Lezingen van de dag – dinsdag 14 augustus 2018


Heilige (of feest) van de dag

Maximiliaan Kolbe († 1941)

ofm, Auschwitz, Polen; martelaar onder nazi’s

Maximiliaan Kolbe was een franciscaan van Poolse afkomst. Hij was geboren op 7 januari 1894 in Zdunska, niet ver van de stad Lodz geboren. In 1910 trad hij in bij de franciscanen, deed zijn studies in Rome, en werd in 1919 priester gewijd. Ogenschijnlijk was er niets bijzonders aan de hand met deze bescheiden man. Pas door zijn heldhaftige dood kwam de verborgen kwaliteit van zijn leven aan het licht.

Aanvankelijk gestationeerd in Krakow richtte hij een katholiek weekblad op. Het was een groot succes en werd overgeplaatst naar de het plaatsje Niepkalanow niet ver van de Poolse hoofdstad Warshaw. Er werd een nieuwe franciscaner communiteit aan toegevoegd. In 1930 ging hij als missionaris naar het Japanse Nagasaki. In beide steden was zijn parochiekerk toegewijd aan Maria Onbevlekt Ontvangen, voor wie hij dan ook bijzondere devotie had. In 1936 keerde hij als overste van de communiteit van Niepkalanow terug. In 1939 vielen de Duitsers Polen binnen. Op 19 september van datzelfde jaar werd hij gearresteerd en afgevoerd naar Lamsdorf. Maar uitgerekend op 8 december, feest van Maria Onbevlekte Ontvangen, werd hij weer vrijgelaten. Onvermoeibaar zette hij zijn werk voort: hij gaf illegale krantjes en vlugschriften uit, hielp honderden Joodse vluchtelingen ontsnappen en veranderde zijn huis in een toevluchtsoord voor wie maar in die barre tijden bescherming en veiligheid zocht.

In 1941 werd hij voor de tweede keer opgepakt. Nu deporteerden de Nazi’s hem naar Auschwitz. Hij vergat in de barre omstandigheden van dat kamp zijn priesterroeping niet. Hij bad en troostte voor zover het in zijn vermogen lag. Maar in zijn bescheidenheid leidde hij toch een tamelijk onopgemerkt leven.

Tot het moment dat Kampfführer Fritsch besloot tien mensen te laten doodhongeren in de hermetisch afgesloten kelder van bunker 11: geen eten, geen drinken, geen licht, geen lucht. Het lot viel o.a. op Gajowniczek, een Poolse huisvader met twee kinderen. Onmiddellijk wendde pater Kolbe zich tot de kampcommandant. Deze schreeuwde: “Wat mot je, Poolse zwijn?”
In alle rust antwoordde Pater Kolbe: “De plaats innemen van deze ter dood veroordeelde.”
“Waarom?”
“Ik ben oud en ziek. Hij heeft vrouw en kinderen.”
“En wie ben jij dan wel?”
“Een Pools priester.”
Het verzoek werd ingewilligd. Nummer 5659 op de lijst werd vervangen door 16670. Het schijnt dat Pater Kolbe in zijn opsluiting aldoor hardop heeft gebeden. Hij behoorde tot de vier die tenslotte overbleven en met een dodelijke injectie om het leven werden gebracht.

Toen hij in 1982 door Paus Johannes Paulus II heilig werd verklaard, behoorde Gajowniczek tot de aanwezigen, met zijn beide kinderen.

Hij is patroon van de politieke gevangenen.

In 1990 maakte de Poolse regisseur Krzysztof Zanussi een film over zijn leven.

dinsdag in week 19 door het jaar


Uit de profeet Ezechiël 2, 8- 3, 4

Geroepen zijn door God sluit enkele zeer concrete eisen in. Het roepingsverhaal van de profeet Ezechiël geeft er een van. De profeet wordt pas uitgezonden om Gods woorden over te brengen aan het volk, nadat hij Gods woorden eerst tot de zijne heeft gemaakt en ze helemaal in zich heeft opgenomen. Dàn heeft hij iets te zeggen.

Zo spreekt de Heer: ‘Jij, mensenkind, luister naar mijn woorden en wees niet opstandig zoals dat volk. Doe je mond wijd open en eet wat Ik je te eten geef.’
Ik keek, en zag een hand die naar mij was uitgestrekt en een boekrol vasthield. Die werd voor mijn ogen uitgerold en ik zag dat hij aan beide kanten beschreven was. Dit stond erop te lezen: Klaagliederen, en gezucht en gesteun.
De stem zei tegen mij: ‘Mensenkind, eet op wat je wordt voorgehouden; eet deze rol op en ga naar de Israëlieten om te profeteren.’
Ik opende mijn mond en kreeg de boekrol te eten, en de stem zei: ‘Mensenkind, vul je maag en je buik met deze rol, die Ik je geef.’
Ik at de rol op; hij was zo zoet als honing.
Daarop zei de stem tegen mij: ‘Mensenkind, ga naar de Israëlieten en breng hun mijn woorden over.’

 

Psalm 119, 14 + 24 + 72 + 103 + 111 + 131

Refr.: Uw richtlijnen zijn de vreugde van mijn hart.

Leven naar uw richtlijnen geeft mij vreugde,
meer vreugde dan rijkdom en overvloed.

Uw richtlijnen verheugen mij,
ze geven mij goede raad.

Goed voor mij is de wet uit uw mond,
beter dan een schat aan goud en zilver.

Hoe zoet zijn uw woorden voor mijn gehemelte,
zoeter dan honing voor mijn mond.

Uw richtlijnen zijn mijn eeuwig bezit,
ze zijn de vreugde van mijn hart.

Dorstig opent zich mijn mond,
zo hunker ik naar uw geboden.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 18, 1-5 + 10 + 12-14

Eenvoud en barmhartigheid zijn de kentekens van het koninkrijk. Als wij niet worden als kinderen kunnen wij de geheimen van het koninkrijk niet doorschouwen. Deze eenvoud is steeds bereid anderen weer op te nemen, wat ze ook misdreven hebben.

De leerlingen kwamen aan Jezus vragen: ‘Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk van de hemel?’
Hij riep een kind bij zich, zette het in hun midden neer en zei: ‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. En wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op.
Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. Want Ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader.
Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken? Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij zich, dat verzeker Ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de negenennegentig andere die niet afgedwaald waren. Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: hij wil niet dat een van deze geringen verloren gaat.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we in de eerste lezing de Heer zeggen tot Ezechiël: ‘Mensenkind, vul je maag en je buik met deze rol, die Ik je geef.’ Hij at de rol op die ‘zo zoet als honing was’, zo lezen we.

Eigenlijk zegt de Heer dagelijks tegen ons hetzelfde: ‘Eet mijn woorden.’
De Bijbel zou een centrale plaats moeten hebben in ons leven. Het zou goed zijn moesten we hem thuis op een zichtbare plaats leggen, liefst open, opdat hij zou uitnodigen erin te lezen, ervan te eten.
De Schrift is immers God die spreekt. Het is meer dan een neergeschreven geschiedenis, het is Gods Woord vandaag tot ons gesproken. Het is het neergeschreven mensgeworden Woord dat ons in zich opneemt: Jezus zelf.
De Bijbel lezen is Jezus ontmoeten, naar Hem luisteren, van Hem ontvangen, je laten opnemen in Hem.

Laat ons de Schrift koesteren als een geschenk dat God aan ieder van ons geeft.
Laten we biddend de Bijbel lezen, vragend om Gods boodschap te mogen begrijpen met hart en verstand, biddend dat het Woord vlees en bloed mag worden in ons dagelijks leven.

Maar laat ons ook studeren aangaande de Bijbel. De Schrift is geen makkelijk boek. Er komen passages in die we moeten lezen met een zekere kennis van zaken. Want ook al is de Bijbel in z’n geheel Gods Woord, er staan ook zaken in die absoluut niet stroken met het godsbeeld dat Jezus is komen brengen. Er zijn passages waarmee je agressie en uitroeiing in naam van God mag goedkeuren, tenminste wanneer je die passages letterlijk leest. In die zin kan het lezen van de Bijbel een gevaarlijk gebeuren zijn; het kan aanzetten tot oorlog en terreur, ja in naam van God. Het zijn passages die neergeschreven zijn door mensen die vochten met hun godsbeeld, mensen die dachten goed en juist te handelen. Deze passages zijn opgenomen in de Bijbel al was het maar om aan te tonen dat God niets vreemd is. Ook vandaag kennen we immers mensen die menen geweld te mogen gebruiken in naam van God, ja ook van de ‘christelijke’ God. Oog om oog, tand om tand, wat we in het Oude Testament lezen, wordt door heel wat mensen gewoon toegepast. Jezus kwam met een andere boodschap: Als men je op de ene wang slaat, keer dan ook de andere toe … Beiden worden gelezen als ‘Woord van God’.
We moeten de Bijbel verstandig lezen. En doorgaans studeren we te weinig. Er is nochtans heden te dage veel goede lectuur rond exegese, en Bijbelkennis in het algemeen.
Gewoon doen !

Maar naast het studieus met de Bijbel omgaan, moeten we het allereerst biddend lezen en beluisteren. De Bijbel lezen is immers, zoals gezegd, de Heer lezen, Hem ontmoeten.

Moge de Schrift Gods liefde openbaren aan ieder van ons.

Laten we ons geven aan Gods Woord.

Vraag aan God dat de heilige Geest je mag helpen het Woord in geloof te mogen begrijpen, zodat het als zaad in de goede aarde van je hart wortel mag schieten en vrucht mag dragen.

Ja, moge het Woord zoet zijn/worden als honing, voor ieder van ons.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
mensgeworden Woord van de Vader,
geef dat wij uw Woord mogen beminnen
met de verwondering die kinderen in zich dragen.
Geef dat uw Woord ons ten diepste mag bezielen,
opdat we als frisse, blije en eenvoudige mensen
U mogen belichamen;
Gij in ons, door ons, met ons.
Oh Jezus.
Amen.