Lezingen van de dag – dinsdag 26 jan. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Timoteüs en Titus, apostelenimage017

Timoteüs, Apostel, Efese, Klein-Azië; apostel & martelaar; † 97

Timoteus is vooral bekend, omdat de apostel Paulus († ca 67; feest 29 juni) aan hem twee brieven heeft geschreven welke in het Nieuwe Testament zijn opgenomen. Hij was afkomstig uit Lystra, een plaatsje in de buurt van Iconium in Klein-Azië (= ongeveer het huidige Turkije). Hij ontmoette Paulus op diens eerste missiereis. De Apostel bekeerde hem tot het christendom. Timoteus was zijn ‘lievelingsleerling’ en werd door Paulus aangesteld tot bisschop (‘opziener’). In die hoedanigheid trad hij herhaaldelijk bij belangrijke gebeurtenissen op als plaatsvervanger van Paulus. Ondanks zijn jeugd wist hij bekwaam leiding te geven.
Hij hield Paulus tijdens diens gevangenschap in Rome enige tijd gezelschap, tot hij – althans volgens zeggen van de kerkhistoricus Eusebius († 339) – omstreeks het jaar 63 bisschop werd van Efese, destijds de hoofdstad van de Romeinse provincie Asia.
Efese was in de klassieke cultuur het heiligdom van Artemis, godin van de liefde. Daar vonden in de ogen van Joden en christenen zulke schandalige vertoningen plaats dat Timoteus er manmoedig stelling tegen begon te nemen. Dat werd niet geaccepteerd door de priesters en vereerders van de godin. Hij moest het tenslotte met zijn leven bekopen. Naar verluidt heeft het volk hem doodgeknuppeld of gestenigd.
Volgens de overlevering werd hij opgevolgd door Sint Onesimus († 109; feest 16 februari).
Daarbij wordt de suggestie gewekt dat het hier zou gaan om dezelfde Onesimus, die ter sprake komt in Paulus’ brief aan Filemon: de weggelopen slaaf waar Paulus bij Filemon een goed woordje voor doet. Maar sommigen menen, dat dit gezien de tijdsverschillen niet kan kloppen.
Timoteus’ lichaam werd – tezamen met dat van Sint Lucas († 1e eeuw; feest 18 oktober) en Sint Andreas († ca 69; feest 30 november) – in 356 vanuit Efeze naar Constantinopel overgebracht. Ook de kerk van San Giovanni in Fonte te Rome heeft relieken van hem.

Titus, Apostel (ook van Gortyn of van Kreta), Kreta, Griekenland; bisschop; † ca 105

Titus was metgezel van de apostel Paulus. Deze stuurde hem verscheidene malen naar de grote havenstad Korinte, in Griekenland, om daar de eerste christengemeenschap te organiseren. Toen er ruzie uitbrak, was hij degene die er op orde op zaken moest gaan stellen. Later werd hij de eerste bisschop (= opziener) op het eiland Kreta; hij zetelde in de stad Gortyn.
In het Nieuwe Testament is een brief van Paulus aan Titus bewaard gebleven.
Zijn hoofd rust in de San Marco te Venetië.

TIMOTEÜS & TITUS


Timoteüs en Titus waren reisgenoten van Paulus. Timoteüs, een gevoelig man, had een zwakke gezondheid. Hij kon tegen het vermoeiende zwerven niet op. Daarom werd hij leider in de gemeente te Efese. Die taak vervulde hij met inzet van al zijn krachten. Titus was meer een diplomaat. Hij kon met iedereen overweg. Herhaaldelijk werd hij uitgestuurd om geschillen en moeilijkheden in de jonge kerken op te lossen.
De liturgie van vandaag besteedt eigen lezingen aan deze gedachtenis.

 

Uit de brief van Paulus aan Titus 1, 1-5

Paulus schrijft aan Titus

Van Paulus, dienaar van God, apostel van Jezus Christus, met de opdracht om Gods uitverkorenen tot geloof te brengen en tot de kennis van de ware vroomheid, die hoop geeft op het eeuwige leven dat God, die niet liegt, vóór alle tijden heeft beloofd.
Hij heeft de tijd bepaald waarop zijn woord door de verkondiging bekendgemaakt werd, en deze verkondiging is mij nu in opdracht van God, onze redder, toevertrouwd.
Aan Titus, mijn waarachtig kind in ons gemeenschappelijk geloof. Genade en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze redder! Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en in elke stad oudsten aan te stellen.

 

Psalm 96, 1-3 + 7 + 8 + 10

Refr.: Ga uit over de hele wereld.

Zing voor de Heer een nieuw lied,
zing voor de Heer, heel de aarde.

Zing voor de Heer, prijs zijn Naam, Drieeenheid_2
verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.

Maak aan alle volken zijn majesteit bekend,
aan alle naties zijn wonderdaden.

Erken de Heer, stammen en volken,
erken de Heer, zijn majesteit en macht.

Erken de Heer, de majesteit van zijn Naam,
draag geschenken zijn voorhoven binnen.

Zeg aan de volken: ‘De Heer is koning.
Vast staat de wereld, zij wankelt niet.
Hij oordeelt de volken naar recht en wet.’

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 1-9

Zending van de 72 leerlingen

Jezus stelde tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan. Hij zei tegen hen:
‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.
Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven.
Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand.
Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!”
Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren.
Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere.
En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het Koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”’

Van Woord naar leven

Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!”, zegt Jezus ons vandaag.

Lieve mensen, als de Kerk tot iets geroepen is dan is het misschien wel dat: drager én uitdrager te zijn van Gods Vrede.

Allereerst drager. Want je kan maar vrede uitdragen als je zelf drager van vrede bent. Het gaat hier om een vrede van het hart, een vrede in het hart, een vrede die haar wortels vindt in Christus die ons hart bewoont. Daar schenkt Hij zich aan ons, geeft Hij zijn vrede, en wil niet liever dan dat wij vervuld geraken van die Vrede.
De vrede van Christus heeft te maken met innerlijke rust; een toestand die je vanbinnen en vanbuiten rustig maakt omdat je gelooft en weet dat God je innige Metgezel is, je goddelijke Vriend die nooit van je zijde zal wijken, de Drager van je leven, de Behoeder van je bestaan, de Trooster van je verdriet, de Schepper van je liefde, de Ziel van je gebed. Christus’ vrede is Gods aanwezigheid in u, en uw aanwezigheid in Hem.

Deze vrede mogen we uitdragen. En wel naar allen die God op ons levenspad brengt. Niet enkel naar hen die ons sympathiek overkomen, of die wij zelf kiezen als zijnde van onze vriendenkring. Nee, allen, zonder onderscheid. Een van God vervuld mens maakt geen onderscheid tussen wie Gods vrede wel verdient en wie niet. Hij ziet in ieder mens een kind van God en dus waard gezegend te worden met Gods Vrede.

We kunnen Gods Vrede uitdragen door dit letterlijk uit te spreken. Vele van mijn vrienden moslims groeten elkaar met de woorden “Salaam oe’ alaykoem”, “de vrede van God zij met je”. En dikwijls leggen ze dan hun hand op hun hart, alsof ze zeggen: ‘ik meen dat wel he’. Het is mooi om zien. Hun vredesgroet staat zo haaks tegenover de grillen van IS, Bokko Haram, of andere ziekelijke organisaties. De moslims die ik ken zijn zeer beminnelijke mensen, met een groot en warm hart. Het kwetst hen overigens zéér diep dat IS en consoorten de Islam en de Koran gebruiken om hun kwaadaardigheden te rechtvaardigen.
Wij als christenen hebben niet echt de gewoonte om een vredesgroet onder woorden naar elkaar toe te uiten. Tijdens de Mis doen we het wel; mooi gebaar overigens. En in Italië doet men het ook. Dit gaat terug op Franciscus van Assisi die zijn broeders aanspoorde ieder die zij ontmoeten Gods Vrede toe te wensen: “Pace e Bene”, ‘Vrede en alle Goeds’.

Maar elkaar de Vrede toewensen gaat veel verder dan dat doen met woorden. Het gaat om de wijze waarop je bij de ander aanwezig bent. Namelijk als een werkelijke broeder of zuster, niet hoger dan de ander, ook niet neerbuigend, maar eenvoudig als één van hen, en wel vanuit Gods aanwezigheid in jezelf, én wetend dat Hij in het samenzijn met de ander zijn Liefde wil openbaren. En daar wil Hij u voor gebruiken. Ja zijn liefde die zoveel tot stand brengt, wil Hij door ons heen aan elkaar schenken. En wie zich als instrument van de liefde geeft aan God, schenkt Vrede. Want liefde en vrede zijn als broer en zus, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie liefheeft vanuit de Heer geeft vrede. Wie de vrede van de Heer uitdraagt is een liefdevol mens.

Lieve mensen, laat ons eens nadenken van hoe we bij elkaar zijn. Hoe kijken we naar de ander, ook naar hem of haar die naar ons gevoel lastig doet. Zien we hen werkelijk als kind van God, waard dus om bemind te worden. Zijn we bereid de vrede van ons hart te delen met hen waarmee we samen werken, samen op de trein zitten, samen in de kamer liggen in het ziekenhuis, samen in de winkel staan,…
Of misschien nog een stapje verder: zijn we bereid die mensen te gaan opzoeken waarvan we weten dat ze innerlijke vrede missen, mensen die zich door en door ongelukkig voelen, misschien gehaat, depressief, of wat dan ook. Naar deze mensen toegaan… ook dat is evangelie.

Laten we Gods vrede in ons hart koesteren, en laten we haar in eenvoud en met een evangelische (dus geen nep) glimlach uitdragen.

En ja, laat ons ook bidden om Gods Vrede. Gods Vrede in de mensenharten, Gods Vrede in onze gezinnen en gemeenschappen, Gods Vrede tussen landen en volkeren.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

johannes-chrysostomus6Heer,
dat wij uw bedding mogen zijn, stromen van vrede voor allen die Gij op ons pad brengt, en die wij in gebed in ons hart dragen. Dat uw vrede het hart moge zijn van onze samenleving. Amen.