Lezingen van de dag – dinsdag 27 juni 2017


Heilige (of feest) van de dag

Ariald van Como († 1066)

Ariald van Como, Italië; diaken & martelaar

Stamde af van lagere adel uit Cuciaco in de buurt van Como. Had in Europa rondgereisd en daarbij veel kennis opgedaan. Als diaken ijverde hij ervoor dat priesters arm en ongehuwd zouden blijven en in gemeenschap bijeen zouden wonen. In Milaan was hij betrokken bij de oprichting van de Pataria, een volkspartij die naar kerkelijke hervormingen streefde; zij was tegen de keizer gericht. Bij schermutselingen door zijn vijanden in de buurt van het Lago Maggiore om het leven gebracht.

In de kerk van zijn dagen zaten vele geestelijken die niet leefden in overeenstemming met hun ambt: ze hadden een relatie, lieten zich betalen voor hun diensten en verbleven het liefste in kringen van rijken en hooggeplaatsten. In die situatie was Ariald’s stellingname glashelder: hij koos voor de strenge levenswijze in de kerk en voor duidelijke regels gebaseerd op de oud-christelijke tijden.

In 1056 verbleef hij in Milaan. Sinds elf jaar was Wido aartsbisschop; deze beschermeling van keizer Hendrik III was een steen des aanstoots voor de kerk van die dagen. In alle vrijmoedigheid verhief Ariald zijn stem tegen de levenswijze van de aartsbisschop, zocht medestanders. Aanvankelijk werd zijn beweging beschouwd als een storm in een glas water, temeer, omdat zij voornamelijk bestond uit gewone mensen uit het lagere volk. Maar zelfs toen zich geleidelijk aan ook geestelijken en hooggeplaatsten begonnen aan te sluiten, deed de aartsbisschop dit alles met een cynisch schouderophalen af. Intussen ging Ariald predikend rond, waarbij hij zich beriep op de heilige Schrift en zijn woorden onderstreepte met zijn strenge, heilige levenswijze. Hij noemt de levenswijze van de geldbeluste geestelijken een ketterij.

Uiteindelijk zien Wido en de zijnen in dat ze ernstig rekening moeten gaan houden met deze kritische beweging in de kerk. Wido begint meteen met grove middelen, hij excommuniceert Ariald, d.w.z. dat hij niet meer in de kerk mag komen en geen sacramenten meer mag ontvangen. Ariald wendt zich tot de paus en komt terug met de opdracht niet eerder te rusten voor hij de kankergezwellen in de kerk van Milaan met succes heeft bestreden. De kwestie loopt nu zo hoog dat er een burgeroorlog dreigt. Ariald probeert het volk in bedwang te houden. Intussen verschijnen er pauselijke gezanten die zelf de zaak in ogenschouw willen nemen. Bisschop Wido vermijdt een ontmoeting en zorgt dat hij buiten de stad is. Ze hebben nog niet hun hielen gelicht, of daar is hij weer. Nu keert hij zich openlijk tegen de paus. Een moordaanslag op Ariald mislukt. De bisschoppen van de landstreek Lombardije komen in vergadering bijeen, erkennen dat hun levenswijze verwarrend is en beloven beterschap en bekering. Wido is een van hen. Maar eenmaal thuis hervat hij zijn oude levenswijze, alsof er geen mede door hem ondertekende belofte bestond. Het komt van kwaad tot erger. Ariald stuurt een bericht naar de paus. Deze antwoordt, dat de bisschop afgezet moet worden en uit zijn bisdom verbannen. Wido stuurt aan op vervolging van zijn tegenstanders en probeert de mensen van de stad aan zijn kant te krijgen door ze rijke schenkingen te doen. Ariald voelt zich hoe langer hoe meer bedreigd, verlaat de stad en vindt onderdak bij een geestelijke ergens in de omgeving. Deze heeft hem verraden. In de buurt van het Lago Maggiore kregen aanhangers van Wido Ariald te pakken; daarbij geholpen door een nicht van de bisschop. Op gruwelijke wijze hebben ze hem om het leven gebracht.

In 1904 door paus Pius X heilig verklaard.

Bron: Heiligen.net

dinsdag in week 12 door het jaar


Uit het boek Genesis 13, 2 + 5-18

Ingaan op Gods uitnodiging sluit in dat wij voortdurend een keuze maken en ons eigen voordeel laten varen zoals Abram. Wie de gemakkelijkste oplossing zoekt, vernauwt zijn horizon en sluit zich op in zichzelf. Onthechting baant de weg voor de Belofte.

Abram was bijzonder rijk: hij had veel vee, zilver en goud. Abram en Lot bezaten zo veel vee dat er te weinig land was om bij elkaar te blijven wonen. Hierdoor ontstond er ruzie tussen de herders van Abrams vee en de herders van Lots vee, en ook woonden in die tijd de Kanaänieten en de Perizzieten nog in het land.
Daarom zei Abram tegen Lot: ‘Waarom zouden we ruziemaken, jij en ik, of jouw herders en de mijne? We zijn toch familie? Het is maar beter dat we uiteengaan. Het hele land ligt voor je open. Als jij naar links gaat, ga ik naar rechts; als jij naar rechts gaat, ga ik naar links.’
Lot liet zijn blik rondgaan en zag hoe rijk aan water de hele Jordaanvallei was; voordat Sodom en Gomorra door de Heer werden verwoest, was de vallei tot aan Soar toe even waterrijk als de tuin van de Heer en als Egypte. Daarom koos Lot voor zichzelf de Jordaanvallei en trok in oostelijke richting. Zo gingen ze uiteen.
Abram bleef in Kanaän wonen, maar Lot sloeg zijn tenten op bij de steden in de vallei. Zijn woongebied strekte zich uit tot aan Sodom; de mensen daar waren slecht, ze zondigden zwaar tegen de Heer.
Nadat Lot was weggegaan, zei de Heer tegen Abram: ‘Kijk eens goed om je heen, kijk vanaf de plaats waar je nu staat naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. Al het land dat je ziet geef Ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd. En Ik zal je zoveel nakomelingen geven als er stof op de aarde is: ze zullen even ontelbaar zijn als alle stofdeeltjes op de aarde. Kom, doorkruis het land in zijn volle lengte en breedte, want aan jou zal Ik het geven.’
Toen brak Abram op en ging wonen bij de eiken van Mamre, bij Hebron. Daar bouwde hij een altaar voor de Heer.

 

Psalm 15, 1 + 2a + 3ab + 5ab

Refr.: Heer, U bent goed en genadig.

Heer, wie mag gast zijn in uw tent,
wie mag wonen op uw heilige berg?

Hij is gast die de volmaakte weg gaat
en doet wat goed is,
wie oprecht de waarheid spreekt.

Hij doet aan lasterpraat niet mee,
hij benadeelt een ander niet.

Voor een lening vraagt hij geen rente,
hij verraadt geen onschuldigen voor geld.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 7, 6 +12-14

Na de bergrede geeft de evangelist Matteüs enkele korte christelijke leefregels. Wil je de weg van het leven inslaan, doe dan ook voor anderen, alles wat je wilt dat mensen voor u doen. Deze weg is smal zoals de weg van het kruis.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.
Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.
Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we in de tussenzang, uit psalm 15 :

Heer, wie mag gast zijn in uw tent,
wie mag wonen op uw heilige berg ?
Hij is gast die de volmaakte weg gaat en doet wat goed is,
wie oprecht de waarheid spreekt.

De volmaakte weg… Dat klinkt zo ver weg van ons leven, want – zo zou je kunnen zeggen: wie is er volmaakt ?
Maar ‘volmaakt’ mogen we niet enkel verstaan als een synoniem voor ‘heilig’. Hoewel heiligen volmaakt zijn.
In het woord ‘volmaakt’ zitten de woorden ‘vol’ en ‘maken’. En daarin mogen we een uitnodiging zien van God aan ons adres: Hij wilt ons leven ‘vol maken’, ‘vol’ van Hem, ‘vol’ van het ware leven, ‘vol’ van zijn Zoon Jezus, ‘vol’ van waarheid.
Wie het klaarspeelt te leven vanuit die volheid, ons door God geschonken, leeft volmaakt, vol-gemaakt door God.
Misschien ben je nog niet heilig, hang je nog teveel vast aan dingen die je wegtrekken van God, en toch leef je al – zij het deels en nog niet af – in God.

God vraagt van ons dat onze levensweg recht is. Maar het is een feit dat voor de meeste deze weg serieus krom is. Maar het mooie van God is dat Hij zijn verhaal ook kan schrijven op kromme lijnen. Ieder van ons persoonlijk wil God gebruiken om zijn liefde te openbaren, om verzoening te brengen daar waar dat nodig is, om zijn Vrede uit te dragen.
En Hij wacht niet tot we heilig zijn, Hij roept nu al, wil nu met ons op weg gaan, wetend dat ingaan op zijn uitnodiging de heiligheid bevordert.

God omhelst ieder van ons met zijn barmhartigheid opdat we zouden groeien in Hem.

Wie dit toelaat, die is, zoals de psalmist het uitdrukt, te gast in Gods tent. Dat wilt zeggen dat we mogen tafelen aan het feestmaal van de Drie-ene God: Gods liefde ontvangend om deze ten volle te delen met allen die Hij op ons levenspad brengt.

God is groot !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
wij danken U voor uw liefde voor ieder van ons, voor uw inwoning in ons. Geef dat wij U mogen beminnen zoals Gij ons bemint, opdat wij vanuit deze ontmoeting met U ieder mogen liefhebben die Gij op ons levenspad brengt.
Kom heilige Geest, wek in ons het geloof dat ons doet ‘ja’ zeggen op Gods roep in Hem te leven, te bidden, te zingen, lief te hebben.
Amen.