Lezingen van de dag – dinsdag 5 mei 2015


Heilige (of feest) van de dag

Vincentius Ferrer (+ 1419)

Vincentius Ferrer

Vincentius Ferrer

Vincentius (in Bretagne Visant) Ferrer (soms Ferrier) op, Vannes, Bretagne, Frankrijk; kloosterling & volkspredikant; † 1419.

Hij was rond 1350 in het Spaanse Valencia geboren uit een Engelse vader en een Spaanse moeder. Reeds op jonge leeftijd trad hij toe tot de orde der dominicanen. Hij werd een beroemd predikant die heel Europa doortrok om de mensen op te roepen zich van hun lakse levenswijze te bekeren. Hele volksmassa’s kreeg hij op de been. Hij wist ze meesterlijk te bespelen in dienst van het evangelie. Het was dus een slimme zet van de tegenpaus te Avignon, Clemens VII (1378-1394), toen hij van Vincentius’ kwaliteiten gebruik maakte om het koninklijk huis van Aragón op zijn hand te krijgen.

De verwarring binnen de kerk van die tijd was zo groot dat zelfs een heilig man als Vincentius lange tijd gemeend heeft hiermee de goede zaak te dienen. De leiding van de dominicaner orde riep hem echter terug en gaf hem een spreekverbod; nu gaf hij les aan de domschool van Valencia. Maar vanaf 1399 trad hij weer op in het openbaar. Toen hij in Toulouse preekte, werden de lessen aan de plaatselijke universiteit drie weken lang stilgelegd om ieder de gelegenheid te geven naar hem te gaan luisteren.

Pas in 1412 begon hij in te zien dat hij fout was geweest met zijn steun aan de paus van Avignon. Dat was een zeer pijnlijke ontdekking. Hoe diep dit alles hem geraakt moet hebben, kunnen we afleiden uit het feit dat hij zich van nu af ‘afgezant van Paus Jezus’ noemt. Het Concilie van Konstanz (1413-1417) zorgde ervoor dat er weer één paus aan het hoofd van de kerk stond. Hij speelde een belangrijke rol in het schisma rond de ware paus. In 1416 maakte hij zich in een rede te Perpignan, Zuid-Frankrijk, officieel los van de toenmalige tegenpaus van Avignon, Benedictus XIII. Daarop trok hij naar Bretagne om er het volk weer tot God te brengen. Maar hij was intussen een oud man geworden. Hij kon zelfs niet meer op zijn eigen benen staan; hij moest door een ezel gereden worden. Het was tenslotte te Vannes dat hij stierf. Daar ligt hij ook begraven.

Met hem worden op deze dag ook herdacht zijn gezellen Antonius Fuster, Blasius van Auvergne en Petrus Cerdan. Wat was hun plaats? Om daarachter te komen is het goed te beseffen dat Vincentius massa’s mensen trok, soms wel tachtigduizend.

Wie hem eenmaal gehoord had, wou niet meer weg en trok met hem mee naar de volgende standplaats. Met als gevolg dat hij vaak door duizenden mensen werd begeleid. Onder zijn gevolg waren priesters die meteen biecht konden horen; er waren zangers bij en muzikanten met draagorgeltjes die de dienst opluisterden met muziek en gezang; klerken en notarissen waren erbij die het bijleggen van ruzies en de afhandelingen van geschillen meteen vastlegden; er waren mannen bij die voor eten en slapen moesten zorgen voor al die mensen. Hij was gewoon drie maal per dag een toespraak te houden; opvallend was daarbij dat zijn stem niet zwakker werd. Hoewel hij alleen in het Spaans sprak, zijn moedertaal, werd hij begrepen door Fransen, Italianen, Duitsers, Engelsen en zelfs Grieken en Hongaren. Hij moet ook onnoemelijk veel wonderen hebben verricht; hij wekte een aantal doden weer ten leven; wist brood en meel te vermenigvuldigen; genas blinden, stommen, lammen en geesteszieken; als hij een zieke de hand oplegde, was deze weer beter.

Hij is patroonheilige van de Spaanse stad Valencia en de Bretonse plaats Vannes; verder van huizenbouwers, dakdekkers, dakpanfabrikanten, houtbewerkers, loodgieters. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen epilepsie en toevallen, hoofdpijn, koorts en allerhande ziekten; verder wordt zijn voorspraak gevraagd voor een goed huwelijk, voor vruchtbaarheid, voor een zalige dood en tegen gevaren. In Bretagne is hij ook patroon van de paarden.

DINSDAG IN DE 5e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 14, 19-28

We lezen over de eerste missiereis van Paulus en Barnabas. Beiden sporen de jonge christengemeenten aan in het geloof te volharden en ondanks vele kwellingen het Rijk Gods binnen te gaan. Verantwoordelijke leiders zullen onder hen de eenheid bevorderen. Bij hun thuiskomst melden de apostelen hoe God door hen de poort van het geloof geopend heeft voor de heidenen.

Na verloop van tijd kwamen er Joden uit Antiochië en Ikonium die de mensen ompraatten. Ze stenigden Paulus en sleepten hem vervolgens de stad uit, in de veronderstelling dat hij dood was.
Maar toen de leerlingen om hem heen waren gaan staan, kwam hij overeind en ging de stad weer in. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.
In Derbe verkondigden Paulus en Barnabas het evangelie en ze maakten er veel leerlingen. Daarna keerden ze terug naar Lystra en vervolgens naar Ikonium en Antiochië.
Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan’.
In elke gemeente stelden ze oudsten aan, en na gevast en gebeden te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in wie ze hun vertrouwen hadden gesteld.
Na hun reis door Pisidië kwamen ze in Pamfylië, waar ze in Perge de heilsboodschap verkondigden.
Vervolgens reisden ze verder naar Attalia.
Van daar gingen ze per schip naar Antiochië, de stad waar ze aan Gods genade waren toevertrouwd toen hun de taak was opgelegd die ze nu hadden volbracht.
Daar aangekomen riepen ze de gemeente bijeen en brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. Ze vertelden hoe Hij voor de heidenen de deur naar het geloof had geopend.
Ze bleven nog geruime tijd bij de leerlingen.

 

Psalm 145, 10 + 11 + 12 + 13 + 21

Refr.: Uw werken, Heer, maken uw kracht aan de mensen bekend.

Laten al uw schepselen U loven, Heer, IconOfTheHolyAngel
en uw getrouwen U prijzen.

Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

Laten zij aan de stervelingen
uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap.

Uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.

Laat zó mijn mond de lof spreken van de Heer,
en alles wat leeft zijn heilige Naam prijzen,
tot in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 27-31

De Heer geeft zijn vrede. Hoe ouder een mens wordt, des te meer hij inziet dat de ware vrede en rust van het hart wellicht pas na de dood voor ons zijn weggelegd. Toch geeft Jezus zijn vrede nu reeds. Wat er ook gebeurt in ons leven, die vrede, die rustige zekerheid, moet steeds de bovenhand hebben over onrust en twijfel.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.
Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.
Jullie hebben toch gehoord dat Ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat Ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is.
Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld weten dat Ik de Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen.’

Van Woord naar leven

Jezus zegt ons vandaag: ‘Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.’

De Heer vraagt niet of wij zijn vrede willen. Hij geeft en schenkt ons zijn vrede, Hij laat haar ons na.
En een geschenk van de Heer kan men toch niet afwijzen…

Dikwijls denken we dat we Gods vrede moeten zoeken. Enerzijds is dat natuurlijk waar, anderzijds ook niet.
Het is niet waar, omdat wat gegeven wordt niet moet gezocht worden. Gods vrede is ons gegeven. De levenskunst bestaat erin ons te ruste te leggen in deze vrede, om door haar opgenomen haar uit te dragen in al ons doen en laten.
Anderzijds moeten we haar ook zoeken, in de zin dat het een act van ons vraagt om ons te ruste te leggen in haar. Dat vraagt een houding, een levenshouding, een gebedshouding. Het vraagt liefde voor stilte, voor tijd, voor woestijn, voor geduld.

Vanuit deze gekregen vrede mogen we dan leven, mogen we zingen, kiezen, mensen ontmoeten, werken, ontspannen, ons verwonderen,… Wie Gods Vrede kan bewaren zal zich niet zo snel van de wijs laten brengen. Of om het met woorden van Paulus te zeggen: niets zal hem nog kunnen scheiden van de liefde van Christus. Kun je je een mooier leven inbeelden? Wel een makkelijker, maar geen mooier.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus, goede Broer,303451_sinai-christ-icon-painted-at-st-catherines-monastery-dec-2011
Gij zijt niet gekomen om God te verengen tot de menselijke maat, maar om de mens te verruimen tot Gods maat. Daarom geeft Gij ons uw Vrede, niet zoals de wereld die geven kan, maar zoals Gij hem geeft. Open ons hart voor deze vrede, opdat wij vanuit dit rijk geschenk uitdragers mogen zijn van Gods onmetelijke goedheid.
In uw naam, amen.