Lezingen van dag – zaterdag 25 februari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Sebastianus d’ Aparicio († 1600)

Sebastianus d’Aparicio ofm; Pueblo de los Angeles; kloosterling

Geboren 1502 in La Gudiña, Galicië, in het Noord-Westen van Spanje; diende aanvankelijk de heer van Salamanca; emigreerde naar México en verzorgde het postverkeer tussen México en Zacateca. Toen hij 70 jaar was, stierf zijn tweede vrouw; trad in bij de Franciscanen te Puebla de los Angelojs. Hij leefde daar nog 28 jaar; de meeste tijd besteedde hij aan bedelen voor zijn huisgenoten.

zaterdag in week 7 door het jaar


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 17, 1-15

De eerste lezing schetst ons de plaats en de taak van de mens in de wereld zoals God die bedoelde. God gaf hem werkelijk alles in handen en maakte hem tot kroonstuk van de schepping. Wij zijn geschapen naar het beeld van God.

De Heer heeft de mens uit de aarde geschapen en doet hem naar haar terugkeren. Hij schonk de mensen een afgemeten aantal dagen, maar ook macht over alles wat er op de aarde is. Hij heeft hen toegerust met zijn eigen kracht en hen naar zijn eigen beeld gemaakt. Alles wat leeft heeft Hij ontzag voor de mens gegeven, opdat deze zou heersen over dieren en vogels.
Hij kreeg van de Heer vijf zintuigen, als zesde ontving hij van hem het verstand, als zevende het woord, waarmee de daden van de Heer worden bekendgemaakt. Denkvermogen, een tong, ogen, oren en een hart gaf Hij hem om begrip te verwerven.
Hij deelde hem rijkelijk kennis en inzicht toe en toonde hem het goede en het kwade.
In zijn hart heeft Hij ontzag voor Hem gelegd, opdat de mens zijn grote daden kon zien en zich door de eeuwen heen op zijn wonderdaden kon beroemen, opdat hij zijn grote daden zou verkondigen en zijn heilige Naam zou prijzen.
Hij schonk hun kennis en de wet die leven geeft, opdat ze zouden beseffen dat zij, die leven, sterfelijk zijn.
Hij heeft met hen een eeuwig verbond gesloten en hun zijn voorschriften gegeven.
Zij zagen zijn grote macht en hoorden zijn krachtige stem. Hij zei tegen hen: ‘Hoed je voor alle onrecht,’ en gaf hun regels voor de omgang met andere mensen.
Hun daden zijn Hem volledig bekend, ze blijven niet voor zijn ogen verborgen.

 

Psalm 103, 13-18a

Refr.: De Heer is trouw aan wie Hem vrezen.

Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie Hem vrezen.
Want Hij weet waarvan wij gemaakt zijn,
Hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.

De mens – zijn dagen zijn als het gras,
hij is als een bloem die bloeit op het veld
en verdwijnt zodra de wind hem verzengt;
de plek waar hij stond, kent hem niet meer.

Maar de Heer is trouw aan wie Hem vrezen,
van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Hij doet recht aan de kinderen en kleinkinderen
van wie zich houdt aan zijn verbond
en naar zijn geboden leeft.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 10, 13-16

In het Rijk der hemelen is er plaats voor al wie er open voor staat. Kinderen zijn er spontaan voor ontvankelijk. Ook volwassenen, die menen alles zelf eerst te moeten verwerken en in volle bewustheid te moeten beslissen, moeten als kinderen open staan.

De mensen probeerden kinderen bij Jezus te brengen om ze door Hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen.
Toen Jezus dat zag, wond Hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het Koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’
Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.

Van Woord naar leven

Vandaag weer prachtige woorden bij Jezus Sirach:
De mens kreeg van de Heer vijf zintuigen, als zesde ontving hij van hem het verstand, als zevende het woord, waarmee de daden van de Heer worden bekendgemaakt. Denkvermogen, een tong, ogen, oren en een hart gaf Hij hem om begrip te verwerven.
Hij deelde hem rijkelijk kennis en inzicht toe en toonde hem het goede en het kwade.
In zijn hart heeft Hij ontzag voor Hem gelegd, opdat de mens zijn grote daden kon zien en zich door de eeuwen heen op zijn wonderdaden kon beroemen, opdat hij zijn grote daden zou verkondigen en zijn heilige Naam zou prijzen.
Hij schonk hun kennis en de wet die leven geeft, opdat ze zouden beseffen dat zij, die leven, sterfelijk zijn.
Hij heeft met hen een eeuwig verbond gesloten en hun zijn voorschriften gegeven.
Zij zagen zijn grote macht en hoorden zijn krachtige stem. Hij zei tegen hen: ‘Hoed je voor alle onrecht,’ en gaf hun regels voor de omgang met andere mensen.

De mens maakt deel uit van Gods prachtige schepping: heelal, aarde, dag en nacht, licht en donker, land en zee, natuur, dieren.
De mens heeft daarin een zeer bijzondere plaats; een plaats waarin hij zich duidelijk onderscheidt van al het andere geschapene.
De lezing van vandaag zegt dat de mens naast de gewone vijf zintuigen ook een denkvermogen heeft gekregen om kennis en inzicht te verwerven, om zowel het goede als het kwade te kennen en onderscheid hierin te kunnen maken, verstand om te beseffen dat hun leven sterfelijk is, dat er iets bestaat als ‘eeuwigheid’, verstand ook om hen in staat te stellen kennis te nemen van Gods verbond met de mensheid en de voorschriften die daarbij horen.
De mens heeft een hart gekregen dat hem in diep ontzag kan brengen voor zijn Schepper, een hart dat verwonderd kan zijn om Gods grote daden, een hart dat in staat is vanuit die verwondering Gods Naam te prijzen, en Hem te verkondigen.
Diep in de mens heeft God regels gelegd hoe om te gaan met de medemens.
Als je daarbij stil staat… dan kun je toch niet anders dan zeggen: ‘God, wat ben je groot !!’

Maar al te dikwijls leven we te vanzelfsprekend. Alsof we toevallige wezens zijn hier in deze tijd op deze plek met de mensen waarmee we leven. We laten ons opslorpen door onze dagelijkse bezigheden, maken ons kopzorgen om vanalles en nog wat, en zijn slaaf van allerlei dingen die ons wegtrekken van de schoonheid der verwondering.
Het is waar… het leven is alledaags, en heeft zijn zorgen, vraagt z’n verantwoordelijkheden, brengt soms stress met zich mee, enz…

En toch… midden dit alles zou het goed zijn dat we ons meer bewust waren van het wezen van ons bestaan.
Het is niet omdat we vlug vlug moeten ontbijten omdat de kinderen op tijd op school moeten zijn, dat we toch niet even kunnen bidden voor het ontbijt om onze kinderen, en onszelf, even de tijd te gunnen om God te danken voor de nieuwe dag, voor alles wat Hij geeft.
Het is niet omdat ons werk stress met zich meebrengt dat we ons niet moeten bewust zijn dat God ons wilt leiden in het werk dat we doen, en wel heel specifiek. Dit laatste vraagt ontmoeting met God, het vraagt een zekere verhouding met Hem, het vraagt gebed, biddend werken.
Het is niet omdat we als studenten veel moeten studeren, dat we er ons niet bewust van kunnen zijn dat God onze kennis wilt verrijken doorheen de studie om later in onze job vanuit Hem de wereld te kunnen dienen.
Enz…

Laten we er ons van bewust zijn dat we geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis. Dat we geroepen zijn om zijn liefde te belichamen in alles wat we doen, naar allen toe die Hij op ons levenspad brengt.

Laten we dit blij doen en eenvoudig, spontaan en van harte.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
schenk ons de gave der ver-wondering, breng ons voortdurend in her-innering waar het om gaat: uw liefde belichamen is al ons doen en laten, naar allen toe die Gij ons geeft. Wij, die geschapen zijn naar uw beeld en gelijkenis, mogen op deze wijze getuigen van uw grootsheid. Kom met uw heilige Geest over ieder van ons, en schenk ons dat warme vuur dat ons in staat brengt in U te leven, in U te bidden, in U te zijn.
Om deze genade bidden wij U, in naam van Jezus Christus, uw Zoon, onze Broer.
Amen.