Lezingen van de dag – dinsdag 25 april 2017


Heilige (of feest) van de dag

Marcus evangelist († ca 68)

Marcus Evangelist, Alexandrië, Egypte & Venetië, Italië; martelaar

Feest 11 januari (Griekse kerk) & 31 januari (overbrenging relieken van Alexandrië naar Venetië) & 9 & 25 april (= 30 Baramûdah: Koptische kerk) & 25 juni (te Venetië: verschijning van Marcus om zijn vergeten relieken aan te wijzen) & 23 september & 3 oktober & 8 & 30 oktober (oosterse kerk)

De overlevering vertelt, dat de schrijver van het tweede evangelie Markus heette; dat deze gezel was van Petrus en Paulus en dat hij dezelfde is als de ‘Johannes Markus’ van wie sprake is in de Handelingen der Apostelen. Als dat alles klopt, dan weten we van hem, dat hij uit Jeruzalem afkomstig was, dat zijn moeder Maria heette en huisbaas was in de stad Jeruzalem; in één van haar huizen houdt de eerste christengemeente haar eerste bijeenkomsten. Aanvankelijk vergezelde hij Paulus en Barnabas, die een neef van hem was, op hun zendingsreizen. Hij maakte ook de eerste arrestatie van Paulus mee. Later heeft hij zich bij Petrus heeft gevoegd (deze noemt hem ‘mijn zoon’). Kennelijk is dat bij Paulus in het verkeerde keelgat is geschoten (Handelingen 12,25; 13,13 en 15,37-39).

Hij was in de jaren 60 van de eerste eeuw tezamen met Petrus en Paulus in Rome. Volgens de legende maakte hij aantekeningen van Petrus’ prediking; daaruit zou later zijn evangelie groeien. Het is het oudste van de vier evangelies.

Rond het jaar 140 weet Papias over Markus te vertellen dat deze de uitlegger is van Petrus’ verkondiging; dat hij later naar Alexandrië is gegaan, dat hij de eerste bisschop van die stad zou zijn geworden en daar de marteldood zou hebben moeten ondergaan.

Zijn gebeente is in 829 door Venetiaanse kooplui onder militaire bescherming uit Alexandrië weggehaald. Die stad was toen geheel onder de invloedssfeer van de Islam gekomen. De Venetianen hebben hem overgebracht naar hun vaderstad. Daar bouwden zij een rijke kathedraal voor hun nieuwe patroonheilige, de San Marco. Deze prachtige kerk staat er nog steeds tot op de dag van vandaag.

H. Marcus, evangelist

feest   –   eigen lezingen


Uit de eerste brief van Petrus 5, 5b-14

U groet mijn zoon Marcus.

Dierbaren, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade. Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal Hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven. U mag uw zorgen op Hem afwentelen, want u ligt Hem na aan het hart.
Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed gebukt gaan.
Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen. Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen.
Met de hulp van Silvanus, die ik als een betrouwbare broeder beschouw, heb ik u deze korte brief geschreven, om u moed in te spreken en om u er nadrukkelijk van te verzekeren dat het werkelijk de genade van God is die u staande houdt.
De uitverkorenen in Babylon en mijn zoon Marcus groeten u.
Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde.
Vrede zij met u allen, die één bent in Christus.

 

Psalm 89, 2 + 3 + 6 + 7 + 16 + 17

Refr.: Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen, alleluia.

Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen,
van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.

Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand,
uw trouw hebt U in de hemel gevestigd.

Heer, laat de hemel dit wonder prijzen,
laat de kring van hemelingen U loven om uw trouw.

Want wie daar boven kan de Heer evenaren,
wie van de goden zich meten met de Heer.

Gelukkig het volk dat van uw roem getuigt
en leeft, Heer, in het licht van uw gelaat.

Juichend roepen zij uw naam, dag aan dag,
door uw gerechtigheid richten zij zich op.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 16, 15-20

‘Maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend’.

In die tijd verscheen Jezus aan de elf en zei:
‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.
Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.
Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.’
Nadat Hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam Hij plaats aan de rechterhand van God.
En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen.

Van Woord naar leven

In dit ‘van Woord naar leven’ zou ik een zin willen naar voor halen uit de eerste lezing, namelijk: ‘Dierbaren, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn’.

De minste zijn heeft niets te maken met een soort neerbuigendheid, of een soort sloef-situatie. De minste zijn, of de mindere zijn, heeft enkel en alleen met liefde en nederigheid te maken. De mindere zijn is in wezen een dienende houding; dienend naar elkaar toe, dienend naar God toe.

Naar God toe wil dat zeggen: je openstellen voor al wat Hij geeft; een houding van innerlijke armoede. Het is afstand nemen van de drang je zelf centraal te willen stellen in je leven. Het is afstand nemen van het zich toeëigenen; zowel van je handelen als van de goederen die je daarvoor gebruikt. Het is God de plaats geven die Hij toebehoort; Hij het centrum laten zijn van je bestaan, de grond waarop je bouwt, de bezieler van je handelen, de oorsprong van je zijn, het doel van je leven.

Naar de mens toe betekent deze houding van de mindere willen zijn dienend aanwezig zijn naar elkaar toe. Zien waar je de ander kan beminnen en dit dan ook onmiddellijk zonder aarzelen doen. Het betekent al wat je voor een ander doet met liefde doen, dus niet enkel omdat het moet, maar werkelijk met liefde; met een warme liefde, die deugd doet aan de ander.
Het betekent tevens de ander alle eer aan doen door in hem het langskomen van Christus te ontwaren en Hem als zodanig ook te ontvangen.

Mensen die beroepshalve een leidinggevende functie hebben kunnen deze dienende houding naar hun werknemers, en naar hun werk op zich, ook zeer schoon en diep beleven. Doorheen de jaren ken ik heel wat rusthuizen, en je merkt als werknemer al snel het verschil tussen een directie en leidinggevenden die van bovenuit de zaken regelen en beslissingen nemen en waar enkel de verwachting leeft dat hun beslissingen worden uitgevoerd los van wie je als mens bent, of een rusthuis waar de directie en de leidinggevenden werkelijk een dienende houding aannemen naar medewerkers en residenten. Een groot verschil hoor ! Geef mij maar het laatste, zeker weten !!

Als ik nadenk over dat mindere zijn, gaan mijn gedachten met veel genegenheid naar de franciscaanse gemeenschap die dat ‘mindere zijn’ centraal stelt in hun spiritualiteitsbeleving. Franciscus van Assisi wilde namelijk dat zijn broeders zich minderbroeders zouden noemen, en dat ze zich als zodanig ook zouden gedragen: de mindere zijn voor God, voor de naaste, voor elk schepsel, ja zelfs voor een bloem. Vandaar ook hun bruin habijt: de kleur van moeder aarde, de kleur van de grond, de kleur van de nederigheid. Oh Franciscus en Clara, wat hou ik van jullie !! Jullie zijn in jullie kleinheid zo’n grote heiligen !!

Kom mensen, laten ons leven als minderen; arm van hart, beschikbaar voor God, de liefde beminnend naar elkaar toe. Laat ons dit doen met een dankbaar en eenvoudig biddend hart, met die voortdurende knipoog naar hierboven. Ja, laten we van God houden, lieve mensen. Het zal ons helpen van elkaar te houden; als minderen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
Gij, onze grote minderbroeder, leer ons te leven als minderen, arm van ziel, blij van geest, dankbaar van hart.
Moge wij vanuit U de Liefde en de Vrede beminnen. Oh Heer.
Amen.