Lezingen van de dag – dinsdag 21 maart 2017


Heilige (of feest) van de dag

Serapion de Sindoniet († 388)

Serapion de Sindoniet (ook van Arsinoë of van Egypte), Egypte; woestijnmonnik

‘Sindon’ betekent ‘linnen kleed’. Zijn bijnaam ‘Sindoniet’ ontleent Vader Serapion dan ook aan het feit, dat hij altijd gekleed ging in een linnen kleed op het blote lijf. Hij leefde als de vogels: hij had geen vaste verblijplaats en was steeds onderweg met zijn onafscheidelijke evangelieboek in de hand of onder de arm. Dat was het enige dat hij bezat; in die tijd moesten de boeken met de hand afgeschreven worden; ze waren dan ook uiterst kostbaar. Hij las er zo vaak in, dat hij het tenslotte helemaal uit zijn hoofd kende.

Eens kwam hij een arme bedelaar tegen, die rilde van de kou. Prompt gaf hij hem zijn linnen kleed en bleef zelf spiernaakt achter. Toen iemand hem zo zag, vroeg hij: “Serapion, wie heeft jou tot op het blote lijf uitgekleed?” Hij wees naar het evangelieboek en zei: “Dit.” Enige tijd later gaf hij ook zijn evangelieboek weg aan een arme man, die in de gevangenis geworpen dreigde te worden, omdat hij zijn schulden niet kon betalen.

Vader Serapion als circusklant

Bij een andere gelegenheid trok hij met een van zijn leerlingen naar de stad en liet zich als slaaf verkopen aan een troep heidense circusklanten. Hij deed alles wat ze hem opdroegen. Overdag at hij niets; ’s nachts waakte hij, nam wat water en brood en zegde uren lang de teksten uit de evangeliën op. De leden van de groep kregen hoe langer hoe meer waardering en respect voor hem. Ze raakten onder de indruk van zijn verhalen en levenswijsheid en uiteindelijk lieten ze zich dopen. In de geest van hun nieuwe geloof, wilden zij hun slaaf de vrijheid hergeven en schonken hem zelfs wat geld om een nieuw leven te kunnen beginnen. Daarop maakte Serapion bekend, dat hij als woestijnmonnik nooit slaaf was geweest, en dat hij hun zo royaal geschonken geld niet nodig had. En hoezeer ze er bij hem op aandrongen dat hij bleef, hij vertrok weer om ook anderen tot het ware geloof te brengen.

Vader Serapion in Rome

Volgens de verhalen brachten zijn zwerftochten hem zelfs in Rome. Daar hoorde hij vertellen over een recluus, die een teruggetrokken leven leidde als maagd voor de Heer, en nooit een man wilde ontmoeten.

Hij begaf zich naar haar kluis en liet een dienstmeisje zeggen, dat er een woestijnvader uit Egypte voor de deur stond, die haar graag wilde spreken. Maar zij weigerde een man te ontmoeten. Zo bleef Serapion drie dagen en drie nachten achtereen voor haar deur staan. Tenslotte liet hij haar zeggen, dat God hem naar haar had toegestuurd voor haar geestelijk welzijn. Toen liet zij hem binnen.
Serapion vroeg haar: “Wat zit u hier te doen?”
Zij antwoordde: “Ik zit niet. Ik ben onderweg.”
Hij vroeg: “Waarheen?”
“Naar mijn Heer.”
“Leeft u of bent al gestorven?”
“Ik geloof, dat ik naar het vlees reeds gestorven ben. Het vlees gaat immers niet naar God.”
“Als ik dat moet geloven en u het serieus meent, kom dan naar buiten en doe wat ik u zeg.”
“Maar vader, ik leef hier al 25 jaar ingesloten. Wat zullen de mensen er wel niet van zeggen, als ik dit zomaar opgeef?”
“Kan een dode dan voelen of de mensen hem prijzen of beledigen? Kom naar buiten om in te zien waar u in dwaling verkeert.”
Nu besefte de vrouw, dat ze te doen had met een wijs en heilig man. Omwille van de nederigheid gehoorzaamde ze aan zijn bevel en kwam naar buiten.
Toen zei Serapion: “Als u werkelijk voor de wereld gestorven bent, loop dan naakt door de stad.”
Zij huiverde en besefte, dat ze tot nu toe een veel te hoge dunk van zichzelf had gehad. Zij keerde naar haar kluis terug en legde zich met des te meer ijver toe op de nederigheid.

Vader Serapion in Athene

Een ander verhaal weet te vertellen, dat vader Serapion eens in Athene verbleef en al vier dagen niets gegeten had. Tenslotte begon hij te schreeuwen van de honger. Plaatselijke filosofen kwamen vragen wat dat geschreeuw te betekenen had. Hij antwoordde: “Ik had drie schuldeisers. Twee heb ik er kunnen afbetalen, maar de derde maakt mij nog steeds het leven lastig. De eerste schuldeiser was ‘vleselijk genot’; die heeft mij geplaagd van jongs af aan; de tweede is geldzucht en de derde is mijn maag. De eerste twee heb ik weten af te schudden, maar die derde pijnigt me nog steeds.” Nu gaven de filosofen hem een aantal goudstukken om brood te kopen. Hij ging naar de bakker kocht er een enkel broodje van en liet de rest het geld achter.

Hoe Vader Serapion leerde vasten

Bij een andere gelegenheid vertelde hij over zichzelf, dat hij in zijn jonge jaren leerling was geweest van vader Theodorus († 368; feest 14 mei): “In die tijd had ik zoveel moeite met vasten, dat ik soms zelfs een brood wegnam van tafel om het ’s nachts, wanneer niemand het zag, op te eten. Maar daar had ik dan weer zoveel schuldgevoelens over, dat het verdriet achteraf groter was dan de voldoening iets gegeten te hebben. Toch kon ik die gewoonte niet opgeven, en ik was ongelukkig. Enige tijd later raakte ik in gesprek met een paar broeders. Zij vertelden, dat het goed was voor je groei in het geestelijk leven, wanneer je je geheimste gedachten voor je geestelijke vader openlegde. Ik had het gevoel, dat die woorden persoonlijk voor mij bestemd waren. In tranen ging ik naar mijn geestelijke vader, wierp mij op de grond en vertelde wat ik gedaan had. Toen sprak mijn leidsman: ‘Heb goede moed, mijn jongen. Want nu je je zo hebt durven vernederen, heb je de boze macht overwonnen.’ En ik voelde hoe er een vlam uit mijn borst verdween. Sindsdien heb ik met Gods hulp die zonde nooit meer bedreven.”

Na een vruchtbaar en arbeidzaam leven voor de Heer, is hij in vrede gestorven, ruim zestig jaar oud.

dinsdag in de derde week
van de vastentijd


Uit het boek Daniël 3, 25 + 34-43

‘Moge vandaag ons offer aan U zijn dat wij U onvoorwaardelijk volgen’.

Azarja verrichtte staande dit gebed:
‘Lever ons niet voorgoed aan hen uit en verbreek uw verbond niet, omwille van uw naam. Ontzeg ons uw erbarmen niet, omwille van Abraham, door U bemind, omwille van Isaak, uw dienaar, en omwille van Israël, uw heilige, aan wie U hebt toegezegd dat U hun nakomelingen zo talrijk zou maken als de sterren aan de hemel en als zandkorrels op het strand langs de zee.
Toch zijn wij, Heer, het geringste van alle volken geworden. Door onze zonden genieten wij nergens op aarde nog aanzien. En juist nu hebben wij geen leider, geen profeet, geen aanvoerder. Brandoffer noch slachtoffer, graanoffer noch reukoffer hebben wij, zelfs geen plaats om U offers te brengen en zo uw erbarmen af te smeken.
Neem ons desondanks aan als mensen met een verbrijzeld hart en een vernederde geest, als kwamen wij met een brandoffer van rammen en stieren en met tienduizenden vette lammeren. Moge vandaag ons offer aan U zijn dat wij U onvoorwaardelijk volgen, want wie op u vertrouwt, wordt niet beschaamd.
Wij volgen u met heel ons hart, wij hebben ontzag voor U en zoeken U. Maak ons niet te schande, maar laat U leiden door uw goedheid en uw groot erbarmen.
Red ons door uw wonderbare daden en verleen luister aan uw naam, Heer.’

 

Psalm 25, 4-9

Refr.: Gedenk ons in uw barmhartigheid, Heer.

Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.

Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
want U bent de God die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.

Denk aan uw barmhartigheid, Heer,
aan uw liefde door de eeuwen heen.

Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,
maar denk met liefde aan mij
en laat uw goedheid spreken, Heer.

Goed en rechtvaardig is de Heer:
Hij wijst zondaars de weg.

Wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor,
Hij leert hun zijn paden te gaan.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 18, 21-35

Van harte vergeven.

Petrus kwam bij Jezus staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’
Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.
Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt.
Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald.
Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen.
Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”
En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald.
Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’

Van Woord naar leven

Op de vraag van Petrus hoe dikwijls men moet vergeven, antwoordt Jezus: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.’

Waar mensen elkaar vergeven, waar verzoening plaatst vindt, daar wordt terug veel mogelijk. Het heeft iets feestelijks. Wat stuk was is immers hersteld en de gevolgen zijn alleen maar van goede aard: vrede, vreugde, eenvoud, gemeenschap,… niet oppervlakkig, maar diep.

Het goede nieuws is dat we als christenen dit niet alleen hoeven te doen. We mogen vergeving schenken in Jezus’ naam. Dat wil zeggen: vanuit zijn aanwezigheid en genade in ons. Geheel alleen, los van Hem, zou het veel moeilijker zijn. Koppigheid, hoogmoed, hardheid,… zijn dikwijls remmingen die ons weerhouden te kunnen vergeven. Jezus wil en kan ons hier van bevrijden en ons tot mensen maken die werkelijk tot vergeving kunnen komen. Maar Hij vraagt dat we ons schenken aan Hem, opdat Hij kan doen wat Hij wil doen, namelijk ons bijstaan met zijn genade. Laten we ons openen voor Hem, onze hoogmoed afleggen, Hem binnen laten. En echt hoor, dan wordt er veel mogelijk. Ook vele dingen die we als niet mogelijk achtten.

Wie voor zichzelf toch vaststelt dat hij moeilijk kan vergeven of daden van verzoening kan stellen, ook al probeert hij dat in naam van de Heer te doen, is het goed dat hij deze weg van groei biddend bewandelt. En dat bedoel ik zeer concreet: dagelijks gebed, met vooral veel aandacht voor stilte; in leegte verwijlen bij de Heer, innerlijk kijkend naar Hem, je armoede aanbiedend, smachtend naar zijn liefde. Dagelijks dus, met een gezonde discipline, een waarachtige trouw, en zo hartelijk mogelijk. Met je hart dus bij de Heer zijn, eenvoudig en eerlijk, je richtend naar Hem diep in jezelf.
Hecht ook belang aan de buitenkant: schep een sfeer waar het rustig is en sereen. Maak het wat donker, gebruik eventueel een kaarsje, tracht te knielen, neem een moment dat niemand je kan storen. Tip: vroeg in de ochtend, of zelfs midden in de nacht, zijn zalige momenten om tot innerlijk gebed te komen.

Probeer in de Geest te bidden; dat wil zeggen in de liefde waarmee God tot u komt en u tot zich wil trekken doorheen zijn Zoon.
Probeer van de stilte te houden.
Heb de leegte in het gebed lief.
Probeer ook het volhouden te beminnen; geen angstvallig moeten dat je jezelf oplegt, maar voel je vrij in je trouw, in de discipline die je jezelf oplegt. Probeer vreugde te ervaring in het volhouden.
En hou het gebed eenvoudig.
Vergeef jezelf, en vraag om vergeving.
Bid om te mogen groeien in Gods liefde.
Vraag om genade. Niet met woorden, maar doorheen je innerlijke blik op de Heer die diep vanbinnen u persoonlijk bemint met een liefde die God eigen is.

Het gebed is een wonderlijke gave; de sleutel van echte menswording, een weg van verzoening en vrede.

Probeer deze weg te vinden en te gaan. Echt mooi hoor. En alleen maar goed; voor jezelf, je huisgenoten, je collega’s, de samenleving.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
Kom met uw Geest, en trek ons in die innige verbondenheid met U. Leer ons van U te ontvangen, opdat we mensen mogen worden die uitkijken naar verzoening.
Heer, wees ons genadig. Amen.