Lezingen van de dag – dinsdag 10 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Amalberga van Munsterbilzen († ca 772)

Amalberga van Munsterbilsen, osb., maagd & kloosterlinge

Zij werd geboren rond 700 in een plaatsje dat destijds Villa Rodingi heette en in de Ardennen lag; in die naam kunnen we nog horen hoe men bomen heeft moeten rooien om de plek te kunnen bewonen.
Een huwelijk met Karel Martel († 741) wees ze af. Om dat duidelijk te maken liet ze haar haren afknippen en vluchtte naar Munsterbilsen om benedictines te kunnen worden onder de heilige abdis Landrada († ca 690; feest 8 juli).
De legende weet te vertellen hoe zij onderweg op haar vlucht aan Karel wist te ontkomen. Aanvankelijk had zij zich in een verborgen hoekje verstopt, maar hij wist haar te pakken en trok haar met zo’n geweldige ruk naar zich toe dat zij haar arm brak en haar schouder verrekte. Maar op hetzelfde moment genazen haar wonden, wurmde zij zich los en werd door een steur naar de overkant van de Schelde gedragen. Er worden van haar nog andere wonderen verhaald. Zo zou ze bij de Gete in Brabant een duivelin hebben verjaagd en in een zeef een bron naar Temse hebben gebracht.
Ze stierf in Temse, dat toen nog Villa Tempsica heette.

Ze werd begraven in Munsterbilzen, maar in 1073 werden haar relieken overgebracht naar de St-Pietersabdij te Gent. Bij die gelegenheid werd ze verheven tot de eer der altaren, wat gelijkstond aan een heiligverklaring.
Op zaterdag voor en vooral dinsdag na Pinksteren vindt in Temse de processie ter ere van Sint Amalberga plaats. Deze wordt nog eens herhaald op de laatste zondag van september.
Ook het Vlaamse plaatsje Mater kent op 10 juli een Amalbergaviering.

Zij is patrones van Temse; bovendien is ze beschermheilige van boeren (ze bevrijdde akkers van schadelijke vogels), van schippers en zeelieden (het schip dat haar relieken naar Gent overbracht voer uit eigen kracht stroomopwaarts; een steur zwom mee…).
Ze wordt aangeroepen tegen koorts, pijn in de armen en schouders, kneuzingen en rode koorts; en tegen schipbreuk.
Ze wordt afgebeeld als benedictines; haar voet op een gekroond hoofd (wees vorstelijk huwelijk af); grote steur (hielp haar tijdens haar vlucht voor Krel Martel en begeleidde de boot die haar relieken naar Gent vervoerde); soms heeft ze een zeef in de hand (bron in Temse); met zeef aan een bron; met wilde ganzen.

Zij wordt vaak verward met Amalberga van Maubeuge († ca 690; feest 10 juli), die bijna honderd jaar eerder leefde, maar op dezelfde dag wordt gevierd.

dinsdag in week 14 door het jaar


Uit de profeet Hosea 8, 4-7 + 11-13

Wie wind zaait zal storm oogsten.

Zo spreekt de Heer:
‘Ze hebben een koning aangesteld, maar buiten mij om, leiders gekozen zonder mij erin te kennen. Van hun zilver en goud hebben ze godenbeelden gemaakt, maar voor niets.
Want je stierkalf wijst je af, Samaria! Ook Ik ben woedend op je: zul je dan nooit tot zuiverheid in staat zijn? Dat kalf komt gewoon uit Israël, het is gemaakt door een ambachtsman, een god is het niet! Nee, het kalf van Samaria zal verpulverd worden.
Want wie wind zaait zal storm oogsten. Het zaad brengt geen koren voort, en als het al vrucht draagt dan geeft het geen meel, en als het al meel geeft dan wordt het door vreemden verslonden.
Hoeveel altaren heeft Efraïm niet gebouwd – maar om te zondigen! Altaren die dienen om te zondigen!
Al schrijf Ik mijn wetten in tienduizendvoud, ze zijn voor hen als van een vreemde. Ze brengen mij offers om zelf het vlees te eten; voor mij heeft dat geen waarde. Nu zal ik hun wandaden in rekening brengen en hun zonden bestraffen: ze gaan terug naar Egypte!’

 

Psalm 115, 3-10

Refr.: Vertrouw op de Heer.

Onze God is in de hemel,
Hij doet wat hem behaagt.
Hun goden zijn van zilver en goud,
gemaakt door mensenhanden.

Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken,
ze hebben ogen, maar kunnen niet zien,
ze hebben oren, maar kunnen niet horen,
ze hebben een neus, maar kunnen niet ruiken.

Hun handen kunnen niet tasten,
hun voeten kunnen niet lopen,
geen geluid komt uit hun keel.
Zoals zij, zo worden ook hun makers,
en ieder die op hen vertrouwt.

Israël, vertrouw op de Heer;
hun hulp is Hij, hun schild;
huis van Aäron, vertrouw op de Heer;
hun hulp is Hij, hun schild.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 32-38

Dienstbaarheid is één van de voornaaste kenmerken van het christendom. Door en langs de anderen kunnen wij zin geven aan ons leven, én God bereiken. Jezus’ leven was daardoor getekend. Zijn volgelingen roept Hij op herders te zijn voor de mensen. ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig’.

Men bracht iemand bij Jezus die bezeten was en niet kon spreken.
Nadat de demon was uitgedreven, begon de stomme te spreken.
De mensenmassa stond versteld, men zei: ‘Zoiets hebben we in Israël nog nooit gezien!’
Maar de Farizeeën zeiden: ‘Het is dankzij de vorst der demonen dat Hij demonen kan uitdrijven.’

Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, Hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het Koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.

Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.
Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’

Van Woord naar leven

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’

De eigenaar van de oogst is God de Vader. Voordat Jezus zijn leerlingen werkelijk zal uitzenden, droeg Hij hen op te bidden voor meer arbeiders.

Ook aan ons wordt gevraagd te bidden voor arbeiders binnen de Kerk. Het is immers de heilige Geest die mensen zal aanzetten te doen waartoe God hen / ons uitnodigt.

Daarnaast hebben we de taak om met deze jonge mannen en vrouwen het ‘goede gesprek’ te voeren, en te blijven voeren, opdat ze zich gedragen zouden weten, bemoedigd en bijgestaan in periodes van mogelijke geestelijke onrust en twijfel.

Als Kerk, maar ook binnen onze gezinnen, en waarom ook niet in onze (katholieke) scholen, zouden we aan dit laatste meer aandacht aan moeten schenken. Ok, roeping niet beperkend priesterschap of religieus leven… het mag veel breder. Maar ook over priesterschap en religieus leven mag gesproken worden. Het is alsof dit meer en meer in de taboesfeer komt. Waarom toch… vraag ik me af. Niets is zo mooi en rijk wanneer een jong iemand die, vanuit roeping, kiest voor deze weg.

Laat ons bidden, en laat ons het goede gesprek voeren; van harte, uit zorg voor Gods gemeenschap en uit liefde voor de gave van het geroepen worden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede Vader,
beziel Kerk en wereld met uw levende Liefde, uw heilige Geest. Dat mensen zich door U mogen aangesproken weten arbeider te zijn binnen uw wijngaard.
Schenk ons allen de genade van het ja-woord; een gehoorzaamheid die haar bron vindt in Christus, uw Zoon en onze broeder en Heer.
Amen.