Lezingen van de dag – dinsdag 24 nov. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Albertus van Leuven (+ 1192)11-24-1192-albertus_2

Albertus (ook Albrecht) van Leuven (ook van Brabant of van Luik),België, bisschop & martelaar; † 1192

Albert werd rond 1166 geboren als zoon van hertog Godfried III van Lotharingen Margaretha van Limburg. Zijn ouders hadden hem voorbestemd voor een geestelijke carrière en zo werd hij op amper 12-jarige leeftijd in 1178 als kanunnik verbonden aan de St-Lambertuskerk te Luik. Maar Albertus was een eigenzinnig kereltje. Hij werd liever ridder. In 1187 ontving hij te Valenciennes de ridderslag van graaf Boudewijn V van Henegouwen. Maar toen een jaar later zijn bisschop besloot op kruistocht te gaan naar het Heilige Land, verzaakte hij aan zijn ridderplicht en weigerde mee te gaan. Hij keerde terug naar zijn baan van kanunnik en werd bovendien aartsdiaken van Brabant. Nog altijd even onbesuisd en eigenwijs koos hij in een conflict tussen Arnold van Diest en de abdij van Tomgeren de zijde van Arnold. Maar de kerkelijke rechtbank van Keulen stelde hem in het ongelijk.

Op 5 augustus 1191 stierf de prins-bisschop van Luik, Radolf van Zeringen. Dit bisdom werd al sinds geruime tijd betwist door Brabant en Henegouwen. Er waren dan ook twee kandidaten voor de opvolging: aartsdiaken Albert van Leuven, die door Barbant naar voren werd geschoven, en Albert van Rethel, aartsdiaken van Henegouwen: hij werd gesteund door Boudewijn V. De Brabantse Albert werd met bijna algemene stemmen gekozen: 8 september 1191. Dat was tegen de zin van keizer Hendrik VI († 1197); deze was beducht voor de invloed van Brabant. Hij zag liever iemand op die zetel die onder zijn invloed stond; op de Rijksdag van Worms benoemde hij dan ook zonder pardon zijn eigen kandidaat Lotharius van Hofstade, eveneens kanunnik aan de St-Lambertus en proost van Bonn.

Dat nam de pas gekozen Albertus niet. Hij toog naar Rome om bij de paus Coelestinus III († 1198) zijn gelijk te halen. Omdat hij een aanslag vreesde, vermomde hij zich als stalknecht en wapendrager. De paus bevestigde de geldigheid van zijn keuze en maakte hem bij die gelegenheid meteen tot kardinaal. Maar bij zijn terugkeer weigerde de keizer alle medewerking, zodat Albert voor zijn bisschopswijding moest uitwijken naar Reims. Op 19 en 20 september 1192 werd hij daar door aartsbisschop Guillaume de Champagne achtereenvolgens tot priester en bisschop gewijd. Toch kon hij niet terug naar zijn bisschopsstad. Vanuit Reims bestuurde hij zo goed mogelijk zijn bisdom, terwijl intussen op last van keizer Hendrik de huizen van Albertus’ aanhangers systematisch werden verwoest. Van zijn broer ontving hij geen enkele steun.

Door dit alles werd hij een eenzaam man, die een teruggetrokken leven leidde. Mensen die in zijn omgeving kwaad spraken van de zetbaas Lotharius op zijn zetel te Luik, legde hij het zwijgen op. Men zegt zelfs dat hij mild, beminnelijk en wijs was geworden. Zo is het mogelijk dat hij ondanks waarschuwingen uit zijn omgeving zo’n twee maanden later in Reims drie Duitse ridders ontving die vertelden dat zij verbannen waren. Hij nam ze bij zich op. Zij maakten van een wandeling gebruik om Albert de schedel in te slaan en gruwelijk te verminken: 24 september 1192. Later bleek dat keizer Hendrik VI de moordenaars met grote hartelijkheid op zijn paleis ontving en ruimschoots beloonde.

Onmiddellijk na zijn dood werd Albert beschouwd als martelaar van de vrijheid van de kerk tegenover de staat. Tot 1612 rustte zijn stoffelijk overschot in Reims. Toen werd het overgebracht naar de karmelieten te Brussel. Vandaar gingen er relieken naar kerken in Leuven, Mechelen en Luik.
Een jaar later gaf paus Paulus V († 1621) zijn goedkeuring aan Alberts verering.

Bij opgravingswerkzaamheden onder de kathedraal van Reims dacht men op 26 september 1919 het graf van aartsbisschop Odalrik, bijgenaamd ‘de Eerbiedwaardige’, te hebben aangetroffen, maar bij onderzoek bleek het de resten te bevatten van Albertus van Leuven! Daaruit trok men de conclusie dat de relieken van 1612 aan Odalrik hadden toebehoord.

Albertus wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf); met drie zwaarden, zijn moordwapens; met mes, degen of zwaard in de hand of in zijn lichaam gestoken; met het wapen van Brabant.

DINSDAG IN WEEK 34 DOOR HET JAAR


Uit het boek Daniël 2, 31-40

Koning Antiochus vervolgde de Joden. Daniël, met enkele jonge Israëlieten, had hij in dienst genomen aan zijn hof. Naar aanleiding van een droom van de koning, verklaart Daniël hem dat aardse rijken, als zij alleen op mensen bouwen, ineenstorten.

Daniël sprak tot koning Nebukadnessar: ‘U, majesteit, hebt een visioen gehad. U zag een groot beeld. Dat beeld was reusachtig en bezat een prachtige glans. Het stond voor u en de aanblik ervan was afschrikwekkend. Het hoofd van het beeld was van zuiver goud, zijn borst en armen waren van zilver, zijn buik en lendenen van brons, zijn benen van ijzer, zijn voeten deels van ijzer, deels van leem.
U zag hoe een steen losraakte, zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam, hoe de steen tegen de ijzeren en lemen voeten van het beeld sloeg en ze verbrijzelde. Op hetzelfde ogenblik verpulverden het ijzer, leem, brons, zilver en goud. Het werd als kaf op een dorsvloer in de zomer; de wind voerde het mee, totdat er geen spoor meer van te vinden was. Maar de steen die tegen het beeld was geslagen, werd een hoge berg die de hele aarde bedekte. Dit was uw droom, en nu zullen wij de koning zeggen wat hij betekent:
U, majesteit, koning der koningen, aan wie de God van de hemel het koningschap, en macht, kracht en eer heeft verleend, aan wiens hand hij de mensen, de dieren van het veld en de vogels van de hemel heeft toevertrouwd, waar zij ook wonen, aan wie hij heerschappij heeft geschonken over allen; u bent dat hoofd van goud! Na u zal een ander koninkrijk opkomen, minder machtig dan het uwe, en daarna nog een, van brons, dat zal heersen over de hele aarde.
Een vierde koninkrijk ten slotte zal hard als ijzer zijn. IJzer verbrijzelt en vermorzelt alles, en net als ijzer dat verplettert, zal het al die andere rijken verbrijzelen en verpletteren.
U zag dat de voeten en tenen voor een deel uit pottenbakkersleem en voor een deel uit ijzer bestonden; dat betekent dat het koninkrijk verdeeld zal zijn. Het zal iets van de hardheid van ijzer hebben, daarom zag u ijzer voor u, vermengd met kleiachtige leem.
Dat de tenen en voeten deels van ijzer en deels van leem waren, betekent dat het koninkrijk voor een deel sterk zal zijn, voor een deel broos.
U zag ijzer vermengd met kleiachtige leem; dat betekent dat die delen zich zullen vermengen in het nageslacht, maar ze zullen zich niet verbinden, zoals ijzer zich niet met leem laat verbinden.
Maar ten tijde van die koninkrijken zal de God van de hemel een rijk laten opkomen dat nooit te gronde zal gaan en dat nooit op een ander volk zal overgaan. Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, maar zelf zal het eeuwig bestaan; precies zoals u zag dat er een steen van de berg losraakte zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam, en het ijzer, brons, leem, zilver en goud verbrijzelde.
De grote God heeft de koning laten weten wat er in de toekomst te gebeuren staat.
De droom is waar, en de uitleg betrouwbaar.

 

Daniël 3, 58-61

Refr.: Loof de Heer,
bezing en verhoog Hem eeuwig.

Alle schepselen, prijs de Heer, eugenijus_barzdzius_Palendriai_monastery-19-903x600
bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.

Hemelen, prijs de Heer,
bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.

Engelen, prijs de Heer,
bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.

Water boven de hemel, prijs de Heer,
bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 21, 5-11

De leerlingen stellen Jezus vragen over de tekens van de eindtijd en van de verwoesting van de tempel. Maar Hij antwoordt niet onmiddellijk. Om hun geloof niet teleur te stellen, waarschuwt Hij voor valse interpretaties en voor eigen oplossingen.

Toen er gesproken werd over de tempel, over de mooie stenen en wijgeschenken waarmee hij versierd was, zei Jezus: ‘Wat jullie hier zien, er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’
Ze stelden Hem toen de vraag: ‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we het herkennen?’
Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het, ”of: “De tijd is gekomen.” Volg hen niet! Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde.’
Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen.’

Van Woord naar leven

Als je het evangelie van vandaag leest, en je denkt aan heel die terreurdreiging in ons land, aan wat er onlangs aan terreurgeweld gebeurd is in Parijs, aan wat IS en dergelijke ziekelijke organisaties aan ellende veroorzaken op zoveel plaatsten in de wereld, dan lijkt dit evangelie wel heel actueel. Toch is het gevaarlijk om deze tijd nu te gaan zien als een periode voorafgaande aan de zogenaamde eindtijd. We weten dat niet, en we moeten oppassen met religieuze speculaties. Hoewel, toegegeven, wat er zich heden te dage afspeelt… het lijkt er wel op.

Ik zou graag die enkele woorden van Jezus willen onderlijnen wanneer Hij spreekt over oorlogen en opstanden die mogelijk gaande zijn. ‘Raak dan niet in paniek’, zegt Hij. Paniek ontneemt ons innerlijke vrede, het maakt ons angstig, het creëert chaos, het drijft uiteen. We zouden juist, samen met allen die van goede wil zijn, moeten waken over onze innerlijke vrede, over de waarde van warme broederschap, over het belang van gezamenlijk gebed. Samen zouden we – nog meer dan anders – onze jonge mensen moed moeten inspreken, met hen het ‘goede gesprek’ blijven voeren, hen helpen te ontplooien tot echt schone mensen. Ja, als gemeenschap zouden we de hoop hoog in het vaandel moeten dragen, gelovend dat uiteindelijk het goede zal winnen op het kwade, de liefde op de haat, de vrede op de oorlog, de waarheid op de leugen.

Laat ons gemeenschap vormen, ons verenigen in het goede, in dat wat schoon en edel is. Ja, laat ons mensen zijn van liefde, de goedheid van God tonend in wie en wat we zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,sunshine
Gij die gezegd hebt ‘Raak dan niet in paniek’, wij bidden U: geef ons innerlijke vrede; uw vrede. Ban alle angst weg uit ons hart en vervul ons hele zijn met hoop. Moge wij ons toevertrouwen aan U, gelovend dat Gij alle duisternis kunt omkeren naar Gods licht. Mogen wij allen instrumenten zijn van uw vrede, opdat God in ons allen mag bezongen worden als een God van liefde, vrede en broederschap. Kom heilige Geest. Amen.