Lezingen van de dag – dinsdag 18 sept. 2018


Heilige (of feest) van de dag

Philippine Duchesne († 1852)

Saint-Charles, Missouri (Noord-Amerika); kloosterlinge & missionaris

Zij werd op 29 augustus 1769 geboren te Grenoble, een stad tegen de Alpen in het oosten van Frankrijk. Haar vader was advocaat. Hij bracht zijn dochter groot in een antikerkelijke, maar verdraagzame sfeer. Op 16-jarige leeftijd trad zij in bij de Zusters Visitandinnen. Maar deze Congregatie raakte verstrooid tijdens de Franse Revolutie, zodat zij vanaf 1791 religieus gesproken dakloos was.

In 1804 trad zij te Parijs toe tot de nieuwe stichting van Sint Madeleine-Sophie Barat († 1865; feest 25 mei). In haar geestelijk leven was zij mystiek begenadigd. Zijzelf schrijft dat zij overstelpt werd met geestelijke vreugden.
In 1818 maakte zij de oversteek naar Noord-Amerika en stichtte in Saint-Charles een vestiging van het Instituut van het Heilig-Hart. Dat eerste huis was niet meer dan een houten blokhut. Ze had er te kampen met alle moeilijkheden die bij zo’n pioniersbestaan horen: de bittere kou, geldgebrek en keihard werken. Bovendien had ze als Française buitengewoon veel moeite met de Engelse taal. Met haar vier medezusters wist ze echter stand te houden, en in 1820 opende zij het eerste schooltje dat gratis toegankelijk was voor de immigranten die zich ter plaatse hadden gevestigd.
In 1828 zijn het er al zes. Diep in haar hart echter verlangde ze ernaar om temidden van de inlandse Indianen te kunnen werken. Maar daar leek ze toch te oud voor geworden. Ze was 72, toen ze van alle verantwoordelijkheden ontslagen werd. Intussen was er een schooltje geopend temidden van de Potawatomi-indianen te Sugar-Creek in de staat Kansas. Het was de jezuïetendirecteur die uitdrukkelijk om haar komst vroeg: “Wat doet het ertoe dat ze al oud is? Ze zal ons tot grote steun zijn met haar ervaring, levenswijsheid, moed en ondernemingsgeest, en niet te vergeten door haar gebed.”
Het zou haar slechts één jaar vergund zijn temidden van de indianen door te brengen. Maar die tijd was genoeg om van hen de vererende bijnaam te ontvangen ‘de eeuwig biddende vrouw’. Om gezondheidsredenen moest ze in juli 1842 terug naar Saint-Charles. Op haar sterfbed verzuchtte ze:
“Zelfs nu nog brandt in mijn hart hetzelfde verlangen om naar de missie in de Rocky Mountains te vertrekken, als destijds in Frankrijk toen ik ernaar verlangde om hier naar Amerika te komen.”
Ze stierf er op 18 november 1852, 83 jaar oud.

In 1952, honderd jaar na haar dood, leven er meer dan duizend zusters van het Heilig-Hart in de Verenigde Staten van Amerika, die 8 colleges, 28 pensionaten en een veelvoud aan lagere scholen leiden. Daarnaast zijn er nog meer dan 6000 werkzaam in 30 andere landen.

Philippine werd heilig verklaard in 1988.

Bron: Heiligen.net

dinsdag in week 24 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs

12, 12-14 + 27-31a

Volgens de denkwijze van zijn tijd, vergelijkt Paulus de leden van de Kerk met de geledingen van een lichaam. Daardoor wil hij de onderlinge afhankelijkheid en eenheid ervan onderlijnen. Iedere christen heeft als taak zijn persoonlijke gaven van de Geest te laten gelden voor de uitbouw van het gehele lichaam. Ze vullen daarbij elkaar aan en hebben elkaar nodig.

Broeders en zusters,
een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn. Immers, een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele. Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit.
God heeft in de gemeente aan allerlei mensen een plaats gegeven: ten eerste aan apostelen, ten tweede aan profeten en ten derde aan leraren. Dan is er het vermogen om wonderen te verrichten, de gave om te genezen en het vermogen om bijstand te verlenen, leiding te geven of in klanktaal te spreken. Is iedereen soms een apostel? Of een profeet? Is iedereen een leraar? Kan iedereen wonderen verrichten? Of kan iedereen genezen? Kan iedereen in klanktaal spreken en kan iedereen die uitleggen?
Richt u op de hoogste gaven.

 

Psalm 100, 1-5

Refr.: Erken het: de Heer is God.

Juich de Heer toe, heel de aarde,
dien de Heer met vreugde,
kom tot Hem met jubelzang.

Erken het: de Heer is God,
Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe,
zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.

Kom zijn poorten binnen met een loflied,
hef in zijn voorhoven een lofzang aan,
breng Hem hulde, prijs zijn Naam.

De Heer is goed,
zijn liefde duurt eeuwig,
zijn trouw van geslacht op geslacht.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 7, 11-17

God is geen God van doden, maar van levenden. De weduwe van Naïn heeft haar enige zoon verloren. Jezus heeft medelijden met haar. Zoals aangekondigd door Jesaja, zal de Messias zieken genezen, doven doen horen, kreupelen doen gaan, en doden ten leven wekken. Door het leven terug te schenken aan de jongeling werd het de omstaanders duidelijk dat een grote profeet onder hen was opgestaan.

Jezus ging naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee.
Toen Hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar.
Toen de Heer haar zag, werd Hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘Weeklaag niet meer.’
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: ‘Jongeman, Ik zeg je: sta op!’
De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.
Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan’, en: ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd!’
Het nieuws over Hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.

Van Woord naar leven

Geliefde mensen,
vandaag wil ik in deze korte overweging met u kijken naar de eerste lezing, waar gezegd wordt dat we met z’n allen deel uitmaken van dat ene grote lichaam, dat Lichaam met een grote L, omdat dat we dat lichaam bekijken en beleven als het lichaam van Christus, de Kerk.

Ik kreeg onlangs een e-mail van iemand die vond dat de overwegingen hier op de site dikwijls teveel gericht zijn op een persoonlijke relatie tussen de gelovige en de Heer. Dat er dus te weinig aandacht gegeven wordt aan het feit dat we als christenen altijd geloven binnen een gemeenschap, als leden van dat ene Lichaam dat Christus is.

Hoewel je natuurlijk altijd een zeer persoonlijke band hebt met God, en terwijl Hij met u persoonlijk een heel eigen en unieke weg wilt gaan, moeten we inderdaad benadrukken dat we als christen altijd tot een bredere gemeenschap behoren; elkaar aanvullend en verrijkend, maar altijd geënt op de Heer.

Als dit laatste – het geënt zijn op de Heer – ontbreekt, kunnen we misschien denken dat we gemeenschap vormen, maar in wezen zijn we losgeslagen bootjes die al snel het noorden zullen kwijt zijn. Nee, we moeten ons in liefde en vrijheid vastankeren aan de Heer, die in ons het goddelijke bloed zal doen stromen (lees: de genade) dat ons in staat zal stellen (lees: Christus’ leven in ons) de liefde van God te belichamen; waartoe we met z’n allen als gemeenschap geroepen zijn.

En het mooie aan dat Lichaams-denken is het feit dat dit ons leert dat we niet alles moeten doen of kunnen. Een zuster trappistin moet geen missionaris willen zijn, een huisvader moet geen priester willen zijn, een franciscaan moet geen jezuïet willen zijn (dat zou trouwens niet goed komen), een kluizenaarstype moet niet bij wijze van spreken de straat op lopen om te verkondigen. Ieder z’n gaven, ieder z’n roeping, maar altijd in het besef dat we met elkaar één Lichaam vormen.

Het mooie aan de Kerk is dat het vele spiritualiteiten kent, zowel voor religieuzen als voor leken. Dat maakt het Kerk-gebeuren zo wonderlijk en rijk, als een bloementuil die in z’n geheel prachtig is terwijl iedere bloem afzonderlijk verschillend is van de ander.
En het gaat om zowel de individuele bloem, alsook om de bloementuil als tuil. Laten we beiden – het individuele én het gemeenschappelijke – verzorgen; door elkaar te dragen in gebed, door de verbondenheid met elkaar te beleven, en dit ook af en toe te tonen.

Moge de Heer zijn gemeenschap – ons allen – diep genadig zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
geef ons het gelovig bewust-zijn dat we als christelijke gemeenschap geënt zijn op U. Mogen we alzo van U ontvangen, om U te kunnen belichamen doorheen ons doen en laten.
In uw naam. Amen.