Lezingen van de dag – dinsdag 22 augustus 2017


Heilige (of feest) van de dag

Maria, koningin van de hemel

gedachtenis

Zoals Jezus na aankomst bij God bekleed werd met koninklijke waardigheid, zo werd ook Maria bij haar aankomst in de hemel door de Vader en de Zoon in de Heilige Geest tot koningin gekroond.
Hoewel er in de bijbel zelf niets staat over Maria als koningin van de hemel, wordt daarover al sinds de middeleeuwen gezongen en gebeden in kerkelijke hymnen en litanieën, zowel in de oosterse als in de westerse kerk. Bekend is de Latijnse hymne ‘Salve Regina’ (= ‘gegroet koningin’). De Litanie van Maria kent de aanroeping: “Koningin van de hemel, bid voor ons.” Het vormt het vijfde geheim van de zogeheten Vijf Glorievolle Geheimen die bij de rozenkrans overwogen kunnen worden.

Ook in de kerkelijke kunst is dit gegeven vaak afgebeeld. Denk bv. aan het 12e eeuwse mozaïeken in de apsis van de Santa Maria in Trastevere of van de Santa Maria Maggiore, beide te Rome. Of aan de gebeeldhouwde Mariaportalen van de Franse kathedralen; vaak wordt de top ervan gevormd door een tafereel van Maria’s kroning: zo bv. in Reims of Senlis. Prachtig is de wandschildering van Fra Angelico in het San-Marcoklooster te Florence. Of we denken aan plafondschilderingen in Zuid-Duitse, Zwitserse en Oostenrijkse barokkerken.

In 1870 kregen de Spaanstalige bisdommen over de hele wereld toestemming om dit feest te vieren op 31 mei, ter afsluiting van de aan Maria toegewijde meimaand. Eind 1954, het eeuwfeest van de afkondiging van het dogma van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis, breidde paus Pius XII († 1958) het feest uit tot over heel de kerk. Sinds de liturgieherziening van het Tweede Vaticaans Concilie (1969) staat het feest op 22 augustus, de octaafdag van 15 augustus, waarop de kerk vanouds viert dat Maria met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen. Zo komt de samenhang tussen beide feesten beter tot zijn recht.

dinsdag in week 20 door het jaar


Uit het boek Rechters 6, 11-24a

Na een korte situatieschets van de periode waarin Gideon leefde komt het moment waarop het voor hem voldoende is dat hij door een teken de engel van de Heer herkent om zich op te stellen tussen God en zijn volk.

Toen kwam er een engel van de Heer. Hij nam plaats onder de terebint bij Ofra, op het land van Joas, een afstammeling van Abiëzer. Joas’ zoon Gideon was juist bezig tarwe te dorsen. Om te zorgen dat de Midjanieten de tarwe niet zouden zien, deed hij dat in de wijnpers. De engel van de Heer vertoonde zich aan hem en zei: ‘De Heer zij met je, dappere krijgsman.’ ‘Mag ik u vragen,’ antwoordde Gideon, ‘als de Heer ons werkelijk bijstaat, waarom overkomt dit ons dan allemaal? Waar blijft Hij dan met zijn wonderbaarlijke daden, waarover onze voorouders hebben verteld? Uit Egypte heeft Hij ze geleid, zeiden ze toch? Nu trekt Hij zich in elk geval niets van ons aan en zijn we overgeleverd aan de Midjanieten!’
Toen wendde de Heer zich tot Gideon en zei: ‘Toon je moed en bevrijd Israël, dat is mijn opdracht.’
‘Mag ik U vragen,’ antwoordde Gideon, ‘hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn familie heeft in onze stam, Manasse, niets in te brengen, en ikzelf ben de jongste van de familie.’
De Heer antwoordde: ‘Dat kun je omdat Ik je bijsta. Je zult de Midjanieten verslaan alsof je met niet meer dan één man te doen had.’
Toen zei Gideon: ‘Heer, als U het bent die tot mij spreekt en ik uw gunst geniet, geef me dan een teken. Gaat U vooral niet weg, ik wil iets halen om u aan te bieden.’
‘Goed,’ antwoordde de Heer, ‘Ik blijf hier totdat je terugkomt.’
Gideon ging snel naar huis, maakte een geitenbokje klaar en bakte ongedesemd brood van een efa tarwebloem. Hij legde het vlees in een mand en goot het kookvocht in een kom, bracht het naar degene die onder de terebint zat te wachten en bood het hem aan. De engel van God zei tegen hem: ‘Leg het vlees en de broden hier op dit rotsblok en giet het kookvocht erover uit.’ Gideon deed wat hem gevraagd was. Toen raakte de engel van de Heer met het uiteinde van zijn staf het voedsel aan en meteen laaide er een vuur uit het rotsblok op dat het vlees en de broden verteerde. Tegelijk was ook de engel van de Heer verdwenen.
Toen begreep Gideon dat het een engel van de Heer was geweest, en hij riep uit: ‘Nee, Heer! Nee, mijn God! Ik heb oog in oog gestaan met een engel van de Heer!’
Maar de Heer stelde hem gerust: ‘Je hoeft niet bang te zijn, je zult niet sterven.’
Gideon bouwde op die plek een altaar voor de Heer, en noemde het ‘De Heer geeft rust’.

 

Psalm 85, 9 + 11-14

Refr.: De Heer spreekt woorden van vrede.

Ik wil horen wat God ons zegt.
De Heer spreekt woorden van vrede
tegen zijn volk, zijn getrouwen.
Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid !

Trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en vrede begroeten elkaar met een kus,
uit de aarde bloeit de waarheid op,
het recht ziet uit de hemel toe.

De Heer geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.
Het recht gaat voor God uit
en baant voor hem de weg.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 19, 23-30

Het is altijd verleidelijk geweest zich te gaan hechten aan bezittingen en daarmee een aardse woonplaats te bouwen. Jezus wijst zijn volgelingen op dit gevaar. Zo’n gehechtheid maakt mensen blind voor de juiste perspectieven. Wij worden er vandaag op gewezen dat aardse waarden slechts relatief zijn.

Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan.’
Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet en vroegen: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’
Jezus keek hen aan en antwoordde hun: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’
Daarop vroeg Petrus: ‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?’
Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die Mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël. En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van Mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van Huub Adema

Vaak zijn mensen zo bezeten van hun bezit dat ze de eigenlijke waarden van het leven niet meer zien; zij gaan aan het echte leven en aan God voorbij.

De beroemde Russische schrijver Tolstoi vertelt over een arme boer die denkt geluk te hebben. Want een rijke landeigenaar belooft hem zoveel grond te geven als hij binnen een dag al lopend kan afleggen. Op één voorwaarde: hij moet voor de zon ondergaat, terug zijn aan het beginpunt. De boer gaat vol goede moed op weg.
Hoe harder hij loopt, des te meer land zal hij hebben. Dromend over zijn nieuwe rijkdom stapt hij steeds sneller, en voortdurend kijkt hij naar de stand van de zon, want hij moet terug zijn voordat die ondergaat. De kring die hij loopt, wordt steeds groter: hier nog dit stuk land, daar nog om dat water heen, en ginds dat bos nog. Wanneer het avond wordt, is hij bekaf, en hij moet rennen om op tijd terug te zijn. Het lukt hem. Zwetend over zijn hele lijf, totaal uitgeput en denkend hoe rijk hij nu is, valt hij neer en sterft ter plekke. Wat hem aan grond overblijft, zijn de twee vierkante meter waarin hij begraven wordt.

Het is een verhaal dat ons allemaal een beetje aangaat, ons, rijke westerlingen, die met al onze overvloed, het zicht op de werkelijke levenswaarden vaak kwijt zijn. Doe dat wat je bezit en gevangen houdt, weg, zegt Jezus tegen alle rijke mensen.
Want de waarde van elke mens ligt niet in wat hij heeft, maar in wie hij is. Niet in wat hij bezit, niet in zijn status, titel of inkomen. Er hebben in concentratiekampen mensen gezeten aan wie alles ontnomen was, die totaal ontluisterd leken, maar wier innerlijke waardigheid onaangetast bleef.

Veel dingen doen in onze dagen een aanslag op onze persoonlijkheid. Nogal wat mensen zijn zichzelf kwijt, en zijn aangeklede, rijk versierde poppen soms, zonder diepgang. Echte levenswijsheid is hun vreemd. En de schuld van zo’n leeg leven is dikwijls het geld.

‘Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan’. Is Jezus tegen rijkdom en voor armoede? Nee, zeker niet. Maar Hij gunt de hongerigen brood, en de rijken honger naar gerechtigheid.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
Gij leert ons dat uw Rijk maar wordt opgebouwd
wanneer wij macht en rijkdom prijsgeven
omwille van uw naam.
Leer ons deze diepe wijsheid inzien
én ernaar handelen.
Beziel met uw heilige Geest ons hart en onze beurs,
opdat wij mogen delen met hen die honger hebben
en geen dak boven het hoofd.
Amen.