Lezingen van de dag – dinsdag 30 juni 2015


Heilige (of feest) van de dag

Eerste christenmartelaren van Rome (ca 65)

Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1969) voerde naast vele andere veranderingen ook vernieuwingen door op het gebied van de liturgie en de heiligenkalender. Zo staat nu daags na het feest van Petrus en Paulus de gedachtenis op de kalender aan de eerste christenmartelaren die vielen ten tijde van keizer Nero.

Hoewel Rome in de eerste eeuw van de jaartelling een smeltkroes was van allerhande godsdiensten, religies en sektes, namen de christenen toch een aparte plaats in. Men kende ze alleen bij geruchte. Omdat de christenen aanvankelijk het Joodse gebruik overnamen dat God niet bij name werd genoemd, meenden de Romeinen dat zijn atheïsten waren, een onmogelijkheid in die dagen. Dat idee werd nog versterkt door het feit dat zij geen afbeeldingen kenden. Anderen wisten echter te vertellen dat er kinderoffers werden gebracht, dat hun vlees werd gegeten en bloed gedronken…
Weer anderen wisten dat zij er een geheel andere seksuele moraal op na hielden dan de Romeinen, en dat ze vrouwen ertoe brachten liever maagd te blijven dan te trouwen.

Intussen hielden christenen zich afzijdig van het openbare maatschappelijke leven. Bij alle openbare gelegenheden en gebeurtenissen moest een wierookoffer worden gebracht aan de Romeinse goden, aan de goddelijkheid van de staat en van de keizer. Dat hield in dat er voor een godenbeeld een bak met gloeiend houtskool klaarstond, met daarnaast een bak wierookkorrels. In het voorbijgaan wierp men meestal zonder nadenken een enkele korrel op het vuur. Voor christenen botste dat met hun overtuiging dat God alleen eer moest worden gebracht. Zij voelden dergelijke offers hoe nietszeggend en routineus ze soms ook waren geworden – als verraad aan God.
Hoe dan ook, in de eerste jaren van hun verblijf te Rome, kenden men ze eigenlijk alleen bij geruchte. Een uitstekende voedingsbodem voor verdachtmaking als je een zondebok nodig hebt.

Dat was het geval na de beruchte brand van Rome in 64. Tot op de dag van vandaag gaat men er meestal van uit dat de keizer ze zelf heeft laten aansteken. Hij hield ervan op zijn bordes dat uitkeek over arme krottenwijken van de stad, Homerus te declameren. Hij wilde zo levendig mogelijk de brand van Troje voor zich zien die uiteindelijk zou leiden tot de stichting van de stad Rome. Daarom had hij de krottenwijk beneden zich in brand laten steken… Bovendien maakte hij zo meteen meer ruimte om zijn gouden paleis uit te breiden. Er vielen honderden slachtoffers. Om de geruchten de kop in te drukken die naar hem als schuldige wezen, liet hij christenen arresteren en op geraffineerde manieren doodmartelen.

Zo was er een groep die gekruisigd werd; anderen werden in dierenvellen genaaid en voor de wilde beesten geworpen, waardoor ze wreed werden verscheurd; een derde groep werd eveneens in dierenvellen genaaid, maar vervolgens met pek en olie overgoten om als fakkels te dienen en zo de tuinen van de keizer te verlichten. Hoewel hun sterfdata meestal enkele jaren later worden geschat, zijn er nog steeds onderzoekers die menen dat zowel Petrus als Paulus behoord hebben tot deze slachtoffers van de eerste generatie.

DINSDAG IN WEEK 13 DOOR HET JAAR

Uit het boek Genesis 19, 15-29

Abraham vond geen tien rechtvaardigen in Sodom en Gomorra, alleen Lot en zijn familie. Daarom werden deze gered terwijl de steden met zwavel en vuur werden verwoest. De tussenkomst van Abraham toont aan hoe machtig de voorspraak is van een rechtvaardige bij God.

Zodra het licht begon te worden zetten de engelen Lot aan tot spoed: ‘Vlug, ga hier weg met uw vrouw en uw twee dochters, anders komt u om en wordt u het slachtoffer van de misdrijven die in deze stad zijn begaan.’
Toen Lot aarzelde, grepen de mannen hem en zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, omdat de Heer hem wilde sparen, en ze trokken hem mee de stad uit. Pas buiten de stad bleven ze staan.
Toen zei een van hen: ‘Vlucht, uw leven is in gevaar! Kijk niet om en sta nergens in de vallei stil. Vlucht de bergen in, anders komt u om.’
Maar Lot antwoordde: ‘Nee, dat niet, mijn Heer! U hebt het beste met uw dienaar voor, U bewijst mij een grote weldaad door mij in leven te laten. Maar ik kan onmogelijk naar de bergen ontkomen, het onheil zou mij inhalen en ik zou alsnog sterven. Dat stadje daar is dichtbij, dat zou ik kunnen halen. Geef mij de kans om daarheen te vluchten, dat zou mijn redding kunnen zijn; het is maar een onbeduidend stadje.’
Hij kreeg ten antwoord: ‘Ook in dit opzicht zal Ik u ter wille zijn: het stadje dat u bedoelt zal Ik niet wegvagen. Vlucht daarheen en haast u, want tot u daar aangekomen bent kan Ik niets doen.’
Zo kreeg die stad de naam Soar.
De zon was al opgegaan toen Lot in Soar aankwam. Toen liet de Heer uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom en Gomorra en Hij vernietigde die steden en de hele vallei, met de inwoners van al de steden en met alles wat er op het land groeide. De vrouw van Lot, die achter hem liep, keek om en veranderde in een zuil van zout.
‘s Morgens vroeg ging Abraham naar de plaats waar hij bij de Heer had gestaan. Toen hij uitkeek over Sodom en Gomorra en over de hele vallei, zag hij dikke rookwolken van het land opstijgen als uit een smeltoven. Toen God de steden wegvaagde waar Lot had gewoond, liet Hij Lot aan de ondergang ontkomen. Zo hield God, toen Hij de steden in de vallei verwoestte, rekening met Abraham.

 

Psalm 26, 2-3 + 9-12

Refr.: Heer, uw liefde staat mij voor ogen.

Doorgrond mij, Heer, en ken mij,
peil mijn hart en mijn nieren, eetbarebloemen04
want uw liefde staat mij voor ogen
en ik bewandel de weg van uw waarheid.

Verwerp mij niet met de zondaars,
met mensen die bloed vergieten.
Aan hun vingers kleeft onrecht,
hun handen zijn met smeergeld gevuld.

Maar ik ga mijn weg zonder dwalen.
Verlos mij en wees mij genadig.
Mijn voeten staan op effen grond,
waar uw volk bijeen is, wil ik U prijzen, Heer.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 23-27

De geleidelijke onthulling van Jezus’ persoon en bedoelingen had zijn redenen. Want anders zouden de mensen Hem verkeerd hebben verstaan. De wonderen die Hij verrichtte, hier het stillen van de storm, hielpen mee om het gelovig verstaan van de leerlingen te helpen oriënteren in de juiste richting.

Jezus stapte in de boot en zijn leerlingen volgden Hem.
Plotseling begon het meer enorm te kolken, zodat de boot bijna door de golven werd verzwolgen. Maar Jezus sliep.
Ze maakten Hem wakker en riepen: ‘Heer, red ons toch, we vergaan!’
Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen?’
Toen stond Hij op en sprak de wind en het water bestraffend toe, en het meer kwam geheel tot rust.
De mensen zeiden vol verbazing: ‘Wat is dit toch voor iemand, dat zelfs de wind en het water Hem gehoorzamen?’

Van Woord naar leven

Eigenlijk komt het erop neer dat Jezus ons volwassen wil maken in het geloof. Geef geloof gebaseerd op emoties of sferen, maar een puur geloof, een naakt geloof, een geloof van het hart, een geloof dat geen uiterlijke tekenen nodig heeft maar een geloof dat voldoende heeft aan het weten dat God er is, altijd en overal.

Volwassen geloof is een soort ‘bidden zonder ophouden’, een voortdurend vertoeven in Hem, bewust of onbewust, bij licht en donker, in woestijn of oase, bij dorst of verzadiging. Het gaat om een geloof dat in de vanzelfsprekendheid leeft dat men liefheeft vanuit God die in je woont en die de schepper is van uw liefde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,images
wil ons opvoeden doorheen de stormen van ons leven, opdat ons vertrouwen in U mag groeien, gelovend beseffend dat Gij ons leidt, en ons brengen wil in uw Drie-ene Liefde. Kom heilige Geest. Amen.