, zijn heilige Naam.
Prijs de Heer, mijn ziel,
vergeet niet één van zijn weldaden.

Hij vergeeft u alle schuld,
Hij geneest al uw kwalen,
Hij redt uw leven van het graf,
Hij kroont u met trouw en liefde.

Liefdevol en genadig is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
Niet eindeloos blijft Hij twisten,
niet eeuwig duurt zijn toorn.

Zoals de hoge hemel de aarde overspant,
zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.
Zo ver als het oosten is van het westen,
zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 33-37

Eden en krachttermen zijn een uiting van het verlangen van mensen om te beschikken over het goddelijke, om heilige dingen ten dienste te stellen van zichzelf. Jezus wijst deze profanatie van Gods heerlijkheid totaal af.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.”
En Ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken.
Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.’

Lezingen van de dag – vrijdag 16 juni 2017


vrijdag in week 10 door het jaar


Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 4, 7-15

Lijden, tegenslag en tegenwerking kunnen ons – menselijk gezien – elke uitweg ontnemen. Maar volgens Paulus is dit maar schijn. Want als wij leven met en in Christus zijn er ook in het lijden wegen die tot het volle leven leiden.

Broeders en zusters,
wij dragen een schat in aarden potten; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.
We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven.
Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven en weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken en ons samen met u naar zich toe zal voeren. Dit alles gebeurt omwille van u, zodat Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt, ook tot steeds meer dankzegging leidt, tot eer van God. Daarom verzaken wij onze plicht niet. Ook al gaat ons uiterlijke bestaan verloren, ons innerlijke bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd.

 

Psalm 116, 10 + 11 + 15 + 16 + 17 + 18

Refr.: Heer, uw dienaar ben ik.

Ik bleef vertrouwen, ook al zei ik:
Ik ben diep ongelukkig.

Al te snel dacht ik:
Geen mens die zijn woord houdt.

Met pijn ziet de Heer,
de dood van zijn getrouwen.

Ach, Heer, ik ben uw dienaar,
uw dienaar ben ik.

Ik ben de zoon van uw dienares;
u hebt mijn boeien verbroken.

U wil ik een dankoffer brengen.
Ik zal de Naam aanroepen van de Heer.

Ik zal mijn geloften aan de Heer inlossen,
in het bijzijn van heel zijn volk.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 27-32

Niet alleen onze daden maar ook onze bedoelingen bepalen de morele waarde van ons christen-zijn. Het is trouwens typisch dat mensen hun bedoelingen voor hun eigen verdediging vlijtig aanhalen, terwijl ze bij het beoordelen van anderen meer kijken naar hun daden alleen. Deze algemene houding wordt toegelicht met het voorbeeld van de huwelijkstrouw.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.” En Ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd.
Als je rechteroog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt.
En als je rechterhand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam naar de Gehenna gaat.
Er werd gezegd: “Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief meegeven.” En ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw verstoot, drijft haar tot overspel – tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis; en ook wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel.’

Lezingen van de dag – donderdag 15 juni 2017


Sacramentsdag

Hoogfeest


Sinds Jezus in het laatste avondmaal gezegd heeft: ‘Doe dit tot mijn gedachtenis’, komen wij bijeen om eucharistie te vieren. Wanneer wij aanzitten aan zijn tafel en eten van zijn brood delen wij aan zijn leven, dood en verrijzenis.

Zoals het manna voor de Joden in de woestijn een levensreddend voedsel was op hun tocht naar het Beloofde Land, zo is ook Jezus’ Lichaam en Bloed ons voedsel voor onderweg.
Omdat het brood één is, vormen wij allen samen één lichaam. De Heer maakt ons immers tot gemeenschap met elkaar in Hem.
Vandaag vieren en gedenken wij dankbaar dat Jezus zich totaal heeft prijsgegeven voor ons en nu leeft in de heerlijkheid bij de Vader, terwijl Hij tevens bij ons is, en onze Middelaar blijft.
Zoals wij in ons dagelijks voedsel de kracht vinden om te leven, zo moge de eucharistie ons krachtig sterken op onze weg naar God.


Uit het boek Deuteronomium 8, 2-3 + 14b-16a

Het verblijf in de woestijn was voor Israël de gelegenheid om zich bewust te worden van het levende en persoonlijke karakter van zijn Verbond met God. Door de gave van het manna te ontvangen, ontdekt het volk zijn ware honger, die alleen gestild kan worden door het Woord van God.

Mozes sprak tot het volk:
‘Denk aan de tocht die de Heer, uw God, u door de woestijn heeft laten maken, veertig jaar lang. Hij wilde u zijn macht laten voelen en u op de proef stellen, om te ontdekken wat er in uw hart leefde: gehoorzaamheid aan zijn geboden of niet.
U hébt zijn macht leren kennen: hij liet u honger lijden en gaf u toen manna te eten, voedsel dat u nooit eerder had gezien en uw voorouders evenmin. Zo maakte Hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de Heer voortbrengt.
Was Hij het niet die u uit de slavernij in Egypte bevrijdde; die u veilig door die grote, verschrikkelijke woestijn leidde, dat dorre land waar geen water te vinden is en waar giftige slangen en schorpioenen huizen; die voor u water liet ontspringen uit de steenharde rots; die u in de woestijn manna te eten gaf, voedsel dat uw voorouders nog nooit hadden gezien.’

 

Psalm 147, 12 + 13 + 14 + 15 + 19 + 20

Refr.: Zalig de armen van geest.

Prijs, Jeruzalem, prijs de Heer,
loof, Sion, loof je God.

Hij heeft de grendels van je poorten versterkt,
het volk binnen je muren gezegend.

Hij geeft je vrede en veilige grenzen,
met vette tarwe stilt Hij je honger.

Hij zendt zijn bevelen naar de aarde,
vlug als een renbode gaat zijn woord.

Hij maakt zijn woorden aan Jakob bekend,
zijn wetten en voorschriften aan Israël.

Met geen ander volk heeft Hij zich zo verbonden,
met zijn wetten zijn zij niet vertrouwd.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 10, 16-17

Christenen mogen niet offeren aan de afgoden van de wereld. Zij hebben het Bloed van Christus, dat hen heeft gered, en het enige brood van het leven, dat hun eenheid uitmaakt.

Broeders en zusters,
maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus?
Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus?
Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.

 

Alleluia.

Ik ben het levend brood
dat uit de hemel is neergedaald.
Als iemand van dit brood eet,
zal hij leven in eeuwigheid.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 6, 51-58

In het licht van de Pinkstergeest en het eucharistisch leven van de eerste Kerk, denkt Johannes na over het onderricht van Jezus. Hij gaf zich geheel aan de wereld: in de verkondiging, op het kruis, in het teken van brood en wijn. Hij is ons Leven en het onderpand van onze verrijzenis.

Jezus sprak: ‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’
Nu begonnen de Joden heftig met elkaar te discussiëren: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’
Daarop zei Jezus: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal Ik op de laatste dag uit de dood opwekken.
Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en Ik blijf in hem.
De levende Vader heeft mij gezonden, en Ik leef door de Vader; zo zal wie mij eet, leven door mij.
Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet het brood dat uw voorouders aten; zij zijn gestorven, maar wie dit brood eet zal eeuwig leven.’

Lezingen van de dag – woensdag 14 juni 2017


woensdag in week 10 door het jaar


Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 3, 4-11

Paulus maakt hier een vergelijking tussen de wet van Mozes en het nieuwe Verbond, waarin hij kan en mag werken dank zij de Geest. Heel zijn bekwaamheid komt van God. De dienst aan de wet, hoewel belangrijk, kon de dood niet overwinnen. De dienst aan de Geest heeft de dood wel overwonnen en zal daarom blijvend zijn.

Broeders en zusters,
groot is ons Godsvertrouwen dankzij Christus. Niet dat wij vanuit onszelf zo bekwaam zijn dat we dit als ons eigen werk kunnen beschouwen; onze bekwaamheid danken we aan God. Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe Verbond te dienen: niet het Verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
Wanneer wat de dood bracht en met letters in steen werd gegrift, al met zoveel luister verscheen dat het volk van Israël niet naar Mozes kon kijken door de stralende glans op zijn gezicht–een glans die verdween–, zal dan wat de Geest brengt niet nog groter luister hebben? Wanneer wat tot veroordeling leidt al met luister is bekleed, dan is wat tot vrijspraak leidt dat des te meer.
De luister van toen is niets in vergelijking met de overweldigende luister van nu. Wanneer wat verdwijnt al luister bezit, geldt dat des te meer voor wat blijft.

 

Psalm 99, 5-9

Refr.: Heilig is de Heer, onze God.

Breng hulde aan de Heer, onze God,
en buig u neer aan zijn voeten.
Heilig is Hij.

Mozes en Aäron waren zijn priesters,
ook Samuël riep zijn Naam.
Riepen zij tot de Heer, Hij antwoordde.

In de wolkkolom sprak Hij hen toe
en zij onderhielden zijn geboden,
de wet die Hij hun gaf.

Heer, onze God, U hebt hun geantwoord.
U was voor hen een God van vergeving
en een God die hun misdaden strafte.

Breng hulde aan de Heer, onze God,
en buig u neer voor zijn heilige berg.
Heilig is de Heer, onze God.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 17-19

Christus wilde door zijn prediking de bestaande wetten niet afschaffen, maar Hij heeft ze aangevuld en vervolledigd. Hij is groter dan Mozes en staat op gelijke voet met God.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.
Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.’