Lezingen van de dag – dinsdag 10 nov. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Leo de Grote, paus (+ 461)leo-de-grote

Leo Paus I (ook Lié), bijgenaamd ‘de Grote’, Rome, Italië; paus & kerkleraar; † 461

Hij was waarschijnlijk afkomstig uit Toscane. Op jonge leeftijd trok hij naar Rome om de kerk te dienen en was aartsdiaken onder de pausen Celestinus I († 432; feest 6 april) en Sixtus III († 440; feest 28 maart). Na diens dood in 440 werd hijzelf tot bisschop van Rome (= paus) gekozen; zijn aantreden staat gedateerd op 29 september.
Hij was vooral actief in het bestrijden van ketterijen, zoals de Pelagianen, Manicheeërs, Nestorianen en nog anderen.
In die tijd schreef hij aan zijn collega van Constantinopel, Flavius († 449; feest 17 februari), zijn beroemde brief over de vraag hoe begrepen moest worden dat Christus zowel een goddelijke als een menselijke natuur had. Dit document werd een mijlpaal in de dogmageschiedenis. Het werd op het belangrijke Concilie van Chalcedon van 451 uitgeroepen tot de officiële leer van de kerk op dit punt.
Op alle mogelijke manieren toonde hij zich een herder voor zijn kudde. Beroemd is zijn ontmoeting in 452 met de Hun Attila bij Mantua. Deze was op weg om de stad Rome te veroveren, maar Leo smeekte hem de stad ongemoeid te laten. Ze sloten vrede en Attila trok inderdaad weg…
Maar toen drie jaar later de Vandalen onder leiding van Genserik (of Geiserik) voor de stad verschenen, was het hem niet vergund zijn diplomatieke kunststuk te herhalen: de stad werd geplunderd. Toch wist Leo bij de opperbevelhebber te bereiken dat toch minstens de mensenlevens werden gespaard en de stad niet in brand zou worden gestoken.

Hij ligt begraven in de St-Pieterskerk te Rome onder het altaar dat aan hem is toegewijd. In 1754 werd hij uitgeroepen tot kerkleraar.
Hij wordt afgebeeld als paus (met driekroon of tiara en pauskruis), vaak met bijbel en/of draak bij zich (symbool van het kwaad der ketterijen).

DINSDAG IN WEEK 32 DOOR HET JAAR


Uit het boek Wijsheid 2, 23 – 3, 9

De mens is geschapen voor de eeuwigheid.

God heeft de mens geschapen voor de eeuwigheid, als afspiegeling van zijn eigen wezen.
Maar de duivel heeft uit jaloezie de dood in de wereld gebracht; ieder die hem toebehoort roept de dood over zich af.
De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods hand, geen marteling kan hun deren.
Dwazen menen dan wel dat de rechtvaardigen dood zijn, dat het ellendig is dat ze ons moesten verlaten en rampzalig dat ze afscheid moesten nemen – de rechtvaardigen zijn evenwel in vrede. Ook al ziet iedereen hun lot als een straf, zij koesterden de hoop op onsterfelijkheid. En na een korte tijd van lijden is hun onmetelijk geluk ten deel gevallen, want God heeft hen op de proef gesteld en hen waardig gekeurd om bij Hem te zijn. Hij heeft hen als goud in een oven gelouterd en hen als een brandoffer aanvaard.
Wanneer de tijd aanbreekt dat Hij zich over hen ontfermt, zullen ze opvlammen en als vuur door een stoppelveld razen. Ze zullen een oordeel vellen over alle volken en over hen heersen, en de Heer zal hun koning zijn tot in eeuwigheid.
Wie op Hem vertrouwen zullen de waarheid kennen, en wie trouw zijn zullen in liefde met Hem verkeren.
Want er is genade en barmhartigheid voor zijn heilig volk, en redding voor zijn uitverkorenen.

 

Psalm 34, 2 + 3 + 16 + 17 + 18 +19

Refr.: Laat mijn leven een loflied zijn voor de Heer.

De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag, Vespers at Christ in the Desert Monastery outside Abiquiu, NM.
mijn mond is altijd vol van zijn lof.

Laat mijn leven een loflied zijn voor de Heer,
de nederigen zullen het met vreugde horen.

Het oog van de Heer rust op de rechtvaardigen,
zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.

Toornig ziet de Heer wie kwaad doen aan,
Hij wist hun namen op aarde uit.

De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen,
Hij bevrijdt hen uit de nood.

Gebroken mensen is de Heer nabij,
Hij redt wie zwaar wordt getroffen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 7-10

Elke verantwoordelijkheid in de Kerk is niets anders dan een nederige dienst om de gaven van God aan de mensen door te geven. Wie dient doet dit niet naar maat, hij is altijd bereid.

Jezus sprak:
‘Als iemand van jullie een knecht zou hebben die ploegt of de kudden weidt, dan zal hij, wanneer die thuiskomt van het land, toch niet tegen hem zeggen: “Ga maar meteen aan tafel”? Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen: “Maak iets te eten voor me klaar, doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf eten en drinken”? Hij bedankt de knecht toch niet omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen?
Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: “Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.”’

Van Woord naar leven

‘Wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: “Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.”’, horen we Jezus vandaag zeggen.

In ons leven gaat het om de liefde, om liefhebben zoals God ons lief heeft, liefhebben vanuit Hem. Dat is godsdienst, dienst aan God én medemens.
De liefde zou het hart moeten zijn van ons leven. Elke minuut van de dag zou het ons leven moeten stuwen, richting geven, woorden schenken, aanzetten tot gebaren, enz…

Jezus is het levend Hart van onze liefde. Hij, die gekomen is, niet om gediend te worden maar om te dienen, om zichzelf te geven, zodat wij van zijn liefde kunnen leven, zodat wij zijn liefde kunnen zijn, wil het vuur zijn van onze liefde voor elkaar. Niet enkel in wat we doen, maar heel ons zijn wil Hij transformeren in zijn liefde.

Grote woorden… en toch… het zou ons leven moeten zijn, het zou al ons doen en laten moeten beïnvloeden, moeten bevruchten… ja als een – hoe gek dat ook klinkt – vanzelfsprekendheid, als onze dagelijkse ‘plicht’ om het woord uit het evangelie van vandaag te gebruiken.

Laat ons liefhebben, voortdurend, zoals we ademen; van buiten naar binnen, van binnen naar buiten.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

God van liefde, 3653861348_5fde347250_b
ik bemin U boven alles uit geheel mijn hart, omdat Gij oneindig goed en oneindig beminnelijk zijt. Uit liefde tot U bemin ik ook alle mensen als mijzelf.
Heer, geef mij steeds meer liefde ! Amen.

Uit een oud gebedenboek