Lezingen van de dag – dinsdag 27 september 2016


Heilige (of feest) van de dag

Vincentius à Paolo († 1660)220px-saint_vincent_de_paul

Vincentius a Paulo (Pouy bij Dax, 24 april 1581 – Parijs, 27 september 1660) is een Franse heilige, ordestichter en organisator van caritatieve werken.

De heilige Vincentius a Paulo werd geboren in 1581 in het stadje, dat sinds 1828 Saint-Vincent-de-Paul heet.
In 1600 werd hij tot priester gewijd.
Vanaf 1605 verbleef hij in Rome, waar hij in handen viel van Turkse zeerovers die hem in Tunis als slaaf verkochten.
In 1607 wist Vincent te ontvluchten aan de slavenhandelaars.
In 1612 werd hij pastoor in Clichy en een jaar later huiskapelaan en leraar van de gegoede familie Gondi.
In 1617 stichtte hij een vrouwenvereniging die zich wijdde aan de zorg voor armen en zieken.
In 1619 kreeg hij de moeilijke taak om als hoofdaalmoezenier te zorgen voor de galeislaven. Hij voelde zich met deze mensen, die onmenselijk hard moesten werken op de galeien, zeer verbonden en hij deed er alles aan om hun lot, waar mogelijk, te verbeteren.
Ook trok hij van parochie naar parochie en preekte hij daar gedurende drie dagen om de gelovigen de kans te geven om orde op geloofszaken te stellen, de zogenaamde volksmissies.
Tevens verbeterde hij de organisatie en opleiding van de priesters.
In 1625 stichtte hij de Congregatie der Missie, vanwege de naam van hun eerste klooster (het voormalige melaatsenhuis St. Lazare) ook wel de Lazaristen genoemd. Leden van deze congregatie werden uitgezonden om in verre landen, waaronder China en Brazilië, het evangelie te prediken.

In 1633 stichtte hij samen met de heilige Louise Legras-de Marillac een zustercongregatie: “de dochters van Liefde”, die nog altijd een grote congregatie is.
In de loop der tijd ontstonden er ook andere door de Vincentiaanse spiritualiteit geïnspireerde ordes, waaronder in Nederland de zusters van Schijndel.
Van 1643 tot 1652 was hij lid van een raad die ook medezeggenschap had bij het benoemen van bisschoppen. Maar hij werd door kardinaal Mazarin uit die raad gezet, omdat hij het niet eens was met diens politieke invloed, die er onder andere voor zorgde dat Mazarin aan de macht kwam.
Hij stond koning Lodewijk XIII bij aan diens sterfbed.
Hij overleed in Parijs op 27 september 1660.

Hij zei tegen zijn volgelingen: “Ik geef je als klooster de straat, als cel de ziekenkamers, als kapel de parochiekerk, als slot de gehoorzaamheid en als sluier de ingetogenheid.”
En ook: ” Je verliest er niets bij zusters, wanneer je het gebed of de Eucharistie moet verlaten om naar de armen te gaan, want je gaat naar God als je de armen gaat dienen.”

De Sint-Vincentiusvereniging is een internationale katholieke vereniging van leken in dienst van de noodlijdenden, die in 1833 door toedoen van de jonge student Frédéric Ozanam het licht zag.
De Belgische tak werd in 1842 in Brussel opgericht, onder andere door Edmond Van Gansbergh.
De eerste Vincentiusconferentie in Nederland werd gehouden in 1846 in Den Haag.

Vincentius a Paulo wordt aangeroepen als de patroon van alle verenigingen voor liefdadigheid maar ook van de ziekenhuizen.
Zo is hij bijvoorbeeld de patroonheilige van de Broeders van Liefde, die zorgen voor geesteszieken.
Hij is ook de patroonheilige van de Zusters van Vincentius die in België nog congregaties hebben in Oost- en West-Vlaanderen.

dinsdag in week 26 door het jaarbijbel


Uit het boek Job 3, 1-3 + 11-17 + 20-23

Het grootste deel van het boek Job bestaat uit dialogen van Job met zijn vrienden. Zij worden omlijst door twee grote klachten van Job, waarvan wij vandaag de eerste lezen. Daaruit blijft hoe de overgave van Job geen gemakkelijke, aangeprate overgave was. Door de worsteling heen moet ze de drempel van het grote mysterie bereiken.

Job opende zijn mond en vervloekte de dag van zijn geboorte. Hij zei:
‘Laat de dag dat ik geboren ben vergaan, en ook de nacht die zei: “Een jongen is verwekt.” Waarom ben ik niet in haar schoot gestorven, niet gestikt toen ik ter wereld kwam! Hadden knieën mij maar niet ontvangen en borsten mij maar niet gezoogd! Dan zou ik nu geborgen in de aarde liggen, dan zou ik geen zorgen hebben, ik zou slapen, omringd door koningen en raadsheren, bouwers van paleizen, al vergaan tot puin, tussen machtigen die goud bezaten en die hun huis met zilver vulden. Was ik maar als een misgeboorte weggestopt, als een kind dat het licht nooit heeft gezien.
In het dodenrijk worden de goddelozen stil, zij die uitgeput zijn, vinden daar hun rust. Gevangenen worden niet meer opgejaagd, de stem van de drijver horen ze niet meer.
Waarom geeft God het licht aan ongelukkigen, het leven aan verbitterden? Zij wachten op de dood die uitblijft, ze zoeken naar hem, meer dan naar schatten; hun vreugde kent geen grenzen, ze jubelen als ze hun graf gevonden hebben.
Waarom geeft God het licht aan hem voor wie de weg verborgen blijft, wie hij de weg verspert?’

 

Psalm 88, 2-8

Refr.: Heer, luister naar mijn klagen.

Heer, God, mijn redder,
overdag schreeuw ik het uit,
‘s nachts zit ik stil voor U neer.
Laat mijn gebed U bereiken. Drieeenheid_2

Luister naar mijn klagen,
ik word door rampen bezocht,
mijn leven nadert het dodenrijk.
Ik hoor bij wie afgedaald zijn in het graf,
ik ben als een man aan het eind van zijn krachten.

Een naamloze dode,
ik ben als een gesneuvelde in een massagraf,
aan wie U niet langer denkt,
losgerukt uit uw hand.

U hebt mij onder in de kuil gelegd,
in het duister van de diepte,
uw toorn drukt zwaar op mij,
uw golven slaan over mij heen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 9, 51-56

Jezus is voor de laatste keer op weg naar Jeruzalem. Zijn leerlingen begrijpen nog altijd niet waar het om gaat en willen voor Hem met geweld een weg bereiden. Zij verstaan niet dat afwijzing, lijden en onbegrip tot Christus’ wezenlijke taak behoren.

Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden, wilden de dorpelingen Hem niet ontvangen, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was.
Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: ‘Heer, wilt U dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’
Maar Hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht.
Ze gingen verder naar een ander dorp.

Van Woord naar leven

Mijn gedachten gaan, bij het lezen van de eerste lezing van vandaag, uit het boek Job, naar die vele mensen die het vandaag niet meer zien zitten, depressief zijn, geen uitweg meer zien, zich laten gaan,… mensen die ‘op’ zijn. En welke reden er ook aan hun moeilijke periode vooraf gaat, feit is dat ze zich nu zo voelen. Ze dragen een niet te onderschatten pijn, een verborgen lijden, gewoonlijk zeer eenzaam. Onbegrip, oordeel, zelfs uitsluiting, zijn hun jammer genoeg niet vreemd.

Beslist kennen we in onze kennissenkring, bij collega’s, familie,… ook zo’n mensen. Misschien lijden we er zelf onder.

Kerk-zijn betekent deze mensen nabij zijn. Het betekent hen opzoeken met de liefde van Jezus. Het betekent naar hen luisteren, hen bemoedigen, hen nabij zijn, hen dragen. Het betekent ware broederschap met hen aangaan, je vriendschap aanbiedend. Trouw. Het betekent hen dagelijks in gebed bij de Heer brengen, Gods genade afsmekend.

Bij Job gaat het veel meer dan om een depressie. Hij ‘moest’ dit alles doorstaan om achteraf God veel dieper te gaan ontmoeten, wat Hij ook deed, en waarvan Hij zal getuigen.
En ook al was het bij Job heel bijzonder en specifiek, wij mogen allen die een donkere periode doorgaan brengen, door onze vrienschap voor hen, naar het licht van God, naar de diepere zin van het bestaan, naar de vrede van Christus.

Laat ons Kerk zijn voor elkaar.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Jezus, Heer en Broer,deepawali-1063738_640
ieder is welkom in uw hart, het staat open voor elkeen, hoe hij zich ook voelt, waar hij zich ook bevindt op z’n levensweg, wat hij ook heeft uitgespookt. Mogen wij diezelfde liefde in ons dragen: dat warme hart dat Gods barmhartigheid uitstraalt naar ieder.
Oh Heer, geeft dat wij als Kerk de goedheid van God mogen zijn voor ieder.
In uw naam. Amen.