Lezingen van de dag – dinsdag 4 april 2017


Heilige (of feest) van de dag

Benedictus de Moor († 1589)

Benedictus de Moor (ook van Palermo, van San-Filadelfo of de Zwarte) ofm.obs., Palermo, Sicilië, Italië; kluizenaar

Benedictus werd rond het jaar 1526 geboren in het dorpje San-Filadelfo (= tegenwoordig het waarschijnlijk naar hem genoemde plaatsje San-Fratello) op het Italiaanse eiland Sicilië. Zijn ouders waren christen: zijn vader heette Christoforus Manassère en zijn moeder Diane Lercan; ze waren slaven, afkomstig uit Ethiopië. Vandaar de bijnaam van Benedictus: ‘de Moor’ of ‘de Zwarte’. Om te vermijden dat hun kinderen in slavernij geboren zouden worden, leefden zij samen als broer en zus. Maar toen hun meester beloofde, dat hij hun eerste kind de vrijheid zou geven, werd Benedictus geboren. Zij gaven hem een diep christelijke opvoeding mee.

Van enige scholing was geen sprake, want al vroeg moest hij de schapen hoeden, die aan de zorgen van zijn vader waren toevertrouwd. Op het veld bracht hij vele uren in gebed door. Juist omdat hij geen enekele menselijke kennis bezat, ging hij in de grootste eenvoud om met God. Voldoende reden voor zijn leeftijdgenootjes om hem vreemd te vinden en dat door allerlei pesterijtjes flink te laten merken. Op zulke momenten trok hij zich nog meer terug in de eenzaamheid, want die was hem het liefste.

Toen hij voldoende verdiensten bij elkaar had gespaard, wilde hij een eigen bestaan opbouwen. Hij kost een span ossen en was gelukkig met zijn dagelijks werk. Zo was hij intussen eenentwintig geworden.

In de omgeving van San-Filadelfo woonde een eenzame kluizenaar, Gerolamo Lanza. Aanvankelijk was hij getrouwd geweest. Maar met toestemming van zijn vrouw had hij alle overbodige goederen verkocht en was in de eenzaamheid gaan wonen om het leven van de woestijnvaders na te volgen. Op een dag had hij gezien hoe de zwarte Benedictus werd getreiterd door zijn dorpsgenoten. Hij was hem gaan opzoeken in zijn hutje en had eenvoudig gevraagd:
“Wat doe jij hier nog, Benedictus? Verkoop je ossen en kom bij mij in de eenzaamheid wonen.”
Het was voor Benedictus alsof deze uitnodiging van God zelf kwam. Hij verkocht zijn beesten met pijn in het hart, want hij had er zo zuinig voor gespaard en zij waren een stuk van zijn leven geworden. De opbrengst ervan gaf hij weg aan de armen. Vanaf dat moment wijdde hij zich vol overgave toe aan Christus. Getweeën leidden de heilige mannen hun leven van boete, versterving en gebed. Zij kleedden zich in lompen; ze aten één keer per dag wat kruiden en dronken niets anders dan water. De plek waar zij woonden stond bekend als Santa-Dominga. Spoedig kwamen er andere jongemannen uit de omgeving die zich bij Benedictus aansloten. Ze leefden als kluizenaar en observanten volgens de regel van Sint Franciscus. De mensen stroomden toe om raad en troost. Dat werd tenslotte zo erg, dat ze zich genoodzaakt zagen zich nog verder in de eenzaamheid terug te trekken. Eerst vestigden zij zich bij het dorpje Nazzara en acht jaar later in het ijzig koude Mancusa, hoog op de berg. Zij deelden daar de grotten met de wolven. Maar toen Benedictus eens een wonder had verricht, werd de toeloop van troost- en sensatiezoekers zo groot, dat ze nogmaals verder moesten trekken.

Vanaf dat moment woonden ze op de Monte Pellegrino nog geen mijl verwijderd van de stad Palermo. Van rotsblokken bouwden ze er armzalige hutten als woninkjes. Maar voor een kapel hadden ze de middelen niet. De onderkoning van Sicilië kwam hun te hulp. Hij bouwde niet alleen een kapel, maar liet ook een waterreservoir aanleggen.

Benedictus is ook nog enige tijd gardiaan geweest. Dat duurde tot 1562. Toen gaf paus Pius IV het verlangen te kennen dat zij zich officieel zouden aansluiten bij de Orde van de Franciscanen. Zo kwam Benedictus achtereenvolgens in verschillende kloosters terecht. Tenslotte bleef hij wonen in het Mariaklooster vlakbij Palermo. Daar maakte men hem keukenbroeder. Hij vervulde die functie in de grootste eenvoud. Er doen over hem verschillende verhalen de ronde.

Eens was al het eten op in het klooster. Omdat het buiten flink sneeuwde, was het onmogelijk om uit bedelen te gaan. Benedictus zei tot de broeder die hem hielp in de keuken, dat ze alle voorraadkruiken vol sneeuwwater moesten doen. Vervolgens keerden zij zich in tot gebed. De hele nacht. Bij het krieken van de dag bleek, dat de kruiken vol zaten met levende vissen. Genoeg voor de hele gemeenschap om een aantal dagen van te leven.

Een ander verhaal vertelt, dat hij op een kerstfeest zo in zijn gebed verzonken was geraakt, dat het eten koken er helemaal bij was ingeschoten. En dat terwijl de aartsbisschop van Palermo op het kerstdiner was uitgenodigd. Toen iedereen aan tafel ging, bleek er een overvloed aan spijzen te zijn. Niemand heeft er iets van gemerkt…

Tot zijn grote verdriet werd hij in 1578 tot gardiaan benoemd. Dat was des te pijnlijker, omdat hij altijd een eenvoudige leek was geweest. En in zijn nieuwe functie zou hij gehoorzaamheid moeten vragen van priesters. Dat ging zijn bevattingsvermogen te boven. Vandaar dat hij op uiterst delicate en bescheiden wijze leiding gaf. Bij alles wat hij van anderen vroeg, zette hij zichzelf op de laatste plaats. Geen wonder, dat zijn huisgenoten hem op handen droegen. Maar doordat hij ieder die aanbelde bij het klooster met liefde en vriendelijkheid te woord stond, was hij ook bij de bevolking in de buurt razend populair. Dat bleek, toen hij eens deel moest nemen aan een overstenvergadering in Girgenti. Met moeite wist hij door het gedrang heen te komen: ieder wilde hem aanraken; ieder wilde zijn persoonlijke zegen. Tenslotte besloot hij alleen nog ’s nachts te reizen.

Nadat zijn termijn verlopen was, maakte men hem tot plaatsvervangend overste en vervolgens novicemeester. Zijn wijsheid en kennis oogstten de grootste bewondering, en dat terwijl hijzelf niet eens lezen en schrijven kon! Uiteindelijk mocht hij terugkeren naar zijn geliefde plekje in de keuken.

In de loop van februari van het jaar 1589 werd hij ziek. Op zijn ziekbed zou hij zijn bezocht door Sint Ursula, want voor haar had hij zijn hele leven een grote devotie gehad. Hij stierf op 4 april 1589.

Na zijn dood stroomden de pelgrims naar zijn graf om – net als tijdens zijn leven – zijn voorspraak te vragen bij God in al hun noden.

Sinds 1652 is hij medepatroon van de stad Palermo.

Hij werd in 1807 heilig verklaard.

dinsdag in de vijfde week
van de vastentijd


Uit het boek Numeri 21, 4-9

De bronzen slang is een teken van Gods straffende en reddende aanwezigheid. Wie ernaar opkeek erkende Gods bevrijdende en reddende kracht in alle omstandigheden, ondanks de ontrouw van het volk.

Van de Hor trokken de Hebreeën verder in de richting van de Rode Zee; ze moesten immers om Edom heen trekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig.
‘Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte?’ verweten ze God en Mozes. ‘Om ons in de woestijn te laten sterven? We hebben geen brood en geen water, en we kunnen dit ellendige eten niet meer zien.’
Toen stuurde de Heer giftige slangen op de Israëlieten af, die hen beten, zodat velen van hen stierven.
Daarop ging het volk naar Mozes. ‘We hebben gezondigd’, zeiden ze, ‘want we hebben de Heer en u verwijten gemaakt. Bid tot de Heer dat Hij ons van die slangen verlost.’
Mozes bad voor het volk, en de Heer zei tegen hem: ‘Laat een slang maken en bevestig die op een staak. Iedereen die gebeten is en daarnaar kijkt, blijft in leven.’
Mozes liet een koperen slang maken en bevestigde die op een staak. En iedereen die door een slang gebeten was en opkeek naar de koperen slang, bleef in leven.

 

Psalm 102, 2-3

Refr.: Heer, hoor mijn gebed.

Heer, hoor mijn gebed,
laat mijn hulpkreet U bereiken.

Verberg uw gelaat niet voor mij,
nu ik in nood verkeer.

Wil naar mij luisteren,
antwoord mij haastig nu ik roep.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 8, 21-30

Jezus’ kruisdood zal velen de ogen openen en doen inzien wie Hij is en door wie Hij gezonden is.

Jezus sprak tot de Farizeeën: ‘Ik ga weg, en u zult me zoeken. Maar u zult in uw zonde sterven. Waar Ik naartoe ga, daar kunt u niet komen.’
De Joden zeiden: ‘Hij zal toch geen zelfmoord plegen, dat Hij zegt dat Hij ergens naartoe gaat waar wij niet kunnen komen?’
Jezus vervolgde: ‘U bent van beneden, Ik ben van boven; u hoort bij deze wereld, Ik hoor niet bij deze wereld. Ik heb tegen u gezegd dat u in uw zonden zult sterven, want als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u inderdaad in uw zonden sterven.’
‘Wie bent u dan?’ vroegen ze.
Jezus zei: ‘Wat Ik vanaf het begin al tegen u gezegd heb. Ik heb veel over u te zeggen, en veel in uw nadeel, maar Ik zeg tegen de wereld wat Ik gehoord heb van Hem die mij gezonden heeft, en Hij is betrouwbaar.’
De mensen begrepen niet dat Hij over de Vader sprak.
‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt’, ging Jezus verder, ‘dan zult u weten dat Ik het ben, en dat Ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft. Hij die mij gezonden heeft is bij mij; Hij heeft me niet alleen gelaten, omdat Ik altijd doe wat Hij wil.’
Toen Hij deze dingen zei, kwamen velen tot geloof in Hem.

Van Woord naar leven

Jezus sprak tot de Farizeeën: ‘Ik ga weg, en u zult me zoeken. Maar u zult in uw zonde sterven. Waar Ik naartoe ga, daar kunt u niet komen.’

Wie zich halsstarrig blijft vastklampen aan zijn eigen duisternis zal het zeer moeilijk hebben de Heer te zien en te leren kennen zoals Hij werkelijk is. Hij zet zich immers vast in z’n eigen gedachtenkronkels die hij bemint als geen ander. Niet willen loskomen van duistere praktijken (kleine en grote) kan de mens helemaal in zichzelf doen keren en steeds verder weg doen drijven van God.

Laat ons bidden om de genade van inzicht en berouw, en laten we als kinderen rennen naar de Vader, ons in zijn armen werpen, drinkend van zijn barmhartigheid. Hij wacht op ieder die slaaf is van de duisternis.

Jezus, Gods Zoon, heeft voor ons geleden, is gestorven, is begraven en op de derde dag heeft God Hem doen verrijzen. Deze weg is Hij niet enkel gegaan voor de mensen van toen, maar ook voor ons mensen in deze tijd; ja voor ieder van ons. Mogen we in deze dagen voor Pasen ons toevertrouwen aan deze weg van liefde die de Heer voor ons gegaan is; dankbaar om Hem, ons schenkend aan Hem, in ons hart iedereen meenemend die zo’n grote dorst heeft naar Gods liefde en barmhartigheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
moge deze dagen voor Pasen genadevolle dagen zijn voor ieder van ons. Moge de dagelijkse lezingen, ons persoonlijk en gemeenschappelijk gebed, de liturgie die ons in deze dagen geschonken wordt, ons losweken van welke duistere praktijk ook. Trek ons Heer in U, help ieder van ons ons ten diepste te bekeren, om met Pasen uw licht te zijn voor allen ons gegeven.
Amen.