Lezingen van de dag – dinsdag 21 februari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Petrus Damiani († 1072)

Petrus Damiani osb, Faenza, Italië; bisschop

Hij werd in 1006 of 1007 geboren in de Italiaanse stad Ravenna. Zijn naam Damiani dankt hij waarschijnlijk aan een weldoener (‘geestelijke broeder’) Damianus die hem in staat stelde te studeren. In 1035 trad hij in bij de benedictijner eremieten te Fonte Avellana. Daar werd hij in 1043 tot prior benoemd. In die functie ijverde hij voor een waardig kloosterleven. Daarnaast schreef  hij boeken om kerkelijke misstanden te bestrijden. Vooral de morele losbandigheid van geestelijken en de simonie* bij priesters en bisschoppen.

De paus vroeg hem naast zich als zijn persoonlijk raadsman en benoemde hem tot bisschop van Ostia.

Hij stierf te Faenza op de terugweg van een pauselijke missie naar zijn geboortestad Ravenna. Hij ligt begraven in de dom van Faenza.

Hij is nooit officieel heilig verklaard. Desondanks werd hij in 1828 door paus Leo XII († 1829) uitgeroepen tot kerkleraar.

* Men spreekt van simonie, als geestelijken zich (duur) laten betalen voor hun geestelijk dienstwerk, dat eigenlijk gratis moet zijn naar het woord van Jezus: ‘Om niet hebt gij ontvangen, om niet moet gij geven.’
Bij (arme) gelovigen de indruk wekken dat zij alleen maar toegang tot God kunnen hebben of zelfs gered kunnen worden, op voorwaarde dat zij een flinke geldelijke bijdrage leveren, is een nog erger vorm van simonie.
De uitdrukking is genoemd naar Simon de Magiër uit Samaria. Hij had zich op de prediking van de apostelen tot Christus bekeerd. Bij het zien van al hun wonderen vroeg hij hoe duur het was om die wondermacht ook te kunnen bezitten. Maar Petrus antwoordde: ‘Wees ten ondergang verdoemd, jij met je geld, omdat je gemeend hebt de gave van God voor geld te kunnen krijgen.’ [Handelingen 8, 9-24]

dinsdag in week 7 door het jaar


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 2, 1-11

Een mens kan veel meemaken. De bekoring is dan groot om het op te geven. Wie echter dan ook vertrouwt op de Heer, wordt nooit bitter noch opstandig. Want steeds blijft Hij met ons. Hij redt ten tijde van verdrukking.

Mijn kind, als je de Heer wilt dienen, bereid je dan voor op beproevingen.
Houd het rechte spoor, wees standvastig en word niet ongeduldig in tijden van tegenspoed.
Houd je stevig aan Hem vast en laat Hem niet los, dan word je aan je levenseinde beloond.
Aanvaard alles wat je overkomt en wees ook geduldig wanneer je wordt vernederd.
Want goud wordt in het vuur getoetst, in de oven van vernedering test God de mens die Hij aanvaardt.
Wanneer je ziek bent of armoede lijdt, vertrouw dan op Hem.
Geloof in Hem, dan zal Hij je helpen, bewandel rechte wegen en vestig op Hem je hoop.
Jij die ontzag voor de Heer hebt, zie uit naar zijn ontferming en wijk niet af, dan val je niet.
Jij die ontzag hebt voor de Heer, vertrouw op Hem, dan valt je loon je niet uit handen.
Jij die ontzag hebt voor de Heer, hoop op het goede, op ontferming en eeuwige vreugde, want eeuwige vreugde is het loon dat Hij je schenkt.
Kijk naar de generaties van vroeger: Was er ook maar iemand die op de Heer vertrouwde en werd teleurgesteld? Was er ook maar iemand die volhardde in ontzag voor Hem en niet werd gehoord? Was er ook maar iemand die Hem aanriep en onopgemerkt bleef?
De Heer heeft immers medelijden en ontfermt zich, vergeeft zonden en redt in tijden van verdrukking.

 

Psalm 37, 3 + 4 + 18 + 19 + 27 + 28 + 39 + 40

Refr.: Zoek je geluk bij de Heer.

Vertrouw op de Heer en doe het goede,
bewoon het land en leef er veilig.
Zoek je geluk bij de Heer,
Hij zal geven wat je hart verlangt.

De Heer trekt zich het lot van onschuldigen aan,
hun bezit blijft voor eeuwig behouden.
Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen,
in tijden van hongersnood hebben zij te eten.

Mijd het kwade en doe het goede,
en je zult voor eeuwig wonen in het land.
Want de Heer heeft gerechtigheid lief,
wie Hem trouw zijn, verlaat Hij niet.

Zij blijven voor eeuwig behouden,
maar het nageslacht van zondaars wordt verdelgd.
De rechtvaardigen vinden redding bij de Heer,
Hij is hun toevlucht in tijden van nood.

De Heer heeft hen altijd geholpen en bevrijd,
Hij bevrijdt hen ook nu van de zondaars.
Hij redt hen,
want zij schuilen bij Hem.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 9, 30-37

Wanneer Jezus zijn leerlingen nog eens duidelijk tracht te maken dat zijn dienen zover zal gaan dat Hij zijn leven zal geven, begrijpen zij dit niet. Zij dachten aan een nieuw, aards rijk, waar zij de voornaamste posten zouden innemen. Zij maken zelfs ruzie om de eerste plaats te krijgen. Jezus wijst hen terecht en herhaalt nog eens dat men in zijn rijk niet moet komen om gediend te worden, maar om te dienen met het hart van een kind.

Na de gedaanteverandering vertrokken Jezus en zijn leerlingen weg uit die streek en reisden door Galilea, maar Hij wilde niet dat iemand dat te weten kwam, want Hij was bezig zijn leerlingen onderricht te geven.
Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen. Die zullen Hem doden, maar na drie dagen zal Hij uit de dood opstaan.’
Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden Hem geen vragen te stellen.
Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’
Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was.
Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’
Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar Hem die mij gezonden heeft.’

Van Woord naar leven

In de tussenzang, vandaag uit psalm 37, lezen we: ’Mijd het kwade en doe het goede.’

Woorden om boven ons bed te hangen, in de keuken aan het prikbord, in het leraarslokaal aan de muur, in de verpleegpost op de werkplanning, op het bureau op het werk, op het toilet, in ons omkleedkastje op de fabriek,… maar bovenal zijn het woorden die in ons hart en verstand zouden moeten gegrift staan.

Het zijn eenvoudige woorden. Niet mis te verstane woorden. Woorden die opdracht én roeping inhouden.

Het zijn woorden die het hart zijn van een warme samenleving, waar het fijn is om wonen, waar het goede gediend en beleefd wordt.

Ze zouden het hart moeten zijn van ons persoonlijk leven, van onze vele kleine keuzes doorheen de dag.

Schrijf ze op, prent ze in je hoofd, praat er met elkaar over. En vooral: bid de woorden in, opdat ze handen en voeten mogen krijgen.

Moge de Heer zelf de ziel zijn van dit ja-woord.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Jezus, Heer en Broer,
help ons het kwade te mijden, en het goede daadwerkelijk te doen. Geef ons liefde voor het goede, zin voor de liefde.
Wees Gij het hart van onze samenleving.
Amen.