Lezingen van de dag – dinsdag 11 sept 2018


Heilige (of feest) van de dag

Almirus van Gréez-sur-Roc († ca 560)

Almirus (ook Almer of Almire) van Gréez-sur-Roc osb, Frankrijk; abt

Almirus was afkomstig uit Auvergne en moet tegen het einde van de vijfde eeuw geboren zijn. Als jongen kreeg hij zijn scholing bij de monniken van Ménat. Daar raakte hij onder de indruk van Sint Avitus († ca 530; feest 17 juni) en Sint Calais (of Carilefus; † 536; feest 1 juli). Toen zij verhuisden naar het zojuist door Sint Maximinus (of Mesmin; † 520; feest 15 december) gestichte klooster te Micy, La Maine, ging hij met hen mee. Op dat moment was hij waarschijnlijk nog geen twintig jaar oud.

Na enkele jaren besloot hij zich nog verder terug te trekken om in de eenzaamheid als kluizenaar zijn leven aan God toe te wijden. Hij vestigde zich diep in de bossen op de plek, waar tegenwoordig het plaatsje Gréez ligt. Hij bouwde er een bidkapelletje ter ere van de heilige Maagd en vlak daarnaast een cel voor zijn eigen onderdak.

Toch wisten de mensen hem te vinden; zij vroegen hem om raad, om genezing van ziekten en kwalen, of om zijn gebed. Blijkbaar was zijn uitstraling zo inspirerend, dat zich al gauw jongemannen bij hem aansloten. Na korte tijd woonden er zo’n veertig leerlingen om hem heen, verspreid in cellen, armzalige bouwseltjes van takken en leem. Zij wijdden zich aan gebed en handwerk, en ontgonnen het omringende woud. De heilige abt leerde hen vooral orde en regelmaat aan te brengen in hun daagse dag en daar niet lichtzinnig van af te wijken.

dinsdag in week 23 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 6, 1-11

De christenen van Korinte waren geneigd hun processen te laten regelen door heidenen. Christenen moeten hun geschillen onder elkaar in het reine brengen, want de basis van elke hechte regeling is gelegen in de erkenning van eigen schuld.

Broeders en zusters,
hoe durft u onderlinge rechtsgeschillen voor ongelovigen te brengen in plaats van voor de gelovigen! Weet u dan niet dat Gods heiligen over de wereld zullen oordelen? En als u over de wereld zult oordelen, zou u dan niet in staat zijn om te oordelen over de meest onbeduidende rechtsgeschillen? Weet u niet dat wij over engelen zullen oordelen? Dan kunnen we dat toch zeker ook over alledaagse zaken? Wilt u werkelijk uw alledaagse geschillen aanhangig maken bij mensen die bij de gemeente geen aanzien genieten? U moest u schamen. Is er dan niet één wijs mens onder u die tussen broeders en zusters uitspraak kan doen? Is het werkelijk nodig dat de een de ander voor het gerecht sleept, en nog wel voor dat van ongelovigen?
Het is al treurig genoeg dat er rechtsgeschillen bij u voorkomen. Waarom lijdt u niet liever onrecht? Waarom laat u zich niet liever benadelen? In plaats daarvan begaat u zelf onrecht en benadeelt u anderen, en dan nog wel broeders en zusters.
Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders, dieven noch geldwolven, dronkaards, lasteraars noch uitbuiters zullen deel hebben aan het koninkrijk van God.
Sommigen van u zijn dat ooit geweest, maar u bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.

 

Psalm 149, 1 + 2 + 3 + 4 + 5

Refr.: De Heer vindt vreugde in zijn volk.

Zing voor de Heer een nieuw lied,
roem Hem te midden van zijn getrouwen.

Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige maker,
het volk van Sion juichen om zijn koning.

Laten zij dansend zijn Naam loven,
bij lier en tamboerijn voor Hem zingen.

Ja, de Heer vindt vreugde in zijn volk,
Hij kroont de vernederden met de zege.

Laten zijn getrouwen juichen in triomf,
nog jubelen als zij te ruste gaan.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 12-19

Jezus trekt zich terug in gebed met zijn Vader, vooraleer zijn twaalf apostelen te kiezen. Om zijn boodschap te verkondigen zendt Hij hen pas uit nadat Hij eerst voor-leefde hoe ze dit moesten doen.

Op een dag trok Jezus zich terug op de berg om te bidden. De hele nacht bleef Hij tot God bidden.
Toen de dag aanbrak, riep Hij de leerlingen bij zich en koos twaalf van hen uit, die Hij apostelen noemde: Simon, aan wie Hij de naam Petrus gaf, diens broer Andreas, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Matteüs en Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon, die de IJveraar genoemd wordt, Judas, de zoon van Jakobus, en Judas Iskariot, die een verrader werd.
Toen Hij met hen de berg was afgedaald, bleef Hij staan op een plaats waar het vlak was. Daar had een groot aantal van zijn leerlingen zich verzameld, evenals een menigte mensen uit heel Judea en Jeruzalem en uit de kuststreek van Tyrus en Sidon. Ze waren gekomen om naar Hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen; ook degenen die gekweld werden door onreine geesten werden genezen, en de hele menigte probeerde Hem aan te raken, want er ging een kracht van Hem uit die allen genas.

Van Woord naar leven

Op een dag trok Jezus zich terug op de berg om te bidden. De hele nacht bleef Hij tot God bidden. Toen de dag aanbrak, riep Hij de leerlingen bij zich en koos twaalf van hen uit.

Wat de Heer ons vandaag onder andere leert is dat het goed is te bidden alvorens we keuzen maken.
Wanneer we bidden stellen we onszelf buiten het centrum van ons bestaan in de zin dat God die plaats krijgt. Hij is het levend hart van ons leven. Bidden alvorens keuzen te maken doet ons kiezen vanuit dat hart, vanuit God, Hij, het levend centrum van ons bestaan.
De keuzen die we op die wijze maken zullen over het algemeen heel andere keuzen zijn dan de keuzen die we maken louter vanuit ons eigen allerindividueelste ikje.

De keuzen vanuit God zullen gekleurd zijn door liefde, door trouwe liefde, liefde tot het uiterste. Ze zullen de echo van het kruis van Jezus in zich dragen. Daarom zijn die keuzen niet altijd de makkelijkste keuzen, integendeel. Dikwijls zijn ze getekend door offer, door ‘achterlaten’, door ‘kiezen voor’.

Het zijn keuzen die een antwoord zijn op een appel diep in ons gedaan; een ‘ja’ op een roep, een gehoor geven aan Iemand die uitnodigt in Hem een bepaalde weg te gaan.

En laat ons eerlijk zijn, dikwijls staan die keuzen in diep contrast met keuzen die we zouden maken vanuit ons eigen ego. Het gevaar van deze laatsten bestaat erin dat ze gericht zijn op eigen voordeel, op oppervlakkig genot, op ‘anderen nodig hebben voor mezelf’, enz… Men dient hier het ego, en niet God.

Laat ons bidden, lang en diep bidden, wanneer we voor een grote levenskeuze staan.
Maar laat ons ook dagelijks iedere morgen bidden voor die vele kleine keuzen doorheen de dag. Die vele kleine keuzen in het licht van de liefde zijn in de ogen van God immers immens groot.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
geef dat wij van U mogen leren
hoe belangrijk het is
ons hart in U met de Vader te verenigen in gebed
alvorens beslissingen te nemen.
Kom met uw heilige Geest
en trek ons in uw bidden tot de Vader.
Amen.