Lezingen van de dag – dinsdag 13 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Kastor van Karden (+ ca 400)

Kastor van Karden aan de Moezel, Duitsland; priester

Hij was waarschijnlijk afkomstig uit de Franse landstreek Aquitanië net als zijn leermeester, bisschop Maximinus van Trier, bij wie hij zoch rond 345 als leerling aansloot. Hij leidde het teruggetrokken en godgewijde leven van een kluizenaar aan de Moezel met een aantal gezellen. Tot hen behoorden Potentinus († eind 4e eeuw; feest 18 juni) met zijn beide zoons Felicius en Simplicius. Zij waren pelgrims en kwamen eveneens uit Aquitanië. Ze hadden een bezoek gebracht aan hun landgenoot Maximinus en deze had hen doorverwezen naar Kastor.

Zo vormde zich daar een kleine christelijke gemeenschap.

Kastor moet rond 400 op hoge leeftijd gestorven zijn. In het jaar 791 horen we dat hij tevoren al tot de eer der altaren verheven was en in de Paulinuskerk van Karden was bijgezet.

In 836 werd door bisschop Hetti van Trier werd een gedeelte van zijn relieken later overgebracht naar Koblenz, waar ter ere van hem de St-Kastorkerk werd gebouwd.

dinsdag in week 6 door het jaar


Uit de brief van Jakobus 1, 12-18

Mensen zijn altijd meesterlijk geweest in het afwentelen van hun schuld op anderen, zelfs op God. Jakobus zegt het ons duidelijk: God stelt niemand aan verleiding bloot. Wie toch verleiding kent moet gaan kijken naar zijn eigen begeerte die hem meesleept.

Broeders en zusters,
gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die Hem liefheeft.
Wie in verleiding komt, moet niet beweren: ‘Die verleiding komt van God.’ Want God stelt niemand aan verleiding bloot, zoals Hij zelf ook niet door iets slechts in verleiding kan worden gebracht. Iedereen komt in verleiding door zijn eigen begeerte, die hem lokt en meesleept. Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort.
Geliefde broeders en zusters,
vergis u niet: elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten; bij Hem is nooit enige verandering of verduistering waar te nemen. Hij wilde ons door de verkondiging van de waarheid tot leven roepen, om ons de eersten te maken in zijn schepping.

 

Psalm 94, 12 + 13 + 14 + 15 + 18 + 19

Refr.: Gelukkig de mens die door U wordt geleid.

Gelukkig de mens, Heer, die door U wordt geleid
en onderwezen in uw wet en uw leer.

Hij zal rust vinden in kwade dagen,
terwijl voor de wettelozen een kuil wordt gegraven.

Nee, de Heer zal zijn volk niet verstoten,
zijn liefste bezit niet verlaten.

De rechtspraak voegt zich weer naar het recht,
de oprechten van hart sluiten zich aan.

Toen ik dacht: Mijn voet glijdt weg,
hield uw trouw mij staande, Heer.

Toen ik door zorgen werd overstelpt,
was uw troost de vreugde van mijn ziel.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 8, 14-21

Jezus had het niet gemakkelijk. De Farizeeën konden Hem moeilijk geloven. Ze verwachtten een andere messias. Zijn eigen leerlingen hadden het al evenmin moeilijk het allemaal te begrijpen.

De leerlingen waren vergeten genoeg brood mee te nemen; ze hadden maar één brood bij zich in de boot. Jezus waarschuwde hen: ‘Pas op, hoed je voor de zuurdesem van de Farizeeën en voor de zuurdesem van Herodes.’
Ze hadden het er met elkaar over dat ze geen brood hadden.
Toen Hij dit merkte, zei Hij: ‘Waarom praten jullie erover dat je geen brood hebt? Begrijpen jullie het dan nog niet, en ontbreekt het jullie aan inzicht? Zijn jullie dan zo hardleers? Jullie hebben ogen, maar zien niet? Jullie hebben oren, maar horen niet? Weten jullie dan niet meer hoeveel manden vol stukken brood jullie hebben opgehaald toen Ik vijf broden brak voor vijfduizend mensen?’
‘Twaalf’, antwoordden ze.
‘En toen Ik zeven broden brak voor vierduizend mensen, hoeveel manden vol stukken brood hebben jullie toen opgehaald?’
‘Zeven’, antwoordden ze.
Toen zei Hij: ‘Begrijpen jullie het dan nog niet?’

Van Woord naar leven

Geliefde broeders en zusters, vergis u niet: elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten.
Zo lezen we vandaag in de eerste lezing uit de brief van Jakobus.

We zijn geroepen om te leven in Gods gaven, vervuld van zijn geschenken, bezield door zijn inwoning. Wie dit klaarspeelt zal een liefdevol mens zijn, daar God liefde is. Het is leven in God, Hem dragend in zijn Geest, Jezus toelatend je leven te zijn. Het is wandelen in Gods licht, levend in zijn vrede, biddend van aangezicht tot Aangezicht. Het is de Heer zien in de naaste, Hem ontmoeten in de medemens, zijn dorst lavend, zijn honger stillend, zijn lichaam kledend. Het is onderscheid maken tussen goed en kwaad: kiezen voor het goede, kiezen tegen het kwade. Het is de zonde verafschuwen, maar de zondaar beminnen. Het is vergeven 70 maal 7 maal; altijd dus, overal en bij iedereen. Het is verzoening brengen waar de eenheid geschaad is, genezing brengen waar haat heeft gewoekerd. Het is leven als instrument van de Allerhoogste: Hij de fluitspeler, wij de fluit, de melodie ons leven van liefde.

Laat ons leven in de gaven van de Heer.

Ook de komende vastentijd is een gave van God aan zijn Kerk, aan ieder van ons. Laten we deze tijd goed doorgaan; kiezend voor Hem, ons richtend naar Gods licht, groeiend in zijn Liefde voor de mensheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
help ons te leven in de gave van uw Zoon, in dat zachte vuur van zijn liefde, in de bedding van zijn vrede. Moge wij dragers zijn van U, U baren in al wat wij doen, opdat de vruchten van ons leven uw vruchten mogen zijn, uw openbaring aan de mensheid.
In Christus. Amen.