Lezingen van de dag – dinsdag 19 jan. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Theodorus van Novgorod (+ 1392)

Theodorus van Novgorod, Oekraïne; † 1392

Theodorus was als pasgeboren baby op de markt te vondeling gelegd. De rest van zijn leven stond in het teken van de armoede. Wat hij kreeg gaf hij weg; zelf was hij tevreden met het allereenvoudigste. Zelfs in de winter ging hij gekleed in vodden zonder schoenen aan zijn voeten; hij doorstond de kou en leefde hij op straat. Hij bad voor de voorbijgangers die hem niet al te serieus namen.

Volgens zeggen bezat hij de gave der profetie. Zo voorspelde hij een grote hongersnood en een ernstige stadsbrand.

DINSDAG IN WEEK 2 DOOR HET JAAR


Uit het eerste boek Samuël 16, 1-13

Deze lezing verhaalt ons de uitverkiezing en zalving van koning David. Zij gebeurt volgens andere maatstaven dan wij zouden gebruiken. God kiest wie Hij wil en zoals Hij wil. Koningen en profeten werden volgens deze normen aangesteld. Deze uitverkiezing garandeert hen de Geest van God.

De Heer vroeg aan Samuël: ‘Hoe lang blijf je nog treuren om Saul, die Ik als koning van Israël verworpen heb? Kom, vul je hoorn met olie en ga voor mij naar Isaï in Betlehem, want een van zijn zonen heb Ik als koning uitgekozen.’
‘Hoe kan ik dat nu doen?’ wierp Samuël tegen. ‘Saul zal me vermoorden als hij het hoort.’
De Heer antwoordde: ‘Neem een jonge koe mee en zeg dat je bent gekomen om de Heer een offer te brengen. Nodig Isaï uit voor het offermaal, dan zal Ik je laten weten wat je doen moet. Wie Ik je aanwijs, die moet je voor mij zalven.’
Samuël deed wat de Heer had gezegd.
Toen hij in Betlehem aankwam, kwamen de oudsten van de stad hem ongerust tegemoet en vroegen: ‘Uw komst is toch geen slecht teken?’
‘Wees gerust’, antwoordde Samuël. ‘Ik ben gekomen om de Heer een offer te brengen. Reinig u en neem met mij deel aan het offermaal.’
Ook Isaï en zijn zonen nodigde hij uit, en aan hen voltrok hij persoonlijk de reiniging.
Bij hun aankomst viel zijn oog meteen op Eliab, en hij zei bij zichzelf: Hij die daar klaarstaat is vast en zeker degene die de Heer wil zalven.
Maar de Heer zei tegen Samuël: ‘Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart.’
Toen riep Isaï Abinadab en stelde hem aan Samuël voor, maar die zei: ‘Ook hem heeft de Heer niet gekozen.’
Isaï stelde Samma voor, maar weer zei Samuël: ‘Ook hem heeft de Heer niet gekozen.’
Zo stelde Isaï zijn zeven zonen aan Samuël voor, maar telkens zei Samuël dat dit niet degene was die de Heer gekozen had.
‘Zijn dit alle zonen die u heeft?’ vroeg hij. ‘Nee’, antwoordde Isaï, ‘de jongste is er niet bij, die hoedt de schapen en de geiten.’
Toen zei Samuël tegen Isaï: ‘Laat hem hier komen. We beginnen niet aan de maaltijd voordat hij er is.’
Isaï liet hem halen. Het was een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen. En de Heer zei: ‘Hem moet je zalven. Hij is het.’
Samuël nam de hoorn met olie en zalfde hem te midden van zijn broers.
Van toen af aan was David doordrongen van de Geest van de Heer.
Daarna vertrok Samuël weer naar Rama.

 

Psalm 89, 20 + 21 + 22 + 27 + 28

Refr.: Mijn dienaar David het Ik opgezocht.

Ooit hebt u in een visioen gesproken Drieeenheid_2
tot uw getrouwen en gezegd:
Ik heb hulp geboden aan een held,
een jongen uit het volk verheven.

In David vond Ik een dienaar,
Ik zalfde hem met heilige olie.
Mijn hand geeft hem steun,
mijn arm maakt hem sterk.

Hij zal tot mij roepen: U bent mijn vader,
mijn God, de rots die mij redt!
Ik maak hem tot mijn eerstgeborene,
tot de hoogste van de koningen der aarde.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 2, 23-28

De sabbat is gemaakt om de mens en niet de mens om de sabbat. Dat is één van Jezus’ grondhoudingen tegenover voorschriften, wetten, vrijheid en gezag. Hem was het te doen om de mens. Jezus koos partij voor barmhartigheid. Hij geneest de zieken die men Hem brengt. Hij verontschuldigt zijn leerlingen als zij honger hebben. Want de wet is er voor de mens, en niet de mens voor de wet.

Eens liep Jezus op een sabbat tussen de korenvelden door. Zijn leerlingen gingen de velden in en begonnen aren te plukken.
‘Kijk eens!’ zeiden de Farizeeën tegen Hem. ‘Waarom doen ze iets dat op sabbat niet mag?’
Maar Hij antwoordde: ‘Hebt u dan nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen gebrek leden en honger hadden? Hij ging het huis van God binnen – Abjatar was toen hogepriester – en at van de toonbroden, waarvan alleen de priesters mogen eten. En hij gaf ze ook aan zijn mannen te eten.’
En Hij voegde eraan toe: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; en dus is de Mensenzoon ook Heer en meester over de sabbat.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we Jezus zeggen: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; en dus is de Mensenzoon ook Heer en meester over de sabbat.’

Een wet is belangrijk en bestaat om nageleefd te worden.
Maar vraag is daarbij: wat wordt er nageleefd ?
Leeft men de letter van de wet na, of de geest van de letter ?

In het evangelie gaat het vandaag over de sabbat. Deze is er om nageleefd en geheiligd te worden. Maar: in dienst van God, in dienst van de mens. Dus de sabbat onderhouden (voor Joden is dat de zaterdag, voor ons christenen is dat de zondag) is een heilige plicht, maar altijd in dienst van God, dus nooit tegen de liefde, maar juiste ten dienste van de liefde.

De zondagse ‘rust’ zou ons tijd moeten geven om ons bewustzijn aan te scherpen dat God het middelpunt is van ons leven, het levend hart van ons bestaan. De zondagse eucharistieviering is daar een uitgesproken hulpmiddel voor. Het scherpt niet enkel ons bewustzijn aan, maar het schenkt ons ook de genade te mogen groeien ‘in Christus’, àls gemeenschap, badend in de kracht van Gods Woord, in de verkondiging, in het tot ons nemen van het Lichaam van de Heer. Prachtig moment !
En ja hoor, op zondag mag er ook gerust worden. Maar laten we dit rusten niet te fel verbinden met onze fauteuil in de woonkamer, maar vooral met aandacht schenken aan het ‘rusten in God’.
De vrucht van de zondag zou moeten zijn: blijheid; stille innerlijke blijheid die ontstaat vanuit een diepe dankbaarheid om Gods bestaan, om zijn liefde die Hij voor u en elk schepsel heeft, om zijn roep tot belichaming van deze liefde, om zijn genadevolle hulp daarbij, enz…

In God je te ruste leggen… dat is de diepere betekenis van de zondagse rust. En ja, het is goed deze ‘wet’ na te leven. Dat is sowieso ten dienste van God, want het zal van ons hart een biddend hart maken door gewoon te vertoeven bij God; Hem aanbiddend, blij om wie Hij is en op de wijze waarop Hij bij ons is. Dit bidden zal, wanneer het zuiver gebeurt, van ons liefdevolle mensen maken in alles wat we doen en naar allen die God ons toevertrouwt. Dat kan niet anders.

Ja, het onderhouden van de sabbat (voor ons christenen de zondag), is een wet waarvan het goed is ze na te leven.
Maar laten we niet de letter naleven, maar de geest van de letter. Dan zit het goed.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
help ons te begrijpen90d4e4770e9d158fdaa817e38cfb564d
dat het veeleer gaat
om de geest van de letter
dan om de letter van de wet.
Uw Woord is geest en leven.
Laat ons in deze vrijheid,
verenigd met U,
uw minnelied zingen,
zonder ophouden.
Amen.