Lezingen van de dag – dinsdag 28 juli 2015


Heilige (of feest) van de dag

Nazarius van Milaan (+ 68)

Italië, martelaar met Celsus

Nazarius’ moeder, Perpetua, was nog gedoopt door de apostel Petrus († 67; feest 29 juni). Geïnspireerd door het voorbeeld van zijn moeder, verlangde hij ernaar Christus te verkondigen en trok door Noord-Italië, tezamen met de jonge Celsus, die een doopleerling van hem was geweest. In Milaan werden zij door heidenen gevangen genomen. Juist in die tijd kwamen de christenvervolgingen onder keizer Nero (54-68) op gang. De stadhouder liet de twee geruime tijd in de boeien aan hun lot over. Uiteindelijk gaf hij opdracht ze te onthoofden.

Aanvankelijk lagen Nazarius en Celsus apart begraven. Op 10 mei 395 werden de beide lichamen ontdekt en door bisschop Ambrosius († 397; feest 7 december) plechtig overgebracht naar de kathedrale apostelkerk.

Nazarius is patroon van de Franse plaats Saint-Nazaire (dep. Loire-Atlantique); zijn voorspraak wordt ingeroepen voor de kinderen.

DINSDAG IN WEEK 17 DOOR HET JAAR


Uit het boek Exodus 33, 7-11a + 34, 5b-9 + 28

Na de ontrouw van Israël trekt Mozes zich terug in een tent buiten het kamp: de plaats waar God neerdaalt om met hen te spreken zoals een mens met zijn medemens spreekt. Hij toont zich als een barmhartige en medelijdende God, groot in liefde en trouw. En Mozes doet een beroep op Hem om zijn eigen bezit, zijn volk, te sparen.

Mozes sloeg steeds buiten het kamp, op ruime afstand ervan, een tent op die hij de ontmoetingstent noemde. Ieder die de Heer wilde raadplegen, ging naar de ontmoetingstent buiten het kamp. Telkens als Mozes zich erheen begaf, gingen allen voor de ingang van hun tent staan en keken Mozes na tot hij naar binnen was gegaan. Zodra hij in de tent was daalde de wolkkolom neer, en deze bleef bij de ingang staan. Dan sprak de Heer met Mozes. Wanneer het volk de wolkkolom bij de ingang van de tent zag staan, boog ieder zich voor de ingang van zijn tent neer. De Heer sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt.
De Heer daalde neer in een wolk, Hij kwam naast Mozes staan en riep de naam Heer uit. De Heer ging voor hem langs en riep uit: ‘De Heer ! De Heer ! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’
Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer. ‘Als u mij goedgezind bent, Heer,’ zei hij, ‘trekt U dan met ons mee, ook al is dit volk onhandelbaar. Schenk ons vergeving voor onze schuld en zonde en maak ons tot uw eigen bezit.’
Veertig dagen en veertig nachten bleef Mozes daar bij de Heer, zonder te eten of te drinken. En hij schreef de tekst van het verbond, de tien geboden, op de platen.

 

Psalm 103, 6-13

Refr.: Groot is de trouw van de Heer.

De Heer doet wat rechtvaardig is,
Hij verschaft recht aan de verdrukten.
Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend, VA glass bord
aan het volk van Israël zijn grootse daden.

Liefdevol en genadig is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
Niet eindeloos blijft Hij twisten,
niet eeuwig duurt zijn toorn.

Hij straft ons niet naar onze zonden,
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld.
Zoals de hoge hemel de aarde overspant,
zo welft zich zijn trouw over wie Hem vrezen.

Zo ver als het oosten is van het westen,
zo ver heeft hij onze zonden van ons verwijderd.
Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie Hem vrezen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 13, 36-43

De parabel van het onkruid tussen de tarwe wil een les zijn van geduld. Zij geldt voor allen die zich verwonderen over de traagheid waarmee God optreedt en over zijn geduld en gematigdheid tegenover de slechten. Zij wil ons leren de anderen niet voorbarig te oordelen en spoort ons aan onze tijd te benutten voor eigen bekering.

In die dagen stuurde Jezus de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem en vroegen: ‘Wilt U ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’
Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de Mensenzoon zal zijn engelen erop uitsturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!’

Van Woord naar leven

Paus Franciscus riep vorig jaar in Rio De Janeiro tijdens de Wereldjongerendagen op om het zaad van het Woord van God te laten binnendringen, het te laten ontkiemen en groeien. Dat is eigenlijk wat het evangelie van vandaag van ons vraagt. Het goede zaad is de Mensenzoon waarvan het de bedoeling is dat we het met veel liefde ontvangen, het koesteren, het blijvend in ons zouden dragen opdat het vruchten mag voortbrengen in al ons doen en laten.

Wie in dit gelovig bewustzijn leeft, zal een vredevol mens zijn. Hij zal de vrede en de vreugde van de hemel in zich dragen. Niet omdat z’n leven er gemakkelijker zal zijn op geworden, integendeel. Maar hij zal zich gedragen weten, gezonden, gesteund. Hij zal zichzelf niet de schepper van z’n daden weten, maar wel degelijk God die in hem woont.

‘Wie z’n vreugde om het geloof deelt, valt nog meer vreugde te beurt’, zei de paus tot de jongeren op het strand van Rio. Dat is zo waar. Wie zich bewoond en gedragen weet door God, wie Hem ervaart als de zaaier van het ware leven, zal de diepe stille vreugde die een christen zou moeten kenmerken uitdragen naar allen die hij ontmoet. Niet met veel lawaai, maar eerder door stille gebaren, warme liefdevolle tekenen, goede en juiste woorden, enz…

Wij hebben dikwijls de neiging om zelf zaaier te willen zijn in ons leven, terwijl de echte zaaier Jezus is. We geloven dit laatste wel, maar soms verstart dit geloof in een zekere koude theorie en verliest het z’n levendigheid. Jezus is de zaaier, elke dag weer opnieuw. Laten we innerlijk arm worden, leeg van onszelf, opdat Hij werkzaam zou kunnen zijn in ons leven, of om nogmaals woorden van de paus aan te halen tot de jongeren in Rio: ‘God doet alles, maar je moet het Hem laten doen’.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,excellent-sun-flower-yellow-pretty
als een zaad in de akker hebt Gij uw liefde in ons hart gelegd, en wanneer de tijd gekomen is, zult Gij ons vragen naar de vruchten van ons werk. Wij bidden U dat al wat goed is onder de mensen tot bloei en wasdom komt, dat wij geduld hebben met elkaar en het kwade overwinnen door het goede. Door Christus, onze Heer. Amen.