Lezingen van de dag – dinsdag 17 juli 2018


dinsdag in week 15 door het jaar


Uit de profeet Jesaja 7, 1-9

Politiek is de situatie van koning Achaz niet erg rooskleurig. Langs alle kanten bedreigen hem zijn buren en zoeken wederzijds steun bij elkaar om hun aanvallers te weerstaan. Koning Achaz krijgt verleidelijke voorstellen. Eén ding vergeet hij echter en daar komt Jesaja hem op wijzen: als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand.

In de tijd dat Achaz, de zoon van Jotam, de zoon van Uzzia, regeerde over Juda, trok koning Resin van Aram samen met koning Pekach van Israël, de zoon van Remaljahu, op naar Jeruzalem. Hij belegerde de stad, maar slaagde er niet in haar in te nemen. Toen het koningshuis van David het bericht kreeg dat Aram en Efraïm de krachten gebundeld hadden, sloeg de koning en zijn volk de schrik om het hart, en zij beefden als bomen in de storm.
Toen zei de Heer tegen Jesaja: ‘Ga samen met je zoon Sear-Jasub op weg om Achaz te ontmoeten, op de straat van het bleekveld, waar de watertoevoer in het bovenste waterbekken uitkomt. Zeg tegen hem: “Houd het hoofd koel, laat u geen schrik aanjagen door die twee smeulende stukken hout, Resin van Aram en de zoon van Remaljahu, hoe hoog hun woede ook oplaait. Aram mag dan kwaad tegen u in de zin hebben, net als Efraïm met die zoon van Remaljahu, en zeggen: ‘Laten we tegen Juda ten strijde trekken, het verscheuren en overmeesteren, en dan stellen we de zoon van Tabeal aan als koning’ – maar dit zegt God, de Heer: Het zal niet gebeuren, het zal niet zo gaan. Immers, het hoofd van Aram is Damascus, en het hoofd van Damascus is die Resin. – Nog vijfenzestig jaar en het volk van Efraïm bestaat niet meer. – Het hoofd van Efraïm is Samaria, en het hoofd van Samaria is die zoon van Remaljahu. Alleen als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand.”’

 

Psalm 48, 2-8

Refr.: Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe.

Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe.
In de stad van onze God, op zijn heilige berg,
schone hoogte, vreugde van heel de aarde,
Sionsberg, flank op het noorden,
zetel van de grote koning,
in haar vesting weet men:
God is onze burcht.

Koningen sloten zich aaneen,
samen trokken zij ten strijde.
Maar wat zij zagen, verbijsterde hen,
verschrikt namen zij de vlucht.
Een siddering greep hen daar aan,
zoals krampen een barende vrouw,
zoals de oosterstorm inbeuktop schepen uit Tarsis.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 11, 20-24

Vele Joden vroegen regelmatig duidelijke tekens van Jezus. Geeft Hij deze tekens dan geloven zij nog niet. In de steden waar de meeste wonderen gebeurden kwam er nog geen bekering. Tekens vragen om ongeloof te rechtvaardigen is geen openheid tegenover de Blijde Boodschap.

Jezus maakte de steden waar bijna al zijn wonderen hadden plaatsgevonden, het verwijt dat ze niet tot inkeer waren gekomen: ‘Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, dan zouden de inwoners van die steden zich allang in een boetekleed hebben gehuld en met stof op hun hoofd tot inkeer gekomen zijn. Ik zeg jullie: op de dag van het oordeel zal het lot van Tyrus en Sidon draaglijker zijn dan dat van jullie.
En jij dan, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen! Want als in Sodom de wonderen waren gebeurd die bij jou gebeurd zijn, dan was het tot op de huidige dag blijven bestaan. Ik zeg je dat op de dag van het oordeel het lot van Sodom draaglijker zal zijn dan dat van jou.’

Lezingen van de dag – maandag 16 juli 2018


maandag in week 15 door het jaar


Uit de profeet Jesaja 1, 11-17

Eredienst en godsdienstige oefeningen die gepaard gaan met onrechtvaardigheid en kwaad zijn een aanfluiting van elke oprechte eerlijkheid. De profeet Jesaja vaart hier scherp tegen uit. Zijn hevige toon is zo radicaal dat elke verdekte of verdoezelde oneerlijkheid erdoor aangeklaagd wordt.

Zo spreekt de Heer:
‘Wat moet ik met al jullie offers? Ik heb genoeg van die schapen, die vetgemeste kalveren; het bloed van stieren, rammen en bokken wil Ik niet meer. En wanneer jullie voor mij verschijnen – wie heeft je gevraagd mijn voorhoven plat te lopen? Houd op met die zinloze offergaven. Ik heb een afschuw van jullie wierook; jullie feesten, nieuwemaan en sabbat, Ik duld ze niet naast al dat wangedrag. Van jullie nieuwemaan, van ál jullie feesten heb Ik een afkeer, ze hinderen mij, Ik kan ze niet langer verdragen. Wanneer jullie je handen opheffen, wend ik mijn ogen af, ook als je aanhoudend bidt, luister ik niet. Aan jullie handen kleeft bloed! Was je, reinig je, maak een eind aan je misdaden, Ik kan ze niet meer zien. Vermijd alle kwaad en leer goed te doen. Zoek het recht, houd tirannen in toom, bied wezen bescherming, sta weduwen bij.

 

Psalm 50, 8-9 + 16bc-17 + 21 + 23

Refr.: Wie rechte wegen gaat, die vindt het heil in God.

Ik klaag je niet aan om je offers,
nooit dooft voor mij het offervuur.
Maar de stier uit je stal heb Ik niet nodig,
noch de bokken uit je kooien.

Wat baat het dat je mijn geboden opzegt
en mijn verbond in de mond neemt ?
Je haat het als Ik je terechtwijs,
mijn woorden schuif je terzijde.

Zou Ik dan zwijgen bij wat je doet,
je denkt toch niet dat Ik ben als jij?
Ik klaag je aan, Ik som je wandaden op.

Wie een dankoffer brengt,
geeft mij alle eer,
wie zo zijn weg gaat,
zal zien dat God redt.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 10, 34 – 11, 1

Wie Christus wil volgen, moet tot alles bereid zijn. Niets mag hij verkiezen boven de Heer, zelfs niet familie of eigen leven. Wie dit aandurft, komt tot het ware leven. Dit is het geheim van het kruis. Wie zo’n volgeling van Christus opneemt, neem Christus zelf op.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Denk niet dat Ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.
Want Ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten!
Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.
Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard.
Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.
Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt Hem die mij gezonden heeft.
Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden.
En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’
Toen Jezus uitgesproken was en de twaalf leerlingen zijn opdrachten had gegeven, trok Hij weer verder om in hun steden onderricht te geven en er het goede nieuws te verkondigen.

Lezingen van de dag – zondag 15 juli 2018


15e zondag door het jaar – B


Uit het profeet Amos 7, 12-15

Het tafereel speelt zich af in het heiligdom van Samaria. Aan de ene kant hebben wij een priester, Samaritaan, beambte van de officiële godsdienst; aan de andere kant een profeet, een vreemdeling, die het formalisme van de godsdienstige praktijken aanklaagt. Deze profeet wordt uitgenodigd elders te gaan profeteren. Maar hij geeft geen gehoor aan dit bevel, want het komt niet van God.

In die tijd zei Amasja – de priester van Bethel – tot Amos: ‘Ziener, verdwijn! Ga naar Juda en verdien daar je brood, ga daar maar profeteren. Hier in Betel mag je niet langer profeteren, want dit is het heiligdom van de koning, de tempel van het koninkrijk.’
Maar Amos antwoordde Amasja: ‘Ik ben helemaal geen profeet, en ook geen profetenleerling. Ik ben veeboer en vijgenteler. Maar de Heer heeft me van achter mijn schapen vandaan gehaald, en het is de Heer die tegen me heeft gezegd: “Ga naar mijn volk Israël en profeteer daar.” ‘

 

Psalm 85, 9-14

Refr.: Het is de Heer die al het goede geeft.

Ik wil horen wat God ons zegt.
De Heer spreekt woorden van vrede
tegen zijn volk, zijn getrouwen.
Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid!

Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij:
zijn glorie komt wonen in ons land,
trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en vrede begroeten elkaar met een kus,
uit de aarde bloeit de waarheid op,
het recht ziet uit de hemel toe.

De Heer geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.
Het recht gaat voor God uit
en baant voor Hem de weg.

 

Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs 1, 3-14

Paulus ziet Christus als het Hoofd van heel Gods scheping. In Hem wordt niet alleen aan Joden, maar aan alle bewoners van de aarde, ook aan heidenen en zondaars, de mogelijkheid geboden om kinderen van God te worden.

Broeders en zusters,
gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend. In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn, en Hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.
In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.
In Hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid.
In Hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in Hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.

 

Alleluia.

Zo spreekt de Heer:
Ga en verkondig het Goede Nieuws
aan de hele schepping.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 7-13

Jezus zond de twaalf leerlingen twee aan twee naar de mensen in de wereld. Zij vervulden hun opdracht zonder extra hulpmiddelen; ze waren alleen maar toegerust met Gods kracht om de geest van het kwaad te overmeesteren.

Jezus riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten. Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok. Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar,’ zei Hij, ‘trek geen extra kleren aan.’
En ook zei Hij: ‘Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je verder reist. Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben.’
Ze gingen op weg en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

Lezingen van de dag – zaterdag 14 juli 2018


zaterdag in week 14 door het jaar


Uit de profeet Jesaja 6, 1-8

Het ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit’, hoort tot het roepingsvisioen van de profeet Jesaja. De oneindige afstand die de mens scheidt van God, wordt door God zelf overbrugd. Zo kan en wil Jesaja met Hem samenwerken.

In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. Boven Hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen.
Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’ Door het luide roepen schudden de deurpinnen in de dorpels, en de tempel vulde zich met rook.
Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de Heer van de hemelse machten, gezien.’
Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af. Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: ‘Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.’
Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: ‘Wie zal Ik sturen? Wie kan namens ons gaan?’
Ik antwoordde: ‘Hier ben ik, stuur mij.’

 

Psalm 93, 1-5

Refr.: Heiligheid is van uw huis het sieraad.

De Heer is koning, met hoogheid is Hij bekleed,
de Heer is met macht bekleed en omgord.
Vast staat de wereld, zij wankelt niet.

Vast staat van oudsher uw troon,
u bent van alle eeuwigheden.

De stromen verheffen, Heer,
de stromen verheffen hun stem,
luid verheffen de stromen hun stem.

Maar boven het geraas van de wijde wateren,
van de machtige baren der zee,
is hoog in de hemel de machtige Heer.

Uw uitspraken zijn betrouwbaar.
Heiligheid is van uw huis het sieraad,
Heer, tot in lengte van dagen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 10, 24-33

Jezus geeft hier drie motieven om niet bang te zijn te midden van de vervolging: het koninkrijk zal zich openbaren, het ware leven dat God schenkt kan niet vernietigd worden, en Hij waakt over allen en vooral over zwakken en eenvoudigen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Een leerling staat niet boven zijn leermeester en een slaaf niet boven zijn heer. Een leerling moet er genoegen mee nemen te worden als zijn leermeester, en de slaaf als zijn heer. Als ze de heer des huizes al Beëlzebul genoemd hebben, waarvoor zullen ze dan zijn huisgenoten wel niet uitmaken?
Wees dus niet bang voor hen. Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden.
Wat Ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken.
Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.
Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.
Iedereen die mij zal erkennen bij de mensen, zal ook Ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook Ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.

Lezingen van de dag – vrijdag 13 juli 2018


vrijdag in week 14 door het jaar


Uit de profeet Hosea 14, 2-10

De profeet Hosea doet een diepmenselijke en dringende oproep tot bekering. Een eerste vereiste daartoe is, dat wij onze eigen misstappen erkennen en vervolgens aannemen dat God onze goede wil blijft aanvaarden. Als wij deze gezindheid laten blijken, zullen wij weer opgenomen worden in Gods liefde.

Zo spreekt de Heer: ‘Keer terug, Israël, naar de Heer, je God! Door je eigen wandaden ben je ten val gekomen. Kom met woorden van berouw en keer terug naar de Heer. Zeg tegen Hem: ‘Vergeef ons al onze misdaden. Neem wat goed is van ons aan. Als offer brengen wij u oprechte woorden. Onze redding verwachten we niet langer van Assyrië, op paarden en strijdwagens zullen wij niet meer vertrouwen, wat we zelf gemaakt hebben niet meer onze god noemen. Immers, bij U vindt een wees ontferming!’
‘Ik genees hen van hun ontrouw, mijn hart gaat naar hen uit. Mijn toorn heb Ik laten varen. Ik zal voor Israël zijn als de dauw. Het zal bloeien als een lelie, wortelen als een ceder op de Libanon; zijn jonge loten zullen uitlopen. Het zal als een prachtige olijfboom pronken en geuren als de ceders op de Libanon. Dan is het weer goed toeven in zijn schaduw, er wordt weer koren verbouwd. Het zal bloeien als een wijnstok, befaamd zijn als de wijn van de Libanon.’
Dan zegt Efraïm: ‘Wat heb ik nog met afgoden te maken? Ik wil zijn liefde beantwoorden, mijn oog op Hem richten. Dan ben ik als een cipres, altijd groen; het zijn uw vruchten die ik draag.’
Wie inzicht heeft doorgrondt deze woorden, wie wijs is neemt ze ter harte. Want de wegen van de Heer zijn recht: wie rechtvaardig is verlaat ze niet, maar wie zich verzet komt ten val.

 

Psalm 51, 3-4 + 8-9 + 12-14 + 17

Refr.: Schep, oh God, een zuiver hart in mij.

Wees mij genadig, God, in uw trouw,
U bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet,
was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.

U wilt dat waarheid mij vervult,
U leert mij wijsheid, diep in mijn hart.
Neem met majoraan mijn zonden weg en ik word rein,
was mij en ik word witter dan sneeuw.

Schep, o God, een zuiver hart in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,
verban mij niet uit uw nabijheid,
neem uw heilige geest niet van mij weg.

Red mij, geef mij de vreugde van vroeger,
de kracht van een sterke geest.
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 10, 16-2

Al wie Gods zending uitdraagt, zal ook de nodige tegenkantingen ondervinden zoals Jezus zelf. Hij moet er zich dan niet om bekommeren wat hij zal doen of zeggen ter verdediging. Als hij contact houdt met de Heer, zal hem worden ingegeven wat hij moet zeggen. Niet hij is het die dan spreekt, maar door hem spreekt de Geest van de Vader.

Jezus sprak tot de twaalf:
‘Bedenk wel, Ik zend jullie als schapen onder de wolven. Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.
Pas op voor de mensen, want ze zullen je voor het gerecht brengen en je geselen in hun synagogen. Jullie zullen omwille van mij worden voorgeleid aan gouverneurs en koningen, en een getuigenis moeten afleggen ten overstaan van hen en de heidenen.
Wanneer ze je uitleveren, vraag je dan niet bezorgd af hoe je moet spreken of wat je moet zeggen. Want wat je moet zeggen, zal je op dat moment worden ingegeven. Jullie zijn het immers niet zelf die dan spreken, het is de Geest van jullie Vader die in jullie spreekt.
De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen. Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam; maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered.
Wanneer ze jullie vervolgen in de ene stad, vlucht dan naar de volgende. Ik verzeker jullie: voor je in elke stad van Israël bent geweest, zal de Mensenzoon gekomen zijn.

Lezingen van de dag – donderdag 12 juli 2018


donderdag in week 14 door het jaar


Uit de profeet Hosea 11, 1 + 3-4 + 8c-9

Deze lezing uit de profeet Hosea is een uniek stuk uit het Oude Testament. De machtige, sterke, éne God wordt de mensen steeds meer nabij. Het is moeilijk een grootser beeld van Hem als Vader te schetsen. Het zal alleen door Christus nog vervolledigd worden.

Zo spreekt de Heer:
‘Toen Israël nog een kind was, had Ik het lief; uit Egypte heb ik mijn zoon weggeroepen.
Ik was het toch was die Efraïm leerde lopen en hem op mijn arm nam. Maar zij beseften niet dat Ik hen verzorgde.
Zacht leidde Ik hen bij de teugels, aan koorden van liefde trok Ik hen mee; Ik verloste hen van het juk om hen te laten eten, Ik hield hun het voer zelfs nog voor. Mijn hart wordt verscheurd, door barmhartigheid word Ik bewogen.
Ik zal mijn toorn laten varen en Efraïm niet opnieuw te gronde richten. Want God ben Ik, en geen mens, Ik ben in jullie midden, Ik ben heilig, Ik zal niet meer in woede ontsteken.’

 

Psalm 80, 2 + 3 + 15 + 16

Refr.: Kom, Heer, en red ons.

Hoor ons, herder van Israël,
die Jozef leidt als een kudde.

die troont op de cherubs, verschijn in luister
aan Efraïm, Benjamin en Manasse.

Laat uw kracht ontwaken,
kom, en red ons.

God van de hemelse machten, keer U tot ons,
kijk neer uit de hemel en zie,
bekommer U om deze wijnstok.

Bekommer U om de stek die uw hand heeft geplant,
het kind dat U zelf hebt grootgebracht.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 10, 7-15

Hoe de volgelingen van Jezus hun zending moeten uitoefenen, wordt ons hier beschreven. Zij hebben om niet ontvangen, om niet moeten zij geven. Hun houding tegenover het aardse moet zo zijn dat de mensen aan hen kunnen zien dat zij hier geen blijvende woonplaats bouwen. Wie hen hoort en beluistert zal dan God zelf aanhoren en beluisteren.

Jezus sprak tot de twaalf:
‘Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!
Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien.
In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat.
Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren.
En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten. Ik verzeker jullie: de dag van het oordeel zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn dan voor die stad.’

Lezingen van de dag – woensdag 11 juli 2018


Benedictus, abt

patroon van Europa

feest  –  eigen lezingen


Uit het boek Spreuken 2, 1-9

Keer uw hart naar het inzicht.

Mijn zoon, als je in acht neemt wat ik zeg, mijn richtlijnen altijd onthoudt, een open oor hebt voor mijn wijsheid, een geest die neigt naar inzicht, als je erom vraagt de dingen te begrijpen, roept om scherpzinnigheid, ernaar zoekt als was het zilver, ernaar speurt als naar een verborgen schat; dan zul je ontdekken wat ontzag voor de Heer is, dan zul je kennis van God verwerven.
Want het is de Heer die wijsheid schenkt, zijn woorden bieden kennis en inzicht. Aan wie rechtschapen is, geeft Hij voorspoed, voor wie op rechte wegen gaat, is Hij een schild. Hij waakt over het rechte pad en beschut de weg van wie Hem trouw zijn.
Als je in acht neemt wat ik zeg, zul je leren wat oprecht, eerlijk en rechtvaardig is, dan volg je altijd het juiste spoor.

 

Psalm 34, 2 + 3 + 4 + 6 + 9 + 12 + 14 + 15

Refr.: De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag.

De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag,
mijn mond is altijd vol van zijn lof.
Laat mijn leven een loflied zijn voor de Heer,
de nederigen zullen het met vreugde horen.

Roem met mij de grootheid van de Heer,
sluit u aan om zijn Naam te verheffen.
Wie naar Hem opzien, stralen van vreugde,
schaamte zal hun gezicht niet kleuren.

Proef, en geniet de goedheid van de Heer,
gelukkig de mens die bij Hem schuilt.
Kom, kinderen, luister naar mij,
ik leer je ontzag voor de Heer.

Behoed dan je tong voor het kwaad,
je lippen voor woorden van bedrog.
Mijd het kwade, doe wat goed is,
streef naar vrede, jaag die na.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 19, 27-29

Ziehier de schat van een diep gelukkig christelijk leven: Alles prijsgeven om Hem te volgen.

Petrus sprak tot Jezus: ‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?’
Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël.
En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven.

Lezingen van de dag – dinsdag 10 juli 2018


dinsdag in week 14 door het jaar


Uit de profeet Hosea 8, 4-7 + 11-13

Wie wind zaait zal storm oogsten.

Zo spreekt de Heer:
‘Ze hebben een koning aangesteld, maar buiten mij om, leiders gekozen zonder mij erin te kennen. Van hun zilver en goud hebben ze godenbeelden gemaakt, maar voor niets.
Want je stierkalf wijst je af, Samaria! Ook Ik ben woedend op je: zul je dan nooit tot zuiverheid in staat zijn? Dat kalf komt gewoon uit Israël, het is gemaakt door een ambachtsman, een god is het niet! Nee, het kalf van Samaria zal verpulverd worden.
Want wie wind zaait zal storm oogsten. Het zaad brengt geen koren voort, en als het al vrucht draagt dan geeft het geen meel, en als het al meel geeft dan wordt het door vreemden verslonden.
Hoeveel altaren heeft Efraïm niet gebouwd – maar om te zondigen! Altaren die dienen om te zondigen!
Al schrijf Ik mijn wetten in tienduizendvoud, ze zijn voor hen als van een vreemde. Ze brengen mij offers om zelf het vlees te eten; voor mij heeft dat geen waarde. Nu zal ik hun wandaden in rekening brengen en hun zonden bestraffen: ze gaan terug naar Egypte!’

 

Psalm 115, 3-10

Refr.: Vertrouw op de Heer.

Onze God is in de hemel,
Hij doet wat hem behaagt.
Hun goden zijn van zilver en goud,
gemaakt door mensenhanden.

Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken,
ze hebben ogen, maar kunnen niet zien,
ze hebben oren, maar kunnen niet horen,
ze hebben een neus, maar kunnen niet ruiken.

Hun handen kunnen niet tasten,
hun voeten kunnen niet lopen,
geen geluid komt uit hun keel.
Zoals zij, zo worden ook hun makers,
en ieder die op hen vertrouwt.

Israël, vertrouw op de Heer;
hun hulp is Hij, hun schild;
huis van Aäron, vertrouw op de Heer;
hun hulp is Hij, hun schild.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 32-38

Dienstbaarheid is één van de voornaaste kenmerken van het christendom. Door en langs de anderen kunnen wij zin geven aan ons leven, én God bereiken. Jezus’ leven was daardoor getekend. Zijn volgelingen roept Hij op herders te zijn voor de mensen. ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig’.

Men bracht iemand bij Jezus die bezeten was en niet kon spreken.
Nadat de demon was uitgedreven, begon de stomme te spreken.
De mensenmassa stond versteld, men zei: ‘Zoiets hebben we in Israël nog nooit gezien!’
Maar de Farizeeën zeiden: ‘Het is dankzij de vorst der demonen dat Hij demonen kan uitdrijven.’

Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, Hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het Koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.

Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.
Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’

Lezingen van de dag – maandag 9 juli 2018


maandag in week 14 door het jaar


Uit de profeet Hosea 2, 16 + 17b-18 + 21-22

Het Verbond tussen God en zijn volk wordt in de Schrift dikwijls voorgesteld met symbolen van huwelijkstrouw. Het volk dat naar andere goden loopt, wordt door God als een liefhebbende bruidegom weer opgezocht. Hij wil alles vergeven, als zijn bruid, het volk, maar terugkomt.

Zo spreekt de Heer:
‘Mijn ontrouwe bruid zal Ik meelokken naar de woestijn en dan tot haar hart spreken. En zij zal mijn liefde beantwoorden als in de tijd van haar jeugd, als op de dag dat ze wegtrok uit Egypte.
Dan, op die dag – spreekt de Heer –,zul je zeggen: “Jij bent mijn man”, en daarbij is geen wanklank meer te horen.
Ik zal je voorgoed tot mijn vrouw maken, Ik zal je hecht aan mij verbinden, door liefde en ontferming. Mijn vrouw zul je zijn, want Ik beloof je trouw, en jij zult de Heer toegewijd zijn.’

 

Psalm 145, 2-9

Refr.: Ik wil van uw grootheid vertellen.

Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw Naam loven tot in eeuwigheid.
Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe,
zijn grootheid is niet te doorgronden.

Laat geslacht na geslacht van uw schepping verhalen,
uw machtige daden verkondigen.
Laten zij spreken over de glorie van uw majesteit,
ook ik wil uw wonderen bekendmaken.

Laten zij getuigen van uw geduchte daden,
ook ik wil van uw grootheid vertellen.
Laten zij de roem van uw goedheid verbreiden,
uw gerechtigheid luid bezingen.

Genadig en liefdevol is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
Goed is de Heer voor alles en allen,
Hij ontfermt zich over heel zijn schepping.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 18-26

Als de leerlingen van Johannes de Doper vroegen of Jezus de echte Messias was, verwees hij onder andere naar zijn genezingen. Het verhaal uit dit evangelie is ook zo bedoeld: een teken dat het Godsrijk gekomen is. Het is de taak van de Kerk deze opdracht verder te zetten: al weldoende rondgaan en de mensen bijstaan in al hun kwalen.

Er kwam een leider van de synagoge naar hen toe die voor Jezus neerviel en zei: ‘Mijn dochter is zojuist gestorven. Kom alstublieft en leg haar de hand op, dan zal ze weer leven.’
Jezus stond op en volgde hem met zijn leerlingen.

Plotseling naderde hen van achteren een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Ze raakte de zoom van zijn bovenkleed aan, want ze dacht: Als ik alleen zijn bovenkleed maar kan aanraken, zal ik al genezen worden.
Jezus draaide zich om, en bij het zien van de vrouw zei Hij: ‘Wees gerust, uw geloof heeft u gered.’
En vanaf dat moment was de vrouw genezen.

Toen Jezus bij het huis van de leider van de synagoge aankwam en er de fluitspelers en de luid weeklagende menigte zag, zei Hij: ‘Ga naar huis, het meisje is immers niet gestorven, ze slaapt.’
Men lachte smalend.
Nadat iedereen was weggestuurd, ging Hij naar binnen. Hij pakte het meisje bij de hand, en ze stond op.
Het verhaal hierover verspreidde zich in de hele omgeving.

Lezingen van de dag – zondag 8 juli 2018


14e zondag door het jaar – B


Uit de profeet ezechiël 2, 2-5

De profeet weet het: zijn zending zal tegenspraak uitlokken. Maar zijn zending komt niet van hem. Daarom moet de profeet, wat de reactie van het volk ook zal zijn, standhouden en spreken.

In die dagen voer er een geest in mij die me weer op deed staan, en er werd opnieuw tegen mij gesproken: ‘Mensenkind, Ik stuur jou naar de Israëlieten, naar dat weerspannige volk dat tegen Mij in opstand is gekomen. Tot op de dag van vandaag verzetten ze zich tegen Mij, zoals ook hun voorouders hebben gedaan. Naar dat volk, dat zo halsstarrig en eigenzinnig is, stuur Ik jou. Je moet tegen hen zeggen: “Dit zegt God, de Heer …” En of ze nu horen willen of niet – het is immers een opstandig volk –, ze zullen weten dat er een profeet in hun midden is geweest.

 

Psalm 123, 1-4

Refr.: Onze ogen richten zicht tot de Heer, tot Hij ons genadig wil zijn.

Naar U sla ik mijn ogen op,
naar U die in de hemel troont,
zoals de ogen van een slaaf
de hand van zijn heer volgen.

Zoals de ogen van een slavin
de hand van haar meesteres volgen,
zo volgen onze ogen de Heer, onze God,
tot Hij ons genadig wil zijn.

Wees genadig, Heer, wees ons genadig,
wij worden veracht, meer dan te dragen is.
Meer dan onze ziel kan dragen raakt ons achteloze spot,
de hoogmoed van onverschilligen.

 

Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiêrs 12, 7b-10

Kracht wordt zichtbaar in zwakheid.

Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, maar Hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’
Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.
Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.

 

Alleluia.

De Geest van de Heer is over Mij gekomen,
Hij heeft Mij gezonden om aan armen
de Blijde Boodschap te verkondigen.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 1-6

‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad’.

Jezus ging naar zijn vaderstad, gevolgd door zijn leerlingen. Toen de sabbat was aangebroken, gaf Hij onderricht in de synagoge, en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: ‘Waar haalt Hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die Hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan Hem.
Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad, onder zijn verwanten en huisgenoten.’
Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. Hij stond verbaasd over hun ongeloof.