Lezingen van de dag – dinsdag 4 juli 2017


Heilige (of feest) van de dag

Elisabeth van Portugal († 1336)

Elisabeth (ook Isabella) van Portugal, Estremoz (bij Lissabon), Portugal; koningin & stichteres

Zij werd in 1271 geboren in paleis Aljafería als dochter van koning Pedros III van Aragón en de heilige Constantia van Aragón († 1302; feest 8 april). Haar ouders vernoemden hun kind naar haar oudtante, de heilige Elisabeth van Thüringen († 1231; feest 17 november). Van jongs af aan was ze veel bezig met gelovige praktijken, zoals gebed en versterving. Op haar twaalfde huwde ze met koning Dionysius (Dinis) I van Portugal. Ze schonk hem twee kinderen: Constantia – zij zou later koningin van Castilië worden, en Alfonso, die zijn vader zou opvolgen. Haar man bleek vaak ontrouw, maar zij behandelde zijn onwettige kinderen met evenveel liefde als die van henzelf. Nooit kwam er een klacht over haar lippen jegens de talrijke maîtresses van haar man, die aan het hof gedurig voor een sfeer van stiekemdoenerij en jaloezie zorgden.

Zo was er eens een hoveling die jaloers was op de page van Elisabeth; hij genoot haar vertrouwen; ze liet hem dagelijks zonder dat anderen daar iets van hoefden te weten aalmoezen naar de mensen brengen. De jaloerse hoveling ging naar zijn heer, de koning, met de boodschap dat die page hem bedroog door intieme betrekkingen te onderhouden met zijn vrouw, hare majesteit Elisabeth. Hoe ongelooflijk het ook klinkt, maar de koning was zelf zo verdorven dat hij geloof hechtte aan deze praatjes. Hij besloot hem uit de weg te ruimen. Toen hij die dag op zijn paard uitgereden was, kwam hij langs een bakker die bij een grote over aan het werk was. Onmiddellijk steeg hij af en gebood de man: “De eerste de beste die morgenochtend namens mij naar je toekomt met de vraag of de opdracht van de koning is uitgevoerd, grijp je onmiddellijk bij de kladden en smijt je inde oven. Ik heb een appeltje met hem te schillen. Het gaat dus om de woorden: ‘Is de opdracht van de koning uitgevoerd. Begrepen?’ De volgende morgen stuuurde de koning de bewuste page naar die bakker. Maar toen de man langs een kerk kwam en bemerkte dat er een mis aan de gang was, ging hij naar binnen en woonde ook nog de volgende mis bij. Hij was nu eenmaal een vroom man en de koningin had niet voor niets juist hem tot haar vertrouweling gemaakt. Intussen wachtte de koning in het paleis vol ongeduld tot het moment dat het vonnis voltrokken moest zijn. Nu stuurde hij de verklikker erachteraan om te zien of zijn opdracht inderdaad was uitgevoerd. Zo kwam hij als eerste bij die bakker aan. En deze deed aan hem wat de koning hem had opgedragen. De booswicht kwam om in de vlammen.

Elisabeth was een voorbeeldig koningin. Ze ijverde veel voor de verbreiding van de christelijke geest en cultuur. Zo stichtte ze een gasthuis en een opvangcentrum voor vondelingen. In het politieke leven trad ze nooit uit de schaduw van haar man, tenzij hij daar uitdrukkelijk om vroeg. Onophoudelijk probeerde ze in zijn omgeving op zijn goede kanten te wijzen, zodat de mensen hem zouden beminnen. Ze bemiddelde tijdens de gewapende strijd tussen hem en hun zoon Alfons, die al bezig was een leger tegen zijn vader te verzamelen. Maar achterbakse vertrouwelingen van de koning deden hem geloven, dat zij onder één hoedje speelde met haar zoon en in het conflict tegen hem, de koning, had gekozen. Om van alle gezeur en twijfel af te zijn, liet hij haar verbannen naar Alanquer, een ver afgelegen burcht. Dat maakte, dat zij zich nog meer toelegde op boete en gebed. Uiteindelijk werden haar gebeden verhoord: vader en zoon verzoenden zich met elkaar. Daardoor kon zij weer op het paleis terugkeren. Zelf had zij de hand in de verzoening tussen koning Ferdinand IV van Castilië en diens mededinger naar de kroon, Alfonso de la Cerda. Op dezelfde manier bracht zij weer eenheid tot stand tussen haar broer Jakob van Aragon en haar schoonzoon de koning van Castilië.

Toen zij op 6 januari 1325 weduwe was geworden, besteedde ze de erfenis aan nog meer nieuwe vestigingen van christelijke deugd en naastenliefde, en tenslotte trok ze zich terug in het clarissenklooster te Coimbra dat ze zelf had gesticht.

Ze stierf uiteindelijk in Estremoz tijdens de zoveelste verzoeningspoging, nu tussen haar zoon, Alfonso IX van Castilië, en diens zoon, koning Alfonso IV van Portugal. Ze slaagde, maar de inspanningen waren teveel geweest. Ze werd ernstig ziek. Op een goed moment zei Elisabeth tegen haar schoondochter, die bij haar was blijven waken: “Wees zo vriendelijk om even een zetel te halen voor de edele vrouwe die ons komt bezoeken.” Dat was Moeder Maria die haar kwam halen. Ze werd begraven te Coimbra. Haar relieken rusten er in de Santa-Clara-kerk.

Ze werd in 1625 door paus Urbanus VIII († 1644) heilig verklaard.

Haar feest wordt in Coimbra uitbundig gevierd als ‘Festas da Rainha Santa’ (feest van de heilige koningin).

Ze is patrones van Portugal, Coimbra, Estremoz en Zaragoza; daarnaast van bruiden en echtgenotes, vooral van ontrouwe mannen; ze wordt aangeroepen bij jaloezie en huwelijksproblemen, in oorlogstijd en bij oorlogsleed (omdat ze een veldslag tussen haar man en haar zoon verhinderde).

Ze wordt afgebeeld als claris met beide handen een kruisbeeld; onder haar linkerarm houdt ze een boek geklemd; haar kroon afgelegd en rozen bij zich, vaak in haar schoot; aalmoezen uitdelend.

Bron: Heiligen.net

dinsdag in week 13 door het jaar


Uit het boek Genesis 19, 15-29

Abraham vond geen tien rechtvaardigen in Sodom en Gomorra, alleen Lot en zijn familie. Daarom werden deze gered terwijl de steden met zwavel en vuur werden verwoest. De tussenkomst van Abraham toont aan hoe machtig de voorspraak is van een rechtvaardige bij God.

Zodra het licht begon te worden zetten de engelen Lot aan tot spoed: ‘Vlug, ga hier weg met uw vrouw en uw twee dochters, anders komt u om en wordt u het slachtoffer van de misdrijven die in deze stad zijn begaan.’
Toen Lot aarzelde, grepen de mannen hem en zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, omdat de Heer hem wilde sparen, en ze trokken hem mee de stad uit. Pas buiten de stad bleven ze staan.
Toen zei een van hen: ‘Vlucht, uw leven is in gevaar! Kijk niet om en sta nergens in de vallei stil. Vlucht de bergen in, anders komt u om.’
Maar Lot antwoordde: ‘Nee, dat niet, mijn Heer! U hebt het beste met uw dienaar voor, U bewijst mij een grote weldaad door mij in leven te laten. Maar ik kan onmogelijk naar de bergen ontkomen, het onheil zou mij inhalen en ik zou alsnog sterven. Dat stadje daar is dichtbij, dat zou ik kunnen halen. Geef mij de kans om daarheen te vluchten, dat zou mijn redding kunnen zijn; het is maar een onbeduidend stadje.’
Hij kreeg ten antwoord: ‘Ook in dit opzicht zal Ik u ter wille zijn: het stadje dat u bedoelt zal Ik niet wegvagen. Vlucht daarheen en haast u, want tot u daar aangekomen bent kan Ik niets doen.’
Zo kreeg die stad de naam Soar.
De zon was al opgegaan toen Lot in Soar aankwam. Toen liet de Heer uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom en Gomorra en Hij vernietigde die steden en de hele vallei, met de inwoners van al de steden en met alles wat er op het land groeide. De vrouw van Lot, die achter hem liep, keek om en veranderde in een zuil van zout.
‘s Morgens vroeg ging Abraham naar de plaats waar hij bij de Heer had gestaan. Toen hij uitkeek over Sodom en Gomorra en over de hele vallei, zag hij dikke rookwolken van het land opstijgen als uit een smeltoven. Toen God de steden wegvaagde waar Lot had gewoond, liet Hij Lot aan de ondergang ontkomen. Zo hield God, toen Hij de steden in de vallei verwoestte, rekening met Abraham.

 

Psalm 26, 2-3 + 9-12

Refr.: Heer, uw liefde staat mij voor ogen.

Doorgrond mij, Heer, en ken mij,
peil mijn hart en mijn nieren,
want uw liefde staat mij voor ogen
en ik bewandel de weg van uw waarheid.

Verwerp mij niet met de zondaars,
met mensen die bloed vergieten.
Aan hun vingers kleeft onrecht,
hun handen zijn met smeergeld gevuld.

Maar ik ga mijn weg zonder dwalen.
Verlos mij en wees mij genadig.
Mijn voeten staan op effen grond,
waar uw volk bijeen is, wil ik U prijzen, Heer.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 23-27

De geleidelijke onthulling van Jezus’ persoon en bedoelingen had zijn redenen. Want anders zouden de mensen Hem verkeerd hebben verstaan. De wonderen die Hij verrichtte, hier het stillen van de storm, hielpen mee om het gelovig verstaan van de leerlingen te helpen oriënteren in de juiste richting.

Jezus stapte in de boot en zijn leerlingen volgden Hem.
Plotseling begon het meer enorm te kolken, zodat de boot bijna door de golven werd verzwolgen. Maar Jezus sliep.
Ze maakten Hem wakker en riepen: ‘Heer, red ons toch, we vergaan!’
Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen?’
Toen stond Hij op en sprak de wind en het water bestraffend toe, en het meer kwam geheel tot rust.
De mensen zeiden vol verbazing: ‘Wat is dit toch voor iemand, dat zelfs de wind en het water Hem gehoorzamen?’

Van Woord naar leven

Het evangelie van vandaag roept op ons op gelovig te zijn. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar dat is niet altijd zo. We geloven wel, maar dikwijls kinderlijk, nog niet volwassen. Doorheen de stormen van ons leven wil God ons sterken in het geloof; volwassen. Geef geloof gebaseerd op emoties of sferen, maar een puur geloof, een naakt geloof, een geloof van het hart, een geloof dat geen uiterlijke tekenen nodig heeft maar een geloof dat voldoende heeft aan het weten dat God er is, altijd en overal. Het is een soort ‘bidden zonder ophouden’, een voortdurend vertoeven in Hem, bewust of onbewust, bij licht en donker, in woestijn of oase, bij dorst of verzadiging.

Het gaat om een geloof dat in de vanzelfsprekendheid leeft dat men liefheeft vanuit God die in je woont en die de schepper is van uw liefhebben.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
leer ons op U te vertrouwen,
Gij die ons bewoont,
Gij die ons genadig zijt.
Maak ons volwassen in geloof,
niet altijd op U roepend,
maar ons rustig leggend in U,
vertrouwend en gelovend
dat God de schepper is
van ons leven in U.
Kom heilige Geest.
Amen.