Lezingen van de dag – dinsdag 4 oktober 2016


Heilige (of feest) van de dag

Franciscus van Assisi († 1226)frans

Franciscus van Assisi, Italië; diaken, stichter & mysticus

Foto Franciscus: Henk van de Wal

Hij werd in 1182 geboren in Assisi, een plaatsje in de Italiaanse landstreek Umbrië, als zoon van de rijke lakenkoopman Pietro Bernardone. Eigenlijk heette hij Giovanni. Maar omdat vader graag pronkte met zijn successen en op het moment van Giovanni’s geboorte in Frankrijk verbleef, noemde hij zijn zoon sindsdien Francesco, ‘Fransmannetje’. De jongen kreeg de opvoeding die bij zijn status paste. Het maakte hem tot een zelfverzekerde jongeman, vriendelijk in de omgang, vrolijk, in alle takken van sport de beste, gezien bij de meisjes en vrijgevig met geld. Hij droomde ervan ridder te worden. Door gevangenschap en ziekte raakte hij echter in een crisis. Zijn vrienden bleven weg. Heel snel was men hem vergeten. Het werd hem duidelijk dat hij beter kon vertrouwen op God dan op mensen.

De verhalen vertellen dat stemmen hem zeiden de kerk weer op te bouwen. Hij meende dat het ging om een vervallen kerkje in de omgeving van Assisi, de San Damiano. Dat knapte hij op met het geld dat hij verdiende door in de kelder opgeslagen stoffen van zijn vader te verkopen. Deze had hem daar geen toestemming voor gegeven en zag zijn beoogde winsten opgaan aan een zinloze, geld verslindende onderneming. Hij was woedend en sloot hem op. Maar eenmaal vrij ging Franciscus gewoon door. Nu sleepte vader zijn zoon voor de rechter; die verwees de zaak door naar de bisschop. Omstuwd door de hele plaatselijke bevolking klaagde vader zijn zoon aan bij de bisschop en eiste al het geld van zijn zoon terug. Daarop gespte Franciscus voor het oog van alle aanwezigen zijn beurs los en wierp die zijn vader voor de voeten. Vervolgens kleedde hij zich uit tot op het naakte lijf en gooide kledingstuk voor kledingstuk voor zijn vader neer. Nu kwam de bisschop achter de jongeman staan en sloeg zijn mantel om hem heen. Vanaf dat moment was het voor iedereen duidelijk, dat Franciscus voortaan niet meer bij zijn vader hoorde, maar bij de Kerk van Christus (1206).

Hij nam zijn intrek in het kloostertje bij de San-Damianokerk. Daar leidde hij het leven van een kluizenaar. Hij kreeg de bijnaam ‘Il Poverello’ (‘armoedzaaiertje’) en verlangde er alleen nog naar een huwelijk aan te gaan met Vrouwe Armoede. Hij bedelde zijn voedsel bij elkaar. De eerste keer moest hij kokhalzen toen hij al die restjes en kliekjes zo op elkaar zag liggen. Maar hij wende er gauw aan. Wat hij nog bezat gaf hij weg aan armen en zwervers.
Na twee jaar begon hij in de omtrek te preken. Zijn boodschap was liefde: liefde voor de Schepper, voor mens, dier en plant. Hij noemde alle schepselen zijn broeders en zusters.
Al heel spoedig sloten zich wat volgelingen bij hem aan. Ze betrokken een huis, Portiuncula en noemden dat hun klooster. Franciscus schreef een heuse regel, die in 1217 door paus Honorius III († 1227) werd goedgekeurd. Nu waren ze een kloosterorde. Ze noemden zich ‘Minderbroeders’ (Fratres Minores). In korte tijd breidden zij zich uit over heel Italië, Spanje en Frankrijk.

Reeds in 1212 had zich de edele jonkvrouwe uit Assisi, Clara Scifi († 1253; feest 11 augustus), bij hem aangesloten. Naar diens voorbeeld had ze met thuis gebroken en wist ze aan de greep van haar familie te ontsnappen. Net als Franciscus huwde ze met Vrouwe Armoede en liet zich door hem het kloosterhabijt aantrekken. Zo werden zij samen de stichters van de naar haar genoemde kloosterorde der clarissen. De vrouwen leefden geheel volgens de regel die Franciscus had geschreven. Zowel de mannen als de vrouwen werden gekenmerkt door eenvoud, vrolijkheid, armoede en eerbied jegens alle schepselen.

Reeds twee jaar na zijn dood werd Franciscus heilig verklaard. Op zijn graf in Assisi werd de San-Francescokerk gebouwd (1228-1253). Ze werd fantastisch versierd met afbeeldingen uit zijn leven door de beste Italiaanse kunstenaars van die tijd. Hoe mooi en kunstzinnig ook, eigenlijk was dit alles in tegenspraak met zijn geest van eenvoud.
De talrijke anekdotes die er over zijn leven de ronde deden, werden verzameld in het boekje ‘Fioretti’ (‘Bloempjes van Franciscus’). Zijn medebroeder Thomas van Celano schreef twee levensbeschrijvingen.
Hij is hoofdpatroon van Italië; daarnaast van de kerkelijke Staat en de landstreek Umbrië en van de Italiaanse steden Assisi, Bologna, Borgo Val di Taro, Castiglione, Ferrara, Gubbio, Livorno, Mantua, Modena, Palermo, Pesaro, Piacenza, Urbino.

In Zwitserland van het bisdom Basel en in de Verenigde Staten van San Francisco (Californië) en Santa Fe (New Mexico; oorspronkelijk La Villa Real de la Sante Fe de San Francis de Asis).
Verder is hij patroon van de franciscanen, van de armen, van de Katholieke Actie en van de sociale arbeid; van kooplieden, lakenhandelaren, vlashandelaren, kleermakers en wevers; van behanghandelaren en correspondenten in vreemde talen.

Toen in 1931 een geschikte datum werd gezocht voor werelddierendag, koos men voor zijn feestdag, 4 oktober. Sinds 1979 is hij ook patroon van het milieu, van milieubeschermers en ecologen. Zo is hij ook patroon van vogels en andere dieren.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijn en de pest.

Hij wordt afgebeeld in het kleed van zijn orde (bruine pij met wit koord; in het afhangende gedeelte van het koord zijn drie knopen gelegd; bruine capuce, rond en stijf met kraagvormige schoudermantel; sandalen). Verder is hij altijd te herkennen aan Christus’ wonden in handen en voeten. Vaak heeft hij een kruis, een boek en een doodskop (teken dat alles op deze wereld voorbijgaat en dat men zich dus consequent op het hiernamaals richt). Soms ziet men hem afgebeeld in gebed, de armen gespreid; vaak krijgt hij vanuit de hemel door een cherubs (rood gekleurde zesvleugelige engel) Christus’ wondetekenen toegestuurd.

Bron: Heiligen.net

dinsdag in week 27 door het jaarbijbel


Uit de brief van Paulus aan de Galaten 1, 13-24

Paulus verantwoordt zijn apostolaat. Het is alleen gesteund op een persoonlijk initiatief van God. Eerst later maakt de apostel kennis met Petrus en Jakobus en kan hij zijn prediking met die van hen vergelijken.

Broeders en zusters,
u hebt gehoord hoe ik vroeger volgens de Joodse godsdienst leefde, dat ik de gemeente van God fanatiek vervolgde en haar probeerde uit te roeien. Ik leefde de Joodse wetten heel wat strikter na dan velen van mijn generatie en zette mij vol overgave in voor de tradities van ons voorgeslacht.
Maar toen besloot God, die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen, zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus. Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.
God is mijn getuige dat ik u de waarheid schrijf. Daarna ging ik naar het kustgebied van Syrië en van Cilicië. De christengemeenten in Judea hadden mij nog nooit ontmoet, maar iedereen had over mij horen vertellen: ‘De man die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij toen probeerde uit te roeien.’ En zij prezen God om mij.

 

Psalm 139, 1-3 + 13-14

Refr.: Heer, U doorgrondt mij.

Heer, U kent mij, U doorgrondt mij,
U weet het als ik zit of sta, Drieeenheid_2
U doorziet van verre mijn gedachten.

Ga ik op weg of rust ik uit,
U merkt het op,
met al mijn wegen bent U vertrouwd.

U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan.

Wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt.
Ik weet het,
tot in het diepst van mijn ziel.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 38-42

Marta loopt verloren in duizend zorgen van bijkomstige aard. Maria is een voorbeeld van zuivere aandacht voor het Woord. Jezus herinnert Marta dat niet alles evenveel waarde heeft; eerst komt het Rijk van God.

Toen ze verder trokken ging Jezus een dorp in, waar Hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette.
Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten.
Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het U niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’
De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Van Woord naar leven

Jezus wil geen verdeeldheid brengen in het huishouden van Maria en Marta. Integendeel, Hij laat aanvoelen hoe hun huis een echte thuis kan worden. Werken en bezig zijn is noodzakelijk, koken en bedienen is goed, maar alleen daarmee hou je een gezin of relaties niet in stand. Het is niet eens het belangrijkste deel. Tijd en aandacht hebben voor elkaar, luisteren naar elkaars woorden en noden, ruimte scheppen voor elkaars persoon, is niet alleen het hoofdgerecht aan de tafels van mensen, maar ook aan de tafel van de Heer, ook dus in de relatie tussen God en de mens. Dat is de gist in het brood van het leven, dat is het zout in de soep, in het voedsel van ons dagelijks leven met elkaar en van onze omgang als mens mét God.

De overweging van vandaag is ontleend aan ‘Bezinningen bij Gods Woord van dag tot dag’, door de norbertijnen van de Abdij Postel, uitgegeven bij Brepols

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,c95c816b540404b790e31be4df8a4257
leer ons aandacht te schenken aan uw aanwezigheid wanneer we met anderen samen zijn. Geef dat we dan oog en oor hebben voor U, voor uw liefde, uw warmte, uw genegenheid. Geef dat wij vanuit het beluisteren van uw aanwezigheid elkaar mogen ontmoeten en ontvangen zoals Gij ieder van ons in uw hart draagt en bemint.
Amen.