Lezingen van de dag – dinsdag 17 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Marina van Bithynië († 508)

Marina van Bithynië, Syrië; kloosterlinge

Volgens de legende zou haar moeder bij Marina’s geboorte gestorven zijn. De vader, Eugenius, vertrouwde het kind toe aan de familie en werd zelf monnik in een klooster. Maar na een aantal jaren werden zijn vadergevoelens zo sterk, dat hij er steeds slechter uit begon te zien. Vader abt vroeg hem wat er aan scheelde. Hij antwoordde dat hij zijn zoontje bij familie had achtergelaten en dat hij het kind zo miste. De abt opperde toen dat hij het kind hier in het klooster bij zich zou nemen. Vol vreugde haalde hij Marina op, knipte haar haren af, deed het jongenskleren aan en veranderde haar naam in Marinus.

Toen zij zeventien jaar was geworden stierf haar vader en Marinus zette onveranderd zijn levenswijze voort. Hij bleek zo’n toegewijde monnik dat vader abt hem ook taken buiten het klooster toevertrouwde. Omdat het klooster dichtbij een zeehaven lag, werd hij er vaak met de ossenwagen op uit gestuurd om inkopen te doen voor de kloostergemeenschap. Maar op een morgen lag er voor de kloosterpoort een pasgeboren baby met een kaartje eraan dat broeder Marinus er de vader van was. Marinus nam de schuld op zich en moest bij wijze van boetedoening buiten de poort in een schamele hut het kind opvoeden. Daar was hij blootgesteld aan de beschimpingen van de mensen binnen en buiten het klooster. Toen eindelijk de tijd van boete voorbij was, mocht broeder Marinus weer binnenkomen. Kort daarop stierf hij.

Bij het afleggen van het lijk ontdekte men de waarheid die nog eens bevestigd werd doordat de moeder van de baby kwam zeggen dat zij de broeder ontzaglijk onrecht had aangedaan, omdat zij hem vals had beschuldigd. Ieder stond versteld van de nederige heiligheid van deze markante vrouw.

Op 17 juli van het jaar 1230 werden haar relieken overgebracht van Constantinopel naar Venetië in 1230.

dinsdag in week 15 door het jaar


Uit de profeet Jesaja 7, 1-9

Politiek is de situatie van koning Achaz niet erg rooskleurig. Langs alle kanten bedreigen hem zijn buren en zoeken wederzijds steun bij elkaar om hun aanvallers te weerstaan. Koning Achaz krijgt verleidelijke voorstellen. Eén ding vergeet hij echter en daar komt Jesaja hem op wijzen: als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand.

In de tijd dat Achaz, de zoon van Jotam, de zoon van Uzzia, regeerde over Juda, trok koning Resin van Aram samen met koning Pekach van Israël, de zoon van Remaljahu, op naar Jeruzalem. Hij belegerde de stad, maar slaagde er niet in haar in te nemen. Toen het koningshuis van David het bericht kreeg dat Aram en Efraïm de krachten gebundeld hadden, sloeg de koning en zijn volk de schrik om het hart, en zij beefden als bomen in de storm.
Toen zei de Heer tegen Jesaja: ‘Ga samen met je zoon Sear-Jasub op weg om Achaz te ontmoeten, op de straat van het bleekveld, waar de watertoevoer in het bovenste waterbekken uitkomt. Zeg tegen hem: “Houd het hoofd koel, laat u geen schrik aanjagen door die twee smeulende stukken hout, Resin van Aram en de zoon van Remaljahu, hoe hoog hun woede ook oplaait. Aram mag dan kwaad tegen u in de zin hebben, net als Efraïm met die zoon van Remaljahu, en zeggen: ‘Laten we tegen Juda ten strijde trekken, het verscheuren en overmeesteren, en dan stellen we de zoon van Tabeal aan als koning’ – maar dit zegt God, de Heer: Het zal niet gebeuren, het zal niet zo gaan. Immers, het hoofd van Aram is Damascus, en het hoofd van Damascus is die Resin. – Nog vijfenzestig jaar en het volk van Efraïm bestaat niet meer. – Het hoofd van Efraïm is Samaria, en het hoofd van Samaria is die zoon van Remaljahu. Alleen als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand.”’

 

Psalm 48, 2-8

Refr.: Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe.

Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe.
In de stad van onze God, op zijn heilige berg,
schone hoogte, vreugde van heel de aarde,
Sionsberg, flank op het noorden,
zetel van de grote koning,
in haar vesting weet men:
God is onze burcht.

Koningen sloten zich aaneen,
samen trokken zij ten strijde.
Maar wat zij zagen, verbijsterde hen,
verschrikt namen zij de vlucht.
Een siddering greep hen daar aan,
zoals krampen een barende vrouw,
zoals de oosterstorm inbeuktop schepen uit Tarsis.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 11, 20-24

Vele Joden vroegen regelmatig duidelijke tekens van Jezus. Geeft Hij deze tekens dan geloven zij nog niet. In de steden waar de meeste wonderen gebeurden kwam er nog geen bekering. Tekens vragen om ongeloof te rechtvaardigen is geen openheid tegenover de Blijde Boodschap.

Jezus maakte de steden waar bijna al zijn wonderen hadden plaatsgevonden, het verwijt dat ze niet tot inkeer waren gekomen: ‘Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, dan zouden de inwoners van die steden zich allang in een boetekleed hebben gehuld en met stof op hun hoofd tot inkeer gekomen zijn. Ik zeg jullie: op de dag van het oordeel zal het lot van Tyrus en Sidon draaglijker zijn dan dat van jullie.
En jij dan, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen! Want als in Sodom de wonderen waren gebeurd die bij jou gebeurd zijn, dan was het tot op de huidige dag blijven bestaan. Ik zeg je dat op de dag van het oordeel het lot van Sodom draaglijker zal zijn dan dat van jou.’

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we in het evangelie: Jezus maakte de steden waar bijna al zijn wonderen hadden plaatsgevonden, het verwijt dat ze niet tot inkeer waren gekomen.

Er bestaat zoiets als de gave van het her-inneren. Het is door toedoen van de heilige Geest je herinneren waar God je hand nam en met je op weg ging, waar Hij je beschermde, waar Hij je leidde, waar Hij je troostte, waar Hij je bepaalde mensen zond, waar Hij zijn kruisliefde aan je toonde en leerde, waar Hij je tot inzicht bracht, waar Hij zich toonde doorheen de natuur, je ouders, je kinderen, je huisgenoten.

Tijd nemen om in stil gebed je verleden te overlopen maakt je tot een dankbaar mens. Veel wat misschien vanzelfsprekend leek, lijkt vervuld geweest te zijn van Gods aanwezigheid, van zijn schepping in jouw leven.

Dit innerlijk ‘zien’, dit her-inneren, zou, naar het woord uit het evangelie van vandaag, ons moeten aanzetten om steeds meer ‘ingekeerd’ te leven, in God, bewust zijnde dat Hij er was en is, diep dankbaar om zijn liefde.
Om vanuit deze verwondering naar het leven te kijken, en te leven. Van binnen naar buiten, vanuit Gods liefde, ieder beminnend.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
schenk ons de gave van het innerlijk zien in het verleden, opdat wij uw scheppend aanwezig zijn in ons leven mogen ‘zien’, mogen her-inneren. Moge het ons maken tot dankbare mensen, U erkennend in het leven, U prijzend om uw grootsheid, U lovend om uw pracht, U roemend om uw creatie, U verheffend tot wie Gij zijt: onze Heer, onze God, schepper van hemel en aarde.
Amen.