Lezingen van de dag – dinsdag 12 mei 2015


Heilige (of feest) van de dag

Pancratius van Rome (+ ca 303)

Pancratius van Rome

Pancratius van Rome

Pancratius (ook Pancras) van Rome, Italië; martelaar;
† ca 303.

Hij onderging de marteldood tijdens de vervolgingen onder keizer Diocletianus. Hij zou op dat moment pas veertien jaar geweest zijn. De plaats van zijn terechtstelling lag in het oude Rome aan de Via Aurelia.

Zijn ouders waren volgens zeggen welgestelde Romeinse burgers; ze woonden in de provincie Frygië, in Klein-Azië (het noorden van het huidige Turkije). Zij stierven, toen Pancratius nog maar een kind was. Zoals gebruikelijk was in dergelijke situaties nam nu een broer van zijn vader, Dionysius, de zorg voor de jongen op zich. Oom Dionysius reisde met Pancratius naar Rome om voor hem een goede baan in het leger te organiseren. Zijn familie stond immers bij de Romeinse autoriteiten in hoog aanzien.

Een eind verderop in de straat waar Pancratius onderdak had gevonden, woonde de bisschop van de christenen, paus Caius († 296; feest 22 april). Zo kwam hij in contact met de christenen. Vol afgrijzen zag hij hoe keizer Diocletianus (286-305) hen liet vervolgen, arresteren en op de meest gruwelijke wijzen om het leven brengen. Tegelijk bemerkte hij hoe deze gelovigen niet bitter werden of haatdragend. Integendeel, ze bleven bidden voor het welzijn van de keizer en van al degenen die hen vervolgden. Dat vond Pancratius zo fascinerend dat hij zich aanmeldde als geloofsleerling. Het was paus Caius zelf die hem onderricht gaf en uiteindelijk het doopsel toediende. Pancratius stelde heel zijn niet geringe vermogen ter beschikking van de gelovigen, die over het algemeen tot de armere klasse behoorden.

Nu liep Pancratius hetzelfde gevaar als alle christengelovigen in die dagen. Inderdaad werd hij verraden door iemand uit de straat en aangebracht bij de keizer. Deze probeerde hem tot andere gedachten te brengen door hem mooie beloften in het vooruitzicht te stellen: een glanzende carrière in het Romeinse Rijk en een vorstelijk salaris. Maar dat maakte niet zoveel indruk op iemand die net zijn hele kapitaal had weggegeven. Zo jong Pancratius ook was – volgens zeggen was hij pas veertien – hij bleef standvastig, ook toen men hem dreigde met de meest afschuwelijke folteringen. Uiteindelijk werd hij met een zwaardslag gedood.

5_12_pancrasVanaf de vijfde eeuw is de heilige Pancratius reeds terug te vinden op de romeinse heiligenkalender. Op de plek van zijn terechtstelling, de Gianicolo in Rome, liet paus Symmachus († 514; feest 19 juli) later een kerk bouwen die aan hem was toegewijd: de San Pancrazio.

Sindsdien had in die kerk op de zondag na pasen een aparte plechtigheid plaats. Met pasen waren de nieuwe dopelingen gehuld in een wit gewaad. Dit droegen ze in de kerk de hele week na Pasen. Zondag na Pasen was de laatste keer dat die witte groep zo duidelijk vooraan in de kerk zat. Vandaar dat die zondag van oudsher ‘Beloken Pasen’ (= ‘blanke of witte Pasen’) wordt genoemd. De plechtigheid dat de pasgedoopten hun witte gewaden voor het laatst droegen en daarna aflegden, werd gehouden in de kerk van San Pancrazio. Waarschijnlijk was dat, omdat wit wordt beschouwd als de kleur van de onschuld, en Sint Pancratius met zijn veertien jaar als toonbeeld van moedige onschuld werd vereerd.

De schedel van Pancratius wordt als een kostbaar reliek bewaard in de St.-Jan van Lateranen.

In de zevende eeuw stuurde paus Vitalianus († 672; feest 27 januari) een gedeelte van Pancratius’ gebeente naar het Angels-Saksische vorstenhuis. Dat bracht in Engeland een grote devotie teweeg voor Pancratius. Mede daardoor werd Pancratius in de volgende achtste eeuw officieel door alle christenen over de wereld gevierd.

Hij is patroon van de eerste-communicanten en – in Frankrijk – van kinderen; van jonge aanplant en bloesem: pas geplante bloemen en planten; daarnaast wordt zijn voorspraak ingeroepen tegen valse getuigenissen en meineed, tegen hoofdpijn en kramp (vanwege de verbastering van zijn naam: Camprace).

Omdat hij wordt vereerd als patroon van de zuivere eed, zijn er ook daarover verhalen ontstaan. Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) vertelt ons dan ook het volgende verhaal:

Eens ontstond er tussen twee inwoners van de stad Rome een heftige ruzie. Ze riepen de rechter erbij en voor hem was het al gauw duidelijk wie de ware schuldige was, maar hij kon het niet bewijzen. Daarom besloot hij het te laten aankomen op een zogeheten godsoordeel. God zelf zou door een bijzonder teken de schuldige aanwijzen. Die gang van zaken was in de vroege middeleeuwen niet ongebruikelijk. Hij nam daarom de beide kemphanen mee naar de Sint-Pieter, liet hen allebei hun hand op het altaar leggen en vroeg hen vervolgens te zweren dat ze onschuldig waren. Wie een valse eed zwoer pleegde op die manier tegelijk heiligschennis. Dat zou God of in ieder geval Sint Petrus nooit goed vinden en dat zou dan weer blijken door een bijzonder teken dat zou plaatsvinden. Beide mannen legden met een stalen gezicht hun eed af, en er gebeurde niets. Reeds meende de ware schuldige dat hij aan zijn gerechte straf zou ontkomen. Maar de rechter zei: “Er zijn twee mogelijkheden, waarom er niets gebeurt. Het kan zijn dat de oude Sint Petrus gewoon te vergevingsgezind is; maar het kan ook zijn dat hij nu de kans wil geven aan een jongere heilige om zijn wondermacht te tonen. Laten we daarom ook nog gaan naar de kerk van Sint Pancratius en daar de eed herhalen. Dat deden ze. Vooral de ware schuldige toonde zich overmoedig en stemde van harte in met dit plan. De rechter vroeg de beide mannen het ritueel van daarnet nog eens over te doen hier op het altaar van Pancratius: “Leg daarom uw handen op het altaar en zweer nogmaals dat u onschuldig bent.” Dat deden ze. Maar nu bleek dat een van de twee zijn hand niet meer los kon krijgen van het altaar. Wat men ook probeerde, de hand kwam niet vrij. In die situatie is de ongelukkige bedrieger aan zijn eind gekomen. Vandaar – aldus Gregorius van Tours – dat onder de mensen van tegenwoordig nog altijd de gewoonte bestaat een eed te zweren op het gebeente van Sint Pancratius.

Hij behoort tot de zogeheten ijsheiligen; ook tot de veertien Noodhelpers.

Hij wordt afgebeeld als een jonge romein met zwaard, martelaarspalm en/of martelaarskroon.

Pancras

DINSDAG IN DE 6e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 16, 22-34

Christus laat zijn leerlingen niet in de steek: ook Petrus werd op wondere wijze bevrijd uit een kerker. Het laatste zinnetje uit deze lezing stelt ons de vraag of wij wel echt blij zijn in ons geloof… Of hebben wij iets verloren laten gaan van die frisheid en de vreugde van het jonge christendom…

De verzamelde menigte keerde zich tegen Paulus en Silas, waarna de stadsbestuurders hun de kleren van het lijf lieten scheuren en bevel gaven hen met stokslagen te straffen. Nadat ze een groot aantal slagen hadden gekregen, werden ze opgesloten in de gevangenis, waar de gevangenbewaarder opdracht kreeg hen streng te bewaken. Overeenkomstig dit bevel bracht hij hen naar de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.
Om middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en zongen ze lofliederen voor God. De andere gevangenen luisterden aandachtig naar hen. Plotseling deed zich een hevige aardschok voor, zodat de gevangenis op haar grondvesten trilde; alle deuren sprongen open en bij iedereen schoten de boeien los.
De gevangenbewaarder schrok wakker, en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis openstonden, trok hij zijn zwaard om zelfmoord te plegen, want hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus riep hem luidkeels toe: ‘Doe uzelf niets aan, we zijn immers nog allemaal hier!’ De bewaarder vroeg om een fakkel, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas op de grond.
Hij bracht hen naar buiten en vroeg: ‘Zegt u mij, heren, wat moet ik doen om gered te worden?’
Ze antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en uw huisgenoten.’
En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan iedereen die bij hem woonde.
Hoewel het midden in de nacht was, nam hij hen mee en maakte hun wonden schoon. Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt. Hij bracht hen naar zijn woning boven de gevangenis en zette hun daar een maaltijd voor. Hij en al zijn huisgenoten waren buitengewoon verheugd dat hij nu in God geloofde.

 

Psalm 138, 1 + 2 + 3 + 7c + 8

Refr.: Heer, uw rechterhand brengt mij redding.

Ik wil U loven met heel mijn hart,
voor U zingen onder het oog van de goden.90d4e4770e9d158fdaa817e38cfb564d

Ik wil mij buigen naar uw heilige tempel,
uw naam loven om uw liefde en trouw:
grote dingen hebt U beloofd, tot eer van uw naam.

Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord,
mij bemoedigd en gesterkt.

Uw rechterhand brengt mij redding,
de Heer zal mij altijd beschermen.

Heer, uw trouw duurt eeuwig,
laat het werk van uw handen niet los.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 16, 5-11

De volle waarheid van Jezus, het diep verstaan van wat Hij was en deed, zal pas doorbreken na de verrijzenis en de zending van de Geest. Hij zal inzicht geven. De wereld heeft zich vergist. Niet Jezus was de zondaar, maar de wereld, de mensen, zijn in zonde. In het oordeel over Jezus heeft de wereld zichzelf veroordeeld toen zij de boodschap van het heil verwierp. Ook vandaag helpt de Geest ons te oordelen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Nu ga Ik weg, naar Hem die mij gezonden heeft, maar niemand van jullie vraagt: “Waar gaat U naartoe?”
Jullie zijn verdrietig, omdat Ik jullie dat gezegd heb. Werkelijk, het is goed voor jullie dat Ik ga, want als Ik niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als Ik weg ben, zal Ik Hem jullie zenden.
Wanneer Hij komt zal hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: zonde–dat ze niet in mij geloven, gerechtigheid–dat Ik naar de Vader ga en jullie me niet meer zien, oordeel–dat de heerser over deze wereld is veroordeeld.’

Van Woord naar leven

In de eerste lezing van vandaag lezen we: Om middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en zongen ze lofliederen voor God.

Paulus en Silas hebben voor zich een duidelijke keuze gemaakt. In de gevangenis geworpen, blijven ze vertrouwen op de belofte van de Heer. Zij nemen niet de methode over van hen die hen gefolterd hebben. Ze gaan op hun beurt niet over tot geweld. Zij kiezen voor het stille verzet, in de lijn van de gekruisigde Christus. In de stilte van hun donkere cel vertrouwen zij zich aan God toe, bidden tot Hem, danken Hem omdat ze door hun lijden iets mogen bijdragen tot het heil en het geluk van de wereld.

Wanneer ze dan ook nog beginnen te zingen, verstaan de gevangenen er niets meer van. Dat is vaak zo.

Waarom zingen en juichen christenen eigenlijk ?
Wat valt er te zingen in een wereld vol haat ?
Wel, er valt te zingen omdat er een uitweg bestaat uit al het kwaad en omdat het kwaad niet hoeft te overwinnen.
Daarom valt er te zingen !

Het wordt tijd nieuwe zangers de wereld in te zenden met het lied van Gods bevrijding op de lippen.
Eigenlijk zouden we moeten zingen alsof het de lust van ons leven is.

De overweging van vandaag is naar woorden ‘Bezinningen bij Gods Woord van dag tot dag’, door de norbertijnen van de abdij Postel, uitgegeven bij © Brepols.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,_JR25944-sun-flower
geef dat ons hart steeds biddend bij U mag zijn, U liefhebbend, de wereld omarmend. Geef ons een gebed vervuld van vreugde, opdat ons hart nooit verbitterd mag geraken maar haar Vrede vindt in U, zacht zingend van uw liefde, overal en altijd, amen.