Lezingen van de dag – dinsdag 25 aug. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Jose de Calasanza († 1648)2914B

Rome, Italië; stichter onderwijscongregatie

Hij werd op 11 september 1556 geboren in de Spaanse plaats Peralta de la Sal, ten noordwesten van Lérida (Huesca) was zoon van de heer van Calasanz y Gastón. Hij studeerde aan de universiteiten van Lérida, Valencia en Alcalà en behaalde zijn doctorsgraad aan de universiteit van Barcelona. In 1583 ontving hij de priesterwijding. Negen jaar later verhuisde hij naar Rome, volgens zeggen, omdat hij daartoe in een visioen werd opgeroepen.

Meteen vielen hem de verwaarloosde kinderen op die overal rondzwierven en een losgeslagen leven leidden. In 1597 opende hij in het parochiehuis van de Santa Dorotea in Trastevere de eerste gratis lagere school voor arme kinderen van Europa. Met zijn medewerkers riep hij een nieuwe religieuze congregatie in het leven: ‘Het genootschap van reguliere priesters voor vrome scholen’, kortweg ‘piaristen genoemd naar het Latijnse woord ‘pius’ = ‘vroom’. Zoals de naam zegt legde zij zich toe op onderwijs en opvoeding van arme kinderen. Ze groeide uit tot een heuse religieuze orde. Hij nam de naam aan van Jose a Matre Dei. Het was zijn trots dat oud-leerlingen priester werden en als missionaris werkten in verre streken als Bohemen en Polen.

Maar gaandeweg hadden ze te lijden van interne conflicten en aanvallen van buitenaf. Dat laatste vooral van andere congregaties die soortgelijk werk deden voor de jeugd. Jozef zelf moest aftreden als algemeen overste, omdat hij van alle kanten verdacht werd gemaakt, en omdat zijn goede bedoelingen en plannen door vijandige types consequent in een kwaad daglicht werden geplaatst. Dwars door dit alles heen deden de piaristen op vele plaatsen hun heilzaam werk. Met als gevolg dat de orde uiteindelijk in ere werd hersteld.

Jose zelf heeft dat niet meer mogen meemaken. Hij stierf arm en verguisd en ligt begraven in de San Pantaleon in Rome.
Hij werd heilig verklaard door paus Clemens XIII in 1767.

Hij is patroon van de piaristen; van katholieke basisscholen en van kinderen.

Hij wordt afgebeeld als priester, omgeven door kinderen.

DINSDAG IN WEEK 22 DOOR HET JAAR


Uit de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen 2, 1-8

Paulus beschrijft zijn optreden bij de christenen van Tessalonica. Het doet sterk denken aan de lijdende dienstknecht van de Heer waarvan de profeten spraken. Hij was geheel onbaatzuchtig. Mét het evangelie van God had hij graag zijn eigen leven geschonken.

U weet zelf, broeders en zusters, dat ons bezoek aan u niet tevergeefs is geweest. Ondanks de mishandelingen en beledigingen die wij, zoals u bekend is, in Filippi te verduren hadden, vonden we in vertrouwen op onze God de moed u bekend te maken met zijn evangelie. Daarvoor hebben we ons tot het uiterste ingespannen. Onze oproep berust niet op een dwaling, op oneerlijkheid of bedrog. Wij spreken alleen omdat God ons daartoe waardig heeft gekeurd en ons het evangelie heeft toevertrouwd – niet om mensen te behagen, maar God, die de mensen doorgrondt.
U weet dat we u nooit naar de mond hebben gepraat en dat onze woorden nooit een dekmantel voor hebzucht waren. God is onze getuige. We hebben ook niet geprobeerd de gunst van mensen af te dwingen, niet bij u en niet bij anderen. Hoewel we ons als apostelen van Christus hadden kunnen laten gelden, zijn we u tegemoet getreden met de tederheid van een voedster die haar kinderen koestert. In die gezindheid, vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden.

 

Psalm 139, 1-6

Refr.: Heer, met al mijn wegen bent U vertrouwd.

Heer, U kent mij, U doorgrondt mij, TrinityStBenedicts
U weet het als ik zit of sta,
U doorziet van verre mijn gedachten.
Ga ik op weg of rust ik uit,
U merkt het op,
met al mijn wegen bent U vertrouwd.

Geen woord ligt op mijn tong,
of U, Heer, kent het ten volle.
U omsluit mij, van achter en van voren,
U legt uw hand op mij.
Wonderlijk zoals U mij kent,
het gaat mijn begrip te boven.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 23, 23-26

Jezus gaat verder met zijn terechtwijzigingen aan het adres van de Farizeeën. Hij waarschuwt hen dat ze in hun zorg om de wetten het voornaamste niet zouden vergeten: rechtvaardigheid, barmhartigheid, trouw. De innerlijke overtuiging is voornamer dan de uiterlijke praal. Het ene is zonder het andere hol en leeg.

Jezus sprak:
‘Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie geven tienden van munt, dille en komijn, maar veronachtzamen wat in de wet zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw, terwijl men het een zou moeten doen zonder het andere te laten.
Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken.
Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, de buitenkant van bekers en schalen spoelen jullie af, maar de binnenkant blijft vol roofzucht en onmatigheid.
Blinde Farizeeër, spoel eerst de binnenkant van de beker om, dan wordt de buitenkant vanzelf ook schoon.’

Van Woord naar leven

Vandaag een woordje bij de psalmverzen (uit psalm 139) die we vandaag hoorden.

Heer, U kent mij, U doorgrondt mij, U weet het als ik zit of sta, U doorziet van verre mijn gedachten. Ga ik op weg of rust ik uit, U merkt het op, met al mijn wegen bent U vertrouwd.
Geen woord ligt op mijn tong, of U, Heer, kent het ten volle. U omsluit mij, van achter en van voren, U legt uw hand op mij.  Wonderlijk zoals U mij kent, het gaat mijn begrip te boven.

Psalm 139 is een prachtige psalm. Je moet hem maar eens in z’n geheel nalezen. Lang geleden, toen ik God werkelijk als Vader heb leren kennen en ben gaan ontmoeten, heb ik vele jaren deze psalm ’s morgens in alle vroegte gebeden. Na een tijdje kende ik hem vanbuiten. En nog steeds bid ik hem met regelmaat, thuis biddend, of gewoon op de tram of zelfs tijdens mijn werk. Echt een heerlijke psalm, vol diepgang en wijsheid.

De verzen die we vandaag horen gaat over het feit dat God ons met al zijn liefde nabij is, en wel op elke moment, in al ons doen en laten. Hij doorgrondt ons denken, ons handelen, Hij volgt ons, omsluit ons. Zijn kennen wat ons betreft is te groot voor ons begrip.

Het is goed dat we er ons bewust van zijn dat God met ons bezig is. Heel persoonlijk volgt Hij ons op onze weg. Met zeer veel liefde en een ontzaglijk groot geduld wil Hij ons leiden, ons behoeden, ons brengen op de weg die we te gaan hebben. Hij wil ons binnenvoeren in zijn eigen liefde, met de diepe droom dat we deelgenoot worden van die liefde, dat we dragers en uitdragers worden van zijn liefde.

Nooit laat Hij ons los. Zelfs wanneer wij Hem loslaten, ontrouw zijn aan Hem, blijft Hij trouw, blijft Hij in ons geloven, laat Hij ons niet los.

Moge deze gedachte ons vervullen met diep ontzag voor God, voor zijn nabijheid, voor zijn bezig-zijn met ons. Laten we ons aan Hem schenken zoals de klei in de handen van de pottenbakker. Moge we zijn / worden wat Hij met ons voorheeft.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,11873369_1667768226779484_2580304445279490543_n
wij danken U om uw nabijheid, uw liefde, uw trouw. Vergeef ons wanneer wij ontrouw waren aan U, ons van U verwijderden. Tik ons dan op ons geweten, Heer, en schenk ons de genade ons weer te schenken aan U, opdat Gij met ons de weg kunt gaan die Gij met ons wilt gaan.
Amen.