Lezingen van de dag – zaterdag 18 november 2017


zaterdag in week 32 door het jaar


Uit het boek Wijsheid 18, 14-16 + 19, 6-9

Door zijn machtig woord leidde God de geschiedenis van het uitverkoren volk. Wanneer wij ons leven met gelovige ogen durven overzien, vinden wij daarin héél sterke dingen die getuigen van Gods bezig-zijn met ons.

Toen de nacht de helft van zijn weg had afgelegd en alles in diepe rust verzonken was, sprong uw almachtige woord vanaf de troon in de hemel midden in het vervloekte land, als een meedogenloze krijgsheld, met het scherpe zwaard van uw ondubbelzinnige opdracht.
Het stelde zich op, de voeten op aarde en de kruin tegen de hemel, en zaaide alom dood en verderf.
Gehoorzaam aan uw bevelen werd heel de schepping opnieuw gevormd, in haar oorspronkelijke vorm, opdat uw kinderen ongedeerd zouden blijven.
Ze zagen de wolk die de legerplaats overschaduwde, ze zagen droog land te voorschijn komen waar eerder nog water was, een gebaande weg door de Rode Zee, een groene vlakte in plaats van ruw, onstuimig water.
Daar trok, beschermd door uw hand, het hele volk doorheen, nadat ze wonderbaarlijke tekenen hadden gezien.
Ze waren uitgelaten als paarden in de wei en sprongen als lammeren, en ze loofden U, Heer, die hen had gered.

 

Psalm 105, 2 + 3 + 36 + 37 + 42 + 43

Refr.: Beroem u op Gods heilige Naam.

Zing en speel voor de Heer,
spreek vol lof over zijn wonderen.

Beroem u op zijn heilige Naam.
Wees blij van hart, U die de Heer zoekt.

Hij trof de eerstgeborenen in hun land,
hun sterke oudste zonen.

Hij liet zijn volk vertrekken met zilver en goud,
niemand in hun stammen ging strompelend weg.

Hij dacht aan zijn heilig woord,
gegeven aan Abraham, zijn dienaar.

Hij liet zijn volk in vreugde vertrekken,
zijn uitverkoren volk jubelend gaan.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 18, 1-8

De kracht van ons leven ligt in het dagelijks, stil, volgehouden gebed.

Jezus vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven:
‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.” Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’
Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.
Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?’

Lezingen van de dag – vrijdag 17 november 2017


vrijdag in week 32 door het jaar


Uit het boek Wijsheid 13, 1-9

De schrijver van het boek Wijsheid stelt dat wij uit het kunstwerk van de schepping kunnen komen tot de erkenning van een persoonlijke God. De vooruitgang heeft de beste beoefenaars van de wetenschap inderdaad zover gebracht. Onze taak ten opzichte van de wereld is haar steeds meer te zien als een gave, en een opgave.

Wie niet van God weet is een geboren dwaas. Zulke mensen zijn niet eens in staat om uit alle goede dingen die ze zien de Zijnde te kennen, of de maker te ontwaren in wat Hij gemaakt heeft.
In plaats daarvan zien ze vuur of wind, of een windvlaag, een sterrenkring, onstuimig water of hemellichten aan voor goden die de wereld beheersen.
Als zij, verrukt door hun schoonheid, deze dingen al tot goden verheffen, dan hadden ze toch moeten inzien hoezeer Hij die over al die dingen heerst, ze te boven gaat. Alles is immers gemaakt door de schepper van de schoonheid.
En als ze verbaasd staan over de kracht en de werking van die dingen, dan hadden ze daaruit toch moeten leren hoe groot de macht is van Hem die ze gemaakt heeft.
Uit de grootheid en de schoonheid van de schepping is immers af te leiden wie de schepper is.
Toch moet over deze mensen niet al te hard geoordeeld worden, want misschien dwalen ze terwijl ze God zoeken en Hem willen vinden.
Ze zijn zo verdiept in het bestuderen van wat Hij gemaakt heeft dat ze zich helemaal door het uiterlijk laten meeslepen, zo mooi is alles wat er te zien is.
Desondanks zijn ze niet vrij te pleiten: als ze bij machte zijn om zo veel kennis op te doen dat ze de wereld kunnen doorvorsen, dan hadden ze Hem die heerst over al die dingen toch allang moeten vinden?

 

Psalm 19, 2-5

Refr.: De hemel verhaalt van Gods majesteit.

De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen.

De dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.

Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.

Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 26-37

De zondvloed, de ondergang van Sodom en de verwoesting van Jeruzalem waren beelden van het einde der tijden. Lucas pikt bij deze beelden aan om ons te waarschuwen, ons hier geen blijvende woonplaats te bouwen. Of zoals Johannes het schreef: het gaat om dat ene gebod; de liefde.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Zoals het eraan toeging in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon: ze aten, ze dronken, ze huwden, ze werden uitgehuwelijkt, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam die iedereen verzwolg. Of zoals het eraan toeging in de dagen van Lot: ze aten, ze dronken, ze kochten, ze verkochten, ze plantten, ze bouwden; maar op de dag waarop Lot wegtrok uit Sodom, regende het vuur en zwavel uit de hemel en kwamen allen om.
Zo zal het ook gaan op de dag waarop de Mensenzoon wordt geopenbaard. Wie op die dag op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om zijn bezittingen te gaan halen, en wie op het land is moet niet naar huis terug willen gaan. Denk aan de vrouw van Lot! Wie probeert zijn leven veilig te stellen zal het verliezen, maar wie het verliest zal het behouden. Ik zeg jullie, die nacht zullen er twee in één bed liggen: de een zal worden meegenomen, de ander achtergelaten. Van twee vrouwen die samen aan het malen zijn, zal de een worden meegenomen, de ander worden achtergelaten.’
Ze vroegen Hem: ‘Waar, Heer?’
Hij antwoordde: ‘Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.’

Lezingen van de dag – donderdag 16 november 2017


donderdag in week 32 door het jaar


Uit het boek Wijsheid 7, 22 – 8, 1

Enkele decennia voor Christus’ geboorte wordt de komst van God tot de mensen voorgesteld als de Wijsheid die op een persoonlijke manier alles komt leiden ten dienste van de mensheid.

De wijsheid, de maakster van alles, heeft mij onderricht. Zij heeft een geest die verstandig en heilig is, uniek, veelzijdig, verfijnd, beweeglijk, helder, rein, toegankelijk, onkwetsbaar, liefdevol, scherpzinnig, onstuitbaar, weldadig, menslievend, standvastig, onwrikbaar, onbezorgd, almachtig, alles overziend en alle geesten doordringend, hoe scherp, zuiver of subtiel ze ook zijn.
De wijsheid is beweeglijker dan alles wat beweegt, ze doordringt en doorstroomt alles met haar zuiverheid.
Ze is de adem van Gods kracht, de zuivere straling van de luister van de Almachtige; niets dat onrein is kan haar binnendringen.
In haar schittert het eeuwige licht, in haar wordt Gods kracht feilloos weerspiegeld en zijn goedheid afgebeeld.
Ze is één maar kan alles, ze is onveranderlijk maar vernieuwt alles.
Ze gaat over op elk volgend geslacht van vrome mensen en maakt hen tot vrienden van God, en tot profeten.
Want God heeft alleen degene lief die zijn leven deelt met de wijsheid.
In schoonheid overtreft ze de zon, haar plaats is boven de sterren. Ze is schitterender dan het daglicht, want dat wordt gevolgd door de nacht, maar de wijsheid wordt nooit verduisterd door het kwaad.
Haar macht omvat de wereld van het ene uiteinde tot het andere, alles bestuurt ze even voortreffelijk.

 

Psalm 119, 89 + 90 + 91 + 130 + 135 + 175

Refr.: U woord, Heer, staat vast in de hemel voor eeuwig.

Heer, voor eeuwig
staat uw woord in de hemel vast.
Uw trouw duurt van geslacht op geslacht,
U hebt de aarde gegrondvest en zij houdt stand.

Naar uw voorschriften blijven hemel en aarde bestaan,
alles is aan U onderworpen.
Als uw woorden opengaan, is er licht
en inzicht voor de eenvoudigen.

Laat het licht van uw gelaat over mij schijnen,
onderwijs uw dienaar in uw wetten.
Moge mijn ziel leven en U loven,
mogen uw voorschriften mijn hulp zijn.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 20-25

Vlak bij ons, in onze medemens, in onze taak, in zijn Woord, in zijn sacrament komt de Heer. Leven wij vanuit deze realiteit ?

Toen de Farizeeën Jezus vroegen wanneer het Koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun: ‘De komst van het Koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het Koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’
Tegen de leerlingen zei Hij: ‘Er komt een tijd dat jullie ernaar zullen verlangen een van de dagen van de Mensenzoon te zien, maar jullie zullen die dag niet meemaken. Dan zullen de mensen tegen jullie zeggen: “Kijk daar!” of: “Kijk hier!” Maar doe dat niet en schenk er geen aandacht aan. Want zoals de bliksem licht geeft wanneer hij van de ene naar de andere kant van de hemel flitst, zo zal de Mensenzoon verschijnen. Maar eerst moet Hij veel lijden en door deze generatie verworpen worden.’

Lezingen van de dag – woensdag 15 november 2017


woensdag in week 32 door het jaar


Uit het boek Wijsheid 6, 1-11

De Heer zal uw dagen nagaan.

Luister, koningen, en toon inzicht. Laat u onderrichten, rechters over de hele wereld.
Geef gehoor, u die menigten gebiedt en pronkt met uw vele volken.
U hebt uw macht ontvangen van de Heer, u ontleent uw heerschappij aan de Allerhoogste. Hij zal uw daden beoordelen en uw voornemens toetsen. Hoewel u zijn koningschap vertegenwoordigt, hebt u niet eerlijk gevonnist, de wet niet gehandhaafd en niet naar Gods wil gehandeld. Daarom zal Hij snel en schrikwekkend tegen u optreden, want machthebbers wacht een streng oordeel.
De onaanzienlijke zal genade en vergeving vinden, maar machtigen worden aan een machtig oordeel onderworpen. Hij die over allen heerst bekommert zich niet om het aanzien dat iemand geniet, Hij deinst niet terug voor iemands grootheid. Groot en klein heeft Hij zelf geschapen en voor iedereen zorgt Hij op dezelfde wijze, maar wie sterk is zal een strenger onderzoek ondergaan. Daarom richt ik mijn woorden tot u, vorsten, opdat u leert wat wijsheid is en niet zult afdwalen.
Zij die alles wat heilig is zorgvuldig in ere houden, zullen zelf geheiligd worden, en zij die deze les ter harte nemen, zullen worden ontzien.
Verlang er dus vurig naar om mijn woorden te horen en ik zal u onderricht geven.

 

Psalm 82, 3 + 4 + 6 + 7

Refr.: Verschijn, God, om recht te spreken op aarde.

Doe recht aan weerlozen en wezen,
kom op voor verdrukten en zwakken.

Bevrijd wie weerloos zijn en arm,
red hen uit de greep van wie kwaad wil.

Ooit heb ik gezegd: “U bent goden,
zonen van de Allerhoogste, allemaal.”

Toch zult u sterven als mensen,
ten val komen als aardse vorsten.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 11-19

De tien melaatsen zien in Jezus een mogelijkheid om te genezen. Uitgestoten uit de maatschappij moesten ze bij hun genezing zich melden bij de priesters. Jezus stuurt hen er heen. Ze geloofden en werden genezen. Slechts één kwam Hem bedanken. Een aansporing voor ons steeds dankbaar te zijn.

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen Hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. Ze verhieven hun stem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’
Toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’
Terwijl ze gingen werden ze gereinigd.
Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem. Hij viel neer aan Jezus’ voeten om Hem te danken. Het was een Samaritaan.
Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’
Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.’

Lezingen van de dag – dinsdag 14 november 2017


dinsdag in week 32 door het jaar


Uit het boek Wijsheid 2, 23 – 3, 9

De mens is geschapen voor de eeuwigheid.

God heeft de mens geschapen voor de eeuwigheid, als afspiegeling van zijn eigen wezen.
Maar de duivel heeft uit jaloezie de dood in de wereld gebracht; ieder die hem toebehoort roept de dood over zich af.
De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods hand, geen marteling kan hun deren.
Dwazen menen dan wel dat de rechtvaardigen dood zijn, dat het ellendig is dat ze ons moesten verlaten en rampzalig dat ze afscheid moesten nemen – de rechtvaardigen zijn evenwel in vrede. Ook al ziet iedereen hun lot als een straf, zij koesterden de hoop op onsterfelijkheid. En na een korte tijd van lijden is hun onmetelijk geluk ten deel gevallen, want God heeft hen op de proef gesteld en hen waardig gekeurd om bij Hem te zijn. Hij heeft hen als goud in een oven gelouterd en hen als een brandoffer aanvaard.
Wanneer de tijd aanbreekt dat Hij zich over hen ontfermt, zullen ze opvlammen en als vuur door een stoppelveld razen. Ze zullen een oordeel vellen over alle volken en over hen heersen, en de Heer zal hun koning zijn tot in eeuwigheid.
Wie op Hem vertrouwen zullen de waarheid kennen, en wie trouw zijn zullen in liefde met Hem verkeren.
Want er is genade en barmhartigheid voor zijn heilig volk, en redding voor zijn uitverkorenen.

 

Psalm 34, 2 + 3 + 16 + 17 + 18 +19

Refr.: Laat mijn leven een loflied zijn voor de Heer.

De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag,
mijn mond is altijd vol van zijn lof.

Laat mijn leven een loflied zijn voor de Heer,
de nederigen zullen het met vreugde horen.

Het oog van de Heer rust op de rechtvaardigen,
zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.

Toornig ziet de Heer wie kwaad doen aan,
Hij wist hun namen op aarde uit.

De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen,
Hij bevrijdt hen uit de nood.

Gebroken mensen is de Heer nabij,
Hij redt wie zwaar wordt getroffen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 7-10

Elke verantwoordelijkheid in de Kerk is niets anders dan een nederige dienst om de gaven van God aan de mensen door te geven. Wie dient doet dit niet naar maat, hij is altijd bereid.

Jezus sprak:
‘Als iemand van jullie een knecht zou hebben die ploegt of de kudden weidt, dan zal hij, wanneer die thuiskomt van het land, toch niet tegen hem zeggen: “Ga maar meteen aan tafel”? Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen: “Maak iets te eten voor me klaar, doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf eten en drinken”? Hij bedankt de knecht toch niet omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen?
Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: “Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.”’

 

Lezingen van de dag – maandag 13 november 2017


maandag in week 32 door het jaar


Uit het boek Wijsheid 1, 1-7

De wijsheid wordt verpersoonlijkt als de geest van de Heer die alles ordent en samenhoudt. Hij spoort aan tot menslievendheid, goedheid en eenvoud van hart. Hij schuwt alle dubbelzinnigheid en werkt op innerlijkheid en overtuiging.

Heb de gerechtigheid lief, heersers van de aarde. Koester zuivere gedachten over de Heer en zoek Hem met een eerlijk geweten.
Wie Hem niet tart zal Hem vinden, en wie Hem niet wantrouwt zal Hem zien.
Misvattingen houden een mens bij God vandaan. Dwazen kunnen zijn macht alleen tot hun eigen schande op de proef stellen.
De wijsheid zoekt geen onderkomen in een ziel die sluw is, ze woont niet in een lichaam dat door zonde wordt beheerst.
Als Gods heilige Geest onderwijst ze mensen. Bedrog ontvlucht ze, onverstandig denken gaat ze uit de weg, waar onrecht opdoemt trekt ze zich terug.
De wijsheid is een geest die mensen liefheeft. Maar godslasteraars houdt ze verantwoordelijk voor hun woorden. God weet wat er in hun binnenste leeft, Hij ziet feilloos wat ze in gedachten hebben en hoort wat er uit hun mond komt.
De geest van de Heer vervult immers de hele wereld; Hij die alles omvat weet wat er gezegd wordt.

 

Psalm 139, 1-10

Refr.: Heer, wonderbaarlijk is het zoals U mij kent.

Heer, U kent mij, U doorgrondt mij,
u weet het als ik zit of sta,
U doorziet van verre mijn gedachten.

Ga ik op weg of rust ik uit, U merkt het op,
met al mijn wegen bent U vertrouwd.
Geen woord ligt op mijn tong,
of U, Heer, kent het ten volle.

U omsluit mij, van achter en van voren,
U legt uw hand op mij.
Wonderlijk zoals U mij kent,
het gaat mijn begrip te boven.

Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
hoe aan uw blikken ontkomen?
Klom ik op naar de hemel; U tref ik daar aan.
Lag ik neer in het dodenrijk; U bent daar.

Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,
al ging ik wonen voorbij de verste zee,
ook daar zou uw hand mij leiden,
zou uw rechterhand mij vasthouden.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 1-6

Vergeving schenken schept leven.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Het is onvermijdelijk dat er mensen ten val worden gebracht, alleen: wee degene die daarvoor verantwoordelijk is! Het zou beter voor hem zijn als hij met een molensteen om zijn hals in zee werd geworpen dan dat hij ook maar een van deze geringen ten val zou brengen.
Let dus goed op jezelf! Indien je broeder zondigt, spreek hem dan ernstig toe; en als hij berouw heeft, vergeef hem. En als hij zevenmaal op een dag tegen je zondigt en zevenmaal naar je terugkeert en zegt: “Ik heb berouw,” dan moet je hem vergeven.’
Toen zeiden de apostelen tegen de Heer: ‘Geef ons meer geloof!’
De Heer zei: ‘Als jullie geloof hadden als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen die moerbeiboom zeggen: “Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in de zee!” en hij zou jullie gehoorzamen.’

 

Lezingen van de dag – zondag 12 november 2017


32e zondag door het jaar – A


Uit het boek Wijsheid 6, 12-16

Het is niet de eerste keer dat wij uitgenodigd worden om in Christus de ware Wijsheid te zien. Komt ook Hij niet, zoals de Wijsheid, tegemoet aan wie Hem zoeken, en verlicht ook Hij niet hen die Hem in geloof verbeiden?

Schitterend en onvergankelijk is de wijsheid. Ze laat zich gemakkelijk zien aan wie haar liefheeft, ze laat zich vinden door wie haar zoekt; wie naar haar verlangt leert haar dadelijk kennen.
Wie voor zonsopgang opstaat om haar te zoeken, wordt niet moe: hij vindt haar pal voor zijn deur.
Een mens kan zijn verstand niet beter gebruiken dan door aan haar te denken.
Wie om haar wakker ligt zal spoedig vrij van zorgen zijn.
De wijsheid is op zoek naar mensen die haar waard zijn, ze treedt hun welwillend tegemoet en vertoont zich aan hen in elke gedachte.

 

Psalm 63, 2-8

Refr.: Laten al uw schepselen U loven, Heer.

God, U bent mijn God, U zoek ik,
naar U smacht mijn ziel,
naar U hunkert mijn lichaam
in een dor en dorstig land, zonder water.

In het heiligdom heb ik U gezien,
uw macht en majesteit aanschouwd.
Uw liefde is meer dan het leven,
mijn lippen zingen uw lof.

U wil ik prijzen, mijn leven lang,
roepend uw Naam, de handen geheven.
Dan wordt mijn ziel verzadigd met uw overvloed,
jubel ligt op mijn lippen, mijn mond zal U loven.

Liggend op mijn bed denk ik aan U,
wakend in de nacht prevel ik uw Naam.
U bent altijd mijn hulp geweest,
ik juichte in de schaduw van uw vleugels.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen 4, 13-18

Om deze moeilijke tekst te verstaan, moeten wij twee dingen voor ogen houden. Toen Paulus deze brief schreef, was hij in de overtuiging dat hij nog tijdens zijn leven de werderkomst van Christus zou zien. Vandaar de uitdrukking: ‘Wij die in leven blijven…’ Daarbij beschrijft hij de verrijzenis van de gelovigen in termen van de joodse apocalyptische literatuur. Vandaar beelden zoals de stem van de aartsengel en het weggevoerd worden op de wolken van de hemel. Maar zijn boodschap blijft actueel: de zekerheid dat Christus terugkomt is een bron van hoop en wederzijdse steun.

Broeders en zusters,
wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en is opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door Jezus de doden naar zich toe zal leiden, samen met Jezus zelf.
Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij Hem zijn.
Troost elkaar met deze woorden.

 

Alleluia.

Wees waakzaam,
want gij weet niet op welk uur
de Mensenzoon komt.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 25, 1-13

Er is iets tragisch in het bestaan van de christenen: dag en uur van Christus’ wederkomst zijn niet gekend. Daarom is voor hen wijs en voorzichtig, zich onvermoeibaar op die wederkomst voor te bereiden, door de trouw aan het evangelie, de standvastigheid in het geloof en de beoefening van de naastenliefde.

Jezus vertelde zijn leerlingen deze gelijkenis:
‘Het zal met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.” Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.” De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!” Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.”
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip Hij komt.’

Lezingen van de dag – zaterdag 11 november 2017


zaterdag in week 31 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 16, 3-9 + 16 + 22-27

Het slot van deze brief neemt het beginthema weer op. In een lange reeks persoonlijke groeten aan zijn vrienden sluit Paulus zijn brief af. Hij dankt God die hen allen geroepen heeft tot geloofsgehoorzaamheid. Met Paulus bewonderen wij de wijsheid waarmee Gods plannen worden uitgevoerd.

Broeders en zusters,
Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus, die voor mij hun leven op het spel hebben gezet. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle gemeenten van de heidenen. Groet ook de gemeente die bij hen in huis samenkomt. Groet mijn geliefde Epenetus, die als eerste in Asia tot het geloof in Christus is gekomen. Groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft getroost. Groet Andronikus en Junia, mijn volksgenoten die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden. Groet mijn geliefde Ampliatus, die in de Heer gelooft. Groet Urbanus, onze medewerker in de dienst aan Christus, en groet mijn geliefde Stachys. Groet elkaar met een heilige kus. Alle gemeenten van Christus laten u groeten.
Ook ik, Tertius, die deze brief heb opgeschreven, groet u als iemand die in de Heer met u verbonden is. Gajus, die mijn gastheer is en die zijn huis voor de hele gemeente openstelt, laat u groeten. Erastus, die de gelden van de stad beheert, en mijn broeder Quartus laten u groeten.
Aan Hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen – aan Hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid.
Amen.

 

Psalm 145, 2 + 3 + 4 + 5 + 10 + 11

Refr.: Laten al uw schepselen U loven, Heer.

Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw naam loven tot in eeuwigheid.

Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe,
zijn grootheid is niet te doorgronden.

Laat geslacht na geslacht van uw schepping verhalen,
uw machtige daden verkondigen.

Laten zij spreken over de glorie van uw majesteit,
ook ik wil uw wonderen bekendmaken.

Laten al uw schepselen U loven, Heer,
en uw getrouwen U prijzen.

Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 16, 9-15

Door onze bezittingen te delen met de armen zullen wij niet bezwijken om twee heren te gaan dienen maar in elke situatie ervoor zorgen God te dienen, die onze harten kent.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is. Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt?
Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’
De Farizeeën, die geldzuchtig waren, hoorden dit alles aan en ze haalden honend hun neus voor Hem op.
Maar Jezus zei tegen hen: ‘U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.’

Lezingen van de dag – vrijdag 10 november 2017


vrijdag in week 31 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de christenen van Rome 15, 14-21

Paulus schetst hier zijn ambt als apostel. Op hun wijze delen de priesters in dit ambt. God geeft hun de genade om dienaren van Christus te zijn onder de heidenen, opdat deze een welgevallige offerande worden, gewijd door de heilige Geest.

Broeders en zusters,
ikzelf ben ervan overtuigd dat u inderdaad niets dan het goede wilt en dat het u niet aan kennis ontbreekt, zodat u ook in staat bent om elkaar terecht te wijzen. Ik heb u hier en daar nogal vrijmoedig geschreven, maar alleen om u te herinneren aan wat u al weet. Ik doe dat vanwege de genade die God mij geschonken heeft: ik moet in volledige toewijding aan zijn evangelie een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen zijn, zodat zij een God welgevallig offer kunnen worden, geheiligd door de heilige Geest.
Dat ik trots kan zijn op mijn werk voor God, dank ik aan Christus Jezus. Ik zal over niets anders spreken dan wat Christus door mij tot stand brengt om de heidenen tot gehoorzaamheid te brengen: door wat ik zeg en doe, door zijn macht waarmee ik tekenen en wonderen verricht door de macht van Gods Geest.
Zo heb ik vanuit Jeruzalem en helemaal tot aan Illyrië het evangelie van Christus verspreid, maar ik heb er een eer in gesteld het niet op plaatsen te verkondigen waar Christus al bekend was. Ik wilde niet op het fundament van een ander bouwen, want er staat geschreven: ‘Zij aan wie Hij niet verkondigd is, zullen zien; zij die niet over Hem hebben gehoord, zullen tot inzicht komen.’

 

Psalm 98, 1-4

Refr.: Juich de Heer toe, heel de aarde !

Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.

Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

De Heer heeft zijn overwinning bekendgemaakt,
voor de ogen van de volken zijn gerechtigheid onthuld.

Hij heeft gedacht aan zijn liefde en trouw
voor het volk van Israël.

De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God.

Juich de Heer toe, heel de aarde,
juich en jubel, zing het uit.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 16, 1-8

Men is verwonderd de Heer de oneerlijkheid van de rentmeester te horen prijzen. Het is eerder de handigheid waarmee deze man zich uit zijn hachelijke situatie redt, die wordt geprezen. Elke christen zou even handig moeten zijn om het heil te bereiken dat hem wordt aangeboden.

Jezus richtte zich tot zijn leerlingen:
‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte. De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.”
Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me. Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen.
Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn heer schuldig?”
“Honderd vaten olijfolie,” antwoordde de schuldenaar.
De rentmeester zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.”
Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En u, hoeveel bent u schuldig?”
“Honderd balen graan,” luidde het antwoord.
De rentmeester zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er tachtig van.”
En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld. De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht.’

Lezingen van de dag – donderdag 9 november 2017


kerkwijding basiliek van Lateranen

feest   –   eigen lezingen

God houdt niet van getto’s. Hij ziet zijn volk als één grote natie zonder grenzen, een volk dat niemand afschrijft of buitensluit. Zo ziet Hij ook de gemeenschap van de kerk, als een ruimte waar plaats is voor allen die Hem willen dienen. Het feest van de kerkwijding van de Lateraanse basiliek dwingt ons tot bezinning.


Uit de profeet Ezechiël 47, 1-2 + 8-9 + 12

De profeet Ezechiël spreekt over de aanwezigheid van God midden onder zijn volk. De tempel is de plaats waar God verblijft. Daaruit stroomt water dat de wereld vruchtbaarheid schenkt. Overal waar deze rivier
komt, zal alles in leven blijven. Zo is God aanwezig onder zijn volk en schenkt Hij leven in overvloed.

De engel van de Heer bracht mij terug naar de ingang van de tempel. Daar zag ik water onder de drempel van de tempel vandaan komen. Het stroomde naar het oosten, want de voorkant van de tempel lag op het oosten. Het water liep van onder de rechter buitenmuur van de tempel, ten zuiden van het altaar, naar beneden.
Hij nam mij door de noordpoort mee naar buiten en we liepen buitenom naar de oostelijke buitenpoort. Daar zag ik het water aan de rechterkant eruit sijpelen.
Hij zei tegen mij: ‘Dit water stroomt door de oostelijke landstreek, dan naar beneden de Jordaanvallei in, en mondt uit in de Dode Zee. Wanneer het de zee in stroomt wordt het water daar zoet. Het zal er wemelen van levende wezens, overal waar de rivier stroomt komt leven, er zal vis zijn in overvloed. Als dit water in de Dode Zee aankomt wordt het water daar zoet; overal waar de rivier stroomt komt leven. Aan de oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan de bladeren niet zullen verwelken en de vruchten niet zullen opraken; elke maand zullen ze vrucht dragen. Het water stroomt immers uit het heiligdom. De vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig.’

 

Psalm 46, 2 + 3 + 5 + 6 + 8 + 9

Refr.: De Heer is mijn huis.

God is voor ons een veilige schuilplaats,
een betrouwbare hulp in de nood.

Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde
en storten de bergen in het diepst van de zee.

Een rivier, wijd vertakt, verblijdt de stad van God,
de heilige woning van de Allerhoogste.

Met God in haar midden stort zij niet in,
vroeg in de morgen komt God haar te hulp.

De Heer van de hemelse machten is met ons,
onze burcht is de God van Jakob.

Kom en zie wat de Heer heeft gedaan,
verbijsterend is wat Hij op aarde verricht.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 2, 13-22

Jezus sprak over de tempel van zijn lichaam.

Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem. Daar trof Hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’
Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’
Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt U bewijzen dat U dit mag doen?’
Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’
‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd,’ zeiden de Joden, ‘en U wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’
Maar Hij sprak over de tempel van zijn lichaam.
Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.