Lezingen van de dag – woensdag 20 september 2017


woensdag in week 24 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan Timoteüs 3, 14-16

Paulus schrijft in het kort aan zijn naaste medewerker Timoteüs waarop het geloof van de Kerk berust. Het is op Christus die ons God heeft geopenbaard, die trouw is geweest aan de Geest en Gods menslievendheid heeft laten zien aan heel de wereld. Daarom heeft de Vader Hem verheerlijkt en blijft Hij verder voor ons zorgen.

Dierbare,
Hoewel ik hoop spoedig naar je toe te komen, schrijf ik je dit alles voor het geval ik mocht worden opgehouden. Dan weet je hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat wil zeggen de kerk van de levende God, fundament en pijler van de waarheid.
Ongetwijfeld is dit het grote mysterie van ons geloof: Hij is geopenbaard in een sterfelijk lichaam, in het gelijk gesteld door de Geest, is verschenen aan de engelen, verkondigd onder de volken, vond geloof in de wereld, is opgenomen in majesteit.

 

Psalm 111, 1-6

Refr.: Genadig en liefdevol is de Heer.

Ik wil de Heer loven met heel mijn hart
in de grote kring van oprechten.

Machtig zijn de werken van de Heer,
wie ze liefheeft, onderzoekt ze.

Zijn daden hebben glans en glorie,
zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.

Hij stelde een gedenkdag in voor zijn wonderen,
genadig en liefdevol is de Heer.

Hij gaf voedsel aan wie Hem vrezen,
eeuwig gedenkt Hij zijn verbond.

Hij toonde zijn volk de kracht van zijn daden
en gaf hun het land van andere volken.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 7, 31-35

Johannes de Doper werd niet aanvaard omdat hij een ascetisch leven leidde; Christus werd niet aanvaard omdat Hij at en dronk. Sommige mensen gedroegen zich echt wel als grillige kinderen. Waren ze openhartig geweest, ze zouden de tekenen van God hebben onderkend, want de Wijsheid raakt het hart van de eenvoudigen.

Jezus sprak:
‘Waarmee zal Ik de mensen van deze generatie vergelijken, waarop lijken ze? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen: “Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen, toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet treuren.”
Want Johannes de Doper is gekomen, hij eet geen brood en drinkt geen wijn, en jullie zeggen: “Hij is door een demon bezeten.” De Mensenzoon is gekomen, Hij eet en drinkt wel, en jullie zeggen: “Kijk, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en zondaars.”
En toch is de Wijsheid door al haar kinderen in het gelijk gesteld.’

Lezingen van de dag – dinsdag 19 september 2017


dinsdag in week 24 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan Timoteüs 3, 1-13

Paulus geeft hier aan zijn vriend Timoteüs een korte samenvatting van de eisen die moeten gesteld worden aan de leiders van de gemeenschap en aan de diakens. Het is belangrijk dat het betrouwbare mannen zijn, zowel in hun eigen gezin, als in hun dienstbetoon.

Dierbare,
het is een waar woord: als iemand opziener wil worden, is dat een eerzaam streven. Een opziener moet onberispelijk zijn. Hij kan slechts de man van één vrouw zijn en hij moet sober, bezonnen, gematigd, gastvrij en een goede leraar zijn. Hij mag niet te veel drinken of driftig zijn, maar hij moet vredelievend en vriendelijk zijn, en niet geldzuchtig. Hij moet zijn huisgezin goed leiden en op een waardige manier gezag over zijn kinderen uitoefenen. Als iemand geen leiding kan geven aan zijn huisgezin, hoe zou hij dan voor de gemeente van God kunnen zorgen? Hij mag ook niet iemand zijn die net bekeerd is; anders raakt hij verblind en valt hij ten prooi aan de duivel. Verder moet hij buiten de gemeente een goede reputatie hebben, zodat hij niet in opspraak komt en door de duivel wordt gestrikt.
Ook een diaken moet zich waardig gedragen. Hij moet oprecht zijn, mag niet overmatig veel wijn drinken en niet hebzuchtig zijn; hij moet vasthouden aan het mysterie van het geloof, met een zuiver geweten. Ook hij moet eerst op zijn geschiktheid worden getoetst; pas daarna, als blijkt dat hij een onberispelijk mens is, kan hij zijn dienst verrichten.
Dit geldt ook voor de vrouwen: ook zij moeten zich waardig gedragen, ze mogen niet kwaadspreken en moeten sober en in alles betrouwbaar zijn.
Een diaken mag maar één vrouw hebben en moet goed leiding geven aan zijn kinderen en zijn huisgenoten.
Degenen die hun dienst goed verrichten, verwerven aanzien en kunnen door hun geloof in Christus Jezus vrijuit spreken.

 

Psalm 101, 1-3ab + 5-6

Refr.: Ik wil zingen over trouw en recht.

Ik wil zingen over trouw en recht
in een lied voor U, o Heer,
nadenken over de volmaakte weg;
wanneer zult U bij mij komen ?

Ik handel met een zuiver hart,
ook in mijn paleis,
niets staat mij voor ogen wat boosaardig is.

Wie heimelijk een vriend belastert,
leg ik het zwijgen op,
een trotse blik, een aanmatigend hart
verdraag ik niet.

Mijn oog zoekt de getrouwen in het land,
met hen wil ik mijn woning delen.
Wie de volmaakte weg bewandelt,
mag mij dienen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 7, 11-17

God is geen God van doden, maar van levenden. De weduwe van Naïn heeft haar enige zoon verloren. Jezus heeft medelijden met haar. Zoals aangekondigd door Jesaja, zal de Messias zieken genezen, doven doen horen, kreupelen doen gaan, en doden ten leven wekken. Door het leven terug te schenken aan de jongeling werd het de omstaanders duidelijk dat een grote profeet onder hen was opgestaan.

Jezus ging naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee.
Toen Hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar.
Toen de Heer haar zag, werd Hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘Weeklaag niet meer.’
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: ‘Jongeman, Ik zeg je: sta op!’
De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.
Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan’, en: ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd!’
Het nieuws over Hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.

 

Lezingen van de dag – maandag 18 september 2017


maandag in week 24 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan Timoteüs 2, 1-8

Paulus schrijft aan zijn vriend Timoteüs dat wij in onze gebeden Gods plan tot het onze moeten maken. Dat is de bedoeling van de voorbeden in de liturgische samenkomsten. God is er voor alle mensen. Daarom vraagt Paulus voor iedereen te bidden, ook voor de gezagsdragers. Dan zal ons gebed God aangenaam zijn.

Dierbare,
allereerst vraag ik dat er voor alle mensen gebeden wordt, dat er smeekbeden, voorbeden en dankgebeden voor hen worden uitgesproken. Bid voor alle koningen en gezagsdragers, opdat we rustig en ongestoord kunnen leven, in alle vroomheid en waardigheid. Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder, die wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen. Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd.
Om dit te verkondigen ben ik als apostel aangesteld. Ik spreek de waarheid, ik lieg niet–ik ben aangesteld als leraar voor de heidenen om hun het geloof en de waarheid te onderwijzen. Ik wil dat bij iedere samenkomst de mannen met geheven handen bidden, vol toewijding, zonder wrok of onenigheid.

 

Psalm 28, 2 + 7 + 8 + 9

Refr.: De Heer is mijn kracht en mijn schild.

Hoor mijn smeekbede
als ik U om hulp roep,
als ik mijn handen ophef
naar het hart van uw heiligdom.

De Heer is mijn kracht en mijn schild,
op Hem vertrouwde mijn hart,
ik werd geholpen en mijn hart jubelde,
Hem wil ik loven in mijn lied.

De Heer is de kracht van zijn volk,
een burcht van redding voor zijn gezalfde.
Red het volk dat u toebehoort, zegen het,
wees zijn herder en draag het voor eeuwig.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 7, 1-10

De Joden mochten het huis van een vreemdeling niet betreden. Toch stonden zij welwillend tegenover de Romeinse centurio, voor wie zij ten beste spraken bij Jezus. Hij respecteerde hun wetten en genas de knecht van de centurio op afstand, nadat deze de Joden eerst had verbaasd door zijn geloof.

Toen Jezus aan het eind was gekomen van zijn toespraak tot de menigte ging Hij Kafarnaüm in. Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld. Toen hij over Jezus hoorde, zond hij enkele Joodse leiders naar Hem toe om Hem te vragen bij Hem te komen en zijn slaaf van de dood te redden.
Toen ze bij Jezus waren gekomen, drongen ze er bij Hem op aan mee te gaan. Ze zeiden: ‘De man die u dit verzoekt, verdient het dat u hem deze gunst bewijst. Want hij is ons volk goedgezind en heeft voor ons de synagoge laten bouwen.’
Jezus ging samen met hen op weg. Hij was al niet ver meer van het huis verwijderd, toen de centurio enkele vrienden naar Hem toe stuurde met de mededeling: ‘Heer, spaar U de moeite, want ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt. Daarom ook achtte ik mij niet waardig om zelf naar U toe te gaan. Maar U hoeft maar te spreken en mijn knecht zal genezen zijn. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich over hem; Hij keerde zich om naar de menigte die Hem volgde en zei: ‘Ik zeg jullie, zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof gevonden!’
Toen de vrienden van de centurio terugkeerden naar zijn huis, troffen ze daar de slaaf in goede gezondheid aan.

 

Lezingen van de dag – zondag 17 september 2017


24e zondag door het jaar – A


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 27, 30 – 28, 7

Het oordeel komt aan God toe. De mens mag zich dit recht niet toeëigenen. Meer nog, de geschiedenis van het Verbond is die van een voortdurende vergeving, steeds opnieuw. De mens moet de goddelijke barmhartigheid navolgen.

Wrok en woede zijn afschuwelijk, een zondig mens geeft eraan toe.
Wie wraak neemt zal de wraak van de Heer ondervinden, de Heer zal zijn zonden niet vergeten.
Vergeef je naaste het onrecht dat hij deed, dan worden, als je bidt, ook jou je zonden vergeven.
Hoe kan een mens die woede koestert tegen een ander bij de Heer om verzoening vragen?
Hoe kan een mens die geen erbarmen heeft met een ander om vergeving voor zijn eigen zonden bidden?
Je bent maar een mens: als je in je woede volhardt, wie zal dan je zonden vergeven?
Denk aan het einde en wees niet langer vijandig, denk aan je dood en vergankelijkheid, en houd je aan de geboden.
Denk aan de geboden en koester geen wrok tegen je naaste, denk aan het verbond met de Allerhoogste en zie fouten door de vingers.

 

Psalm 103, 1-4 + 9-12

Refr.: De Heer kroont u met trouw en liefde.

Prijs de Heer, mijn ziel,
prijs, mijn hart, zijn heilige Naam.
Prijs de Heer, mijn ziel,
vergeet niet één van zijn weldaden.

Hij vergeeft u alle schuld,
Hij geneest al uw kwalen.
Hij redt uw leven van het graf,
Hij kroont u met trouw en liefde.

Niet eindeloos blijft Hij twisten,
niet eeuwig duurt zijn toorn.
Hij straft ons niet naar onze zonden,
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld.

Zoals de hoge hemel de aarde overspant,
zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.
Zo ver als het oosten is van het westen,
zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd.

 

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen14, 7-9

Hij die geschreven heeft ‘Voor mij is leven Christus’, belijdt hier opnieuw zijn geloof: ons toebehoren aan de verrezen Heer verandert het leven en zelfs de dood.

Broeders en zusters,
niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer.
Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden.

 

Alleluia.

Een nieuw gebod geef Ik u,
zegt de Heer:
gij moet elkaar liefhebben,
zoals Ik u heb liefgehad.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 18, 21-35

In het oog van God is elk van ons een schuldenaar, die niet kan betalen. Maar in zijn goedheid heeft God heel onze schuld zomaar kwijtgescholden. Omwille van deze royale vergeving moeten ook wij onze broeders en zusters vergeven, oprecht en geheel.

Petrus kwam bij Jezus staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’
Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.
Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald.
Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’

Lezingen van de dag – zaterdag 16 september 2017


zaterdag in week 23 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan Timoteüs 1, 15-17

Het is gemakkelijk gezegd dat Christus gekomen is voor de zondaars en niet voor de rechtvaardigen. Als wij ook in de praktijk dezelfde levenshouding willen doorvoeren is het niet meer zo makkelijk. Misschien gaat het beter als wij zelf de dagen herinneren van onze eigen zondigheid, zoals Paulus doet.

Dierbare,
deze boodschap is betrouwbaar en verdient onze volledige instemming: Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. Ik was de eerste, en juist over mij heeft Christus Jezus zich ontfermd; ik was de eerste aan wie Hij zijn grote geduld toonde, zodat ik een voorbeeld werd voor allen die in Hem geloven en het eeuwige leven zullen ontvangen.
Aan de koning der eeuwen, de onvergankelijke, onzichtbare en enige God, zij de eer en glorie tot in alle eeuwigheid. Amen.

 

Psalm 113, 1-7

Refr.: De Naam van de Heer zij geprezen.

Loof, dienaars van de Heer,
loof de Naam van de Heer.

De Naam van de Heer zij geprezen,
van nu tot in eeuwigheid.

Van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat,
zij geloofd de Naam van de Heer.

Verheven boven alle volken is de Heer,
verheven boven de hemel zijn luister.

Wie is gelijk aan de Heer, onze God,
die hoog daar boven zijn woning heeft ?

Die zijn oog richt naar beneden,
wie in de hemel en op de aarde ?

Hij verheft uit het stof wie berooid is,
uit het vuil tilt Hij op wie alles ontbeert.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 43-49

Men kan het christendom perfect kennen. Men kan er zelfs over waken dat de inhoud van het christendom niet vervalst wordt. Dit heeft zijn nut en moet ook gebeuren. Maar de meeste overtuigingskracht gaat uit van hem die doet wat hij voorhoudt, van iemand die goede vruchten draagt.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Een goede boom brengt geen slechte vruchten voort, en evenmin brengt een slechte boom goede vruchten voort. Elke boom kun je aan zijn vruchten kennen, want van distels pluk je geen vijgen en van doornstruiken geen druiven.
Een goed mens brengt uit de goede schatkamer van zijn hart het goede voort, maar een slecht mens brengt uit zijn slechte schatkamer het kwade voort; want waar het hart vol van is daar loopt de mond van over.
Waarom roepen jullie “Heer, Heer” tegen mij, maar doen jullie niet wat Ik zeg?
Ik zal jullie vertellen op wie degene lijkt die bij me komt, naar mijn woorden luistert en ernaar handelt: hij lijkt op iemand die bij het bouwen van zijn huis een diep gat groef en het fundament op rotsgrond legde. Toen er een overstroming kwam, beukte het water tegen het huis, maar het stortte niet in omdat het degelijk gebouwd was.
Wie wel naar mijn woorden luistert maar niet doet wat Ik zeg, lijkt op iemand die een huis bouwde zonder fundament, zodat het meteen instortte toen het water ertegen beukte en er alleen een bouwval overbleef.’

Lezingen van de dag – vrijdag 15 september 2017


O.-L.- Vrouw van Smarten

gedachtenis   –   eigen lezingen


Moeder te zijn van de Verlosser was een voorrecht, een grote eer. Het heeft Maria ook veel pijn en verdriet gekost. Ook zij bemerkte de groeiende tegenkanting van farizeeën en schriftgeleerden tegenover haar Zoon. Het nieuws van de aanhouding, de onbegrijpelijke houding van de Joden op Goede Vrijdag, de pijnlijke en dodelijke tocht naar de Calvarieberg, de afschuwelijke doodsstrijd heeft zij van dichtbij meegeleefd. Niemand kan beschrijven wat dan in een moeder omgaat. Maar zij bleef trouw, op haar plaats, onder het kruis.


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 5, 7-9

Christus, oorzaak van eeuwige redding.

Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot Hem die Hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God. Hoewel Hij zijn Zoon was, heeft Hij moeten lijden, en zo heeft Hij gehoorzaamheid geleerd. En toen Hij naar de uiteindelijke volmaaktheid gevoerd was, werd Hij voor allen die Hem gehoorzamen een bron van eeuwige redding.

 

Psalm 31, 2-6

Refr.: Red mij, Heer, door uw genade.

Bij U, Heer, schuil ik,
maak mij nooit te schande.
Bevrijd mij en doe mij recht.

Hoor mij, haast U mij te helpen,
wees voor mij een rots, een toevlucht,
een vesting die mij redding biedt.

U bent mijn rots, mijn vesting,
U zult mijn gids zijn, mij leiden,
tot eer van uw Naam.

U zult mij losmaken
uit het net dat voor mij is gespannen,
U bent mijn toevlucht.

In uw hand leg ik mijn leven,
Heer, trouwe God, U verlost mij.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 19, 25-27

‘Ziedaar uw moeder’.

Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala.
Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’
Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.

Lezingen van de dag – donderdag 14 september 2017


Kruisverheffing

feest   –   eigen lezingen


Het feest van de Kruisverheffing gaat terug op de inwijding van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem op 13 september 335. Tijdens de gedachtenissen van deze inwijding werd het H. Kruis getoond aan het gelovige volk. Christenen vereren het Kruis van Golgotha, omdat daarop de Verlossing tot stand werd gebracht. De verheffing van het Kruis, is het tonen van Jezus als Heiland. Door zijn sterven werd de dood vernietigd. “De Mensenzoon moet omhoog geheven worden, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat een ieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben” (Joh. 3:14).


Uit het boek Numeri 21, 4-9

De bronzen slang is teken van Gods straffende en reddende aanwezigheid. Wie ernaar opkeek erkende Gods bevrijdende en reddende kracht in alle omstandigheden, ondanks de ontrouw van het volk.

In die tijd trokken de Hebreeën van de berg Hor in de richting van de Rode Zee; ze moesten immers om Edom heen trekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig. ‘Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte?’ verweten ze God en Mozes. ‘Om ons in de woestijn te laten sterven? We hebben geen brood en geen water, en we kunnen dit ellendige eten niet meer zien.’
Toen stuurde de Heer giftige slangen op de Israëlieten af, die hen beten, zodat velen van hen stierven. Daarop ging het volk naar Mozes. ‘We hebben gezondigd,’ zeiden ze, ‘want we hebben de Heer en u verwijten gemaakt. Bid tot de Heer dat Hij ons van die slangen verlost.’
Mozes bad voor het volk, en de Heer zei tegen hem: ‘Laat een slang maken en bevestig die op een staak. Iedereen die gebeten is en daarnaar kijkt, blijft in leven.’
Mozes liet een koperen slang maken en bevestigde die op een staak. En iedereen die door een slang gebeten was en opkeek naar de koperen slang, bleef in leven.

 

Psalm 78, 1 + 2 + 34 + 35 + 36 + 37 + 38

Refr.: Laten we nooit vergeten wat God heeft gedaan !

Luister, mijn volk, naar wat ik leer,
hoor de woorden uit mijn mond.
Ik open mijn mond voor een wijze les,
spreek uit wat sinds lang verborgen is.

Zodra er doden vielen, zochten zij God,
zij kwamen tot inkeer en verlangden naar Hem,
ze dachten eraan dat God hun rots was,
God, de Allerhoogste, hun bevrijder.

Maar zij bedrogen Hem met hun mond,
met hun tong logen zij Hem voor,
hun hart was niet aan Hem gehecht,
zij waren zijn verbond niet trouw.

Uit erbarmen bedekte Hij hun zonde,
Hij wilde geen dood en verderf,
dikwijls bedwong Hij zijn toorn
en joeg hij het vuur van zijn woede niet aan.

 

Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 2, 6-11

Christus heeft totaal willen afzien van zijn macht en praal. Hij heeft zichzelf vernederd onder de mensen tot de dood van een slaaf. Zo gaf Hij zich als mens aan de anderen en opende Hij voor ons de weg tot de verrijzenis.

Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.
Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 3, 13-17

De Mensenzoon moet hoog verheven worden.

In die tijd zei Jezus tot Nikodemus:
‘Er is nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon.
Deze moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft.
Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.’

Lezingen van de dag – woensdag 13 september 2017


woensdag in week 23 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen 3, 1-11

Door het doopsel zijn wij nieuwe mensen geworden. Christus heeft zich ons toegeëigend. Aan ons nu om steeds meer te leven naar Hem toe. Daarom moeten wij elke dag breken met zondige praktijken. Het aardse mogen wij gebruiken maar gericht op het hemelse. Christus leeft in ons. Dat zou men aan onze gedragingen moeten kunnen zien.

Broeders en zusters,
als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God.
En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met Hem, in luister verschijnen. Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht–hebzucht is afgoderij–, want om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn. Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, vloeken en schelden.
Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt.
Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar dan is Christus alles in allen.

 

Psalm 145, 2 + 3 +10 + 11 + 12 + 13

Refr.: De Heer is genadig en liefdevol.

Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw Naam loven tot in eeuwigheid.

Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe,
zijn grootheid is niet te doorgronden.

Laten al uw schepselen U loven, Heer,
en uw getrouwen U prijzen.

Laten zij getuigen
van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

Laten zij aan de stervelingen
uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap.

Uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.’

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 20-26

De zaligsprekingen bij Lucas (‘Gelukkig jullie…’ zo vertaalt de NBV) zijn gerangschikt naar de tegenstelling van armen en rijken. Onder rijken verstaat Lucas al degenen die door wereldse normen worden opgehemeld. Jezus bouwde zijn rijk met andere normen.

Jezus richtte zijn blik op zijn leerlingen en zei:
‘Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God.
Gelukkig jullie die honger hebben, want je zult verzadigd worden.
Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen.
Gelukkig zijn jullie wanneer de mensen jullie omwille van de Mensenzoon haten en buitensluiten en beschimpen en je naam door het slijk halen. Wees verheugd als die dag komt en spring op van blijdschap, want jullie zullen rijkelijk beloond worden in de hemel. Vergeet niet dat hun voorouders de profeten op dezelfde wijze hebben behandeld.
Maar wee jullie die rijk zijn, jullie hebben je deel al gehad.
Wee jullie die nu verzadigd zijn, want je zult hongeren.
Wee jullie die nu lachen, want je zult treuren en huilen.
Wee jullie wanneer alle mensen lovend over je spreken, want hun voorouders hebben de valse profeten op dezelfde wijze behandeld.’

Lezingen van de dag – dinsdag 12 september 2017


dinsdag in week 23 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen 2, 6-15

In onze moderne wereld is het gevaar niet denkbeeldig dat wij ons laten beïnvloeden door bedriegelijke meningen. Zij kunnen verklaard worden in hun kader. Als christenen hebben wij echter aanvaard te leven volgens de normen van Christus, zoals Hij nu leeft, als bron en cintrum van het heelal.

Broeders en zusters,
volg de weg van Christus Jezus, nu u Hem als uw Heer aanvaard hebt. Blijf in Hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus. Want in Hem is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, en omdat u één bent met Hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld.
In Hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. Toen u gedoopt werd bent u immers met Hem begraven, en met Hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die Hem uit de dood heeft opgewekt. U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.

 

Psalm 145, 1 + 2 + 8 + 9 + 10 + 11

Refr.: De Heer is genadig en liefdevol.

U, mijn God en koning, wil ik roemen,
uw Naam prijzen tot in eeuwigheid.

Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw Naam loven tot in eeuwigheid.

Genadig en liefdevol is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.

Goed is de Heer voor alles en allen,
Hij ontfermt zich over heel zijn schepping.

Laten al uw schepselen U loven, Heer,
en uw getrouwen U prijzen.

Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 12-19

Jezus trekt zich terug in gebed met zijn Vader, vooraleer zijn twaalf apostelen te kiezen. Om zijn boodschap te verkondigen zendt Hij hen pas uit nadat Hij eerst voorleefde hoe ze dit moesten doen.

Op een dag trok Jezus zich terug op de berg om te bidden. De hele nacht bleef Hij tot God bidden.
Toen de dag aanbrak, riep Hij de leerlingen bij zich en koos twaalf van hen uit, die Hij apostelen noemde: Simon, aan wie Hij de naam Petrus gaf, diens broer Andreas, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Matteüs en Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon, die de IJveraar genoemd wordt, Judas, de zoon van Jakobus, en Judas Iskariot, die een verrader werd.
Toen Hij met hen de berg was afgedaald, bleef Hij staan op een plaats waar het vlak was. Daar had een groot aantal van zijn leerlingen zich verzameld, evenals een menigte mensen uit heel Judea en Jeruzalem en uit de kuststreek van Tyrus en Sidon. Ze waren gekomen om naar Hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen; ook degenen die gekweld werden door onreine geesten werden genezen, en de hele menigte probeerde Hem aan te raken, want er ging een kracht van Hem uit die allen genas.

Lezingen van de dag – maandag 11 september 2017


maandag in week 23 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen 1, 24 – 2, 3

In de gevangenis is Paulus blij te mogen delen in Christus’ nood ten bate van de Kolossenzen. In navolging van Christus had hij op zich genomen zich helemaal te geven aan de anderen. Zo werd hij dienaar van de kerk om het woord Gods te brengen in heel zijn volheid.

Broeders en zusters,
ik ben blij dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog aan Christus’ lijden ontbreekt, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk, waarvan ik de dienaar ben. Met het oog op u heeft God mij die dienende taak toevertrouwd, opdat zijn boodschap in al haar volheid verkondigd wordt: het mysterie dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan zijn heiligen onthuld is. Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, Hij is uw hoop op goddelijke luister. Hem verkondigen wij wanneer we iedereen waarschuwen en in alle wijsheid onderrichten, om iedereen tot volmaaktheid in Christus te brengen. Daarvoor span ik mij in en strijd ik met zijn kracht, die volop in mij werkzaam is.
Ik wil dat u weet hoe zwaar de strijd is die ik voor u en de gelovigen in Laodicea voer, en voor alle anderen die mij nog nooit in levenden lijve hebben gezien. Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus, in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.

 

Psalm 62, 6 + 7 + 9

Refr.: God is onze schuilplaats.

Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen,
van Hem blijf ik alles verwachten.

Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, ik zal niet wankelen.

Vertrouw op Hem, mijn volk, te allen tijde,
open voor Hem uw hart,
God is onze schuilplaats.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 6-11

Wetten zijn er voor het welzijn van de mensen. Wie de wetten toepassen, hebben niet altijd oog voor deze grondbeginselen en nemen soms maatregelen om de wetten te beschermen. Interpretatie van de wet mag natuurlijk geen willekeur worden. Maar als wij allen een eerlijke poging doen om de mens te zien achter de wetten, leven wij evangelisch.

Op een sabbat ging Jezus naar de synagoge, waar Hij onderricht gaf. Daar was ook iemand met een verschrompelde rechterhand.
De schriftgeleerden en de Farizeeën letten op Hem om te zien of Hij op sabbat iemand zou genezen, want dan zouden ze Hem op grond daarvan kunnen aanklagen.
Maar Hij wist wat ze van plan waren en zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Sta op en kom in het midden staan.’ Dat deed de man.
Jezus zei tegen de Farizeeën en schriftgeleerden: ‘Ik vraag u of men op sabbat goed mag doen of kwaad, of men een leven mag redden of verloren laten gaan.’
Nadat Hij hen een voor een had aangekeken, zei Hij tegen de man: ‘Strek uw hand uit.’
Dat deed hij en er kwam weer leven in zijn hand.
De schriftgeleerden en de Farizeeën raakten bijna buiten zinnen en begonnen onderling te overleggen wat ze met Jezus zouden doen.