Lezingen van de dag – zaterdag 15 aug. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Tenhemelopneming van Mariamaria_tenhemelopneming

Het afsterven van Maria is ons niet overgeleverd in de Bijbel, maar via mondelinge traditie en de zogeheten apokriefe evangeliën. Dat zijn vrome verhalen die vanuit de volksoverlevering zijn ontstaan en doorgegeven, vaak aangevuld met wonderlijke gebeurtenissen die het geloof van de christenen uit de eerste eeuwen moesten voeden en bevestigen.

De oudste geschriften die over Maria’s heengaan vertellen, plaats men tegenwoordig ergens in de 4e of 5e eeuw. Dat is de tijd over de vraag hoe men op de juiste wijze over Jezus’ persoon moest spreken: was Hij God of mens. Het concilie van Nicea (325) bepaalde dat Hij én God én mens was: volledig God én volledig mens.

Doordenkend op dat laatste element concludeerde men dat Maria dus de eretitel toekwam ‘Moeder van God’ (Theo-tokos: God-barende). Dat werd vastgelegd op het concilie van Efese in 431.
Men vermoedt dat de legende van Maria’s sterfbed en ten hemelopneming in de tijd van die discussies zijn beslag heeft gekregen: dus ergens tussen halverwege de 4e en de 5e eeuw.

TENHEMELOPNEMING VAN MARIA
Hoogfeest – eigen lezingen


Soms denken wij dat het voor Maria niet zo moeilijk was. God liet haar door voorspellingen en verschijningen weten waar zij aan toe was. Haar Zoon zou een belangrijk iemand worden. Iedere moeder hoort dat graag over haar kind. Zij zag ook de mirakelen en het groeiend succes van Jezus. Wij vergeten dat het een enorm geloof van haar vergde. Zij moest maar afwachten of de voorspellingen waar zouden worden. Onder het kruis leek alles een leugen te zijn. Haar Zoon stierf als een misdadiger. Haar consequent geloof tot in het onbegrijpelijke toe liet haar als eerste gelovige de eeuwige glorie delen.


Uit het boek Apocalyps 12, 1 + 3-6a + 10ab

Een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten.

Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd.
Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De draak ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar kind te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was. Maar toen ze het kind gebaard had – een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –,werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon. De vrouw zelf vluchtte naar de woestijn. God had daar een plaats voor haar gereedgemaakt.
Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias.’


Psalm 45, 11 + 12 + 15 +16

Refr.: Begeleid door vreugdezang foto_1313491134
gaan zij paleis van de koning binnen.

Luister, dochter, zie en hoor,
vergeet uw volk en het huis van uw vader.
Begeert de koning uw schoonheid,
buig voor hem, hij is uw heer.

Een kleurige stoet brengt haar naar de koning,
in haar gevolg de meisjes, haar vriendinnen.
Zij worden naar hem toe gebracht.

Begeleid door gejuich en vreugdezang
gaan zij het paleis van de koning binnen.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 15, 20-26

Als eerste en voornaamste Christus, vervolgens zij die Christus toebehoren.

Broeders en zusters,
Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.
Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.
Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer Hij komt, zij die Hem toebehoren.
En dan komt het einde en draagt Hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat Hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft.
Want Hij moet koning zijn totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’. De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood.

 

Alleluia.253990396_94f8a5875a_b

Barmhartig is God,
van geslacht op geslacht,
voor al wie Hem vereert.

Alleluia.


Uit het evangelie volgens Lucas 1, 39-56

Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder.

In die dagen reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda, waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette. Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld met de heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’
Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn Naam. Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht, voor al wie Hem vereert. Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot Hij van hun troon en wie gering is geeft Hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, maar rijken stuurt Hij weg met lege handen. Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd: Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.’
Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

Maria is groot omdat zij menselijk dienstbaar was. Zij trok het bergland in, naar Juda, om er haar nicht Elisabeth te helpen die een kindje verwachtte. Maria stond dus klaar om te helpen. Zij wachtte niet af tot men het haar vroeg. Zij nam zelf het initiatief. Zij voorzag dat er nood was en zij snelde ter hulp.

Wij mogen goed beseffen dat Maria ook nu klaar staat om ons te helpen. Zij voelt onze noden heel goed aan, zoals elke moeder. Zoals bij vele beelden glimlacht zij en toont zij ons haar Kind.

Als wij durven opkijken naar Maria’s milde glimlach, dan geneest die vlug de bitterheid en de wanhoop die ons hart soms dreigt te overspoelen, en dan komt er vrede en rustig vertrouwen, ook als wij zwak of klein geweest zijn.
Het is vooral in crisismomenten dat een mens zijn moeder niet kan missen. Wij hebben een Moeder aan wie wij alles mogen vertellen, ook ons diepste wezen, een Moeder wiens glimlach een wondere rust kan brengen in ons gemoed, zelfs op de meest dramatische ogenblikken van ons leven.

En als wij kijken naar haar gebaar, dan beseffen wij vlug dat wij niet mogen doen zoals verwende kinderen die steeds méér vragen, voor onszelf. Want met een teder gebaar toont Maria ons steeds haar Kind. Zij verwijst ons telkens opnieuw naar Jezus, als om te zeggen: “Hij is belangrijker! Kijk en luister naar Hem en doe wat Hij vraagt!” Maria drukt dus uit dat zij de belangstelling niet op zichzelf wil richten. Eigenlijk stuurt zij ons op onze beurt het bergland in, d.w.z. naar de plaats waar zwakkeren en kleinen in nood zijn, opdat wij daar vandaag nog ter hulp zouden snellen, in Jezus’ naam.

Maria is ook groot omdat zij geloofde. “Geloven” betekent: uit vrije wil aanvaarden dat God zijn middelen gebruikt om in ons leven zijn plan te voltrekken. De Heer gebruikt soms zeer eigenaardige wegen om ons te brengen waar Hij ons eigenlijk nodig heeft. Maria ondervond dit herhaaldelijk vanaf de dag van haar ja-woord tot het uur van het kruis en de verheerlijking van haar Zoon. Maar zij antwoordde steeds opnieuw: “Zie de dienstmaagd van de Heer. Mij geschiede naar Uw woord!”

Zo leert Maria ons geloven. Zij leert ons aanvaarden dat God ook in ons leven zijn eigen middelen en wegen kiest om ons te brengen waar Hij ons nodig heeft. Zij leert ons Gods vingerwijzingen aan te voelen in hetgeen wij beleven. Zij verwijst ons naar haar Kind, vooral op de dagen dat wij zouden vergeten dat wij ons zonder schrik mogen toevertrouwen aan alles wat Hij, de Liefde, eigenlijk van ons verlangt.
Als wij iets vragen aan Maria, laten wij er dan steeds aan toevoegen: “Moeder, geef ons vooral ook een hart dat gelooft in de Liefde!”

Omwille van haar grote dienstbaarheid en haar groot geloof wordt deze jonge vrouw vandaag gevierd als de verheerlijkte Koningin van de hemel. De “hemel”, dat is “Gods toekomst die ons opwacht”. Maria lacht ons toe vanuit Gods toekomst waar wij worden verwacht. “Verheerlijkt”, dat wil zeggen: dat het goddelijk leven in haar reeds verrezen, reeds voltooid is. Wij durven vandaag in geloof opkijken naar haar, als naar het beeld van wat de hele mensheid te wachten staat: de totale vereniging met Gods liefde.

Vandaag vereren wij onze verheerlijkte Moeder en wij vragen haar, naast alles wat wij nodig hebben, vooral: “Maria, geef ons een dienstbaar en een gelovig hart, dat vanuit zwakheid, zonde en dood, nu reeds wat meer verrijzen mag tot uw goddelijk, liefdevol leven.”

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Moeder Maria,mary-copy
wij danken God omdat gij er zijt,
omdat gij bij en in ons zijt.
Dank om uw liefde voor ieder van ons,
om uw bezorgdheid voor elk mensenkind.
Neem ons bij de hand en breng ons in uw Zoon,
in het vuur van de Geest,
in de wil van de Vader.
Bid voor ons lieve Moeder.
Amen.