Lezingen van de dag – dinsdag 1 sept. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Douceline van Digne (+ 1274)

Douceline van Digne, Provence, Frankrijk; begijn;
† 1274

Zij werd in 1241 geboren in het Provençaalse plaatsje Digne. Haar vader en moeder, Berengarius van Digne en Huguette van Barjols, leidden een christelijk leven van gebed en naastenliefde. Zij waren niet van adel, maar behoorden tot de opkomende welvarende koopmansstand. Na het overlijden van haar beide ouders zette Douceline hun werken van naastenliefde voort. Soms trok ze zich terug in het clarissenklooster van Genua. Heel haar verdere leven zou ze diepgaand beïnvloed worden door het voorbeeld van Franciscus van Assisi.

Eens ontmoette ze op de terugweg drie geheimzinnige vrouwen in het zwart gekleed, met een witte sluier voor hun gezicht. Zij vroeg hun naar de betekenis ervan, en de drie legden uit dat zij geen kloosterzusters waren, maar het leven van een godgewijde vrouw leidden in de maatschappij. Op hetzelfde moment besefte Douceline dat hier haar roeping lag. Na overleg met haar broer Hugo van Barjols, een franciscaan, werd zij begijn. Daarmee sloeg zij een geheel nieuwe weg in: niet die van kloosterzuster en ook niet die van een vrouw van de wereld. Zo leidde zij eerst te Roubaud en later in Hyères en nog weer later in de stad Marseille, alle drie in de zuidelijke Provence gelegen, een leven van grote armoede en intens gebed. Vele meisjes stroomden toe om leerling van haar te worden en haar leven te delen. Douceline’s levensbeschrijving, die kort na haar dood tot stand kwam, zegt: ‘Zij waren onderling verbonden met een goddelijke band van liefde.’

Hoe leefden ze? Ze werden verondersteld elke dag het lijden van Heer Jezus te bewenen. Geen moment mochten zij zijn liefde vergeten, die zelfs zover gegaan was dat Hij zijn leven had gegeven. ‘Vandaar – aldus Douceline – dat wij als ware weduwen altijd ons hoofd bedekken.’ Voor het overige leefden zij een nederig leven van boete en gebed. Toen eens een van de meisjes opmerkte, dat iedereen met minachting op hen neerkeek, moet Douceline geantwoord hebben: ‘Ik beschouw het juist als een eervol teken dat de wereld ons minacht en de mensen op ons neerkijken.’ Bracht ze de nachten door met geestelijke oefeningen, overdag besteedde ze al haar aandacht aan zieken en hulpbehoevenden.

Toen Douceline eens van de kerk terugkwam, stuitte ze op een arme man die klaarblijkelijk ontzettend veel pijn had. Zijn hele lijf zat onder de verwondingen. Zij verzorgde ze, waste hem, trok hem schone kleren aan en bracht hem onder in een van de naburige huisjes. Daar kreeg hij ook te eten. Maar op de derde dag was hij plotseling verdwenen. Aan het hoofdeind van zijn brits stond nog in de vensterbank voor het raam alle voedsel onaangeroerd dat men hem de afgelopen dagen had gebracht. Ze stelden een onderzoek in, maar de man bleef onvindbaar. Een paar begijnen wisten te vertellen dat er in de nacht van zijn verdwijning vanuit zijn vensterraam een fel licht over het gras had geschenen. De hele tuin leek wel in brand te staan. Wij zeiden nog tegen elkaar: ‘Het lijkt wel alsof ze daar alle strofakkels tegelijk hebben aangestoken.’

Douceline stierf in de vooravond van woensdag 1 september 1274. Vlak voor haar dood werd aan haar gevraagd: ‘Vrouwe Douceline, wie moet nu de leiding over uw kinderen op zich nemen?’ Zij moet geantwoord hebben: ‘Onze Heer zelf en vader Franciscus.’ Toen vroeg men haar: ‘Maar moeder, wie moet dan straks uw plaats innemen?’ Waarop zij in alle eenvoud zei: ‘Daar zal de Heilige Geest zelf wel voor zorgen.’

DINSDAG IN WEEK 22 DOOR HET JAAR


Uit de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen 5, 1-6 + 9-11

Christenen hebben de opdracht te leven als kinderen van het licht, waakzaam en oplettend te blijven voor Hem die komt. Zij moeten erover waken niet door onachtzaamheid en luiheid in te slapen.

Broeders en zusters,
ik hoef u niet te schrijven over tijd en uur, want u weet zelf maar al te goed dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk. Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de dag van de Heer u zou kunnen overvallen als een dief, want u bent allen kinderen van het licht en van de dag. Wij behoren niet toe aan de nacht en de duisternis, dus laten we niet slapen, zoals anderen, maar waken en op onze hoede zijn.
Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus. Hij is voor ons gestorven opdat wij, of we nu op aarde zijn of gestorven zijn, samen met Hem zullen leven. Dus troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld, zoals u trouwens al doet.

 

Psalm 27, 1 + 4 + 13 + 14

Refr.: Bij de Heer is mijn leven veilig.

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen ?Drieeenheid_2
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn ?

Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer,
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?
Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 4, 31-37

Jezus’ optreden wekte verwondering. Zijn leer bracht Hij met gezag als een bevrijding. De andere leraars brachten lange lijsten voorschriften, die drukten als een juk. Zelfs mensen die bezeten waren, wist Hij van hun boeien te bevrijden. Het geheim van deze kracht blijft hier nog een vraag. Later zal Jezus antwoorden dat het zijn verbondenheid is met de Vader, die Hem deze kracht en dit gezag geeft.

Jezus ging naar Kafarnaüm, een stad in Galilea, waar Hij de inwoners steeds op sabbat onderwees.
Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak met gezag.
Er was in de synagoge iemand die bezeten was door een geest, een onreine demon, en deze schreeuwde luidkeels: ‘Aaah! Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’
Maar Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’
De demon smeet de man op de grond en ging uit hem weg zonder hem te verwonden.
Allen waren verbijsterd. Ze bespraken het voorval met elkaar en zeiden: ‘Wat zijn dat voor dingen die Hij zegt? Hoe komt het dat Hij het gezag en de macht heeft om onreine geesten zijn bevelen te geven zodat zij de mensen verlaten?’
Het nieuws over Hem verspreidde zich overal in de streek.

Van Woord naar leven

Er was in de synagoge iemand die bezeten was door een geest, een onreine demon, en deze schreeuwde luidkeels: ‘Aaah! Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’
Maar Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’
De demon smeet de man op de grond en ging uit hem weg zonder hem te verwonden.

Als we rondom ons kijken, en ja ook in ons, zien we het kwaad duidelijk aanwezig.
Vraag is of we kunnen geloven dat Jezus het kwaad in ons en rondom ons kan verdrijven.
Dat Hij het kan zou voor ons, gelovigen, geen vraag mogen zijn. Natuurlijk kan Hij het.
Maar geloven we het ook écht ?
En wel zo dat we ons op zo’n manier schenken aan zijn aanwezigheid dat Hij inderdaad het kwaad kan verdrijven.

Twee dingen zijn hier van wezenlijk belang: ons gebed en ons dagelijks leven.

Als het goed is bidden we dagelijks. Welk gebed we precies doen is niet het belangrijkste. Waar het om gaat is dat we doorheen ons bidden de Heer werkelijk ontmoeten. Dat hoeft niet gepaard te gaan met geweldige alleluia-gevoelens, het kan ook in perioden van dorheid. Het komt erop neer ons hart te openen voor Hem, opdat Hij zich gast mag weten diep in onze ziel. Daar wil Hij zijn intrek nemen om zijn leven aan ons te schenken. Dit is snel gezegd maar niet snel gedaan. Voor velen is dit een uiterst moeilijke weg; een weg van ‘arm worden van geest’, van sterven aan je oppervlakkig ik opdat je ware ik meer en meer tot gebed mag komen. Voor velen vraagt het jaren lang ‘oefenen’, soms een heel leven lang.
Maar ook al zijn we nog maar een héél klein beetje op de goede weg, de Heer is er, en raakt ons aan. Juist in het volgehouden gebed, van dag op dag, zal Hij ons leiden en vormen, én, want daar ging het om vandaag, ons bevrijden van het kwaad.
Het geheim ligt ‘m in het zich met het hart geven aan zijn aanwezigheid.

Ons dagelijks leven zou een verlenging moeten zijn van ons gebed. Hier krijgt het gebed handen en voeten. Als het goed is blijven we zelfs in ons doen en laten ‘in gebed’. Wie het klaarspeelt om zich dan niet van de Heer los te weken, maar diep verbonden te blijven met Hem, zal daden stellen die de wereld bevrijden van het kwaad. Jezus zal door hem heen immers daden van genade stellen, die mensen aanraakt en het kwaad doet verdrijven.
Dit laatste zou geen theorie mogen zijn voor een gelovige, maar een blijde werkelijkheid.

Laten we ons geven de Heer.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,francis_foot
schenk ons de genade U te erkennen als de Messias, de Zoon van God. En help ons vanuit deze erkenning ons volledig toe te vertrouwen aan U. Wil ons in deze overgave aanraken opdat wij en vele anderen mogen genezen van elke zonde, en mogen groeien op de weg waartoe God ons brengen wilt. Alle dagen van ons leven. Amen.