Lezingen van de dag – dinsdag 18 oktober 2016


Heilige (of feest) van de dag

Lucas, evangelist († 1e eeuw)h_-lucas-icoonschrijver

Lukas (ook Lucas) Evangelist (ook van Achaia), Boëthië, Griekenland

Persoonsgegevens
Lukas is de naam die van oudsher wordt gegeven aan de schrijver van het derde evangelie. Blijkens de eerste zin is het opgedragen aan een zekere Theófilus. Omdat het boek van de Handelingen der Apostelen is opgedragen aan diezelfde Theófilus, wordt Lukas ook beschouwd als de schrijver van dat bijbelboek.

Over Lukas zelf is weinig bekend. Volgens de overlevering was hij afkomstig uit de Syrische stad Antiochië, waarschijnlijk van heidense afkomst. Dat baseert men niet alleen op het feit dat zijn evangelie bestemd was voor Jezus’ leerlingen die van niet-joodse afkomst waren, maar ook op het feit dat Paulus hem uitdrukkelijk niet noemt als een leerling uit de besnedenen. Men neemt aan dat hij de Lukas was die in het gezelschap van Paulus meereisde. De grote apostel noemt hem in zijn brieven drie keer. Hij houdt Paulus gezelschap tijdens diens eerste gevangenschap: “U groet Epafras, mijn medegevangene in Christus, alsmede Markus, Aristarchus, Demas en Lukas, allen medewerkers van mij” (Filemon 24). In zijn brief aan de christengemeente te Kolosse noemt Paulus hem weer, nu alleen met Demas: “U groet mijn vriend Lukas, de arts, en Demas” (Kolossenzen 04,14). Zou hij ook Paulus’ lijfarts geweest zijn? Ook als de grote apostel in Rome gevangen zit, is Lukas in zijn buurt te vinden: “Demas heeft mij in de steek gelaten. [-] Alleen Lukas is bij me” (2 Timotheus 04,10.11).

Dat Lukas een trouwe metgezel was, wordt nog eens versterkt door het feit dat sommige stukken in de Handelingen, waarin Paulus een hoofdrol vertolkt, in de wij-vorm geschreven zijn. Alsof Lukas er zelf bij was.

Latere tradities veronderstellen, dat hij behoorde tot de (twee-en)zeventig leerlingen die Jezus voor zich uit zond naar alle plaatsen waarheen Hij zelf dacht te gaan (Lukas 10,01). Gezien zijn Griekse naam, menen anderen dat hij een van de Grieken was die zich tot Filippus wendden met de vraag om Jezus te spreken te krijgen (Johannes 12,20-22). Weer anderen nemen aan dat hij naast Kleopas de tweede Emmausganger was, die op de avond van de eerste dag van de week ontgoocheld naar huis terugwandelde en onderweg gezelschap kreeg van de verrezen Heer zelf, zonder dat ze het in de gaten hadden. Ze herkenden Hem pas bij het breken van het brood, en dát, terwijl hun hart onderweg brandde bij de uitleg van de schriften die Hij hun had gegeven (Lukas 24,13-35). Deze veronderstelling wordt gevoed door de omstandigheid dat Lukas de enige evangelist is, die dit verhaal vertelt; bovendien noemt hij wel de naam van de ene leerling, Kleofas, maar niet die van de andere. Zou hij dat dus zelf geweest kunnen zijn? Daar staat tegenover dat Lukas uitdrukkelijk aan het begin van zijn evangelie zegt dat hij naspeuringen moest verrichten om de gebeurtenissen rond Jezus te achterhalen. Daaruit kan men de conclusie trekken, dat hij ze niet persoonlijk heeft meegemaakt.

Historisch gesproken echter is er over de evangelist verder niets met zekerheid bekend. Na Paulus’ marteldood in Rome zou hij het evangelie hebben verkondigd in Italië, Dalmatië (= het huidige Joego-Slavië) en Macedonië. Op zijn oude dag trok hij nog naar Noord-Afrika, waar hij in Lybië en Zuid-Egypte christengemeenten visiteerde. Uiteindelijk keerde hij terug naar Boëthië, een Griekse landstreek ten noord-westen van Athene. Daar zou hij tenslotte zijn beide boeken, het Evangelie en de Handelingen, hebben geschreven op bestelling van Theofilus, de gouverneur van de Griekse landstreek Achaia.

Karakteristieke teksten bij Lukas
Hij is de evangelist, die schrijft over de engel die aan Maria Jezus’ geboorte komt aankondigen (01,26-38). Hij heeft ons het ‘Magnificat’ overgeleverd, Maria’s dankhymne: ‘Mijn ziel prijst hoog de Heer’, waarin zij zingt: “Arme en kleine mensen maakt Hij groot!” (01,46-56). Bij hem lezen we over de geboorte van Johannes de Doper bij Maria’s bejaarde nicht Elisabeth (01,05-25.57-80). Het is Lukas die ons vertelt over de volkstelling en dat Maria vlak voor Jezus’ geboorte op reis moest; dat er voor haar geen plaats was in de herberg, en dat het kind dus in een kribbe werd geboren; herders uit de omgeving komen het aanbidden (02,01-21). Via hem weten we over de 12-jarige Jezus die ongemerkt in de tempel achterblijft om met de schriftgeleerden de debatteren; zij staan versteld van zijn wijsheid. Zijn ouders vonden Hem pas na drie dagen terug. Op de bezorgde vraag van zijn moeder waarom Hij hun dat had aangedaan, antwoordde Hij: “Wist u dan niet dat ik in het huis van mijn vader moest zijn?” (Lukas 02,41-52).

Lukas’ evangelie toont ons een biddende Jezus, die heel veel hart heeft voor armen en verschoppelingen. Hij kent Jezus’ verhalen over de Barmhartige Samaritaan (10,25-37), de Verloren Zoon (15,11-32), de arme Lazarus en de rijke vrek (16,19-31) en de farizeeër en de tollenaar die beiden opgaan naar de tempel om te bidden (18,09-14)). Hij vertelt over Jezus’ opmerkelijke bezoek bij Marta en Maria (10,38-42), de tollenaar Zacheus (19,01-10), de genezing van het kromgegroeide vrouwtje (13,10-17), de nieuwsberichten over de ingestorte toren en de moord van Pilatus’ soldaten op offeraars in de tempel (13,01-05). Hij heeft opgetekend hoe Jezus, stervend aan het kruis, om vergeving bad voor zijn geweldenaars (23,34), en hoe hij de goede moordenaar de toegang tot het paradijs toezegde (23,43). Aan hem hebben we het prachtige verhaal van de Emmausgangers te danken (24,13-35). In zijn Handelingen heeft hij ons het verhaal nagelaten van Jezus’ hemelvaart (06,01-11) en van de nederdaling van de Heilige Geest op zijn leerlingen met Pinksteren (02,01-12).

Zijn geneeskundige achtergrond horen we uit de bijzonderheid dat Jezus aan het hoofdeinde van het bed van Petrus’ zieke schoonmoeder gaat staan (04,39): dat is veel nabijer dan aan het voeteneinde. Lukas merkt met nadruk op dat Jezus bij al de zieken die naar Hem toe werden gebracht, één voor één de handen oplegde (04,40). We horen hoe de Barmhartige Samaritaan wijn en olie op de wonden van het slachtoffer giet (10,34). Wanneer Jezus preekt in zijn vaderstad, gebruikt Hij het spreekwoord: “Geneesheer, genees uzelf” (04,23). Wordt Jezus aangevallen op zijn omgang met zondaars en verkeerde mensen, dan antwoordt Hij: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken” (05,31).

Lukas’ dood
Hij zou op 84-jarige leeftijd gestorven zijn in een onbekende plaats in Boëthië. Over de omstandigheden waaronder hij gestorven is, doen verschillende lezingen de ronde. Zo zou hij één van de weinige christenen zijn uit de begintijd die niet door een marteldood aan zijn eind is gekomen. Maar in de oosterse kerk weet men te vertellen, dat hij wel degelijk door toedoen van afgodenvereerders de marteldood gestorven is. Zij zouden hem aan een olijfboom hebben opgehangen in de stad Thebe, Boëthië.

Verering & Cultuur
In het jaar 357 bracht keizer Constantius († 361), de zoon van de heilige keizer Constanijn († 337; feest 21 mei), zijn relieken over naar Constantinopel. In de 5e eeuw kwamen er naar Orthosias bij Arca. Tijdens de veroveringstochten van de westerse christenen in het oosten werd zijn stoffelijk overschot in Constantinopel buitgemaakt en overgebracht naar de Santa-Giustinakerk in de Italiaanse stad Padua. Ook Rome (het Vaticaan, de Sint-Pieter en de kerk van Sint Martinus) en Venetië (1464, San Giobbe) beroemen zich erop relieken van Lukas binnen de muren te hebben.

Lukas als schilder
Sinds de zesde eeuw heeft de overtuiging postgevat, dat Lukas ook schilder was. Zo zou hij portreticonen hebben vervaardigd van de apostelen Petrus en Paulus. Bovendien staan er drie iconen van de Moeder Gods op zijn naam. Dat verklaart meteen waarom Lukas zo veel weet van de omstandigheden waaronder Jezus geboren is en opgroeide: hij heeft het uit Maria’s eigen mond gehoord, terwijl zij voor hem poseerde. Dat tafereel is dan ook vooral in de middeleeuwse kunst vaak afgebeeld. Daarnaast wordt hij vaak schrijvend afgebeeld, meestal vergezeld van zijn evangelistensymbool: het rund of de os.

Een van zijn vermeende Mariaportretten wordt vereerd in de Santa-Maria-Maggiore te Rome. Daarnaast wordt hij ook beschouwd als de maker van het in feite 12de-eeuwse beeld van de Zwarte Madonna (La Moreneta, La Morena de la Serra) in de benedictijnenabdij van Montserrat (bij Barcelona).

Bron: Heiligen.net

Lucas, evangelistbijbel

feest   –   eigen lezingen


Uit de tweede brief van Paulus aan Timoteüs 4, 9-17a

‘De Heer heeft me ter zijde gestaan en me kracht gegeven.’

Dierbare, kom snel naar me toe, want Demas heeft me verlaten; hij heeft deze wereld lief gekregen en is naar Tessalonica vertrokken. Crescens is naar Galatië gegaan, Titus naar Dalmatië. Alleen Lucas is bij me gebleven. Haal Marcus op en neem hem met je mee, want hij kan mij goede diensten bewijzen. Tychikus heb ik naar Efeze gestuurd. Als je komt, neem dan de mantel mee die ik in Troas bij Karpus heb laten liggen, en ook de boeken, vooral die van perkament. Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad gedaan; de Heer zal hem zijn verdiende loon geven. Ook jij moet voor hem oppassen, hij heeft onze verkondiging sterk tegengewerkt. Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, ze hebben mij allemaal in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend.
Maar de Heer heeft me ter zijde gestaan en me kracht gegeven, zodat ik de verkondiging tot een goed einde heb gebracht en alle volken de boodschap hebben gehoord.

 

Psalm 145, 10 + 11 + 13 + 17 + 18

Refr.: Uw heiligen, Heer, maken uw kracht aan de mensen bekend.

Laten al uw schepselen U loven, Heer,
en uw getrouwen U prijzen. Drieeenheid_2

Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

Laten zij aan de stervelingen uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap.

Uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.

Rechtvaardig is de Heer in alles wat Hij doet,
zijn schepselen blijft Hij trouw.

Allen die Hem aanroepen is de Heer nabij,
die Hem roepen in vast vertrouwen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 1-9

Het Koninkrijk van God is onder ons. Ja, de Heer is met ons. Laat ons op weg gaan.

In die tijd stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan.
Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen. Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven. Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand. Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren. Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere. En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het Koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”

 

Van Woord naar leven

Als je de woorden van Jezus die we vandaag horen omzetten in onze moderne taal, klinkt dat heel gewoon: zoek je kracht niet in je kredietkaarten of je bankrekening, verlies je tijd niet met oppervlakkig gepraat, met vrijblijvende discussies, durf dieper contact nemen met de mensen, met hun verlangens en noden. Straal vrede en vreugde uit. Je komt in een harde wereld terecht, er lopen wolven rond, wees niet naïef; als het hen niet interesseert, ga dan verder, wees goed voor zieken en zwakken.

Er staat ook iets eigenaardigs bij: ‘eet wat ze je presenteren’. Let op, het gaat hier niet over beleefdheid! Joden in Jezus’ tijd, en nu nog, aten alleen wat zij rein vonden, kosjer, Jezus was dus wel erg revolutionair voor zijn tijd. Eet wat u wordt voorgezet, ook al verbiedt je godsdienst of je cultuur dat. Voor ons betekent dat: als je met vreemden omgaat, hou dan niet halsstarrig vast aan je westerse gebruiken, wordt Griek met de Grieken, Afrikaan met de Afrikanen, Turk met de Turken. Misschien worden die dan ooit wel Vlaming met de Vlamingen, of Nederlander met de Nederlanders.

We horen ook dat er veel werk is aan de winkel. Jezus zegt: genees de zieken. Ook in onze tijd zijn er zieken genoeg. Want nu worden ook veel gezonde mensen ziek, omdat de maatschappij zelf dikwijls ziek is. Mensen raken in de put omdat ze ontevreden zijn, omdat ze alleen maar met zichzelf bezig zijn of omdat er niemand in hun omgeving tevreden is, velen zitten te kankeren en te kritiseren. Werk genoeg dus. Je moet niet eerst een paar jaar gaan studeren om dat soort zieken te helpen. De ziekte van onze tijd is toch duidelijk het materialisme, alsmaar meer willen hebben, nooit tevreden zijn, steeds meer willen profiteren ten koste van de samenleving, ten koste ook van jezelf, van je gezondheid, van je geweten. Je moet geen theologische of zelfs medische opleiding hebben om die diagnose te kunnen stellen, om de mensen te laten aanvoelen dat het materialisme hen ziek maakt.

Wij kunnen een van die tweeënzeventig zijn die niet ziek zijn, die Christus’ vrede uitstralen en de weg tonen naar ware gezondheid, naar bevrijding en diepe christelijke levensvreugde.

Bron overweging: onbekend

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
maak van mij een instrument van uw vrede.
Laat mij waar haat is liefde brengen.
Laat mij waar wrok is vergeving brengen.
Laat mij waar tweedracht is eenheid brengen.glas-in-lood
Laat mij waar dwaling is waarheid brengen.
Laat mij waar twijfel is geloof brengen.
Laat mij waar wanhoop is hoop brengen.
Laat mij waar duisternis is, licht brengen.
Laat mij waar verdriet is, vreugde brengen.
Heer, maak dat ik er meer op uit ben
te troosten dan getroost te worden
te begrijpen dan begrepen te worden
te beminnen dan bemind te worden.
Want door te geven krijgen wij,
door ons te vergeten vinden wij
door te vergeven wordt ons vergeven
door te sterven verrijzen wij tot het eeuwige leven.
Amen.

(gebed toegeschreven aan Franciscus van Assisi)