Lezingen van de dag – zondag 25 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Sebastianus d’ Aparicio († 1600)

Sebastianus d’Aparicio ofm; Pueblo de los Angeles; kloosterling

Geboren 1502 in La Gudiña, Galicië, in het Noord-Westen van Spanje; diende aanvankelijk de heer van Salamanca; emigreerde naar México en verzorgde het postverkeer tussen México en Zacateca. Toen hij 70 jaar was, stierf zijn tweede vrouw; trad in bij de Franciscanen te Puebla de los Angelojs. Hij leefde daar nog 28 jaar; de meeste tijd besteedde hij aan bedelen voor zijn huisgenoten.

2e zondag
in de 40-dagentijd – B


Uit het boek Genesis 22, 1-2 + 9-13 + 15-18

Heer, hier ben ik.

In die dagen gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde.
‘Abraham!’ zei Hij. ‘Ik luister,’ antwoordde Abraham. ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die Ik je wijzen zal.’
Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout. Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. Maar een engel van de Heer riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. ‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet Ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ Toen Abraham opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon.
Toen sprak de engel van de Heer opnieuw vanuit de hemel tot Abraham. Hij zei: ‘Ik zweer bij mijzelf – spreekt de Heer: Omdat je dit hebt gedaan, omdat je mij je zoon, je enige, niet hebt onthouden, zal Ik je rijkelijk zegenen en je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen. En alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. Want jij hebt naar mij geluisterd.’

 

Psalm 116, 1-6

Refr.: Ik roep de Heer aan, mijn leven lang.

De Heer heb ik lief,
Hij hoort mijn stem, mijn smeken,
Hij luistert naar mij,
ik roep Hem aan, mijn leven lang.

Banden van de dood omknelden mij,
angsten van het dodenrijk grepen mij aan,
ik voelde angst en pijn.
Toen riep ik de naam van de Heer:
‘Heer, red toch mijn leven!’

De Heer is genadig en rechtvaardig,
onze God is een God van ontferming,
de Heer beschermt de eenvoudigen,
machteloos was ik en Hij heeft mij bevrijd.

 

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 8, 31b-34

Christus pleit voor ons.

Broeders en zusters,
als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? Zal Hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met Hem niet alles schenken? Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons.

 

Kyrie eleison

Vanuit de schitterende wolk
werd de stem van de Vader gehoord:
‘Dit is mijn geliefde Zoon,
luister naar Hem.’

Kyrie eleison

 

Uit het evangelie volgens Marcus 9, 2-10

Het verhaal van de gedaanteverandering is een voorafbeelding van de komende heerlijkheid van de Mensenzoon, een beschouwende bezinning die verwijst naar het Paasgebeuren. Het laats ons iets zien van het mysterie van Jezus, Zoon van God, de nieuwe Mozes. Naar Hem moeten wij luisteren, en blijven luisteren tot het einde toe, zelfs als zijn woord ons uitnodigt om met Hem de proef van het lijden te doorstaan.

In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren.
Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen. Toen verscheen Elia aan hen, samen met Mozes, en ze spraken met Jezus.
Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Rabbi, het is goed dat wij hier zijn; laten we drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Hij wist niet goed wat hij moest zeggen, want ze waren door schrik overweldigd.
Toen viel de schaduw van een wolk over hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!’
Ze keken om zich heen en zagen opeens niemand meer, behalve Jezus, die nog bij hen stond.
Toen ze de berg afdaalden, zei Hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan.
Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat Hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.

Van Woord naar leven

Vandaag horen we het zogenaamde evangelie van de gedaanteverandering, of de verheerlijking van Jezus op de berg Tabor. Een pareltje van een evangelie! Een voorafbeelding, zou je kunnen zeggen, van wat we met Pasen gaan horen, vieren en beleven.

We horen dat de leerlingen die bij dit gebeuren aanwezig waren (Petrus, Jakobus en Johannes) er duidelijk deugd aan hadden, ook al leefde er in hun hart een zekere angst. Je zou voor minder… Wat ze meemaakten, wat ze zagen, was ook niet alledaags.
Hoe dan ook, ze stelden Jezus voor tenten op te slaan, wat er op zou kunnen wijzen dat ze in die toestand wilden blijven.
Maar niets van dat. Gedaan met het lichtend visioen. Geen tenten. Terug de berg af, terug naar het gewone leven.

Ik denk dat velen van ons dergelijke momenten van ‘licht’ in hun leven gekend hebben. Sommigen misschien meerdere momenten, anderen misschien één moment. Sommigen misschien ook niet. Maar velen van ons, tenminste ik hoor dat toch dikwijls van mensen, hebben momenten in hun leven gekend waarvan ze zeggen: Hier heeft God me aangeraakt, hier heeft Hij zich bijzonder getoond, hier beleefde ik aan den lijve zijn aanwezigheid, hier openbaarde Hij zijn liefde op een heel sterke wijze,… Dit kan zijn bij een schouwen in het gebed, maar ook tijdens een moment van dankbaarheid tijdens het koken, of bij een moment waar verzoening tot stand kwam. Velen kenden deze moment ook wanneer ze zich geroepen voelden tot het religieuze leven, of om hun leven te wijden aan die ene persoon. Maar ook tijdens een biecht, of bij het ontvangen van de communie, kan het licht van God zich zeer diep openbaren. Persoonlijk heb ik al zeer sterke momenten gezien wanneer mensen de ziekenzalving kregen toegediend vlak voor ze de grote overstap maakten. Echt mooi.

Hoe dan ook… het zijn momenten die – wanneer we ze in her-innering roepen – ons nog steeds diep kunnen ontroeren. Misschien vervullen ze ons ook met een zekere heimwee. Moesten we kunnen, we zouden misschien ook tenten hebben willen opslaan om in die zalige toestand te blijven. Maar het leven zit zo niet in elkaar. De realiteit van het alledaagse leven is niet voortdurend ‘verheerlijking’. Het leven van elke dag is geen aaneenraveling van dergelijke genademomenten. Het vraagt veeleer inspanning van ons om te blijven kiezen voor de Heer, voor zijn liefde. Het vraagt discipline om dagelijks te bidden. Het vraagt keuze om te leven niet voor onszelf maar voor de ander. Da’s niet altijd romantiek. Soms is het moeilijk.
En vergeet niet dat het leven voor velen ook hard is.

Het doet me denken aan woorden van Theresia van Lisieux: ‘Leven van liefde is niet je tent opslaan op de Taborberg, maar het is mét Jezus de weg van Calvarie gaan en het kruis zien als een schat’. Waarmee ze wil zeggen dat het dagelijks leven geen voortdurend aanschouwen is van verheerlijking, maar dat het een engagement is voor de liefde van God die haar kracht vindt in het kruis van de Heer. En inderdaad, zo is dat. Het gaat om ja zeggen op de liefde, zoals de liefde (God zelf) ja zegt tot ons. Het gaat om ons ja-woord, luisterend naar de innerlijke stem van Jezus, waar het evangelie ons vandaag toe oproept.

Laten we die enkele momenten van ‘genadevol licht’ (ik noem het nu maar even zo) die velen van ons ontvangen hebben ergens in hun leven, diep koesteren als een hoog goed. Laten we er dankbaar om zijn, en blijven. Laten we ze met regelmaat her-inneren. Maar mogen ze ons niet lam maken, maar juist fris en enthousiast om ons dagelijks leven te vullen met liefde voor al degenen die God ons toevertrouwt.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
biddend treden wij in uw licht,
om vanuit uit licht biddend lief te hebben,
allen die God ons op levenspad brengt.
Moge uw kruis de kracht zijn van ons liefhebben
opdat ieder mag proeven van uw Pasen,
uw opstanding voor allen.
Kom Heer Jezus,
leer ons liefhebben in U.
Amen.