Lezingen van de dag – dinsdag 15 november 2016


Heilige (of feest) van de dag

Albertus de Grote († 1280)albertusmagnus

Albertus de Grote (ook Magnus of van Regensburg) op, Keulen Duitsland; bisschop & theoloog

Hij werd rond 1193 uit adellijke ouders te Lauingen bij Ulm in Schwaben geboren. Voor zijn studies trok hij naar de beroemde dominicaner universiteit van Padua. Daar maakte hij kennis met Jordanus van Saksen († 1237; feest 13 februari). Door diens voorbeeld trad hij in bij de dominicanen; op dat moment was hij zo’n dertig jaar oud. Hij doceerde wijsbegeerte aan verschillende universiteiten van zijn eigen orde: achtereenvolgens te Keulen, Hildesheim, Freiburg, Regensburg en Straatsburg. In 1245 werd hij magister theologie in Parijs en vanaf 1248 in Keulen. Hier was hij de leermeester van o.a. Thomas van Aquino († 1274; feest 28 januari).

In 1249 speelt zich een curieus voorval af. Op 6 januari van dat jaar, Drie-Koningendag, verbleef de Hollandse Graaf Koning Willem II in Keulen, de bedevaartsplaats van de Drie Koningen bij uitstek. Hij wilde graag de beroemde geleerde Albertus te zien krijgen. Er werd in zijn klooster een ontmoeting gearrangeerd, maar opvallend genoeg liet de magister nog even op zich wachten. In de zaal heerste een snijdende winterkou. Klaarblijkelijk had niemand de moeite genomen om even voor de Hollandse koning de haard aan te steken. Je voelde de woede bij de aanwezigen over zo’n onbehouwen ontvangst. Maar net op het moment, dat ze tot uitbarsting dreigde te komen, trad Albertus binnen, blootsvoets en gekleed in lichte zomerpij! Hij nodigde zijn gasten aan tafel buiten in de kloostertuin. Dat was het toppunt. Er waren er al in het koninklijk gezelschap die de koning toefluisterde te vertrekken. Maar eenmaal in de tuin, bleek het daar zo warm en behaaglijk, alsof het hartje zomer was. De bloemen bloeiden; de vogels kwinkeleerden en het fruit kon je zo van de bomen plukken. Als er al iets te klagen viel, dan was het over de hitte. De maaltijd was vorstelijk. Verbijsterd en voldaan keerde het gezelschap huiswaarts. De kroniekschrijver merkt op: ‘Je zou eerder kunnen zeggen dat een monnik te gast was geweest aan een koninklijke tafel, dan een koning in een klooster.’
In 1260 werd Albertus benoemd tot bisschop van Regensburg, maar dat werd geen succes. Hij mocht dan een uitstekend leraar, zijn bestuurskwaliteiten waren veel minder. Na twee jaar was hij alweer terug op zijn leerstoel in Keulen. Hij paste de filosofie van Aristoteles toe op de christelijke theologie. Van hem ook is de verrassend moderne uitspraak: “Het is natuurlijk interessant te zien hoe God door zijn wonderen steeds weer zijn natuurwetten doorbreekt, maar nog interessanter is het te onderzoeken, welke vaste patronen God in zijn natuur heeft neergelegd.” Hij heeft de moed niet voetstoots de bevindingen van de antieke wetenschap over te nemen, maar raadt aan ze te controleren met eigen waarnemingen. Daarmee is hij een van de grondleggers van de moderne wetenschap. Hij behoorde in zijn tijd tot de weinige denkers die ervan uitgingen dat de aarde rond was.
Sinds 1954 bevindt zijn sarcofaag zich in de crypte van de St-Andreaskerk te Keulen.

Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste geleerden van de middeleeuwen en droeg indertijd de eretitel ‘doctor universalis’. Hij schreef niet alleen over filosofische en theologische kwesties, maar ook over vraagstukken uit de natuurkunde, astronomie, scheikunde en aardrijkskunde. Zijn werk beslaat achtendertig delen (Parijse editie van Borgnet, 1890-1898).
Hij werd in 1931 door paus Pius XI heilig verklaard en tot kerkleraar uitgeroepen.
Hij wordt vereerd als patroon van natuurkundigen en van studenten in natuurwetenschappen en theologie.
Hij wordt afgebeeld in dominicaner habijt; als bisschop met mijter en staf; met pen of schrijfveer en boek in de hand (geleerde).

dinsdag in week 33 door het jaarbijbel


Uit het boek Apocalyps 3, 1-6 + 14-22

God blijft werkzaam in zijn Kerk. Maar de gelovigen zijn er zich niet altijd van bewust. Soms verstarren ze in overdreven wettelijkheid, soms zijn ze voortvarend of laten zich leiden door materialisme. Dat was reeds het probleem met de kerken van Asia ten tijde van Johannes. De apostel roept op om weer ruimte te laten voor de Geest van God, om werkelijk maaltijd te kunnen houden met de Heer.

Schrijf aan de engel van de gemeente in Sardes: “Dit zegt Hij die de zeven geesten van God en de zeven sterren heeft: Ik weet wat u doet; overal wordt beweerd dat u het leven hebt, terwijl u dood bent. Word wakker, versterk uw laatste krachten: u bent op sterven na dood. Want Ik merk dat uw gedrag tekortschiet in Gods ogen. Herinner u dat u de boodschap hebt ontvangen en begrepen. Houd eraan vast en breek met het leven dat u nu leidt. Maar als u niet wakker wordt, kom Ik onverwacht als een dief, op een tijdstip dat u niet kent. Maar enkelen in Sardes hebben hun kleren schoon gehouden. Zij zullen bij me zijn, in het wit gekleed, want ze verdienen het. Wie overwint zal zich ook in het wit kleden. Ik zal zijn naam niet uit het boek van het leven schrappen, maar juist voor hem getuigen ten overstaan van mijn Vader en zijn engelen. Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: “Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping: Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal Ik u uitspuwen. U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt. Daarom raad Ik u aan: koop van mij goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte kleren om u te kleden en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen; zalf voor uw ogen, zodat u weer kunt zien. Iedereen die Ik liefheb wijs ik terecht en bestraf Ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt. Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met mij. Wie overwint zal samen met mij op mijn troon zitten, net zoals Ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit. Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”’

 

Psalm 14, 2-5

Refr.: Wie overwint,  hem zal Ik
naast mij plaatsen op mijn troon.
Drieeenheid_2

De Heer kijkt vanuit de hemel naar de mensen
om te zien of er één verstandig is,
één die God zoekt.

Allen zijn afgedwaald, allen ontaard,
geen van hen deugt, niet één.

Hebben ze dan geen inzicht, die kwaadstichters ?
Ze verslinden mijn volk of het brood is
en roepen de Heer niet aan.

Nog even, en hen overvalt een hevige angst,
want God is met de rechtvaardigen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 19, 1-10

Jezus is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is.

Jezus ging Jericho in en trok door de stad. Er was daar een man die Zacheüs heette, een rijke hoofdtollenaar. Hij wilde Jezus zien, om te weten te komen wat voor iemand het was, maar dat lukte hem niet vanwege de menigte, want hij was klein van stuk. Daarom liep hij snel vooruit en klom in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien wanneer Hij voorbijkwam.
Toen Jezus daar langskwam, keek Hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in jouw huis verblijven.’
Zacheüs kwam meteen naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis.
Allen die dit zagen, zeiden morrend tegen elkaar: ‘Hij is het huis van een zondig mens binnengegaan om onderdak te vinden voor de nacht.’
Maar Zacheüs was gaan staan en zei tegen de Heer: ‘Kijk, Heer, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst vergoed ik het viervoudig.’
Jezus zei tegen hem: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’

Van Woord naar leven

In een visioen aan Johannes voor het gehele volk horen we Jezus vandaag zeggen: ‘Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met mij.’

Prachtige woorden van de Heer.
Lieve mensen, ik wil u uitnodigen: neem deze woorden met al de liefde die je in je hebt op in je hart. Bewaar ze, koester ze, heb ze lief. Het zijn zo’n warme, diepe, liefdevolle woorden. Ze zijn gericht aan ieders adres. Ook aan het uwe.

Draag die woorden als een reëel aankloppen van Christus aan je hart. Want dat doet Hij: Aankloppen. Als je niet opendoet … nee, dan verdwijnt Hij niet. Hij wacht. Liefde is soms wachten. Liefde is geduld. En daar God enkel liefde is, draagt Hij een oneindig geduld. Al goed. Wat zouden we zijn zonder Gods geduld … ik mag er niet aan denken.

En als we ons hart, onze ziel, ons verstand, al onze krachten, ja ons hele zijn, dan openen voor Hem … oh mensen, wat een maaltijd, wat een samen-zijn, wat een bruiloft. Een feest van intieme vereniging, eenwording, opgenomen zijn. Om te ontvangen, zijn vrede te dragen, zijn liefde te zijn … biddend, zingend, elkaar omhelzend, drinkend van Hem, innig één. Wat een feest.

Om zo te leven, gevend zoals Hij geeft, één met Hem, het kruis gaande, het Pasen ontvangend, de liefde beminnend.

Oh mijn God … arme woorden in vergelijking met de werkelijkheid van uw bestaan.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,fire-436956_640
Ja, Gij klopt aan de deur van ons hart, en wacht tot we opendoen, om dan met ons maaltijd te houden. Wij met U, Gij met ons. Dank U Heer, om uw liefde, om uw geduld. Mogen we opendoen en U welkom heten om opgenomen te worden in jullie feest van eeuwige liefde. Oh Drie-ene God. Amen.