Lezingen van de dag – dinsdag 1 maart 2016


Heilige (of feest) van de dag

Switbert van Kaiserswerth († 713)240px-Suitbertus

Switbert (ook Suitbertus, Swidbertus, Swietbertus of Switbertus) van Kaiserswerth, Duitsland; bisschop

Als jongeman was hij de wereld ontvlucht om in de eenzaamheid God te zoeken. Later was hij een van de gezellen die rond 690 vanuit Engeland met Willbrord was meegekomen om het evangelie te gaan verkondiogen in het zuidelijke gebied van de Friezen. Tijdens Willibrordus’ reis naar Rome (692) werd Switbert priester gewijd door de bisschop van York. Vervolgens werd hij naar het gebied tussen de Lippe en de Ruhr gezonden (ongeveer het huidige Ruhrgebied in Duitsland).

Aanvankelijk vond hij gehoor bij het volk. Hij wist er meerderen voor Christus en het geloof in God de Vader te winnen. Er zijn zelfs legenden bekend, waarin wordt verteld hoe Switbert krachtens zijn geloof in God blinden de ogen opende, zieken van hun kwalen en pijnen genas en zelfs doden weer tot het leven terugbracht. Zo moesten de omstanders wel inzien, dat de God van Switbert veel meer macht bezat dan hun eigen goden.

Maar al dat werk werd weer teniet gedaan door de invallen van de Saksers. Switbert trok zich terug op een eilandje in de Rijn, waar hij – met behulp van Pepijn en diens vrouw, de heilige Plectrudis – een klooster stichtte, dat later naar hem Switbertswerth zou worden genoemd. Tegenwoordig staat het bekend als Kaiserswerth.

In de parochiekerk aldaar worden tot op de dag van vandaag zijn relieken bewaard in een kostbare reliekschrijn.

Hij wordt afgebeeld als bisschop (mijter, staf, tabberd); soms met een ster. Dat laatste, omdat de legende weet te vertellen, hoe zijn moeder, toen zij nog van hem in verwachting was, droomde, dat er een ster opging, waarvan de stralen tot in Duitsland en Frankrijk reikten. Zij zag dit aan met grote blijdschap. Maar plotseling daalde die ster neer op haar bed, en schreeuwend van schrik werd zij wakker. De plaatselijke bisschop – Aidan – legde de volgende ochtend die droom uit: ‘U zult een zoon ter wereld brengen die door zijn heiligheid een groot deel van de wereld zal verlichten.’

DINSDAG IN DE 3e WEEK VAN DE VASTENTIJD


Uit het boek Daniël 3, 25 + 34-43

‘Moge vandaag ons offer aan U zijn dat wij U onvoorwaardelijk volgen’.

Azarja verrichtte staande dit gebed:
‘Lever ons niet voorgoed aan hen uit en verbreek uw verbond niet, omwille van uw naam. Ontzeg ons uw erbarmen niet, omwille van Abraham, door U bemind, omwille van Isaak, uw dienaar, en omwille van Israël, uw heilige, aan wie U hebt toegezegd dat U hun nakomelingen zo talrijk zou maken als de sterren aan de hemel en als zandkorrels op het strand langs de zee.
Toch zijn wij, Heer, het geringste van alle volken geworden. Door onze zonden genieten wij nergens op aarde nog aanzien. En juist nu hebben wij geen leider, geen profeet, geen aanvoerder. Brandoffer noch slachtoffer, graanoffer noch reukoffer hebben wij, zelfs geen plaats om U offers te brengen en zo uw erbarmen af te smeken.
Neem ons desondanks aan als mensen met een verbrijzeld hart en een vernederde geest, als kwamen wij met een brandoffer van rammen en stieren en met tienduizenden vette lammeren. Moge vandaag ons offer aan U zijn dat wij U onvoorwaardelijk volgen, want wie op u vertrouwt, wordt niet beschaamd.
Wij volgen u met heel ons hart, wij hebben ontzag voor U en zoeken U. Maak ons niet te schande, maar laat U leiden door uw goedheid en uw groot erbarmen.
Red ons door uw wonderbare daden en verleen luister aan uw naam, Heer.’

 

Psalm 25, 4-9

Refr.: Gedenk ons in uw barmhartigheid, Heer.

Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.

Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij, 8c2da01e89b7383cc1506148b331c343
want U bent de God die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.

Denk aan uw barmhartigheid, Heer,
aan uw liefde door de eeuwen heen.

Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,
maar denk met liefde aan mij
en laat uw goedheid spreken, Heer.

Goed en rechtvaardig is de Heer:
Hij wijst zondaars de weg.

Wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor,
Hij leert hun zijn paden te gaan.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 18, 21-35

Van harte vergeven, en altijd.

Petrus kwam bij Jezus staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’
Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.
Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt.
Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald.
Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen.
Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”
En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald.
Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’

Van Woord naar leven

Op de vraag van Petrus hoe dikwijls men moet vergeven, antwoordt Jezus: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.’

Waar mensen elkaar vergeven, waar verzoening plaatst vindt, daar wordt terug veel mogelijk. Het heeft iets feestelijks. Wat stuk was is immers hersteld en de gevolgen zijn alleen maar van goede aard: vrede, vreugde, eenvoud, gemeenschap,… niet oppervlakkig, maar diep.

Het goede nieuws is dat we als christenen dit niet alleen hoeven te doen. We mogen vergeving schenken in Jezus’ naam. Dat wil zeggen: vanuit zijn aanwezigheid en genade in ons. Geheel alleen, los van Hem, zou het veel moeilijker zijn. Koppigheid, hoogmoed, hardheid,… zijn dikwijls remmingen die ons weerhouden te kunnen vergeven. Jezus wil en kan ons hier van bevrijden en ons tot mensen maken die werkelijk tot vergeving kunnen komen. Maar Hij vraagt dat we ons schenken aan Hem, opdat Hij kan doen wat Hij wil doen, namelijk ons bijstaan met zijn genade. Laten we ons openen voor Hem, onze hoogmoed afleggen, Hem binnen laten. En echt hoor, dan wordt er veel mogelijk. Ook vele dingen die we als niet mogelijk achtten.

Wie voor zichzelf toch vaststelt dat hij moeilijk kan vergeven of daden van verzoening kan stellen, ook al probeert hij dat in naam van de Heer te doen, is het goed dat hij deze weg van groei biddend bewandelt. En dat bedoel ik zeer concreet: dagelijks gebed, met vooral veel aandacht voor stilte; in leegte verwijlen bij de Heer, innerlijk kijkend naar Hem, je armoede aanbiedend, smachtend naar zijn liefde. Dagelijks dus, met een gezonde discipline, een waarachtige trouw, en zo hartelijk mogelijk. Met je hart dus bij de Heer zijn, eenvoudig en eerlijk, je richtend naar Hem diep in jezelf.
Hecht ook belang aan de buitenkant: schep een sfeer waar het rustig is en sereen. Maak het wat donker, gebruik eventueel een kaarsje, tracht te knielen, neem een moment dat niemand je kan storen. Tip: vroeg in de ochtend, of zelfs midden in de nacht, zijn zalige momenten om tot innerlijk gebed te komen.

Probeer in de Geest te bidden; dat wil zeggen in de liefde waarmee God tot u komt en u tot zich wil trekken doorheen zijn Zoon.
Probeer van de stilte te houden.
Heb de leegte in het gebed lief.
Probeer ook het volhouden te beminnen; geen angstvallig moeten dat je jezelf oplegt, maar voel je vrij in je trouw, in de discipline die je jezelf oplegt. Probeer vreugde te ervaring in het volhouden.
En hou het gebed eenvoudig.
Vergeef jezelf, en vraag om vergeving.
Bid om te mogen groeien in Gods liefde.
Vraag om genade. Niet met woorden, maar doorheen je innerlijke blik op de Heer die diep vanbinnen u persoonlijk bemint met een liefde die God eigen is.

Het gebed is een wonderlijke gave; de sleutel van echte menswording, een weg van verzoening en vrede.

Probeer deze weg te vinden en te gaan. Echt mooi hoor. En alleen maar goed; voor jezelf, je huisgenoten, je collega’s, de samenleving.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer, zz - Pinksteren 8
Kom met uw Geest, en trek ons in die innige verbondenheid met U. Leer ons van U te ontvangen, opdat we mensen mogen worden die uitkijken naar verzoening.
Heer, wees ons genadig.
Amen.