Lezingen van de dag – dinsdag 5 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Dorotheus van Gaza (+ ca 640)

Dorotheus van Gaza (ook de Archimandriet): abt & theoloog

Dorotheus is het meest bekend om zijn conferenties over het kloosterleven. Hij moet aan het begin van de 6e eeuw geboren zijn. Hij kwam in ieder geval uit een welgesteld en ontwikkeld milieu. Hij genoot voor die tijd een behoorlijk goede opleiding en hield er een ware hartstocht voor boeken aan over. Daarbij moeten we bedenken welk een zeldzame luxeartikelen dat waren! Rond 525 besloot hij in het klooster te gaan. Hij koos het klooster waar vader Seridos abt was, ten zuiden van Gaza. In die tijd woonden daar twee mannen die later kopstukken van de monnikentraditie zouden worden: Barsanufius en Johannes de Profeet.

Het leven van de monnik was bijzonder hard en sober. Dorotheus kon er niet tegen, omdat zijn lichaam er te zwak voor was. Dat zal niet gemakkelijk geweest zijn tussen allemaal mannen die vonden dat juist in de strengste vormen van vasten en onthouding – niet zelden op het fanatieke af – de ware geest te vinden was. Zijn geestelijke leidsmannen echter rieden hem aan zich toe te leggen op de versterving van de geest: nederigheid en gehoorzaamheid.

In het klooster krijgt hij de taak van portier en gastenmeester; later van ziekenbroeder; met behulp van een familielid, een broer, die de broeders in het klooster goed gezind is, bouwt hij een gasten- en ziekenverblijf. Want als een monnik in de eenzaamheid ziek werd, kon het gebeuren dat niemand het merkte. Zoals uit onderstaand verhaal blijkt, wordt hij ook novicemeester. Weer later moet hij toezien op het welzijn van de oude Johannes de Profeet; dan is hij dus een soort bejaardenverzorger, maar dat dan wel te verstaan binnen het kader van de rigoureuze levenswijze der monniken van toen! Na Johannes’ dood begint hij zelf een nieuwe kloostervestiging.

Sommigen menen dat hij vóór 600 gestorven moet zijn; anderen veronderstellen het jaar 640, wat gezien het tijdstip van zijn intrede in het klooster wel heel oud is. Daar staat tegenover dat er in die tijd veel monniken zijn geweest die de honderd ruim zijn gepasseerd.

Hij staat naast Johannes van Damascus afgebeeld met een tekst in de hand op een muurschildering uit 1512 in het Lavraklooster op de Athosberg.

dinsdag in week 9 door het jaar


Uit de tweede brief van Petrus 3, 12-15a + 17-18

In de tijd toen deze brief geschreven werd, dacht men dat het einde van de wereld nabij was. De schrijver insisteert dat christenen hier zelfs aan meewerken. Niet om die ondergang te bespoedigen, maar om mee te bouwen aan een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Broeders en zusters,
u die uitziet naar de dag van God en het aanbreken daarvan bespoedigt! Die dag gaan de hemelsferen in vlammen op, en de elementen vatten vlam en smelten weg. Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Omdat u hiernaar uitziet, geliefde broeders en zusters, moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door Hem te worden aangetroffen. Bedenk dat het geduld van onze Heer uw redding is.
Geliefde broeders en zusters, u weet van tevoren wat er gaat komen. Wees daarom op uw hoede en laat u niet meeslepen op de dwaalwegen van wettelozen. Laat uw standvastigheid niet varen, maar groei in de genade en in de kennis van onze Heer en redder Jezus Christus. Hem komt de eer toe, nu en in eeuwigheid.
Amen.

 

Psalm 90, 2 + 3 + 4 + 10 + 14 + 16

Refr.: Heer, laat ons van blijdschap juichen.

Nog voor de bergen waren geboren,
voor U aarde en land had gebaard,
U bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

U doet de sterveling terugkeren tot stof
en zegt: ‘Keer terug, mensenkind.’
Duizend jaar zijn in uw ogen
als de dag van gisteren die voorbij is,
niet meer dan een wake in de nacht.

Zeventig jaar duren onze dagen,
of tachtig als wij sterk zijn.
Het beste daarvan is moeite en leed,
het gaat snel voorbij en wij vliegen heen.

Vervul ons in de morgen met uw liefde,
laat ons van blijdschap juichen, al onze dagen.
Toon uw daden aan uw dienaren,
maak uw glorie bekend aan hun kinderen.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 12, 13-17

Politiek engagement is ‘in’ in onze dagen. Ook ten tijde van Jezus waren er mensen die Hem in deze richting wilden drijven. Hij was (waarschijnlijk) niet echt tegen een politiek engagement, maar Hij oriënteerde deze inzet in het plan van zijn Vader, zijn zending. Wij moeten onderscheiden wat van God is en wat van de mensen.

Enkele hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten stuurden enkele Farizeeën en Herodianen naar Jezus toe om Hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken.
Toen ze bij Hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: ‘Meester, we weten dat U oprecht bent en dat U zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet?’
Maar omdat Hij hun huichelarij doorzag, antwoordde Hij: ‘Waarom stelt U me op de proef? Laat me eens een geldstuk zien.’
Ze gaven Hem een munt en Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’
‘Van de keizer’, antwoordden ze.
Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’
En ze waren met stomheid geslagen.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ook tot ons: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’

Onze huidige samenleving mogen we benoemen als een vrije democratische maatschappij. En zij heeft zeer zeker het recht om van ons onze medewerking, onze solidariteit en onze loyaliteit op te eisen. Maar dat recht houdt op bij alles wat niet in God te vinden is. Met andere woorden: wie kiest voor God, kiest ook voor de samenleving waarin hij leeft en dus voor wat die samenleving vraagt, tenminste in die mate dat wat zij vraagt thuis hoort bij God. We kunnen immers niet God dienen én de mammon, laat dat duidelijk zijn.

Moge de beeltenis van ons hart God zijn. Laten we voor Hem, en voor Hem alléén leven. Dat betekent dus geëngageerd leven in de samenleving: haar opbouwen, haar voeden met liefde, haar tonen dat God bestaat, dat Hij bemint, dat Hij oproept.

Laten we ons christen zijn niet enkel beleven met een heilig boekje veilig in een vroom hoekje. Nee, moge ons hart geopend zijn naar de wereld toe, haar welkom hetend, haar beminnend.

Daar waar we wonen, daar waar we leven, daar waar we werken, zal het moeten gebeuren. Dat is Gods-dienst.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
Gij alleen zijt Heer en niemand anders. Help ons zuiver en oprecht te zijn. Geef dat wij niet offeren aan geld of goed. Geef dat macht of aanzien ons niet maken tot stenen. Maak dat wij de blik van ons hart gericht houden op Jezus, het levend centrum van ons leven, en alzo uw liefde worden.
Kom Heer Jezus, kom.
Amen.