Lezingen van de dag – dinsdag 27 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Gabriele Possenti (+ 1862)

Gabriele (gedoopt Francesco) Possenti (ook dell’ Addolorata, van Isola, van Onze Lieve Vrouwe van Smarten, a Virgine Perdolente of van de Zeven Smarten van Maria) cp, Isola del Gran Sasso, Abruzzen, Italië; religieus

“Zal ik jullie eens wat vertellen: onze danser is het klooster ingegaan! Wie had dat nou ooit gedacht.” Met deze woorden kwam pater Pincelli aan zijn klas vertellen dat hun klasgenoot Francesco Possenti, de mooiste jongen van de school, die er altijd volgens de laatste mode bijliep en als danser en toneelspeler telkens alle eerste prijzen had weggesleept; die zo nu en dan met rijke mensen uit jagen ging en in de stad steeds door meisjes werd omzwermd… dat hij nog tijdens het schooljaar was ingetreden bij de strenge paters passionisten.

Francesco was op 1 maart 1838 te Assisi geboren, de stad die ruim 600 jaar eerder beroemd was geworden door de heilige Franciscus. Francesco’s leven lijkt op dat van zijn naamspatroon. Ook hij genoot van een uiterst onbezorgde en haast losbandige levensstijl in zijn jonge jaren. Ook zíjn vader was een welgesteld man. Aanvankelijk was hij pauselijk legaat geweest, maar omdat dit veel verhuizingen met zich meebracht, had hij zich tenslotte als rechter in Spoleto gevestigd. Een eerste schaduw viel over Francesco’s leven, toen hij reeds op vier-jarige leeftijd zijn moeder verloor. Dat had zijn vader, die toch al een zwijgzaam karakter had, nog stiller gemaakt. Juist de jonge Francesco was met zijn opgeruimd karakter voor vader en zijn twaalf broers en zussen een zonnetje in huis geweest, vooral voor zijn oudste zus, Marie-Louise die de rol van moeder had overgenomen; Francesco was de elfde in de rij van kinderen. Hij kon goed leren, en was op het jezuïetencollege van Spoleto niet alleen telkens een van de besten van de klas, maar door zijn extraverte manier van doen een opvallende verschijning. Daar had hij ook zijn bijnaam van ‘de danser’ te danken.

Des te harder kwam de klap voor vader aan, toen zijn zoon met het bericht kwam dat hij het klooster in wilde. “Wacht eerst nog maar een jaartje”, had deze gezegd. Toch had vader het kunnen zien aankomen. Twee zware ziektes hadden zijn jongen veranderd; ook daarin lijkt hij op Franciscus van Assisi. Bovendien stierf zijn veelgeliefde oudste zus en vertrouwelinge aan de cholera; Francesco was toen zeventien. Tijdens een bezoek aan de kerk van Spoleto viel zijn blik op een afbeelding van Maria. Het kwam hem voor de geest , hoeveel Jezus’ moeder heeft moeten doorstaan. Zozeer dat één van haar aanroepingen luidt ‘Moeder van Smarten’. Juist in die pijnen voelde hij zich met haar verwant. Op dat moment besloot hij zijn leven lang bij haar in de buurt te blijven en samen met haar zijn pijn te dragen. Misschien vond hij in haar wel een vervanging voor het gemis van zijn eigen zo vroeg gestorven moeder.

Op school kondigde hij aan dat hij wat vacantie wilde nemen. Maar in werkelijkheid trad hij in bij de passionisten van Morrovalle in de buurt van de Italiaanse stad Macerata. Als kloosternaam koos hij Gabriël, naar de engel die aan Maria destijds de Blijde Boodschap had gebracht dat zij de Moeder van Jezus zou worden. Daar voegde hij aan toe de naam ‘Addolorata’ (= Italiaans voor ‘van Smarten’; herinnering aan het beeld dat zo’n ommekeer in zijn leven had betekend). De brieven die hij vandaar naar huis stuurde, getuigen alle van geluk en diepe vreugde. Dat maakte het voor zijn vader en de anderen thuis iets makkelijker te accepteren. Zes jaar later stierf hij aan tuberculose in de stad Isola in de Midden-Italiaanse Abruzzen. Daar studeerde hij theologie met het oog op zijn toekomstige priesterwijding.

Er valt van hem als jonge kloosterling op het eerste gezicht eigenlijk niets bijzonders te melden. Behalve voor wie beter mag toekijken. Hij deed alles wat hij moest doen, met aandacht en innerlijke vrede. Ook als hij daardoor aan plezierige dingen niet toekwam. Uit liefde voor Jezus en vooral voor diens moeder Maria ontzegde hij zich hoe langer hoe meer vooral kleine dingetjes; en daarin bereikte hij grote hoogte. Hij heeft laten zien hoe gewoon heldhaftigheid kan zijn.

Hij ligt begraven in de kerk van de passionisten te Isola. In 1920 werd hij heilig verklaard. Hij werd uitgeroepen tot patroon van de Italiaanse jeugd. Tot op de dag van vandaag is zijn graf een druk bezochte bedevaartplaats.

Begin jaren negentig van de 20e eeuw was Gabriel in het nieuws, omdat Amerikaanse schuttersverenigingen hem – tegen de zin van de paters passionisten – tot hun beschermheilige wilden uitroepen. Gabriel zou volgens een nooit bevestigd verhaal een Italiaans dorp hebben gered door zijn schotvaardigheid. Maar de voorzitter van de Amerikaanse bisschoppenconferentie wees erop dat die heldendaad nooit bewezen was.

dinsdag in de 2e week
van de 40-dagentijd


Uit de profeet Jesaja 1, 10 + 16-20

Uiterlijke eredienst moet samengaan met een bekering van ons hart. De profeet Jesaja legt het verband tussen de reinigingsriten en de verandering van mentaliteit. ‘Laten we zien we er in zijn recht staat’, zegt de Heer. Wat menselijk gezien onherstelbaar lijkt, wordt mogelijk bij God, als we maar van goede wil zijn en bereid ons leven te veranderen.

Hoor de woorden van de Heer, leiders van Sodom, geef gehoor aan het onderricht van onze God, volk van Gomorra.
Was je, reinig je, maak een eind aan je misdaden, Ik kan ze niet meer zien. Vermijd alle kwaad en leer goed te doen.
Zoek het recht, houd tirannen in toom, bied wezen bescherming, sta weduwen bij.
De Heer zegt: Laten we zien wie er in zijn recht staat. Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol.
Als je weer naar mij wilt luisteren, zal het beste van het land je ten deel vallen.
Als je koppig bent en niet wilt luisteren, zul je vallen door het zwaard.
De Heer heeft gesproken.

 

Psalm 50, 8 + 9 + 16bc + 17 + 21 + 23

Refr.: Wie rechte wegen gaat, die vindt het heil bij God.

Ik klaag je niet aan om je offers,
nooit dooft voor mij het offervuur.

Maar de stier uit je stal heb Ik niet nodig,
noch de bokken uit je kooien.

Wat baat het dat je mijn geboden opzegt
en mijn verbond in de mond neemt ?

Je haat het als Ik je terechtwijs,
mijn woorden schuif je ter zijde.

Zou Ik dan zwijgen bij wat je doet,
je denkt toch niet dat Ik ben als jij ?
Ik klaag je aan, Ik som je wandaden op.

Wie een dankoffer brengt, geeft mij alle eer,
wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 23, 1-12

Christus wijst op de plichten van zijn volgelingen in de gemeenschap. Opvallend vertoon en ijdelheid zijn uit de boze. De christen zal de nederige dienaar zijn van zijn broeders. Hij zal zich niet de eigenschappen aanmatigen die alleen aan God of aan zijn Zoon toekomen.

Jezus sprak tot het volk en tot zijn leerlingen:
‘De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden. Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten. Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun gebedsriemen en maken de kwastjes aan hun kleren langer, ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in synagogen, en hechten eraan op het marktplein eerbiedig te worden begroet en door de mensen rabbi te worden genoemd.
Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters.
En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel.
Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias.
De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.
Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.’

Wie we ook zijn, in welke levensstaat we ook leven, welke functie we ook uitoefenen in Kerk of samenleving,… het is wel degelijk mogelijk om de ander ALTIJD hoger te achten dan onszelf. Dat is evangelie. Enkel op deze wijze kunnen we dienstbaar zijn, in de meest diepe religieuze betekenis van het woord.

In de ander is God aanwezig, in de ander komt God ons tegemoet, in de ander mogen we Hem eer brengen. We zouden dezelfde eerbied voor elkaar moeten hebben dan de eerbied die we koesteren wanneer we een kerk binnengaan en de Eucharistie knielend of buigend een groet brengen. Christus is in de ander immers niet minder – ofschoon wel anders – aanwezig. Dus de Eucharistie eer brengen terwijl we onze naaste verachten is God beminnen en tegelijk flirten met de duivel. Dat kan en mag niet samengaan.

De ander dienen betekent zo met hem omgaan dat we het goede dat God in hem heeft gelegd tot volle leven laten komen, het betekent hem vergeven waar nodig is, het betekent de warme vriendschap van God voor de mensheid in zijn volheid aanbieden doorheen woord en daad.

Elkaar tot dienaar zijn is ook voor elkaar bidden. Beroepshalve ben ik veel in contact met mensen ‘op leeftijd’. Als het pas geeft praat ik met hen wel eens over een meer contemplatieve roeping in hun oude dag.
De mensen waarvoor ik werk wonen doorgaans in een Woon- en Zorgcentrum, en zijn een groot stuk van de dag op hun kamer. Wat soms wel eens een zekere eenzaamheid met zich meebrengt. Ik praat dan met hen over de waarde van het gebed voor Kerk en wereld, waar zij, op hun tempo en naar hun believen, zo’n rijk steentje kunnen toe bijdragen.
Ieder heeft z’n roeping en zending, maar verschillende fasen in ons leven kunnen ons ook in een ‘nieuwe’ roeping brengen. Wel, het is mooi om zien dat mensen ‘op leeftijd’ zich terug zeer zinvol weten door een nieuw soort gebedsleven te ontdekken; iets waartoe de Heer hen roept, sterker dan ooit. Een gebedsleven van dienstbaarheid; een dienst in de schoot van de Kerk; voor Kerk en wereld. We mogen het belang van deze vorm van naastenliefde niet onderschatten.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
leer ons nederig en waardig de ander hoger te achten dan onszelf. Leer ons dienen zoals Gij het ons hebt voorgedaan: elkaar de voeten wassen, elkaar vergeven, elkaar optillen, aan elkaar over U vertellen doorheen woord en daad, voor elkaar bidden.
Kom heilige Geest. Amen.