Lezingen van de dag – dinsdag 3 oktober 2017


Heilige (of feest) van de dag

Gerardus van Brogne († 959)

Gerardus (ook Gebhard) van Brogne (ook van Bronium of van Namen) osb, België; abt & kloosterhervormer

Hij werd geboren rond 895 en was een zoon van graaf Stance en gravin Plectrudis. Op jonge leeftijd kwam hij in dienst van graaf Berengar van Namen, Zuid-België. Het liefst was hij monnik geworden. In het bos van Marlaigne op het landgoed van zijn vader bevonden zich de vervallen resten van een klooster, dat tweehonderd jaar eerder ten tijde van Pepijn van herstal († 714) gesticht was door Sint Lambertus († 705; feest 17 september). In 914 begon hij met de hulp van zijn beschermheer de kerk te restaureren.
Na de dood van zijn vader besloot hij zijn verlangen te volgen en monnik te worden. Hij maakte van een diplomatieke missie in Frankrijk gebruik om in te treden bij de benedictijner monniken van St-Denis bij Parijs. Hij was diep onder de indruk geraakt van de vroomheid der monniken daar; dat was in 922. Na elf jaar keerde terug als abt om op zijn geboortegrond te Brogne een klooster te stichten.

In het jaar 928 kwam hij in botsing met bisschop Stefanus van Luik. Gerardus wilde de relieken van bisschop Eugenius naar zijn kerkje halen; Eugenius lag begraven te St-Denis vlakbij Parijs. Hij had natuurlijk over hem gehoord gedurende zijn verblijf daar. Bisschop Stefanus weigerde; hij wist niets van deze Eugenius. Maar toen werd hij ziek. Hij liet daarop twee waskaarsen maken die hetzelfde gewicht en dezelfde omvang hadden als hijzelf. Deze liet hij op het graf van genoemde Eugenius opbranden. Wat prompt genezing bracht. Nu was hij ervan overtuigd dat Eugenius wel degelijk een heilige was. Hij gaf een monnik opdracht om Eugenius’ levensbeschrijving te komen voorlezen op de plaatselijke bisschoppenvergadering. Vervolgens voegde hij er zijn eigen wonderbaarlijke genezing aan toe. Reden genoeg om alsnog zijn toestemming aan Gerardus te geven om de relieken in zijn kerkje te plaatsen en te vereren.

In opdracht van graaf Arnulf van Vlaanderen voerde Gerardus gedurende 22 jaar kloosterhervormingen door in de abdijen van St-Ghislain, St-Bavo, St-Blandin, St-Bertin, Mouzon en St-Amand; wat hij er precies tot stand bracht, weten we niet, maar hem gebeurde niet wat zijn collega abt Erlwin van het naburige Gembloers overkwam die de monniken van Lobbes tot strengere tucht wilde brengen: zij staken hem de ogen uit en stuurden hem naar zijn eigen klooster terug!

Verering & Cultuur
Gerardus stond bekend om zijn grote mildheid en zachtmoedigheid…
Hij wordt vereerd als patroon tegen koorts, geelzucht en kliergezwellen. In de Ardennen is de berberis vulgaris (‘épine-vinette’) naar hem genoemd: ‘Bwès d’sint Djèrâ’. In de plaatsjes Noville en Recogne dronk men een uur voor de maaltijd wijn, die getrokken was uit de tweede schors van dit kruid; deze was dan vermengd met een liter Moezelwijn. Dit drankje heette Sint-Gerard-thee en hielp tegen de geelzucht.

Bron: Heiligen.net

dinsdag in week 26 door het jaar


Uit de profeet Zacharia 8, 20-23

De profeet Zacharia belicht een winstpunt uit de ballingschap. De veelvuldige contacten met alle soort mensen tijdens de ballingschap hebben velen begerig gemaakt naar de Heer. Zacharia beschrijft in zijn visioen hoe alle volkeren zullen toetreden tot het volk Gods.

Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Er zullen opnieuw mensen komen uit allerlei landen en steden. De inwoners van de ene stad zullen naar de volgende stad gaan en zeggen: “Ga met ons mee. Wij zijn op weg om eer te bewijzen aan de Heer van de hemelse machten en zijn gunst af te smeken.” Grote en machtige volken zullen naar Jeruzalem komen om daar de Heer van de hemelse machten te vereren en zijn gunst af te smeken.
En dit zegt de Heer van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: “Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is.”’

 

Psalm 87, 1-7

Refr.: God is met ons.

Boven alle steden van Jakob
heeft de Heer de poorten van Sion lief,
zijn vesting op de heilige bergen.
Van u wordt met lof gesproken,
stad van God.

Ik noem Rahab en Babel mijn getrouwen.
Filistea, Tyrus en Nubië zijn allen hier geboren.
Met recht kan men van Sion zeggen:
Welk volk ook, het is hier geboren,
de Allerhoogste houdt Sion in stand.

Bij de namen van de volken schrijft de Heer:
Dit volk is hier geboren.
En dansend zingen zij:
Mijn bronnen zijn alleen in u.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 9, 51-56

Jezus is voor de laatste keer op weg naar Jeruzalem. Zijn leerlingen begrijpen nog altijd niet waar het om gaat en willen voor Hem met geweld een weg bereiden. Zij verstaan niet dat afwijzing, lijden en onbegrip tot Christus’ wezenlijke taak behoren.

Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden, wilden de dorpelingen Hem niet ontvangen, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was.
Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: ‘Heer, wilt U dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’
Maar Hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht.
Ze gingen verder naar een ander dorp.

Van Woord naar leven

Over deze evangelietekst hangt een zwaarbeladen en drukkende sfeer, als de stilte voor een storm. Iedereen, tot Jezus toe, lijkt ermee besmet. Er is geen sprake nu van weldoend rondgaan. Hij gaat eerder kordaat en recht op het doel af. Hij ging vastberaden op weg naar Jeruzalem.

We missen het gedrang en het rumoer van de menigte die gewoonlijk rond Jezus hangt. Het lijkt wel of ze zich angstig en bang in een schuilkelder teruggetrokken hebben en beschutting zoeken voor een naderend onheil. De boden die voor Hem uit gaan, lijken haast lijfwachten of verkenners, vooruitgestuurd om mogelijke hinderlagen op te ruimen.

Ook de leerlingen zijn in staat van alarm. Johannes en Jakobus, de zonen van de donder, lopen voorop, de vinger aan de trekker, gereed om van zich af te bijten, klaar om bij het geringste teken van onraad in actie te komen. Wanneer een Samaritaans dorpje wat moeilijk doet over een doorreisvisum, zijn ze meteen paraat. Aanvallen is de beste verdediging. ‘Heer, wilt U dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’ En in een bliksemflits ontlaadt zich wat spanning. Maar Jezus draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht.

Een felle reactie van Jezus, alsof Hij zich persoonlijk aangevallen voelt. Inderdaad ligt de dreiging niet alleen in Jeruzalem op Hem te wachten. Het drama begint zich ook al af te tekenen en te voltrekken binnen de kleine groep die de dagen van zijn verheffing tegemoet gaan. Samen onderweg naar hetzelfde doel, lopen hun wegen toch uiteen. Waar Jezus in feite reeds innerlijk aan zijn kruisweg begonnen is, zijn zijn vrienden er nog steeds van overtuigd dat zij op kruistocht zijn, dat er nog eer en macht en roem te veroveren valt. Waar Jezus, in zijn hart en zijn gemoed, reeds als een lijdende dienaar van Jahwe op weg is naar het hemelse Jeruzalem, hun toekomst en hun uiteindelijke bestemming ligt. Waar Jezus reeds de beklemming van de Hof van Olijven en de pijn van Goede Vrijdag voorvoelt en verlangt dat alles is volbracht, koesteren de leerlingen zich nog in visioenen van Palmzondag met de blijde inkomst, de koninklijke ontvangst, zijn wuivende takken en de juichende menigte.

Dat zijn tot dan hun dagen van verheffing. Tot daar en niet verder gaat hun Goede Week. Palmzondag is hun Pasen, hun feest der feesten. Palmzondag is hun hemelvaart, de bekroning van hun jarenlange droom.

Jezus en hun leerlingen gaan hun laatste tocht. De sfeer is drukkend als de stilte voor een storm. Een storm waarvan geen van allen zal ontkomen. Voor Jezus een verlossende storm die Hem terugstuwt naar zijn hemelse thuishaven. Voor de leerlingen een louterende storm, die de masten van hun hoogmoed breekt en de zeilen van hun dromen scheurt. Een storm die hen de ogen opent en hen, gehavend maar gelovig, op de juiste koers zal brengen, naar het echte, hemelse Jeruzalem.

Voor ons is dit stuk evangelie een wegwijzer naar waar het om te doen zal zijn willen we de weg van Jezus’ liefde gaan: Kruis-liefde, liefde tot het uiterste.
Laten we bidden, vragen om genade, deze weg gelovig te mogen verstaan en hem mét Jezus te gaan.

Naar woorden van J. Bots, s.j.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
wanneer wij uw kruisweg niet begrijpen, maak het dan stil in ons hart, en leer ons inzien dat gebed en daden van liefde zoveel beter en heilzamer zijn dan agressie en geweld. Omhels ons met uw kruisgenade, met uw Geest van 100% geweldloosheid, gelovend dat deze weg Vrede en opstanding brengt in een wereld die dorst naar U.
Kom heilige Geest. Amen.