Lezingen van de dag – dinsdag 12 april 2016


Heilige (of feest) van de dag

Erkenbod van Sithiu (+ 742)04-12-0742-erkenbod

Erkenbod (ook Erkembode, Erkenbodo) van Sithiu, Frankrijk; abt & bisschop

Halverwege de 7e eeuw had Sint Audomarus († ca 670; feest 9 september) in het huidige Vlaams Picardië in Noord-West-Frankrijk klooster Sithiu gesticht. Later werd het genoemd naar de eerste abt ‘St-Bertin’; nog weer later kreeg het zijn definitieve naam ‘St-Omer’ naar de stichter Sint Audomarus. Na Bertin, Rigobert en Erlfried werd Erkenbod er in 717 tot vierde abt gekozen. Hij was een monnik uit de gemeenschap zelf. In zijn tijd kreeg het klooster steeds meer goederen geschonken, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de kloostergemeenschap. Bovendien verrichtte hij onvermoeibaar inspanningen om Sithiu te vrijwaren voor inmenging van vorsten, die maar al te graag bij het beheer van het klooster hun invloed wilden doen gelden.

Maar vooral ging Erkenbod zijn monniken op voorbeeldige wijze voor in een leven van gebed en werk, zoals dat door de juist nieuw ingevoerde regel van Sint Benedictus († 550; feest 11 juli) werd voorgeschreven. Deze regel was in de plaats gekomen van de veel strengere regel van de vermaarde Ierse kloosterstichter Columbanus van Luxeuil († 615; feest 23 november).

De beroemde samenvatting van Benedictus’ regel ‘Bid en werk’ was revolutionair, omdat werk in die tijd alleen maar gedaan werd door slaven, lijfeigenen en onderhorigen; het hoorde bij de laagste maatschappelijke stand. Dat je deel uitmaakte van de hoger geplaatste klasse bleek juist uit het feit, dat je gevrijwaard bleef van werk. Werk was minderwaardig. Tot kloostergemeenschappen traden vrijwel alleen mensen toe uit de hogere kringen. Voor lijfeigenen was dat zonder toestemming van hun meester niet mogelijk. Zo verplichtten zich mensen uit adellijke kringen die tot het klooster toetraden, naast gebed tot werk; tot een activiteit dus, die ver beneden hun stand was. Daarin beleefden ze, dat ze als het ware lijfeigene waren in dienst van Jezus, die hen was voorgegaan in nederigheid.

In 723 werd Erkenbod ook nog benoemd tot zevende bisschop van het nabijgelegen Thérouanne. Indertijd was vooral op het platteland het heidendom nog wijd verbreid. Vol ijver zette Erkenbod zich aan zijn taak om met name daar het evangelie te brengen. Hij stichtte kloosters en kapellen en het christelijk geloof maakte een grote bloei door.

Na zo’n vijfentwintig jaar abt geweest te zijn en tien jaar bisschop, stierf hij.

Zijn levensverhaal (de ‘Vita Erkembodonis’) werd geschreven door Johannes van St-Bertin op grond van stukken hij die aantrof in het abdijarchief.

Tegenwoordig ligt Erkenbod begraven in de kerk van Notre-Dame te St-Omer, waar hij nog altijd verering geniet. Op zijn stenen sarcofaag worden tot op de dag van vandaag kinderschoentjes geplaatst door jonge moeders om hun kinderen te vrijwaren voor ernstige ziektes. Daarnaast wordt zijn voorspraak ingeroepen voor reumapatiënten.

Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf).

DINSDAG IN DE DERDE PAASWEEK


Uit de Handelingen van de Apostelen 7, 51 – 8, 1a

Een martelaar is iemand in wie Jezus opnieuw sterft en verrijst. Deze deelname aan Jezus’ pasen geeft deze getuige de moed om te volharden. Stefanus is de eerste christelijke martelaar en hij volgt Jezus na: hij wordt gedood buiten de stad en hij bidt voor zijn moordenaars. Op het ogenblik dat menselijk alleen nog de dood voor ogen staat, ziet hij de verrezen Heer die leeft bij God. Dat is geloven !

Stefanus sprak tot het volk, tot de oudsten en de schriftgeleerden: ‘Halsstarrige ongelovigen, u wilt niet luisteren en verzet u steeds weer tegen de heilige Geest, zoals uw voorouders ook al deden. Wie van de profeten hebben uw voorouders niet vervolgd? Degenen die de komst van de Rechtvaardige aankondigden hebben ze gedood, en zelf hebt u nu de Rechtvaardige verraden en vermoord, u die de wet ontvangen hebt door tussenkomst van de engelen, maar er niet naar hebt geleefd.’
Toen ze dit hoorden, ontstaken ze in woede en begonnen te knarsetanden.
Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’
Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen. De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette.
Terwijl Stefanus gestenigd werd, riep hij uit: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’
Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan!’
En na deze woorden stierf hij.
Saulus keurde de moord op hem goed.

 

Psalm 31, 3cd + 4 + 6b + 7b + 8a + 17 + 21ab

Refr.: U bent mijn rots, mijn vesting.

Wees voor mij een rots, een toevlucht,
een vesting die mij redding biedt. Resurrection-Icon

U bent mijn rots, mijn vesting,
u zult mijn gids zijn, mij leiden,
tot eer van uw Naam.

In uw hand leg ik mijn leven,
Heer, trouwe God, U verlost mij.
ík vertrouw op de Heer.

Ik zal mij verblijden, juichen over uw trouw,
laat het licht van uw gelaat over mij schijnen.
Toon uw trouw en red uw dienaar.

U verbergt hen in de beschutting van uw gelaat
voor de lagen en listen van mensen.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 6, 30-35

Jezus spreekt na het wonder van de broden niet over vergankelijk voedsel, maar over het brood dat eeuwig leven geeft. De mensen moeten niet geloven in een wonderdoener, maar in de Zoon die door zijn Vader gezonden is. In plaats van bewijzen geeft Jezus een groot teken: zichzelf als bron van leven voor wie geloof kan opbrengen.

De menigte zei tot Jezus: ‘Welk wonderteken kunt U dan verrichten? Als we iets zien zullen we in U geloven. Wat kunt U doen? Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’
Maar Jezus zei: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; Hij geeft u het ware brood uit de hemel. Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’
‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen.
‘Ik ben het brood dat leven geeft’, zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.’

Van Woord naar leven

‘Ik ben het brood dat leven geeft’, zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.’

Ongetwijfeld verwijst de Heer hier naar de eucharistie, naar zijn aanwezigheid in het eucharistisch brood dat Hij zal instellen daags voor zijn lijden en sterven, enkele dagen voor zijn opstanding. Wie de eucharistie tot zich neemt ontvangt heel de liturgie van Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en Paasdag tesamen, als één groot liefdesmysterie. Het is binnengetrokken worden in de zelfgave van Jezus aan zijn Vader, en de mensheid. Het is binnengeleid worden in het grote ‘ja’ van de Heer.

Tevens is de eucharistie het teken bij uitstek van eenheid; eenheid met Christus, en vanuit Hem eenheid met elkaar. De eucharistie ontvangen is je laten omvormen tot een gemeenschapsmens, in de meest religieuze betekenis van het woord: de Heer, jij en de ander. Hiertoe is de Kerk, waarvan de eucharistie het leven Hart is, toe geroepen. De Kerk; dus ook gij.

In zijn overgrote creativiteit heeft God gewild aanwezig te zijn in zijn Zoon in dat kleine stukje heilig brood. Tast- en zichtbaar mogen we Hem aanschouwen; meer: mogen we Hem ontvangen. Wat een geschenk, wat een genade !!

En waarom ? Omdat God van ons houdt, en ons deelgenoot wil maken aan zijn liefde voor ieder. Laten we dit geschenk liefhebben en diep koesteren, laten we het in diep geloof en waarachtige overgave ontvangen, opdat we in ons dagelijks leven zouden leren liefhebben zoals de Vader in Christus de mensheid liefheeft.

Ben je gescheiden van je echtgenoot, is je huwelijk op de klippen geslagen, ben jij of je partner de fout in gegaan, en heb je daar oprecht spijt van… Lieve mensen, kijk dan naar Jezus in je hart, naar zijn liefde voor u, zijn liefde voor de vrouw aan de waterput, zijn liefde voor de verloren zoon, zijn liefde voor de goede moordenaar op Goede Vrijdag,… Kijk naar Hem en… ja hoor, ga gerust naar Hem toe. Hij komt naar jou. Neem Hem tot u, werp je in zijn armen, ween oprecht, drink van zijn liefde. Jezus verwerpt niemand, dat doen enkel mensen. Jezus zoekt je, Hij zoekt je op, trekt je naar de Kerk, en geeft zich aan u. Ontvang Hem.

Moge de Kerk zuiver beeld zijn, of worden, van Christus; de Kerk als aanschijn van de Vader die in zijn liefde nooit zichzelf zal en kan verloochenen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,adorazione
dank U om die grote gave van de Eucharistie waarin Gij ons opneemt in uw Zoon, ons tot gemeenschap maakt in Hem. Doe ons steeds sterker verlangen naar dit geschenk opdat onze honger en dorst voor altijd mag gelest zijn, en opdat ieder U mag ontmoeten door ons heen. Kom heilige Geest.
Amen.