Lezingen van de dag – dinsdag 24 januari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Franciscus van Sales († 1622)

Franciscus van Sales, Annecy, Frankrijk; bisschop, stichter & kerkleraar

Hij werd op 21 augustus 1567 geboren op slot Sales bij Thorens in de Zuid-Franse landstreek Savoye. Hij deed zijn studie theologie, eerst in Parijs, waar hij de grondlegster van de Karmelietessen in Frankrijk, Marie Acarie († 1618; feest 18 april) ontmoette; vervolgens aan de universiteit van Padua. Hij was een warm voorstander van de hervormingen die door het Concilie van Trente werden ingevoerd. Hij had een mild en bescheiden karakter. Sint Vincentius a Paolo († 1660; feest 27 september) schijnt eens gezegd te hebben: “God moet wel heel goed zijn, als je ziet hoe goed zijn dienaar Franciscus al is.” Daarnaast bezat Franciscus een grote eruditie. Dat maakte het hem mogelijk vele bekeringen te bewerkstelligen onder de Calvinisten van zijn geboortestreek Savoye.
In 1602 werd hij bisschop van het bij uitstek calvinistische Genève, maar omdat hij niet tot de stad werd toegelaten, resideerde hij in Annecy. Zijn zorg ging uit naar gebed en geestelijk leven en schreef er twee beroemde boeken over: ‘Inleiding tot een godvruchtig leven’ (Introduction à la Vie dévote) en ‘Verhandeling over de liefde van God’.
Tezamen met Sint Jeanne Françoise Frémiot de Chantal († 1641; feest 12 december) stichtte hij de Orde van de Zusters Visitandinnen.
Net als Jezus in het evangelie, keek hij met veel liefde om zich heen, en probeerde overal de diepere betekenis van te peilen. Zo schrijft hij in een brief uit 1615 aan zijn vriendin Jeanne de Chantal:

‘Het had flink gesneeuwd; op de binnenplaats lag een laag van wel een voet dik. Jean veegde het in het midden van de binnenplaats een beetje schoon en strooide wat graankorrels voor de duiven. Onmiddellijk kwamen ze naar hun eetgelegenheid en aten ervan met een vrede en eerbied die je versteld zou hebben doen staan. Ik bleef er met plezier naar kijken. Je zult niet geloven hoeveel devotie deze diertjes mij gaven, want ze zeiden geen woord, en degenen die klaar waren met eten vlogen een klein stukje verder om daar op de anderen te wachten. Toen ze zo de helft van de open plek hadden leeggegeten, kwam er een hele zwerm vogels bij, die tot dan toe alleen maar hadden zitten toekijken. De duiven die nog aan het eten waren, gingen opzij en gaven de veel kleinere nieuwkomers alle ruimte. Ze konden aanschuiven zonder dat de duiven hen ook maar één moment lastig vielen.
Ik was onder de indruk van hun liefde. Want de duiven waren zo bang hun kleinere collega’s af te schrikken dat ze zich met z’n allen een eindje verderop afzijdig hielden. Maar ook bewonderde ik de nieuwgekomen bedelaars, want ze waren pas op de aalmoes afgekomen, toen ze zagen dat de duiven praktisch klaar waren met eten en nog meer dan genoeg hadden overgelaten. Tot slot krijg ik tranen in de ogen bij de gedachte aan de vriendelijke eenvoud van die duiven en aan het liefdevolle vertrouwen van de kleinere vogeltjes. Ik geloof niet dat een gewone preek mij ooit zó getroffen zou hebben. Dat beeld heeft mij de hele dag een goed gevoel gegeven.’

Een ooggetuige vertelt een soortgelijk verhaal:

‘Toen de heilige man eens bij mij logeerde, graasde er bij mij een reebok in mijn boomgaard. Een heer van stand die niet ver bij mij vandaan woonde, was gekomen met in zijn gevolg een heel jachtgezelschap; hij wilde niets liever dan dat zijn honden het dier op zouden jagen. Er kwam heel wat volk op af om naar het schouwspel te kijken. Eerst probeerde de man Gods de hele onderneming te verhinderen. Dat lukte niet. Maar hij weigerde te komen kijken. Bij de eerste klaroenstoot zetten de honden onder luid geblaf de achtervolging in.
Het leek wel of het arme beest voelde waar hij bescherming kon halen, want het vluchtte onmiddellijk naar het venster van de kamer waar de heilige bisschop zich had teruggetrokken. Intussen stootte het angstkreten uit en trapte het met zijn hoeven tegen de muur, alsof het daar zijn veiligheid zocht. Franciscus was tot tranen toe geroerd; hij smeekte om genade, maar het mocht niet baten. Het arme dier lag spoedig daarna op de slachtbank. Toen men het bij hem bracht, wendde hij de blik af en toen het ’s avonds aan tafel werd opgediend, wou hij er niet van eten: “Bah”, sprak hij “het plezier dat u hebt bij de achtervolging van zo’n arm dier doet mij denken aan het plezier dat de duivels hebben, wanneer ze zielen opjagen om ze tot zonde te brengen en in het verderf te storten.’
Eens hadden de kanunniken van zijn kerk met Pinksteren een installatie gebouwd, waarmee ze het pinkstergebeuren wilden nabootsen. Een wolk zou vanuit de nok van de kerk neerdalen, daaruit zou dan na de consecratie een duif tevoorschijn moeten komen compleet met vurige tongen om de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen na te bootsen. Het apparaat werkte niet helemaal zoals de bedoeling was. Er kwam geen wolk naar beneden en het vuur werkte ook niet. Maar de duif kwam wel tevoorschijn. Verschrikt door de muziek die opklonk en de hoeveelheid mensen die de kerk bevolkten, bleef het dier rondfladderen zonder ergens toevlucht te vinden. Uiteindelijk kon het niet meer van vermoeidheid en streek het neer op het hoofd van de heilige bisschop die aan het altaar stond. De aanwezigen waren diep onder de indruk, temeer, omdat deze duif precies deed wat het moest uitbeelden: het streek neer op degene onder hen die zo vol was van Gods Heilige Geest. Franciscus liet het dier rustig zitten zolang als het wilde: hij schrikte het niet op en bewoog zich verder niet.

Van Franciscus wordt nog vermeld dat hij als bisschop van Genève rust en orde bracht in zijn bisdom. Hij stierf op 28 december 1622 tijdens een vredesmissie aan het hof van koning Lodewijk XIII († 1643) te Parijs.

Zijn graf in Annecy werd al snel een bedevaartsoord. Hij werd heilig verklaard in 1665; paus Pius IX (1878) riep hem in 1877 uit tot kerkleraar.
Toen de heilige Johannes ‘Don’ Bosco († 1888; feest 31 januari) in 1859 zijn religieuze congregatie stichtte die vooral ten doel had kansarme kinderen op te voeden en een ideaal te geven, noemde hij zijn stichting ‘Salesianen’, naar Franciscus.

Hij is patroon van kanton, stad en bisdom Genève, van Annecy en Chambéry; daarnaast van de Salesianen; van journalisten, schrijvers, uitgevers en sinds 1923 van de katholieke pers.

dinsdag in week 3 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 10, 1-10

Jezus’ leven kan van het begin tot het einde gekenmerkt worden door deze ene zin: ‘Ik ben gekomen om de wil te doen van de Vader’. Dit was de draad die door zijn leven loopt. ook in de moeilijkste uren, wanneer iedereen Hem verlaten heeft, houdt Hij zich daaraan vast.

Broeders en zusters,
omdat de wet slechts een voorafschaduwing toont van al het goede dat nog komen moet en daarvan niet de gestalte zelf laat zien, heeft hij ook niet de kracht om degenen die jaar in jaar uit met steeds dezelfde offers aan de dienst deelnemen ooit tot volmaaktheid te brengen. Anders zouden die offers allang niet meer gebracht worden; degenen die aan de dienst deelnemen, zouden immers als ze eenmaal gereinigd zijn geen enkel zondebesef meer hebben.
Het tegendeel is echter waar: elk jaar worden met dezelfde offers de zonden weer in herinnering geroepen–bloed van stieren en bokken kan mensen onmogelijk van hun zonden bevrijden. Daarom zegt Christus bij zijn komst in de wereld: ‘Offers en gaven hebt U niet verlangd, maar U hebt mij een lichaam gegeven; brand– en reinigingsoffers behaagden U niet. Toen heb ik gezegd: “Hier ben ik”, want dit staat in de boekrol over mij geschreven: “Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”’
Eerst zegt Hij: ‘Offers en gaven hebt U niet verlangd, brand– en reinigingsoffers behaagden U niet’ –daarmee bedoelt Hij de offers die volgens de wet worden gebracht.
Dan zegt Hij: ‘Hier ben Ik, Ik ben gekomen om uw wil te doen, waarmee Hij het eerste opheft om het tweede van kracht te doen zijn.
Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

 

Psalm 40, 2 + 4 + 7 + 8a + 10 + 11

Refr.: Ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Vol verlangen heb ik op de Heer gewacht
en Hij boog zich naar mij toe,
Hij heeft mijn roep om hulp gehoord.

Hij gaf mij een nieuw lied in de mond,
een lofzang voor onze God.
Mogen velen het zien vol ontzag
en vertrouwen op de Heer.

Offers en gaven verlangt U niet,
brand– en reinigingsoffers vraagt U niet.
Nee, U hebt mijn oren voor U geopend.

Nu kan ik zeggen: Hier ben ik,
over mij is in de boekrol geschreven.

Wanneer het volk bijeen is,
spreek ik over uw rechtvaardigheid,
ik houd mijn lippen niet gesloten,
U weet het, Heer.

Ik zwijg niet over uw goedheid,
maar getuig van uw trouw en uw hulp.
In de kring van het volk verheel ik niet
hoe liefdevol, hoe trouw U bent.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 3, 31-35

‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’

Intussen waren Jezus’ moeder en zijn broers aangekomen. Ze stuurden iemand naar binnen om Hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten. Er zat een groot aantal mensen om Hem heen, en die zeiden tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken U.’
Hij antwoordde: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’
Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Ieder die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’

Het moge duidelijk zijn in deze woorden van Jezus, dat wij geroepen zijn broer, zus en moeder te zijn voor elkaar, en wel door de wil van de Vader te volbrengen.

Broers en zussen zijn we voor elkaar wanneer we ons bewust zijn dat het evangelie, dat de Kerk, ons roept om gemeenschap met elkaar te vormen. Kerk kun je nooit op je eentje vormen, maar enkel in broederschap met allen die de Heer rond Hem samenbrengt.

Moeder zijn wij voor mekaar wanneer we elkaar in het hart van de Kerk brengen, tot bij Jezus dus. Het is de roeping van iedere christen om op deze wijze bij elkaar te zijn. Zoals een moeder waakt over haar kinderen, en hen liefdevol leidt naar het hart van het leven, zo mogen wij bij elkaar zijn, in een geest van warme broederschap, geleid door God zelf.

Laten we broeders, zusters en moeders zijn voor elkaar.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
neem ons op in U, en breng ons in de wil van de Vader, door broers, zussen en moeders te zijn van en voor elkaar. Dat wij op deze wijze als Kerk een blijde uitstraling mogen zijn van uw verlossende aanwezigheid. Amen.