Lezingen van de dag – dinsdag 31 januari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Johannes (Don) Bosco († 1888)

Johannes (ook Don) Bosco, Turijn, Italië; stichter

Hij werd op 16 augustus 1815 vlakbij Turijn geboren in het Noord-Italiaanse stadje Castelnuovo d’Asti (nu: Castelnuovo Don Bosco). Voor zijn tijd had hij bijzondere opvattingen over zending en apostolaat. Hij maakte gebruik van alle menselijke middelen om het hart van anderen open te maken voor het evangelie. Hij kon goochelen, was acrobaat en atleet: voor een priester destijds bepaald ongewone eigenschappen. Maar hij was ervan overtuigd, dat de kerk van zijn dagen zich teveel richtte tot het verstand van de mensen en te weinig tot het hart.

Vanaf zijn priesterwijding in 1841 werkte hij in de achterbuurten van Turijn. Hij ontpopte zich als een geniaal pedagoog, wist door zijn onvermoeibare hartelijkheid en optimisme jongens aan zich te binden, maakte ze vertrouwd met de waarde van het evangelie en stichtte een plaatselijk bibliotheek, die uit zou groeien tot de Italiaanse jeugdbibliotheek. Hij schreef in die tijd een boek, getiteld ‘De verstandige jongen’. Het haalde tijdens zijn leven alleen al in Italië een oplage van ruim zes miljoen exemplaren. Hij zet daarin o.a. uiteen dat het in de opvoeding beter is fouten te voorkomen en het goede opvallend te belonen dan te straffen. Het maakte hem tot een van de belangrijkste katholieke pedagogen uit de 19de eeuw. In zijn gebed liet hij zich vooral inspireren door Sint Franciscus van Sales († 1622; feest 24 januari).

Om nog meer tot uitdrukking te brengen dat de zorg voor de jeugd een uitdrukking was van Gods zorg voor de mensen, stichtte hij voor mannen de Congregatie der Salesianen (1859) en voor vrouwen de Dochters van Maria (1872). Na een liefdevol leven vol inspanning, waarbij hij veel tegenwerking had moeten overwinnen en had moeten oproeien tegen allerhande vormen van onbegrip in de eigen kerk, stierf hij op 72-jarige leeftijd. Hij kreeg de eretitel mee van ‘koning van de straatjongens en apostel van de verwaarloosde jeugd’. Naar hem zijn de Don-Boscohuizen voor jongeren genoemd.

Met Sint Jozef-Benedictus Cottolengo († 1842; feest 30 april), zijn biechtvader Sint Jozef Cafasso († 1860; feest 23 juni) en Sint Leonardus Murialdo († 1900; feest 30 mei) vormt hij de zogeheten ‘Turijnse vier-ster’. Hij rust in de kerk van de salesianen in Turijn.

In 1934 werd hij heilig verklaard.

Hij is patroon van Castelnuovo Don Bosco; daarnaast van circusartiesten, dansers, leerjongens, schooljongens, jeugd en jongeren in het algemeen, van jeugdzielzorgers en jongerenpastores en (katholieke) uitgevers.

dinsdag in week 4 door het jaar


Uit de brief aan de Hebreeën 12, 1-4

In een sportieve taal worden wij uitgenodigd Jezus te volgen. Hij is onze oefenmeester in de wedloop van het christelijk leven. Hij moedigt onze prestaties aan. Zoals in een aflossingswedstrijd geven wij de vlag van het geloof door aan anderen. Het is een lange afstandsloop waar doorzettingsvermogen wordt gevraagd tot bloedens toe. Christus is ook daarin ons voorbeeld. Met Hem voor ogen zullen we nooit de moed opgeven.

Broeders en zusters,
nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij de last van de zonde, waarin we steeds weer verstrikt raken, van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt.
Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, liet Hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God.
Laat tot u doordringen hoe Hij standhield toen de zondaars zich zo tegen Hem verzetten, opdat u niet de moed verliest en het opgeeft.
U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet.

 

Psalm 22, 26 + 27 + 28 + 30 + 31 + 32

Refr.: Hij is een God van daden.

Van U komt mijn lofzang in de kring van het volk,
mijn geloften los ik in bij wie U vrezen.
De vernederden zullen eten en worden verzadigd.
Zij die hem zoeken, brengen lof aan de Heer.
Voor altijd mogen jullie leven !

Overal, tot aan de einden der aarde,
zal men de Heer gedenken en zich tot Hem wenden.
Voor U zullen zich buigen alle stammen en volken.
Wie op aarde in overvloed leven,
zullen aanzitten en zich voor Hem buigen.
Ook zullen voor Hem knielen
wie in het graf zijn neergedaald,
wie hun leven niet konden behouden.

Een nieuw geslacht zal Hem dienen
en aan de kinderen vertellen van de Heer.
Aan het volk dat nog geboren moet worden
zal het van zijn gerechtigheid verhalen:
Hij is een God van daden.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 5, 21-43

De twee wonderverhalen die de evangelist hier geeft hebben dezelfde draagwijdte: het heil wordt verworven door het geloof. Als alle menselijke middelen falen, wenden Jaïrus en de zieke vrouw zich tot een geneesheer die niet is zoals de anderen. Christus heeft de macht van zijn verrijzenis nog niet ontvangen. Maar de kracht die nu reeds van Hem uitgaat, kondigt het heil aan voor allen die in Hem geloven.

Toen Jezus weer met de boot was overgestoken, verzamelde er zich een grote menigte bij Hem, en Hij bleef aan het meer.
Een van de leiders van de synagoge, die Jaïrus heette, kwam naar Hem toe, en toen hij Jezus zag viel hij aan zijn voeten neer. Hij smeekte hem dringend: ‘Mijn dochter ligt op sterven; kom haar de handen opleggen om haar te redden en te zorgen dat ze in leven blijft.’
Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem en verdrong zich om Hem heen.

Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan. Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn bovenkleed van achteren aan, want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik al gered worden. En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze voorgoed van de kwaal genezen was.
Op hetzelfde ogenblik werd Jezus zich ervan bewust dat er kracht uit Hem was weggestroomd. Midden in de menigte draaide Hij zich om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’
Zijn leerlingen zeiden tegen hem: ‘U ziet dat de menigte zich om U verdringt en dan vraagt U: “Wie heeft mij aangeraakt?”’
Maar hij keek om zich heen om te zien wie het gedaan had.
De vrouw, die bang was geworden en stond te trillen omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar Hem toe en viel voor Hem neer en vertelde Hem de hele waarheid.
Toen zei Hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede en wees genezen van uw kwaal.’

Nog voor Hij uitgesproken was, kwamen enkele mensen tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’
Maar Jezus hoorde dat en zei tegen de leider van de synagoge: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’
Hij stond niemand toe om met Hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
Ze kwamen bij het huis van de leider van de synagoge en zagen daar een groep mensen die luid stonden te huilen en te weeklagen.
Hij ging naar binnen en zei tegen hen: ‘Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’
Ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde hen allemaal naar buiten en ging met de vader en moeder van het kind en de leerlingen die bij Hem waren de kamer van het kind binnen. Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talita koem!‘ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, ik zeg je, sta op!’
Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Ze was twaalf jaar. Iedereen was met stomheid geslagen.
Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen, en zei dat ze haar te eten moesten geven.

Van Woord naar leven

In het evangelie van vandaag twee genezingsverhalen. Ik wil er graag twee verzen uit halen. Ze komen uit de tweede genezing.
Jezus pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: “Talita koem!” In onze taal betekent dat: “Meisje, ik zeg je, sta op!” Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen.

Talita koem… Meisje, ik zeg je, sta op… Prachtige woorden.
Ik zou hier kunnen schrijven over de noodzaak van het innerlijk opstaan uit onze zonde (wat op zich zinvol zou kunnen zijn), maar ik wil graag de woorden van de Heer heel letterlijk benaderen, en ze zo proberen van binnenuit te verstaan.
Ik wil namelijk met u nadenken over ons letterlijk ‘opstaan’ uit ons bed.

’s Morgens opstaan doen we allen dagelijks. Voor velen van ons helpt de wekker om op tijd op te staan. Of de klein mannen helpen je een handje …, voor kloosterlingen is dat misschien een bel, weer anderen hebben een zekere uitslaap nodig.  Hoe dan ook, de hamvraag is: hoe staan we op…
Wel, ik wil je tot iets uitnodigen. Tracht vanaf morgen de woorden van de Heer tot het meisje indachtig te zijn, maar nu tot u gesproken: ‘Ik zeg je, sta op’.

Het is de Heer die deze woorden zegt. Hij roept je. Hij vraagt je ‘op te staan’, letterlijk, maar ook innerlijk. Hij vraagt je uit je bed te komen en vrijwel onmiddellijk (vanuit het letterlijke opstaan) te treden in zijn opstanding, om vanuit zijn paasgenade de dag in te gaan. De zucht van het vroege opstaan zal er waarschijnlijk zijn (ach, een mens mag al een zuchten) maar laten we, ondanks het zuchten, ons ervan bewust zijn dat de Heer naast ons lichaam ook onze ziel komt wekken, met de vraag: ‘Mag Ik vandaag jouw Gast zijn?’.

En inderdaad, mag Hij onze Gast zijn; onze hemelse Gast… Degene die ons – trekkend in zijn ja-woord tot de Vader – tot beeld wil maken van Gods liefde.

Opstaan heeft met opstanding te maken, letterlijk recht komen, je handen en je hart geopend voor de Schepper, dankbaar om wat Hij geeft: de mensen, de natuur, het lot, de mogelijkheid lief te hebben, liefde te krijgen, enz…

Beatrijs van Nazareth schreef het volgende: ‘Het gebeurt soms dat de liefde geleidelijk in de ziel wordt wakker geroepen, zich blij verheft en in het hart in beweging geraakt zonder enig toedoen van menselijk handelen. Dan wordt het hart zo ten diepste door de liefde bewogen, zo onweerstaanbaar meegetrokken, zo hevig door liefde overweldigd en liefdevol omhelsd, dat het geheel en al in de ban van de liefde komt.’
Moge dit ‘wonder’ gebeuren ’s morgens bij het opstaan, bij ieder van ons.

Talita koem… Ik zeg je, sta op. Dat deze woorden ons iedere ochtend innerlijk in diepe beroering mogen brengen; een beweging van binnenuit die ons meteen in een innige geest van gebed plaatst.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
spreek ook tot ons die zalige woorden Talita koem … Ik zeg je, sta op. Moge heel ons zijn inderdaad opstaan in U, om, opgenomen door U, beeld te worden van de liefde en de vrede van de Vader.
Oh Heer, neem ons bij de hand als we niet meer kunnen, trek ons recht, geef ons leven, geef ons U. Maak van ons paasmensen voor de mensen rondom ons.
Amen. Ja, amen.