Lezingen van de dag – dinsdag 22 mei 2018


Heilige (of feest) van de dag

Rita van Casia († 1457)

Rita van Cascia, Italië; weduwe

Zij werd rond 1380 geboren in het Italiaanse plaatsje Roccaporena, vlakbij Spoleto. Als jong meisje droomde zij ervan in het klooster te gaan en haar leven toe te wijden aan de beschouwing van Christus die zoveel voor de mensen had geleden. Deze devotie tot de lijdende Christus was indertijd wijd verbreid. Maar haar ouders beschikten anders. Zij huwelijkten haar uit aan een ruwe man, Ferdinando Mancini, die zich weldra als een wrede echtgenoot ontpopte. Hij leed aan driftbuien en woedeaanvallen, waarvan met name zijn vrouw het slachtoffer werd. Rita kreeg dit alles praktisch vanaf de dag van haar huwelijk te verdragen en dat zou zo doorgaan gedurende al de achttien jaren van haar huwelijk.

De twee jongens die geboren werden, hadden het rauwe karakter van hun vader. Rita moet beseft hebben dat ook deze opgave een manier was om Christus na te volgen op de weg van zijn lijden. Ze bad veel en was een toonbeeld van eindeloos geduld. Op de lange duur leek dat ook tot haar man door te dringen: hij vroeg haar zelfs om vergiffenis en begon waarachtig een nieuw leven. Kort daarop werd hij door een oude vijand om het leven gebracht. Op de vlucht voor de gerechtsdienaren kwam de moordenaar ten einde raad bij haar zijn toevlucht zoeken. Zij ging op zijn smeekbeden in. Maar haar zoons hadden bloedwraak gezworen.

Volgens het verhaal zou zij verzucht hebben, dat God nog liever die twee tot zich zou nemen dan dat ze in hun opzet mochten slagen. Hoe dat ook, de jonge mannen stierven kort na elkaar. Zo lag uiteindelijk de weg voor Rita toch nog open om haar eerste liefde te volgen. Op dat moment moet ze rond de zeventwintig geweest zijn.

Na lang aandringen en herhaalde weigeringen kreeg ze in 1407 toestemming in te treden bij de augustinessen van het St-Maria-Magdalenaklooster (thans het naar haar genoemde St-Ritaklooster) te Cascia. Daar leidde zij een leven van boete en gebed; naar het schijnt stelde zij zich voortaan tevreden met water en brood. Ze zou zelfs wonderbare tekenen van verbondenheid met de lijdende Christus hebben ontvangen. Tijdens haar gebed zou een stekel van Christus’ doornenkroon gesprongen zijn en haar in het voorhoofd hebben verwond. De resterende vijftien jaar van haar leven droeg ze daar inderdaad een litteken. Merkwaardigerwijs verdween het vanzelf, toen ze op bedevaart ging naar de paus. Maar op de terugweg kwam het weer terug.

Ze stierf op hoge leeftijd.

Ze werd heilig verklaard in 1900. Tegenwoordig ligt ze begraven in de plaatselijke St-Ritakerk die in 1947 ter ere van haar werd gebouwd; sindsdien is het een drukbezocht bedevaartsoord.

Ook in Nederland en België geniet zij de nodige verering.

In Boskant bij Sint Oedenrode, Oud-Valkenburg en Eindhoven worden respectievelijk een Rita-dag, een Rita-bedevaart en een Rita-rozenwijding georganiseerd. In Nederland hebben Amsterdam, Nieuwendam en Sint-Oedenrode een Sint-Ritakerk.

Ook de kerk van het augustijnenklooster te Kontich bij Antwerpen dient als bevoorrechte vereringsplek voor de Heilige Rita.

Ze is patrones van de Rita-zusters en van de katholieke ziekenzorg; van slagers, slachters en vleeswarenverkopers; van hopeloze en onmogelijke zaken (‘La abogada de imposibles’: vanwege het verleden van haar man werd ze meermalen als kloosterlinge geweigerd én ze droeg bij tot buitengewone en onverwachte gebedsverhoringen); ze wordt aangeroepen door vrouwen met een ongelukkig huwelijk, door kinderloze vrouwen en bij onvruchtbaarheid; daarnaast wordt haar voorspraak gevraagd bij moeizame examens.

Ze wordt afgebeeld in augustinessenhabijt; in gebed voor Jezus aan het kruis, waarbij een doorn van zijn kroon afspringt en bij haar in het voorhoofd dringt; soms reikt ze Maria een doornenkroon aan, terwijl ze er een rozenkroon voor in de plaats ontvangt.

dinsdag in week 7 door het jaar


Uit de brief van Jakobus 4, 1-10

Naijver, jaloersheid en haat verscheuren een mens. Wie zich verzet en ten strijde trekt tegen dergelijke praktijken van anderen en zichzelf niet bekeert in zijn hart, verspilt nutteloos zijn krachten en zijn bidden wordt onrecht. Hoeveel conflicten zouden niet beter geregeld kunnen worden als wij ons telkens eerst bekeerden ?

Broeders en zusters,
waar komt al die strijd, waar komen al die conflicten bij u toch uit voort? Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste?
U verlangt naar iets, maar krijgt het niet. U bent jaloers en moordlustig, maar bereikt uw doel niet. U bekvecht en twist met elkaar. U krijgt niets omdat u niet bidt. En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen.
Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God.
Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op; maar de genade die Hij schenkt is nog groter.’ Daarom staat er: ‘God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade.’
Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten. Nader tot God, dan zal Hij tot u naderen.
Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars. Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien.
Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. Verneder u voor de Heer, dan zal Hij u verheffen.

 

Psalm 55, 7 + 8 + 9 + 10 + 11a + 23

Refr.: Leg uw last op de Heer en Hij zal u steunen.

Had ik maar vleugels als een duif,
ik zou opvliegen en neerstrijken,
ver, ver weg zou ik vluchten,
overnachten in de woestijn,
haastig beschutting zoeken
tegen de vlagen van de stormwind.

Splijt hun tong, Heer, verwar hun spraak,
want in de stad zie ik geweld en strijd,
dag en nacht gaan die rond op haar muren.
In het hart van de stad heerst onheil en leed.
Leg uw last op de Heer en Hij zal u steunen,
nooit zal Hij dulden dat een rechtvaardige ten val komt.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 9, 30-37

Wanneer Jezus zijn leerlingen nog eens duidelijk tracht te maken dat zijn dienen zover zal gaan dat Hij zijn leven zal geven, begrijpen zij dit niet. Zij dachten aan een nieuw, aards rijk, waar zij de voornaamste posten zouden innemen. Zij maken zelfs ruzie om de eerste plaats te krijgen. Jezus wijst hen terecht en herhaalt nog eens dat men in zijn rijk niet moet komen om gediend te worden, maar om te dienen met het hart van een kind.

Na de gedaanteverandering vertrokken Jezus en zijn leerlingen weg uit die streek en reisden door Galilea, maar Hij wilde niet dat iemand dat te weten kwam, want Hij was bezig zijn leerlingen onderricht te geven.
Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen. Die zullen Hem doden, maar na drie dagen zal Hij uit de dood opstaan.’
Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden Hem geen vragen te stellen.
Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’
Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was.
Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’
Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar Hem die mij gezonden heeft.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we Jakobus zeggen: ‘U krijgt niets omdat u niet bidt. En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen.’

Wat het Pinksterfeest, wat we zondag nog vierden, ons onder andere leert, is dat het vuur van de Geest eigenlijk het hart van ons gebed zou moeten zijn. Want het is niet omdat we een welbepaalde tijd besteden aan gebed, dat we werkelijk bidden. Het is niet omdat we een zogenaamde gebedsplicht vervuld hebben dat we echt gebeden hebben. Waarmee ik niet wil zeggen dat gebedsplicht en de tijd die je eraan besteed niet belangrijk zouden zijn. Dat is het wel, ook wanneer we tijdens ons bidden niet tot echt gebed kwamen. Beter een leeg gebed dan helemaal geen gebed. Trouwens, God bemint ons niet minder wanneer ons hart ver weg is van het gebed, wanneer ons gebed leeg is. God bemint altijd, en aanhoort zelfs ons zogenaamd leeg gebed. Wat Hij daarmee dan doet of niet doet… da’s voor Hem.

Maar dat neemt niet weg dat het belangrijk is dat we aandacht geven aan ons bidden, dat ons gebed werkelijk iets van het hart wordt.

Het is daarom goed, denk ik, dat we de dag beginnen met de smeekbede dat God ons gebed mag vervullen met zijn heilige Geest. Hoe die smeekbede er uitziet, da’s op zich niet belangrijk. Dit kan gewoon een diep verlangen zijn, zonder woorden, geknield met je handen open. Persoonlijk hou ik ervan het gebed zo te beginnen. Je eigent op deze wijze het gebed niet toe, maar geeft het uit handen, namelijk aan de liefde van de Vader. Je heet zijn liefde welkom, de warmte van de Geest, om vanuit deze liefkozing van de Vader tot gebed te komen, Hem zijn liefde als het ware terug gevend.

En je zal zien dat je gebed meer en meer gericht is naar de Vader, en naar Hem alleen (in Christus), los van eigen ‘hartstochten’, om het woord van Jakobus te gebruiken. Je gebed zal niet meer uw gebed zijn, maar het gebed van Jezus dat in u gebeurt. Hij trekt je mee in zijn liefde tot de Vader. En dat is, mijn inziens het hart van het gebed.

Zijn er intenties, bepaalde zaken of mensen, waarvoor we bidden: da’s prima, goed en ook nodig. Maar we leggen ze altijd in de liefde van de Vader, vervuld van liefde (Jezus in ons), vragend of de Vader ze doorheen de Zoon wil aanraken.

Het is moeilijk te praten over bidden. Je praat immers over iets dat ons menselijk leven ver overstijgt. Het wezen van het gebed is, zoals gezegd, ook niet van ons, en daarom is het moeilijk erover te praten.
Het is alsof je iets over God zou zeggen. Ook dat is quasi onmogelijk, omdat wie of wat God is ons leven ver ovestijgt, en dus moeilijk onder woorden te brengen is. Ons menselijk denken en spreken is immers zo beperkt in vergelijking met het Al.

Dus … vergeet gewoon deze mijmering. Maar bid, en de Heer zelf zal je binnenleiden in de wereld van zijn bidden.
Ja, dit laatste is de meest veilige weg.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
help ons ons neer te leggen in de warmte van uw Geest, opdat Jezus het mag zijn die in ons bidt, ons binnenleidend in zijn ja-woord tot U.
Kom heilige Geest. Amen.