Lezingen van de dag – dinsdag 17 april 2018


Heilige (of feest) van de dag

Robertus van La Chaise Dieu († ca 1067)

Robertus van La Chaise Dieu osb, Frankrijk; abt

Robertus van Turlande kwam uit de Franse landstreek Auvergne. Zijn vader heette Giraldus, zijn moeder Raingardis. Reeds de omstandigheden waaronder hij geboren werd gaven te kennen wat voor leven hij later zou gaan leiden. Want toen zijn moeder van hem in verwachting was, was zij op reis naar een verre stad. Onderweg kwam het moment dat het kind geboren moest worden. Zo kwam het ter wereld midden in de eenzaamheid. Dat is veelzeggend voor iemand die later zijn leven in de eenzaamheid zou doorbrengen. Eenmaal op de plaats van bestemming aangekomen, kreeg hij een min toegewezen. Maar de pasgeboren baby wilde niet drinken van de hem voorgehouden borst; niet omdat hij de melk niet lekker vond, want bij zijn moeder dronk hij wel, maar omdat een vreemde borst zondig was. Dat kind wist dat natuurlijk nog niet, maar God maakte dat duidelijk door de gedragingen van het kind.

De jongen groeide op bij de St-Julianuskerk te Brioude. Hij maakte ernst met de kerkelijke studies, doorliep de gewone fasen van een geestelijke in opleiding, in welke tijd hij ook nog een gasthuis voor bedelaars stichtte, en werd uiteindelijk priester gewijd. Hij voelde zich aangetrokken tot het godgewijde leven en trad in in het klooster van Cluny, waar toen een belangrijke vernieuwingsbeweging aan de gang was onder leiding van de grote abt Odilo. Na enige tijd wist hij voor zichzelf zeker dat daar zijn definitieve roeping niet lag. Hij ondernam een pelgrimsreis naar Rome om door bemiddeling van de apostelen Petrus en Paulus God om uitkomst te vragen.

Na terugkomst ging hij op zoek naar een geschikte eenzame plek om zich als kluizenaar te kunnen vestigen. In die tijd voegde zich een gewezen soldaat bij hem. Die had spijt over al de zonden die hij in zijn soldatentijd had begaan en wilde zich geheel aan God wijden (zie afb.). Hij heette Stefanus. Terwijl zij beiden verder zochten, kwam er nog een soldaat bij: Dalmatius. Ze vonden een goede plek tussen de dorens en de distels en vestigden zich daar. Daartoe moest hun de grond geschonken worden. Die was in bezit van twee kanunniken: Rostaguus en Arbertus: de laatste was bovendien een abt. Met dat zij de schenking deden sloten zij zich ook bij Robertus aan. Uit die plek zou later het klooster ‘Casa-Dei’ groeien (= ‘Huis van God’ in het Frans verbasterd tot ‘La Chaise Dieu’). Nog tijdens Robertus’ leven telde het 300 monniken.

Intussen gebeurden er rond Robertus allerlei wonderen. Hij genas zieken, hield door middel van zijn gebed een waterloop tegen, liet doven horen, stommen spreken, lammen lopen en dreef allerlei duivels uit. Tevoren gaf hij aan zijn monniken te kennen op welk moment hij zou sterven. Toen het zover was, sterkte hij hun in hun religieus leven en gaf de geest.

Hij werd begraven in de kloosterkerk. Ook na zijn dood gebeurden er talloze wonderen.

dinsdag in de 3e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 7, 51 – 8, 1a

Een martelaar is iemand in wie Jezus opnieuw sterft en verrijst. Deze deelname aan Jezus’ Pasen geeft deze getuige de moed om te volharden. Stefanus is de eerste christelijke martelaar en hij volgt Jezus na: hij wordt gedood buiten de stad en hij bidt voor zijn moordenaars. Op het ogenblik dat menselijk alleen nog de dood voor ogen staat, ziet hij de verrezen Heer die leeft bij God. Dat is geloven !

Stefanus sprak tot het volk, tot de oudsten en de schriftgeleerden: ‘Halsstarrige ongelovigen, u wilt niet luisteren en verzet u steeds weer tegen de heilige Geest, zoals uw voorouders ook al deden. Wie van de profeten hebben uw voorouders niet vervolgd? Degenen die de komst van de Rechtvaardige aankondigden hebben ze gedood, en zelf hebt u nu de Rechtvaardige verraden en vermoord, u die de wet ontvangen hebt door tussenkomst van de engelen, maar er niet naar hebt geleefd.’
Toen ze dit hoorden, ontstaken ze in woede en begonnen te knarsetanden.
Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’
Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen. De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette.
Terwijl Stefanus gestenigd werd, riep hij uit: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’
Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan!’
En na deze woorden stierf hij.
Saulus keurde de moord op hem goed.

 

Psalm 31, 3cd + 4 + 6b + 7b + 8a + 17 + 21ab

Refr.: U bent mijn rots, mijn vesting.

Wees voor mij een rots, een toevlucht,
een vesting die mij redding biedt.

U bent mijn rots, mijn vesting,
u zult mijn gids zijn, mij leiden,
tot eer van uw Naam.

In uw hand leg ik mijn leven,
Heer, trouwe God, U verlost mij.
ík vertrouw op de Heer.

Ik zal mij verblijden, juichen over uw trouw,
laat het licht van uw gelaat over mij schijnen.
Toon uw trouw en red uw dienaar.

U verbergt hen in de beschutting van uw gelaat
voor de lagen en listen van mensen.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 6, 30-35

Jezus spreekt na het wonder van de broden niet over vergankelijk voedsel, maar over het brood dat eeuwig leven geeft. De mensen moeten niet geloven in een wonderdoener, maar in de Zoon die door zijn Vader gezonden is. In plaats van bewijzen geeft Jezus een groot teken: zichzelf als bron van leven voor wie geloof kan opbrengen.

De menigte zei tot Jezus: ‘Welk wonderteken kunt U dan verrichten? Als we iets zien zullen we in U geloven. Wat kunt U doen? Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’
Maar Jezus zei: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; Hij geeft u het ware brood uit de hemel. Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’
‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen.
‘Ik ben het brood dat leven geeft’, zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.’

Van Woord naar leven

‘Ik ben het brood dat leven geeft’, zei en zegt Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.’

Ongetwijfeld verwijst de Heer hier naar de eucharistie, naar zijn aanwezigheid in het eucharistisch brood dat Hij zal instellen daags voor zijn lijden en sterven, enkele dagen voor zijn opstanding. Wie de eucharistie tot zich neemt ontvangt heel de liturgie van Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en Paasdag tezamen, als één groot liefdesmysterie. Het is binnengetrokken worden in de zelfgave van Jezus aan zijn Vader, en de mensheid. Het is binnengeleid worden in het grote ‘ja’ van de Heer.

Tevens is de eucharistie het teken bij uitstek van eenheid; eenheid met Christus, en vanuit Hem eenheid met elkaar. De eucharistie ontvangen is je laten omvormen tot een gemeenschapsmens, in de meest religieuze betekenis van het woord: de Heer, jij en de ander. Hiertoe is de Kerk, waarvan de eucharistie het leven Hart is, toe geroepen. De Kerk; dus ook gij.

In zijn overgrote creativiteit heeft God gewild aanwezig te zijn in zijn Zoon in dat kleine stukje heilig brood. Tast- en zichtbaar mogen we Hem aanschouwen; meer: mogen we Hem ontvangen. Wat een geschenk, wat een genade !!

En waarom ? Omdat God van ons houdt, en ons deelgenoot wil maken aan zijn liefde voor ieder. Laten we dit geschenk liefhebben en diep koesteren, laten we het in diep geloof en waarachtige overgave ontvangen, opdat we in ons dagelijks leven zouden leren liefhebben zoals de Vader in Christus de mensheid liefheeft.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
dank U om die grote gave van de Eucharistie waarin Gij ons opneemt in uw Zoon, ons tot gemeenschap maakt in Hem. Doe ons steeds sterker verlangen naar dit geschenk opdat onze honger en dorst voor altijd moge gelest zijn, en opdat ieder U mag ontmoeten door ons heen.
Kom heilige Geest. Amen.