Lezingen van de dag – dinsdag 24 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Charbel Makhlouf († 1898)

Annaya, Libanon; monnik

Hij wordt op 8 mei 1828 geboren te Beqa Kafra in de Libanon. Zijn familie bestaat uit eenvoudige, gelovige, hard werkende mensen. Zijn vader is boer; een van diens zussen is kloosterzuster; daarnaast heeft Joessoef nog twee ooms die monnik zijn.
Als hij drieëntwintig is, geeft hij op zijn beurt te kennen monnik te willen worden. Bij het afscheid zou zijn moeder hem gezegd hebben: “Als je geen góede religieus wilde worden, zou ik zeggen: Jongen, kom naar huis. Maar ik besef nu dat de Heer je vraagt in zijn dienst. En in mijn verdriet van je gescheiden te zijn, doe ik en stap terug en zeg ik je: Moge Hij je zegen, mijn jongen, en een heilige van je maken.”
Hij treedt toe tot het Maronitische Onze-Lieve-Vrouweklooster te Maifuq en neemt de kloosternaam aan van Charbel naar een heilige uit de eerste eeuwen van het christendom († 101; feest 29 januari).
Enige tijd later verhuist hij naar het verder af gelegen St-Maroklooster te Annaya. In 1851 legt hij zijn eeuwige geloften af en in 1859 wordt hij priester gewijd. Zestien jaar lang woont hij in de kloostergemeenschap.
De laatste drieëntwintig jaar trekt hij zich verder in de eenzaamheid terug om het leven te leiden van een kluizenaar. Toch weten ook daar de mensen hem te vinden.
Dat gaat na zijn dood onverminderd door: men komt bidden op zijn graf en vraagt voor allerhande noden om zijn voorspraak in de hemel.

Hij is heilig verklaard in 1977.

dinsdag in week 16 door het jaar


Uit het boek Micha 7, 14-15 + 18-20

Het is niet gemakkelijk onze fouten te erkennen. Het is nog moeilijker iemand te vinden die ondanks onze fouten toch met ons vooruit wil. In onze hoogmoed willen wij geen genadebrood eten. Toch zou dit een uitkomst zijn. En deze uitkomst biedt God ons. Hij blijft geen verwijten maken.

Heer, weid uw volk met uw staf, uw geliefde kudde die eenzaam leeft in het woud, omringd door vruchtbaar land. Mogen ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van weleer.
Als in de dagen van zijn bevrijding uit Egypte laat Ik dit volk wonderbaarlijke daden zien.
Wie is een God als U, die schuld vergeeft en aan zonde voorbijgaat? U blijft niet woedend op wie er van uw volk nog over zijn; liever toont U hun uw trouw. Opnieuw zult U zich over ons ontfermen en al onze zonden tenietdoen. Onze zonden werpt U in de diepten van de zee.
U bewijst Jakob uw trouw en Abraham uw goedheid, zoals U gezworen hebt aan onze voorouders, in de dagen van weleer.

 

Psalm 85, 2-8 + 10

Refr.: Heer, breng ons weer tot leven.

U bent uw land genadig geweest, Heer,
U keerde het lot van Jakob ten goede,
nam de schuld van uw volk weg
en bedekte al zijn zonden.

U bedwong uw woede
en wendde U af van uw brandende toorn.
God, onze helper, keer tot ons terug,
onderdruk uw afschuw van ons.

Wilt U voor eeuwig uw toorn laten duren,
verbolgen zijn van geslacht op geslacht ?
Breng ons weer tot leven,
dan zullen wij ons in U verheugen.

Toon ons uw trouw, Heer,
en geef ons uw hulp.
Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij:
zijn glorie komt wonen in ons land.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 12, 46-50

Tijdens Jezus’ openbaar leven komen zijn dorpsgenoten regelmatig zijn moeder vragen om tussenbeide te komen en Hem weer naar huis te halen. Maria laat zich meelokken. Triomfantelijk komen zijn buren haar komst bij Jezus melden. Zij krijgen echter een gevat antwoord: ‘Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers? Zij die de wil doen van mijn Vader’.

Terwijl Jezus nog met de mensen in gesprek was, dienden zich buiten zijn moeder en zijn broers aan. Ze vroegen Hem dringend te spreken.
Iemand zei tegen Hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen U spreken.’
Hij antwoordde: ‘Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?’
Hij maakte een gebaar naar zijn leerlingen en zei: ‘Zij zijn mijn moeder en mijn broers. Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.’

Van Woord naar leven

Jezus antwoordde: ‘Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?’ Hij maakte een gebaar naar zijn leerlingen en zei: ‘Zij zijn mijn moeder en mijn broers. Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.’

Als de Joden aan God dachten, dachten ze aan bevrijding. Als wij ergens in vastzitten, dan denken wij aan God, die ons zal bevrijden.

Ook Jezus voltrekt vandaag een uittocht, de uittocht uit de familie, de aardse familiebanden. Deze uittocht leidde ook een doortocht in naar het beloofde land dat Hij zelf is, naar het beloofde land dat de Kerk is.
In de Kerk heeft men de mooie gewoonte om het volk aan te spreken met ‘Broeders en zusters…’ Dat zeggen mensen normaal tegen hun bloedverwanten, maar in de Kerk zeggen we het tegen mensen die ons vreemd zijn, want in de Kerk leven we in de staat van de uittocht, we steunen niet op aardse verbanden. Kerkelijk leven is nu al leven in de verhoudingen van de hemel, waar God de Vader is van allen en in allen. Daardoor zijn wij dus allen broeders en zusters van elkaar.

Iemand schreef eens een parabel over ons aller uittocht, de doortocht die we allen mogen doormaken. Hij zei: de hemel is: de aardse grenzen kwijtraken. Dat betekent dat het daar niet meer is zoals het hier op aarde is: hij is mijn broeder en hij niet, zij is mijn zuster en zij niet, hij behoort tot mijn familie en zij niet, dat is een buitenstaander en die niet, dat is een vijand en dat is een collega, en hem ken ik niet. Wat een grenzen, wat een obstakels! Wat hebben we allemaal te verdedigen en te beschermen en vooral nog te veroveren! Daaraan kun je nu zien hoe groot Gods liefde is. Voor zijn liefde vallen alle grenzen weg.

Hier op aarde lijken die grenzen als muren zo hoog en dik, maar vanuit de hemel gezien, vanuit de liefde van onze hemelse Vader, is er nauwelijks verschil. En als er al verschillen zijn, dan is het alleen maar om elkaar aan te vullen, om elkaar te verrijken, zoals in het lichaam. Zoals Paulus zegt: “De hand kan niet zeggen tegen de voet: wat heb ik met jou te maken” (Vgl. 1 Kor 12,15). Als er al verschil is, dan is het dat de zwakkeren met meer eerbied worden omgeven.

Grenzen opheffen, grenzen vervagen, grenzen uitwissen, muren neerhalen, dat is het werk van Jezus.
Vandaag doet Hij dat met een gebaar, met een gebaar naar zijn leerlingen. Er was een menigte om Hem heen die naar Hem luisterde, maar het zijn zijn leerlingen over wie Hij zei: “Ziedaar mijn moeder en mijn broeders.” Als je Jezus werkelijk volgt ontstaat er een intimiteitverhouding met Hem en met allen die Hem volgen als met bloedeigen mensen.

Naar woorden van J. Bots, sj

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
Gij strekt uw handen uit naar alle mensen en in uw trouwe zorg weten wij ons geborgen. Geef dat wij als kinderen van eenzelfde Vader elkander alle Goeds toewensen en onze vreugde vinden in het volbrengen van uw wil.
Amen.