Lezingen van de dag – dinsdag 20 maart 2018


Heilige (of feest) van de dag

Johannes van Parma († 1289)

Johannes van Parma (ook Buralli), Camerino, Italië; professor theologie & pelgrim

Hij werd in 1209 geboren in Parma. Trad op zijn twintigste toe tot de Minoriten, een franciscaanse tak. Studeerde aan de universiteit van Parijs, trad op als docent en predikant in Bologna en Napels, woonde in 1245 het concilie bij van Lyon, keerde als docent terug naar de universiteit van Parijs. Hij stond in hoog aanzien als professor in de logica, predikant en zanger.

In 1247 werd hij gekozen tot algemeen overste van zijn orde en probeerde waar nodig de goede geest in de kloostergemeenschappen te herstellen. Hij was een eenvoudig man. Al zijn reizen maakte hij te voet. Zelfs toen hij als pauselijk gezant naar Constantinopel werd gestuurd, weigerde hij  gebruik te maken van een rijdier. In 1257 maakte hij plaats voor Bonaventura († 1274; feest 15 juli) en trok zich terug om het leven van een kluizenaar te leiden. Daaraan besteedde hij  de laatste dertig jaren van zijn leven.

Juist vertrokken voor een pelgrimstocht naar het Heilig Land stierf hij te Camerino.

Het was paus Pius VI († 1799) die hem zalig verklaarde.

dinsdag in de 5e week
van de 40-dagentijd


Uit het boek Numeri 21, 4-9

De bronzen slang is een teken van Gods straffende en reddende aanwezigheid. Wie ernaar opkeek erkende Gods bevrijdende en reddende kracht in alle omstandigheden, ondanks de ontrouw van het volk.

Van de Hor trokken de Hebreeën verder in de richting van de Rode Zee; ze moesten immers om Edom heen trekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig.
‘Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte?’ verweten ze God en Mozes. ‘Om ons in de woestijn te laten sterven? We hebben geen brood en geen water, en we kunnen dit ellendige eten niet meer zien.’
Toen stuurde de Heer giftige slangen op de Israëlieten af, die hen beten, zodat velen van hen stierven.
Daarop ging het volk naar Mozes. ‘We hebben gezondigd’, zeiden ze, ‘want we hebben de Heer en u verwijten gemaakt. Bid tot de Heer dat Hij ons van die slangen verlost.’
Mozes bad voor het volk, en de Heer zei tegen hem: ‘Laat een slang maken en bevestig die op een staak. Iedereen die gebeten is en daarnaar kijkt, blijft in leven.’
Mozes liet een koperen slang maken en bevestigde die op een staak. En iedereen die door een slang gebeten was en opkeek naar de koperen slang, bleef in leven.

 

Psalm 102, 2-3

Refr.: Heer, hoor mijn gebed.

Heer, hoor mijn gebed,
laat mijn hulpkreet U bereiken.

Verberg uw gelaat niet voor mij,
nu ik in nood verkeer.

Wil naar mij luisteren,
antwoord mij haastig nu ik roep.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 8, 21-30

Jezus’ kruisdood zal velen de ogen openen en doen inzien wie Hij is en door wie Hij gezonden is.

Jezus sprak tot de Farizeeën: ‘Ik ga weg, en u zult me zoeken. Maar u zult in uw zonde sterven. Waar Ik naartoe ga, daar kunt u niet komen.’
De Joden zeiden: ‘Hij zal toch geen zelfmoord plegen, dat Hij zegt dat Hij ergens naartoe gaat waar wij niet kunnen komen?’
Jezus vervolgde: ‘U bent van beneden, Ik ben van boven; u hoort bij deze wereld, Ik hoor niet bij deze wereld. Ik heb tegen u gezegd dat u in uw zonden zult sterven, want als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u inderdaad in uw zonden sterven.’
‘Wie bent u dan?’ vroegen ze.
Jezus zei: ‘Wat Ik vanaf het begin al tegen u gezegd heb. Ik heb veel over u te zeggen, en veel in uw nadeel, maar Ik zeg tegen de wereld wat Ik gehoord heb van Hem die mij gezonden heeft, en Hij is betrouwbaar.’
De mensen begrepen niet dat Hij over de Vader sprak.
‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt’, ging Jezus verder, ‘dan zult u weten dat Ik het ben, en dat Ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft. Hij die mij gezonden heeft is bij mij; Hij heeft me niet alleen gelaten, omdat Ik altijd doe wat Hij wil.’
Toen Hij deze dingen zei, kwamen velen tot geloof in Hem.

Van Woord naar leven

Jezus sprak tot de Farizeeën: ‘Ik ga weg, en u zult me zoeken. Maar u zult in uw zonde sterven. Waar Ik naartoe ga, daar kunt u niet komen.’

Wie zich halsstarrig blijft vastklampen aan zijn eigen duisternis zal het zeer moeilijk hebben de Heer te zien en te leren kennen zoals Hij werkelijk is. Hij zet zich immers vast in z’n eigen gedachtenkronkels die hij bemint als geen ander. Niet willen loskomen van duistere praktijken (kleine en grote) kan de mens helemaal in zichzelf doen keren en steeds verder weg doen drijven van God. En laat ons eerlijk zijn … ieder kent doorgaans z’n eigen afgodjes maar al te goed.

Laat ons bidden om genade van inzicht en berouw, om dan, geleid door de Geest, als kinderen te rennen naar de Vader, ons in zijn armen werpend, drinkend van zijn barmhartigheid, om vanuit dit gebeuren, in innige eenheid met Christus, Gods lied van liefde te zingen naar allen en alles. Dat is 40-dagentijd.

Christus, Gods Zoon, heeft voor ons geleden, is gestorven, is begraven en op de derde dag heeft God Hem doen verrijzen. Deze weg is Hij niet enkel gegaan voor de mensen van toen, maar ook voor ons mensen in deze tijd; ook voor u.
Mogen we ons, tijdens de kleine twee weken die we nog te gaan hebben voor Pasen, toevertrouwen aan deze weg van liefde die de Heer voor ons gegaan is; dankbaar om Hem, ons schenkend aan Hem, ons bekerend, én in ons hart iedereen meenemend die zo’n grote dorst heeft naar Gods liefde en barmhartigheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
moge uw Geest ons hart bezielen, opdat ons hele zijn zich mag neigen naar U; Gij de weg, de waarheid en het leven. Mogen wij zo, zuiver van hart, in U zijn en blijven, ons gevend aan uw ja-woord tot de Vader.
Groeiend in U. Amen.