Lezingen van de dag – dinsdag 3 april 2018


Heilige (of feest) van de dag

Elisabeth Koch († 1899)

Elisabeth (gedoopt Josephine) Koch, Leuven, België; stichteres

Zij werd op 21 januari 1815 te Aken geboren. Haar jeugd was niet gemakkelijk, want ze groeide op in een vreemd gezin. Na de dood van twee jongere kinderen uit haar gezin, kwam ze bij haar oma in Haaren terecht. Het schijnt dat zij als kind al vaak met godsdienstige dingen bezig was. Volgens zeggen speelde zij met haar poppen vaak kloostertje; dan kleede zij ze allemaal als zustertjes aan. Op haar tiende werd ze op het pensionaat van de recollectinnen te Eupen gedaan.

Zoals toen gebruikelijk hadden de meisjes op het internaat ongeveer dezelfde dagindeling als de zusters. Zo kwam de kleine Josephine al vroeg in aanraking met de strenge religieuze levenswijze van de zusters. Enige tijd later ging ze naar Verviers (dat tegenwoordig in België ligt, maar destijds tot het Duitse Rijk behoorde, evenals het naburige Eupen) om een opleiding te volgen in Handelskennis. Toen haar grootmoeder op sterven lag, heeft zij haar in haar laatste dagen verpleegd. Dit bracht haar ertoe voor het religieuze leven te kiezen. Zij ging werken in het St-Nikolaasziekenhuis te Eupen en van daaruit begon ze in 1837 onder de naam Philomene aan het noviciaat bij de recolectinnen . Maar toen in 1844 het moment van haar eeuwige geloften aanbrak, voelde zij dat hier haar roeping niet lag en sloot zich aan bij de Zusters van de Derde Orde van Franciscus.

Geleidelijk aan voegden zich tien andere zusters bij haar, en met behulp van de zalige Franziska Schervier († 1876; feest 14 december) stichtte zij in 1856 het Genootschap der Franciscanessen van de H. Familie. Het huis waar de zusters woonden, heette in de volksmond ‘Het Kloostertje aan de Markt’. Vanaf 1858 kreeg zij onder de naam Zuster Elisabeth de leiding van de nieuwe Congregatie. De zusters legden zich vooral toe op gebed, zieken- en armenzorg. Door de Kulturkampf zagen zij zich genoodzaakt het Duitse grondgebied te verlaten en verhuisden naar Leuven.

Zuster Elisabeth stierf te Leuven op 3 april 1899. In 1964 werd haar stoffelijk overschot naar haar ‘Kloostertje’ in Eupen overgebracht.

Paasdinsdag


Uit de Handelingen van de Apostelen 2, 36-41

Het is typisch dat in de eerste verkondiging van de christelijke geschiedenis de verrijzenisboodschap steeds verbonden wordt met een oproep tot bekeringsgezindheid. Het aanvaarden van Jezus’ verrijzenis en dus de mogelijkheid van het leven als verrezenen eist een uittreden uit onszelf, een wil om nieuwe mens te worden. Zich bekeren is langs de kant van Christus gaan staan. Zich laten dopen is zich laten opnemen in Jezus’ leven, is Jezus in ons laten verrijzen.

Op Pinsteren sprak Petrus: ‘Laat het hele volk van Israël er zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’
Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’
Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’
Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’
Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend.

 

Psalm 33, 4 + 5 + 18 + 19 + 20 + 22

Refr.: De aarde is vol van de mildheid van de Heer.

Oprecht is het woord van de Heer,
alles wat Hij doet is betrouwbaar.

Hij heeft recht en gerechtigheid lief,
van de trouw van de Heer is de aarde vervuld.

Het oog van de Heer rust op wie Hem vrezen,
op wie hopen op zijn trouw.

Hij zal hen redden in doodsgevaar,
bij hongersnood zal Hij hun leven sparen.

Wij verwachten vol verlangen de Heer,
Hij is onze hulp en ons schild.

Schenk ons uw trouw, Heer,
op U is al onze hoop gevestigd.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 20, 11-18

De verrezen Heer laat zich maar herkennen door de mens die Hem met liefde zoekt. Het verhaal van Maria Magdalena toont ons aan dat Jezus ontdekt wordt waar Hij niet verwacht wordt. We moeten dus Jezus leren zien waar Hij is. Hij is overal waar mensen elkaar de kans geven nieuw te zijn.

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen.
‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar.
Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem naartoe gebracht hebben.’
Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was.
‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’
Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’
Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’
Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!‘ (Dat betekent ‘meester’.)
‘Houd me niet vast’ , zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’
Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’
En ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had.

Van Woord naar leven

We lezen dat Maria in eerste instantie de Heer niet herkende toen Hij haar aansprak. Pas nadat Jezus haar bij haar naam noemde herkende zij Hem en meteen draaide ze zich naar Hem toe met de woorden ‘Rabboeni’, wat meester betekent.

Jezus is heel dikwijls en op velerlei wijzen in ons leven aanwezig zonder dat we Hem onmiddellijk herkennen. Terwijl we, net zoals bij de Maria uit het evangelie, eigenlijk naar Hem op zoek zijn, of verlangen Hem te ontmoeten doorheen de dingen die we doen.

Terwijl Jezus misschien achter ons staat, en zacht onze naam uitspreekt. Hij staat daar misschien al lang, en heeft Hij al meermaals onze naam uitgesproken, maar we hebben het niet, om welke reden ook, gehoord.

Jezus herkennen, Hem ontmoeten, met Hem omgaan, vraagt een innerlijke waakzaamheid die van wezenlijk belang is. Niet dat we ons moeten onthechten aan de zaken waarmee we bezig zijn, maar juist in het bezig zijn zouden we de Heer aanwezig moeten weten; Hij die in en rondom ons is, ons bij onze naam noemt, en de ziel wil zijn van onze bezigheden. Maar dat vraagt dus een zekere opmerkzaamheid die we voortdurend voor ogen moeten houden.

Het is een opmerkzaamheid die in wezen gebed is, in die zin dat het goed is deze waakzaamheid te beleven in het zachte waaien van de Geest diep in onszelf. Het is gaan staan in zijn stuwing; de Geest die in ons het vuur van herkenning zal brandend houden.

Moeten we dit dan voortdurend bewust beleven ? Nee hoor, dat kan niet. Leven in dergelijke waakzaamheid is veeleer een innerlijke houding dan een verstandelijk gebeuren. In wezen is het zelfs, zoals gezegd, een gebedshouding.

En laat ons, terwijl de Heer ons aanspreekt bij onze naam, ons maar innig en hartelijk wenden, zoals Maria uit het evangelie van vandaag, naar Hem, met de woorden ‘mijn meester’. Laten we dit vol liefde en overgave doen, Hij die op ons wacht, Hij die dorst naar ons, Hij die verlangt naar onze overgave aan Hem.
Terwijl we ons wenden naar Hem, hoeven we onze bezigheden niet te verlaten, integendeel. Dit gaat samen. Het is niet het ene of het andere. Het is contemplerend in de actie staan, het gebed niet verlatend, je liefde belevend ‘in’ de Heer. Het is gewoon evangelie.

Kom heilige Geest, geef ons dat biddend en waakzaam hart.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Kom heilige Geest,
doe in ons dat innerlijk vuur ontbranden dat ons doet verlangen te leven in de Heer. Moge dit verlangen ons doen wenden naar Jezus, Hem ontvangend, om vanuit Hem de dingen te doen waartoe de Vader ons doorheen Hem zendt.
Kom heilige Geest. Amen.